Leestijd 4 — 7 minuten

Sterven in goedkope schoonheid

Untitled – Kris Verdonck / A Two Dogs

In 1954 betoogt de Franse socioloog-jurist-theoloog Jacques Ellul in het essay ‘La technique ou l’enjeu du siècle’ dat de wereld niet langer wordt gestuurd door kapitaal of politiek, maar door techniek. Daaronder verstaat hij niet alleen technologische ontwikkelingen, maar ook alle economische en sociale technieken die het denken en handelen van mensen stroomlijnen.

Het is een ordeningsprincipe in een voortdurende zoektocht naar maximale efficiëntie op elk vlak, dus ook politiek en sociaal. Techniek zet elke beschouwing over de eigen ‘voor- en nadelen’ buitenspel omdat het zich presenteert als onvermijdelijk. Waar techniek doordringt blijft niets in de cultuur intact, volgens Ellul. Stond techniek lang ten dienste van de mens, tijdens de industriële revolutie werd het een autonome kracht, een proces zonder subject dat de vrijheid van de mens bedreigt.

Die ‘vooruitgang’ is een pletwals die intussen meer verliezers dan winnaars produceerde. Toch plooit iedereen zich ernaar, omdat niemand ziet wat ertegenin valt te brengen. Het oeuvre van Kris Verdonck draait rond dit verzwegen drama. Hij voert het telkens weer op, niet als een verhaal waarin de kijker zich kan identificeren met een slachtoffer dat zijn waardigheid behoudt, maar door performers in een situatie te werpen waarin ze op panische wijze beseffen dat ze de controle hebben verloren. In Heart (2004) construeerde hij dat drama nog los van een historisch kader. Een vrouw (Karolina Wolkowiecka), opgehangen in een harnas, smakt bij elke vijfhonderdste hartslag keihard tegen een muur. De angst die dat veroorzaakt doet haar hartslag stijgen zodat ze steeds vaker tegen de wand wordt geslingerd.

In recenter werk contextualiseert Kris Verdonck deze moedwillig uitgelokte paniek nog nadrukkelijker. In END (2008) voert hij de ‘Luddites’ ten tonele: een groep Engelse wevers die eind de achttiende eeuw de nieuwe machinale weefgetouwen in de prak sloegen. Ze voorvoelden dat zij de slaaf zouden worden van die technologische omwenteling. Zoals bekend: hun actie haalde niets uit. In de solo M, a reflection (2012) praat acteur Johan Leysen met zijn virtuele dubbelganger. De tekst is van Heiner Müller en verwoordt op welke manier de grillen van de geschiedenis de idee van de menselijkheid vermorzelen. Door zijn virtuele ontdubbeling wordt de acteur op een bizarre manier overbodig, als een deerniswekkende, hulpeloze clown.  

In Untitled, een vervolg op M, a reflection, is de acteur zelfs zijn belangrijkste wapen ontnomen: het woord. Er gebeurt bijna niets en de enige performer, Marc Iglesias Figueras, blijft onzichtbaar achter zijn kostuum. Toch grijpt Untitled je naar de keel. De mensheid wordt hier ten grave gedragen, zonder een traan te plengen. Integendeel: het decor is stemmig-voornaam. Donkerbruine fluwelen gordijnen flankeren een achterwand van pailletten. Braziliaanse loungemuziek met strijkers en vibrafoon vormen een eindeloos herhaald klankdecor, als in een boutique hotel. Drie kisten trekken de aandacht. Een originele plek om even te zitten. Of suggereren ze een funerarium? De kwaliteit van de scenografie ligt precies in het zaaien van twijfel.

De mens/acteur wordt ingepakt. Een levensgrote cartoonfiguur verwelkomt het publiek terwijl het de zaal betreedt. Hij lijkt zo weggelopen uit een reclamespotje waarin verpakkingen van ontbijtgranen of wasproducten tot leven komen. Zijn ‘lichaam’ is bekleed met pailletten, die glitter belooft pret. Maar de felle, verleidelijke kleuren ontbreken. Deze zwart-grijze figuur oogt ongewoon somber.

