Kristof van Baarle

Leestijd 4 — 7 minuten

Simple As ABC #2, Keep Calm and Validate – Thomas Bellinck / ROBIN

De (on)draaglijke lichtheid van het systeem

In zijn nieuwe voorstelling, Simple As ABC #2, Keep Calm and Validate, zien we het resultaat van Thomas Bellincks onderzoek naar de werking van de grensbewaking van de Europese Unie. We weten relatief weinig over Frontex – dat in de voorstelling steevast geanonimiseerd wordt als ‘het agentschap’ – en wat er feitelijk gebeurt aan de grenzen van Europa. Simple as ABC probeert deze ver-van-mijn-bedshow dichterbij te brengen, en dan wel in de vorm van een andere show: de musical.

Het zijn ‘goede tijden’ voor Frontex, het agentschap dat deze grenzen handhaaft. De vluchtelingenstroom die met de oorlog in Syrië (in aanvulling op die in Afghanistan, Irak, Libië, Congo, Jemen, Soedan, …) definitief en in groeiende omvang op gang kwam én een verrechtsend Europa, hebben van de grenzen van het territorium een belangrijke inzet gemaakt. Ondanks onze eventuele verontwaardiging over de behandeling van vluchtelingen, over de slappe politieke reacties op push backs, deportaties, kampen, verdrinkingsdood, enzovoort, weten we relatief weinig over Frontex – dat in de voorstelling steevast geanonimiseerd wordt als ‘het agentschap’ – en wat er feitelijk gebeurt aan de grenzen van Europa. Simple as ABC probeert deze ver-van-mijn-bedshow dichterbij te brengen, en dan wel in de vorm van een andere show: de musical.

Net zoals in Bellincks vorige voorstelling, Memento Park, waarin hij de herinneringsindustrie rond WO 1 tackelde, is de tekst gebaseerd op gesprekken, interviews met medewerkers van ‘het agentschap’ en ander documentair materiaal dat Bellinck op zijn zoektocht verzamelde. Twee spelers, Jeroen Van der Ven en Marjan De Schutter, vertellen en zingen op de tonen van de muziek (van de hand van Joris Blankaert, gebracht door SPECTRA Ensemble). Vooraleer de voorstelling in ‘musical-modus’ gaat, wordt er in meer recitatieve stijl een begrippenapparaat geïnstalleerd: ‘datasubjecten’, ‘borderscape’, ‘debriefing’, ‘soup 1600’… Dit taalgebruik benadrukt de vervreemding, niet enkel die van ons, Europese burgers, ten opzichte van zowel het agentschap als de vluchtelingenproblematiek, maar vooral die van de Europese politiek en haar instellingen ten opzichte van de concrete situatie waarin mensen zich bevinden. Scenografisch worden infini-gordijnen als laagjes vernis rond een centraal verhoog getrokken. Dit podium is een draaischijf die onverbiddelijk blijft doorgaan: de machine – zowel politiek, bureaucratisch als industrieel en crimineel – moet blijven draaien. Bellinck lijkt zo niet enkel de talige vervreemding door te willen zetten in de vorm waarin deze taal gebracht wordt. In deze zelfverklaarde musical wordt gespeeld met clichés uit het genre: romantiek, sentimentaliteit en de eeuwige positieve energie en optimisme – denk aan LaLaLand. Zo complex en intriest de situatie die Van der Ven en De Schutter bespreken, zo licht de vorm waarin deze aan de man en vrouw gebracht wordt. Dat leidt soms tot een wrange en daardoor humoristische samenkomst van vorm en inhoud, maar helaas blijft voor het gros van de voorstelling de keuze voor de musicalvorm niet voldoende doorgedreven en is hij niet ‘licht’ genoeg. Waar is het ‘echte’ spektakel, waar bereikt de absurditeit haar climax? Waar is de trashy kant van het genre? Waar wordt de abstracte taal zover gedreven dat niemand ze nog begrijpt? Het idee om de ondraaglijke lichtheid van de objectivering van mensenlevens te vatten in een ondraaglijk lichte vorm is intelligent, maar de uitwerking mist aan cachet.

Het lijkt alsof de vorm een manier is om een boodschap over te brengen en de voorstelling heeft dan ook iets didactisch. Bellincks eigen stem en naam worden mee onderdeel van het geheel en daaruit spreekt een oprecht engagement met deze thematiek. De diepte van onderzoek staat evenmin buiten kijf, maar misschien is de drang om de situatie (scenografisch letterlijk) uit de doeken te doen voorbij gegaan aan het medium waarin dit gebeurt: theater. Het is een oud zeer waar documentair werk wel vaker mee te kampen heeft: de wereldse problematiek wordt onvoldoende vertaald in een conflict op scène. De spelers nemen min of meer de positie in van werknemers van ‘het agentschap’, maar blijven zweven tussen werkelijke individuen/personages en meer abstracte spreekposities. Wanneer de balans neigt naar hun persoonlijke twijfels, doemt het gevaar van banalisering op, maar wanneer ze te abstract gaan, wordt het te veel een gezongen lezing. Het frame van de muziek en het zingen, met al zijn beperkingen een verdienstelijke onderneming, is evenmin bron van frictie. Door het publiek aan te spreken als vluchtelingen lijkt Bellinck het conflict tussen scène en tribune te willen laten plaats vinden, maar daar drijft hij het onvoldoende op de spits.

Twee passages dagen de verbeelding wél uit en doorbreken het vlakke verloop van de rest van de voorstelling. Vorm en inhoud komen op een wrange manier samen in een elegisch lied waarin de bureaucraten het cynisme ten top drijven en zich wentelen in zelfbeklag. Ze zijn immers toch ook maar gebonden aan de wet, het is voor hen toch ook niet makkelijk een verlengstuk van een politiek apparaat te zijn? In een scène die daaraan voorafgaat, vertellen de bureaucraten hoe vluchtelingen hun vingertoppen verbranden en verminken om afdrukken en scans te bemoeilijken – is het uit angst om herkend te worden, of uit protest tegen de ontmenselijkende procedures bij aankomst? De trivialiteit van musical en bureaucratische objectiviteit geeft deze rauwe feiten een confronterende naaktheid. Technieken die vroeger enkel voorbehouden waren voor de registratie van criminelen, worden nu op iedereen toegepast. Daar ligt wellicht een gemiste kans: voor de overheid zijn we allemaal potentieel crimineel, vluchteling of niet. Onder het nimmer slapende oog van de scanner zijn we allemaal ‘gelijk’, een alliantie waarvan de kracht onderschat wordt. Een vorm van alternatieve gemeenschap wordt evenwel gesuggereerd aan het einde van de voorstelling: wat als al deze grenzen, instellingen, procedures … er plots niet meer waren en mensen tegenover mensen zouden komen te staan, zonder de muur van regels ertussen? Hier gaat het documentaire over in het speculatieve, een stap die plots het bestaansrecht van het net besproken apparaat in vraag stelt. Hier prikkelt het, maar dan gaat het licht uit.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#148

15.03.2017

14.06.2017

Kristof van Baarle

Kristof van Baarle schreef recent een doctoraat aan de Universiteit Gent over het posthumanisme in de podiumkunsten. Momenteel is hij verbonden aan de Universiteit Antwerpen en werkzaam als dramaturg voor Kris Verdonck 
(A Two Dogs Company).