© A two dogs company

Vincent Focquet

Leestijd 3 — 6 minuten

SOMETHING (out of nothing) & BOGUS I-III – Kris Verdonck / A Two Dogs Company & ICK

Hoe dans je na het einde van de wereld?

Zelden leek de bühne van het Kaaitheater zo enorm als tijdens Something (out of nothing). Waar het einde naderde in Verdonck’s vorige voorstelling Conversations (at the end of the world), bevinden we ons nu na die apocalyps. De wereld als betekenisvol geheel heeft na een ecologische verwoesting plaatsgemaakt voor een onleefbaar landschap, gekenmerkt door een gigantische leegte. ‘Out of scale. No Refuge.’ klinkt het herhaaldelijk. Daaruit vloeit als vanzelf de vraag voort naar hoe dat landschap nog bevolkt zou kunnen worden.

De nieuwe creatie van Kris Verdonck/A Two Dogs Company in samenwerking met ICK Amsterdam gaat aan de slag met de gekende thema’s: de relatie tussen mens en omgeving, technologie en ecologische catastrofe. Daar wordt deze keer een opmerkelijke focus op lichamelijkheid aan toegevoegd. Vier dansers (Mark Lorimer, Ula Sickle, Sophia Dinkel en Edward Lloyd) nemen een prominente rol op. Doorheen drie delen gaan ze op zoek naar een belichaamde manier van zijn na de ondergang van onze planeet. Hoe dans je na het einde van de wereld?

Dingen levendiger ensceneren dan mensen, Kris Verdonck heeft er al langer zijn handelsmerk van gemaakt. Dat hij die ambacht ook vlot beheerst, toont hij hier opnieuw. Uit het plafond werken gigantische opblaasbare sculpturen zich in grillige vormen een weg omlaag. Door het slimme gebruik van maskers en zwarte aansluitende pakken verworden de dansers tot schimmen, ontdaan van elke persoonlijkheid. Van hun dans blijft niet meer over dan wat karige en gortdroge slapstick. De vier figuren vervelen zich nadrukkelijk, verzinnen korte spelletjes om zich bezig te houden maar geven die even snel weer op. De choreografie benadert het absolute nulpunt van zinledigheid en dat is niet eens een kritiek. Het maakt van Something (out of nothing) geen makkelijke zit, maar toont wel schrikwekkend goed aan hoe een uitgehold landschap een uitgeholde mens genereert. Deze dans is een rouwzang op de mens die zichzelf vernietigd heeft.

De drie delen worden telkens ingeleid door een voice-over van Tawny Andersen. Zij neemt het perspectief aan van cultuurfilosoof Walter Benjamins ‘engel van de geschiedenis’: deze kijkt naar het verleden met de rug naar de toekomst. Ook de vertelster wordt rugwaarts de toekomst in geblazen en kan enkel berichten over de catastrofes die de wereld finaal onbewoonbaar maakt. De storm uit het verleden noemt Benjamin vooruitgang. Zo is het meteen kraakhelder hoe we hier aanbeland zijn. Ook in Verdoncks beeldende werk Bogus I-II-III, gelijktijdig met de performance te zien in Kanal, wordt die problematisering van vooruitgang op de spits gedreven. In de oude Citroëngarage, op zichzelf een begraafplaats van industriële illusies, wordt de idee van de vooruitgang als een “cemetery of illusions” fysiek. Naast de in onbruik geraakte apparatuur, staan machines die sterk lijken op de kinetische sculpturen uit Something (out of nothing). Ontdaan van elke nut, hun schaal en ritme niet langer op mensenmaat, gaan ze hun eigen gang.

Something (out of nothing) toont een landschap dat evenmin op mensenmaat gemaakt is. Integendeel, het is door de mens zo aangetast dat het zich nu tegen ons keert. Dat wordt intens voelbaar op het eind. Terwijl de laatste imposante sculpturen in elkaar krimpen, trilt een innemende drone sound, live gecreëerd door celliste Leila Bordreuil, zich een weg over de tribune. De schoonheid van deze eindscène is onaards in de engste zin van het woord. Hoe wrang is het dat het einde van de wereld zo adembenemend mooi is? Dat het landschap waarvan zoveel soorten gewelddadig weggeveegd zijn zo prachtig is uitgelicht?

Andersens ontlichaamde stem neemt de ethisch-politieke rol van de getuige op en evoceert met rake beeldspraak die gedoemde schoonheid van het landschap na de ondergang. ‘The trees miss the animals’, klinkt het. En: ‘Here we say that the walls have ears and the rocks have mouths’. De getuigenis over hoe ónze vooruitgang – het publiek wordt meermaals direct aangesproken – fataal bleek te zijn is bij momenten echter wel erg letterlijk. Hoewel zo’n vooruitgangskritiek relevant blijft, flirt Something (out of nothing) met moralisme. Zo vermijdt de voorstelling wel kritiekloos te gaan esthetiseren, maar ze doet zo ook af aan de mogelijkheden die ontstaan door het samenspel van de sculpturen en dansers. De hoge graad van abstractie in de dans en sculpturen wordt steeds herleid tot een overduidelijke talige betekenis.

Een grote sterkte van dat samenspel is de manier waarop de herinnering functioneert. Net als de dans niet meer is dan een verre echo van menselijke aanwezigheid op deze planeet, herinneren de maskers in de laatste scène aan een romantisch beeld van de natuur. Dat beeld van natuur als verwelkomend schoon is in Something (out of nothing) echter enkel een detail, een anachronisme dat de vreemdheid van het landschap versterkt. Dat boezemt angst in: ‘I fear the rain, the air and the soil’, zegt de voice-over. Het zou een rechtstreeks citaat kunnen zijn van een Ecuadoriaan, in wiens land ruwe olie door brutale exploitatie gewoon in de bovenste grondlagen zit. Of hoe het einde van de wereld misschien wel al achter ons ligt.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#157

15.05.2019

14.09.2019

Vincent Focquet

Vincent Focquet is theaterwetenschapper, maakt deel uit van de grote redactie van rekto:verso en recenseert voor Etcetera.  

recensie