De voorstelling begint. Nu verschijnt de acteur als een mascotte in een zwart-zilveren bijtjespak met een Mickey Mouse-achtig hoofd. Alweer: de grauwe versie van mascottes in pretparken, wellicht niet zo vrolijk als zijn contract stipuleert. Moedeloos gaat hij bij de pakken neerzitten, aan de rand van het podium. Performer Marc Iglesias verdwijnt helemaal in het pak. Buiten onhandig waggelen en springen kan hij niets van zichzelf tonen. Hij is een verliezer. Zijn rol is uitvoerend, er rest hem geen greintje waardigheid.

Wanhoop is het gevolg. Hij knalt met zijn dikke kop overal tegen, alsof hij er een einde aan wil maken. Tot plots het licht uitgaat en in het diepste duister vreemde vormen opstijgen uit de kisten op het podium. Wanneer het licht terugkeert lijkt het bijtje opgevrolijkt. Het heft zijn armpjes uitnodigend. En inderdaad: dolle pret volgt. Op de tonen van The Entertainer, de beroemde ragtime van Scott Joplin begint het bijtje vrolijk te tapdansen. Twee minuten later is het gedaan. Als een machine keert de entertainer terug naar zijn startpositie en herbegint de act. Ettelijke keren. Tot de herhaling bijna onmenselijk wordt. Je bent bijna opgelucht wanneer hij uitgeput achterover slaat.

Net dan trippelt een klein robotje met een pantser van pailletten parmantig het podium over. Het ding produceert zijn eigen ragtime. Veel leuker dan die humeurige, levende performer. Al wat volgt bewijst diens overbodigheid. Een glinsterende, manshoge bloem rijdt het podium op en draait daar rondjes voor de drie kisten, als een kokette dame. Plots zwaaien de deksels opnieuw open. Pas nu merk je dat het reusachtige, glanzende fallussen zijn die uit de kisten tevoorschijn komen. Ze stijgen wel zeven meter en dalen dan neer, als een achtergrondkoortje voor de bloem. Pure barok. Deze ‘dei ex machina’ staan daar enkel voor hun eigen glorie te zwellen en krimpen, hun onwaarschijnlijke perfectie steekt de ogen uit. Van de performer geen spoor meer. De techniek heeft hem, zelfs in zijn miserabele gedaante van mascotte, totaal overbodig gemaakt.

Dit slotakkoord is visueel zo overrompelend dat het de inconsistenties van het beeld bijna wegveegt. Het zilvergrijs van de schreeuwlelijke kostuums en het decor is een aberratie, de muziek is een aanfluiting van bossanova en je weet dat het ondraaglijk moet zijn om in deze condities te acteren. Toch neemt de kracht van deze vertoning je op sleeptouw, een beetje zoals de goedkope luxe van smetteloze hotels je in de luren legt. Untitled is als een katholieke begrafenis. De aanleiding is intriest. Verdonck ensceneert de dood van de Mens met grote M. Maar het spektakel doet je dat vergeten. Op die ene weerhaak na: het vrolijke bijtje dat met zijn kop tegen de muur knalt, alsof het liever dood was dan hier nog langer te figureren. Dat beeld blijft zeuren.

Untitled speelt nog op 11 maart in C-Mine Genk, op 18 maart in de Rotterdamse Schouwburg.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#139

15.12.2014

14.03.2015

Pieter T’Jonck

Pieter T’Jonck is architect en kunstcriticus. Hij schrijft over podiumkunsten, architectuur en beeldende kunst. In 2012 cureerde hij de tentoonstelling Superbodies in Hasselt. Daarnaast leidt hij zijn eigen architectenbureau T’Jonck-Nilis. Hij richtte recensieplatform Pzazz op.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!