Océanisé-e-s – de Roovers & Bl!ndman
Alles loopt door elkaar
Natalie Gielen
© François Declercq
Regels zijn er om te worden overtreden of veranderd. Ze bakenen een speelveld af: je kan ze gebruiken als procedures die onderscheiden soorten plezier mogelijk maken. Dat is de pointe van Ayelen Parolins recentste voorstelling ‘Simple’, die zonder veel omhaal uiteenlopende vormen van kinderplezier ensceneert.
Op een podium kan je mistoestanden bekritiseren en allerhande codes deconstrueren: die gestes kennen we. In wisselende combinaties zetten ze de toon binnen de hedendaagse podiumkunsten. Parolin doet iets anders: subverteren (dat het Nederlands dit werkwoord niet kent, komt mij soms als een goddelijke omissie voor). Ze graaft naar de bevrijdende bodem die zich onder de gladde, schijnbaar steenharde oppervlakte van de consumptiecultuur bevindt: ‘sous les pavés, la plage’.
Onze consumptiecultuur is dominant hedonistisch, maar het genoten plezier is nietszeggend en heeft vaak iets obligaat: je doet alsof je geniet, overeenkomstig normen die je ook nog eens gebieden te genieten. Simple toont daarentegen een subversief plezier dat ‘om niet’ is. Die lust is zowel gratis als ongericht, beoogt geen statusvertoon en verdraagt geen selfies omdat het joyeuze samenvalt met een pure verspilling van energie, een plezier dat aan zichzelf en het samenzijn met anderen genoeg heeft.
De voorstelling geeft van meet af aan haar voornaamste ingrediënten prijs: een open speelvlak zonder noemenswaardige rekwisieten die baadt in werklicht, een felgekleurde achterwand, drie mannelijke performers die in psychedelische pakjes de scenes komen ophuppelen. Muziek is overbodig, het stampend neerkomen van het lichaam volstaat om de tijd te ritmeren. De performers maken geen buitengewone, laat staan virtuoze bewegingen. Ze mimeren een discodansje of paardengedraaf, of ze wapperen met armen, benen en handen. Meestal gebeurt dat lichtjes mechanisch, wat past bij de geometrische figuren die al bewegend worden gevormd: rechte lijnen, diagonalen, cirkels…
De performers gebruiken het beregelde bewegen om zich behoedzaam te smijten en zo de gevolgde regels van binnenuit te subverteren.
De performers kijken ook gedurig naar elkaar, al is loensen het betere woord: ‘wat doe jij zoal?’. Ze beantwoorden elkaars bewegingen met schijnbaar geïmproviseerde, zelfs naïef ogende tegen-provocaties. Die schijn bedriegt natuurlijk: gaandeweg ontvouwt zich een doordachte choreografie, die Parolin pas naar het einde toe laat imploderen. Het spel van actie en reactie lijkt in Simple meermaals een vrolijk wijsje te volgen, een dat je niet hoort maar desondanks wordt gesuggereerd door het zichtbare plezier dat de performers beleven aan hun grappige bewegingen. Het is de kwintessens van de voorstelling: de performers gebruiken het beregelde bewegen om zich behoedzaam te smijten en zo de gevolgde regels van binnenuit te subverteren. Die ontregelende dialectiek tussen score en uitvoering wordt ondersteund door de fysieke verschillen tussen de performers. Een van hen heeft een eerder fors postuur, een tweede is lang en mager (het prototypische lichaam van de balletdanser), de derde zit daar ergens tussenin.
De score raakt al snel opgeladen met een bezonnen vrolijkheid waarin iets doorschemert van een gelukkige collectiviteit, een groepje dat ‘om niets’ plezier beleeft aan wat men samendoet. Handelingen worden herhaald, en regelmatig is er een ironische knipoog naar de modernistische dans à la Cunningham. Af en toe valt al het montere getrippel in een spreekwoordelijke plooi en huppelen bijvoorbeeld twee dansers op een korte diagonale lijn, met in het midden de derde die erotisch heupwiegt. Soms wordt het publiek direct geadresseerd via een pose die doet denken aan het einde van een atletisch nummer of een circusact. Na een tijdje krijg je het effect van een stomme film: tsjak tsak, huppel huppel, freeze – en weer verder.
Vanaf een bepaald moment komt er geluid bij. Gekir, gehijg, iemand die een Italiaanse song door de stemmangel haalt: het hilarisch karakter van de voorstelling neemt toe, zonder dat ze flauw wordt of richting het clowneske gaat. De performers stemmen hun handelingen ook zichtbaarder op elkaar af om een scene op te bouwen: interindividuele actie en reactie maakt plaats voor gezamenlijke coördinatie. Een van de performers vindt bijvoorbeeld naast het podium een stok om ritmisch mee op de grond te beuken; zijn twee kompanen volgen, zodat er even iets als een kromme, uit de haak getrokken song weerklinkt. In het slotdeel van Simple worden gekleurde plankjes in tweeën gebroken op benen en met de voeten, en ook op het eigen hoofd of dat van een andere performer. Het gezellige subversieve plezier van zo-even krijgt zo een verlengstuk in een niet-agressieve manier van afbreken en stukmaken, van te blutsen en te builen.
Kinderen ontregelen door met regels te spelen: wat middel is, verandert in een medium waarmee men fysiek één wordt. In deze omkering, zo heeft onder meer Walter Benjamin betoogd, kondigt zich de utopie van een bevrijde mensheid aan. Zij heeft het schema van doel en middel ingewisseld voor een loutere gebruikslogica, een door een polymorf plezier gestuurd samenhandelen. Je hoeft Benjamin helemaal niet gelezen te hebben om te genieten van het non-consumptieve genot dat Simple viert. Zoals in de films van Chaplin is lichtheid hier het tegendeel van oppervlakkigheid. In deze tegelijk ludieke en lucide voorstelling wordt slechts één iets gepretendeerd én consequent gedemonstreerd: dat we altijd al vrije mensen waren en daarom ook als zodanig kunnen bewegen en samenleven.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.