De Staat van de Toneelschrijver
Uitgesproken op uitnodiging en ter gelegenheid van Shakespeare is Dead Leuven, 9 juni 2026
Annet Bremen
© Anne van Zantwijk
In de solovoorstelling The Actor bereidt Florian Myjer zich voor op de rol van Hamlet – een personage dat zijn werkelijkheid alleen via de metafoor van het theater onder ogen durft te komen. Vanuit die spiegel analyseert Myjer niet alleen grensoverschrijdend gedrag in de kunsten, maar ook het genot in slachtofferschap en de verwarrende verantwoordelijkheid die met onze verlangens gepaard gaat. Fantastisch gespeeld, ja, maar de grote relevantie van The Actor zit hierin: geen pijn ten dienste van de kunst meer.
Myjer is omringd door een zee van turquoise doek die de hele vloer en achterwand vult. In het midden staat een klein podium. Een podium op een podium, een toneelstuk in een toneelstuk: The Actor put uit Shakespeares verwarring zaaiende trukendoos. Er wordt gemorreld aan vertelperspectieven, personages krijgen meerdere stemmen, geweldig. Myjer is ‘de acteur Florian Myjer’ die speelt bij ‘de regisseur (met de fictieve naam) Frank Schäfer’. Hij speelt alle verschillende rollen en alles door elkaar – scènes uit Hamlet, stukken uit het repetitieproces en de feestjes die erbij horen, interviews met de acteur en anekdotes over diens liefdesleven.
“Hoe te beginnen?” Dat zijn Myjers eerste woorden. Hoezo, hoe te beginnen? Zijn spreken is technisch kraakhelder, maar laat zich niet vanzelf plaatsen. In het begin lijkt Myjer namelijk onmerkbaar te schakelen tussen de rol van ‘de acteur’ en ‘de regisseur’. Bovendien is Myjers overgave aan Schäfer zo totaal, dat verontrustende uitspraken van de regisseur ook uit zijn mond zouden kunnen komen.
“Myjer speelt alle verschillende rollen en alles door elkaar – scènes uit Hamlet, stukken uit het repetitieproces en de feestjes die erbij horen, interviews met de acteur en anekdotes over diens liefdesleven.”
De regisseur heeft de acteur gevraagd Hamlet te spelen. De “rol der rollen” als kers op de taart van hun langdurige en intense samenwerking. To be or not to be? Hoe te beginnen aan een zin met zo veel lading? Hoe krijg je die woorden uitgesproken? En hoe maak je je los uit de greep van iemands machtsmisbruik? Hoe spreek je daarover? Hoe begin je dáár aan?
De acteur is zich in het begin niet bewust van de reputatie van de regisseur. Of kijkt hij ervan weg, gevleid door de aandacht van de grootmeester? Heeft hij zijn dierbaar succes dan niet aan hem te danken? Want de acteur wil beroemd zijn. Dan is hij gelukkig. Onaanraakbaar. Maar is hij wel zo onaanraakbaar? In regie van Schäfer krijgt Myjer het op scène vaak stevig te verduren, maar daaraan ontleent hij schijnbaar een zekere eer. En daarbij: we willen toch de sterfelijkheid van de mens zien? Dan moeten we toch iets van onszelf op het spel zetten?
Maar wat en hoeveel van onszelf moeten we dan precies op het spel zetten? We zouden het kunnen vragen aan deze sadistische regisseur en zijn sadomasochistische acteur. Veelzeggend is dat Myjer deze vraag in The Actor inderdaad krijgt tijdens interviews – aan de regisseur wordt de vraag niet gesteld. “Ken jij Dora van der Groen?” vraagt Myjer. PIJN. POËZIE. PLEZIER. PERSOONLIJKHEID. PERVERSITEIT. Dat zijn haar vijf P’s van het theater. Met een strik van HUMOR errond. En nu moet Florian het niet te hoog in zijn bol krijgen, waarschuwt de regisseur hem, maar hij, hij heeft ze allemaal. Perversie natuurlijk het meest. Terwijl de regisseur zich afvraagt of hij nu niet te ver gaat met de acteur, en daarmee vooral lijkt de genieten van hoe dat zijn macht benadrukt, vraagt de acteur zich in een interview af hoe hij nog werk zou kunnen maken als hij geen pijn of eenzaamheid meer voelt. Myjer laat het publiek net lang genoeg wachten voor hij er nog een knipoog achter gooit.
Het problematische karakter van de regisseur krijgt scherpere contouren: we horen over vernederingen die de repetities domineren en krampachtige feestjes ter bevordering van de werksfeer (in bad gaan met de regisseur of MDMA op dinsdagavond zijn part of the job). Een vicieuze cirkel ontvouwt zich: acteurs stappen op, waarop de regisseur zijn greep versterkt. Geweld en manipulaties worden minder subtiel en een gevoel van onrust begint de toewijding van de acteur aan te vreten. Tijdens zo’n feestje op het appartement van de regisseur – een poster van Pasolini’s Salò o le 120 giornate di Sodoma siert de verder sobere ruimte – kust Myjer hartstochtelijk met de schedel. Verwijst hij naar de grafscène in Hamlet? Naar de liefde (voor het theater) die hem hier houdt ondanks alles? Symboliseert het zijn ten dode opgeschreven overgave aan de regisseur?
