© Kurt Van der Elst

Leestijd 5 — 8 minuten

The Butcher – Gorges Ocloo / LOD

Vlaamse hutsepot met onvermoede smaken

Voorstellingen die expliciet de Vlaamse identiteit thematiseren: we danken ze vooral aan makers die nooit meteen als Vlaming gezien worden, zoals Chokri Ben Chikha of Roland Gunst. In The Butcher van LOD gaat Gorges Ocloo nog een stap verder in zijn spel met vaderlandse iconen, van de Leeuw van Vlaanderen tot Josse De Pauw. Zoveel eenduidigheden passeren de revue dat de revue zelf best meerduidig wordt. Puberale provocatie of puur vernuft?

Er leeft tegenwoordig sterk het gevoel ‘dat er steeds minder mag op theater’. Dat de vrije kunsten in de greep geraakt zijn van allerlei morele consignes. En erger nog: van zelfcensuur. Daar lijkt Gorges Ocloo, enkele jaren geleden afgestudeerd aan het RITCS, alvast weinig last van te hebben. In een zelfrijdende rolstoel speelt hij in The Butcher met brede glimlach een jongen met een mentale beperking. Priemvinger op de besturing, nu en dan wat klanken uitstotend, steeds manischer met zijn kop schuddend naarmate de voorstelling haar climax nadert.

Kan dat wel, zo’n specifieke en met clichés omhangen ‘andere’ ervaring nadoen en etaleren voor een zaal die er evenmin de consequenties van ondervindt? Bewust grijnst Ocloo de grenzen van wat mag recht in het gezicht, als hij in de LOD Studio het publiek in blikt: wat gaan jullie mij als minderheid maken in naam van een andere minderheid? Morele consignes zijn voor hem geen beletsel, maar een geslepen tool. Hij speelt ermee.

Ook het decor waarin hij rondrijdt, breekt opzichtig met hedendaagse normen. Tussen drie wanden staat als in de oude dagen een hele huiskamer uitgestald, met centraal een zware stalen tafel die algauw een slachtbank blijkt. Links achteraan pronkt in spiegelschrift het woord ‘BUTCHER’ op een uitstalraam. We kijken in het kloppende hart van een slagerij. Alleen zullen de levensgrote karkassen slachtvee die tegenspeler Josse De Pauw in die vitrine is komen hangen, twee uur lang onaangeroerd blijven: dood vlees. Deze slagerij is erfgoed geworden, een relict uit betere tijden. Alles wat ze ademt, is retrospectie.

En als je nog beter kijkt, blijkt dit decor zelfs meer een legerpost dan een winkel. Van de muren blijken de randen afgebrand, aan alle kanten zijn er netten rond gespannen. Over de radio klinkt in het Pools een toespraak tot de Vlaamse natie, die vooral de Poolse natie bezingt.

We zijn 2070. Vlaanderen is bezet. De middenstand verloren. De apocalyps nabij. Of zelfs al voorbij. En toch blijft het leven hier in huis zijn vaste gangetje gaan: de slager-vader (De Pauw) die zijn zwarte zoon en diens handicap voedert met een lange lepel, die hem wast als wou hij er al het zwart afwassen, die voor hem in volgehouden Vlaams dialect voortdurend verhalen ophaalt aan wat verloren is gegaan. Zijn echte dochter Esther, bijvoorbeeld. En zijn teergeliefde vrouw.

Nu rest alleen nog zijn gevonden zoon Isa (Ocloo) die hij als baby ooit uit een vuilbak viste. De zoon hoort het aan. De zoon staart, lacht en zwijgt. Tot hij door zijn pleegvader een wit masker of blonde pruik opgezet krijgt en aan de ketting gaat. Naar welk bizar ritueel zitten wij precies te kijken?

Geen fijnslagerij

Zoveel genres heeft Ocloo hier in elkaar geschoven: postapocayptische science-fiction, oer-Vlaams naturalisme, barokke horror, tijdbomtikkende familietragedie, misschien zelfs van dat alles de geniepige parodie. Maar bovenal is The Butcher een symbolisch drama, zoals bijvoorbeeld Strindberg het schreef met De Pelikaan. Bijbelse symboliek stuurt de dramaturgie, via het verhaal van Abraham en Isaak: de vader die door God wordt opgedragen zijn geliefde zoon te offeren. Onverholen wordt die parabel zo vaak herhaald dat je al na een kwartier kan vermoeden waarop The Butcher zal uitdraaien.

Ook ‘suggestiviteit’ is dus een ongeschreven voorschrift dat Ocloo kamerbreed aan zijn laars lapt. Met wat tussen de lijnen hoort, heeft hij net zijn hele tekst geschreven. Elke onderlaag spit hij boven en smeert hij traag maar gestaag over de scène uit: schijnbaar eendimensionaal, narratief eenvoudig, visueel spectaculair. Een fijnslagerij is The Butcher allesbehalve.

Bij uitstek geldt dat voor de Vlaams-nationalistische symboliek waar alles om draait. Bijna als een karikatuur komt ze uit de radio zweven, in de vorm van verzetsboodschappen aan de laatsten der ware Vlamingen: eerbetonen aan Conscience, citaten uit zijn bijbel, aanvallen op kwaadsprekerij van historici over 1302, Middeleeuwse lyriek over ons schone Vlaamse land, bemoedigingen die het moreel van de natie hoog moeten houden… “Wij zullen opnieuw ons lot in eigen handen nemen en dezelfde moed tonen als Onze Voorvaderen in 1302. Dan zullen wij eindelijk in staat zijn het voortouw te nemen om de CO2 in de wereld terug te dringen met Onze Eigen Vlaamse Technologie. Ik wil daarom iedereen oproepen de Jaarlijkse Vlaamse Tegel die hij, zij of hen illegaal en volledig gratis van ons heeft aangekregen, in zijn, haar of hun living of beter ‘woonkamer’, te plaatsen.”

Dat een en ander komisch bedoeld is, blijkt uit het paneel van de Rechtvaardige Rechters dat eventjes in en uit vaders kluis komt piepen. Maar nog frappanter is het schrijn met het gouden harnas van de Leeuw van Vlaanderen dat uiteindelijk wordt onthuld, of de hoge vrouwenzang met nationale poëzie (sopraan Astrid Stockman) die weerklinkt uit een luidspreker op Isa’s borst. Vlaamse mystiek primeert. En Ocloo en De Pauw verdedigen ze met vlag en wimpel.

Zoals ze daar naast elkaar op scène staan, is het moeilijk om je uit het theater van de laatste tien jaar een duo te herinneren dat onderling méér verschilde. Gorges Ocloo, magisch realist, bij uitstek fysieke speler, gekke springveer, jonge uitdager van al wat aan ons theater ingedommeld is: hier heeft hij zijn eigen vlerken ingesnoerd om al zijn kracht te concentreren in zijn laatste losse delen. En Josse De Pauw, melancholisch realist, statige woordkunstenaar met jazz op de stembanden, alom gerespecteerd monument van vier decennia artistieke ontvoogding: dienstbaar legt hij al zijn gecontroleerde kwaliteiten in handen van een wilde ecclecticus. Net door aan deze rariteit samen hun oormerk te hangen, valt ze niet zomaar in één hoek weg te zetten.

Niet hun eerste samenwerking is het. Ocloo speelde mee in De Blinden van De Pauw. De Pauw speelde mee in de Moby Dick van Ocloo. Wie de meester is en wie de pupil, is een vraag waar enkel een veelzijdig antwoord op kan volgen. Wat ze delen, behalve hun kale kop, lijkt een diep verlangen naar rock ’n roll.

Clashen boven klinken

Dat is bij uitstek te merken aan de muziek, vertolkt door Toon Carlier en Bertel Schollaert in een verdomhoekje achter de vitrine. Ocloo’s composities schieten werkelijk zoveel kanten en tradities op dat je bijna het gevoel krijgt dat zelfs het merk LOD gewoon mee door zijn verhakselaar moest. Staat het Gentse muziektheatergezelschap doorgaans voor strak, suggestief en uitgepuurd, dan overheerst hier expliciete meervoudigheid, soms bewuste overdaad. Botsen boven lijmen. Clashen boven klinken. Waar eindigt eigentijdse hybriditeit, waar begint speelse ironie?

Misschien slaat de ‘butcher’ uit de titel wel vooral op de maker zelf: met een fijn mes heeft Ocloo een hele hoop referenties losgesneden uit hun context, om ze samen te stoven tot charcuterie van het huis. En toch is The Butcher geen simpele deconstructie, noch van rechts-katholiek Vlaanderen, noch van witte muziektheatercultuur. Ocloo neemt zijn medium absoluut serieus, ambieert zich mee in te schrijven in een traditie, wil een nieuw verhaal of eigen werkelijkheid construeren. Hij slacht clichés en taboes om er iets nieuws van te maken.

Heeft The Butcher dan ook iets meer te vertellen dan wat het allemaal fileert en citeert? Tussen zijn Vlaams-nationalistische spiegel en zijn creepy familietragiek ontwaar je hoogstens losse verbanden. Wil Ocloo verbeelden hoe de zucht van Vlaanderen naar een roemrijk en geworteld verleden het onmogelijk maakt om zich een inclusieve toekomst te verbeelden met Fremdkörpers, tenzij door die te bevoogden en te knevelen? Zien we de vleesgeworden perversie van de eis tot assimilatie? De wraak van een gekoloniseerd volkje via doorgedreven kolonisatie van nog kwetsbaardere groepen? Nee, simpele hokjes helpen niet om te duiden wat je op scène ziet. Het patriarchale Vlaanderen is hier zelf tot minderheid gebombardeerd. En het jonge hybride Vlaanderen toont zich te afhankelijk voor echt verzet.

Wat finaal vooral blijft hangen, is wat ze gemeen hebben: hun grote nood aan (slachtoffer)mythes om hun identiteit zin te geven. Zo categoriek en bijna stereotiep plakt Ocloo dat slachtofferschap op zijn personages, dat zowel de gele als de zwarte identiteitsbeweging deze creatie makkelijk zullen kunnen beschuldigen van collaboratie met het andere kamp – zeker door zijn saignante horror aan het slot. Maar dat is precies wat dit muziektheater artistiek zo fris maakt: dat het iets ongezien laat zien, naar een eigengereide bereiding die zich door geen bestaande smaak laat gebieden. The Butcher serveert Vlaamse hutsepot die je, zo ze ons niet gewoon een peer stooft, meerdere dagen lekker doet herkauwen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#165

03.09.2021

30.11.2021

Wouter Hillaert

Wouter Hillaert is cultuurjournalist, dramaturg en docent aan het Conservatorium Antwerpen. Hij richtte cultuurtijdschrift rekto:verso en burgerbeweging Hart Boven Hard mee op.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!