Fictie en realiteit beïnvloeden elkaar. De fictie van The Actor kunnen we moeiteloos verbinden met contexten waarbinnen Myjer de afgelopen jaren werkte bij Theater Oostpool of De Warme Winkel. Maar het is spannender om de regisseur samen met het verhaal van Hamlet te verbinden met een bredere realiteit, en hem te lezen als een personificatie van een cultuur, waarin machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag van voornamelijk mannen wordt getolereerd vanuit een zogenaamd progressieve kramp. Het doet me met mijn ogen draaien en tussen mijn tanden vloeken en nog andere dingen die ik niet zal delen hier. Het bestaat overal om ons heen. Wie is hier eigenlijk pervers? Misschien is het tijd voor een nieuwe definitie van dat woord.
Het maakt me kwaad, nee, het maakt ons kwaad. Toch? Tegelijk is het verfrissende aan de voorstelling net dat ze niet vanuit dat herkenbare kwade register vertrekt. Woede kan polariseren en ons ervan weerhouden beter te begrijpen wat voor sommigen altijd zichtbaar en voor anderen altijd onzichtbaar is; woede kan het geheel dat grensoverschrijding laat gedijen verbergen. The Actor toont mooi hoe verwarrend de innerlijke onderhandeling van een slachtoffer soms is. Die verwarring wordt benadrukt doordat Myjer alle rollen zelf speelt – wat bovendien de focus weghaalt van het mannelijke geweld en de macht over dit verhaal aan hem geeft. Want de poging tot interpretatie die aan zo’n emancipatie, gedubbeld in de hedendaagse interpretatie van Hamlet, voorafgaat, is veel spannender dan de boodschap van een man die zich misdraagt. Die valt in herhaling, die kennen we al.
“The Actor toont mooi hoe verwarrend de innerlijke onderhandeling van een slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag soms is.”
Deze theatrale constructie maakt hem als verteller ook onbetrouwbaar, Myjer vervaagt in zijn spel de grenzen van waar een personage, een rol, begint en eindigt. “Ik heb de regie over mijn eigen leven!” benadrukt hij terwijl hij grote slokken “wodka” achterover giet. Zijn onbetrouwbaarheid als verteller verweeft hem niet alleen met een belangrijk motief in Shakespeares tekst, maar ook met de onbetrouwbaarheid die een slachtoffer zichzelf vaak toedicht en door anderen toegeschreven wordt. Ondanks de noodzaak om verantwoordelijkheid voor feiten bij de juiste mensen te leggen (waar The Actor uiteindelijk ook toe komt) beschikt ook een slachtoffer over een handelingsvermogen zich hier of ginder in te bewegen, misschien ten dele gedreven door onderbewust genot, een perversie inderdaad, een verlangen dat niet weet wat het wil, niet krijgt wat het wil, krijgt wat het niet wil – zoals we ook zien bij Hamlet. De rol daarvan niet erkennen, houdt het slachtoffer voor eeuwig in slachtofferschap gevangen.
Na de première van Hamlet is iedereen blij. De acteur kijkt om zich heen, naar de regisseur die aangedaan is van zijn eigen werk. Hamlet sterft natuurlijk. Hij doorsteekt zichzelf met zijn zwaard, trekt het opzichtig weer uit zijn lichaam. Hij krijgt er een daverend applaus voor. Toch is dat niet het hoogtepunt van de voorstelling, dat zich nu aandient: te zijn of niet te zijn? Pas ergens op een buitenlandse set ver weg van alles reflecteert hij op die simpele zin. Myjer staat op een pier die uitkijkt over zee. Dood gaan of leven? Wat is doodgaan? Een stap zetten en de kolkende zee en rotsen tegemoet. De eenzaamheid van wat er gebeurde is nog goed voelbaar. En wat is leven? Voor Myjer is het een roadtrip. Een reis met zijn geliefde, ‘s avonds samen een biertje drinken. Geen pijn ten dienste van de kunst meer.
“Grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik mag ons kwaad maken, maar The Actor vertrekt vanuit een plek voorbij die kwaadheid, die een zekere verantwoordelijkheid (maar dus ook verbeelding en macht) bij het slachtoffer legt.”
Nog even dit: Myjer is een precisiebom, om zijn eigen woorden te gebruiken. Zijn spel is schijnbaar intuïtief maar in werkelijkheid extreem technisch doordacht en ondersteund door een scherpe tekstanalyse van Hamlet. Het moet gezegd worden, dit is een absurd perfecte theatervoorstelling. Dat is niet wat The Actor interessant of relevant maakt. Grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik mag ons kwaad maken, maar de voorstelling vertrekt vanuit een plek voorbij die kwaadheid, een slimme plek die een zekere verantwoordelijkheid, en dus ook verbeelding en macht, bij het slachtoffer legt. Dat is vandaag misschien een hot take, maar het geeft me hoop in het gesprek dat we post-#MeToo proberen voeren. En zo worden we in plaats van kwader samen met Myjer rustiger, en zelfs vrolijker.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.