© Staf Smets

Leestijd 7 — 10 minuten

Shoe/farm – a family business – buren

Een mooie makke Hermès-pony

buren maakte een visueel bekoorlijke voorstelling over lokaal gekweekte seizoensschoenen. shoe/farm – a family business is verleidelijk, maar ook een tikkeltje te oppervlakkig. Het verhaal over een familiebedrijf, dat bij het begin nog een rol lijkt te spelen, verdwijnt gaandeweg op de achtergrond en maakt plaats voor beelden van massaconsumptie die in al hun sexy trendgevoeligheid precies dezelfde adrenaline genereren die ze ter discussie lijken te stellen.

Voor shoe/farm – a family business breidt het collectief buren (Oshin Albrecht en Melissa Mabesoone) voor het eerst uit. Met Katja Dreyer en Léa Dubois haalt het collectief twee extra performers in huis. De energie op het podium is daarmee zelfs voor buren ongezien hoog. Albrecht en Mabesoone smolten hun jeugd in respectievelijk een schoenwinkel en een boerderij om tot één knotsgek, oogstrelend geheel: een boerderij waar aan de lopende band schoenen worden geteeld om hongerige shoppers te behagen. Een familiebedrijf bovendien, bestaande uit een vader, een moeder en twee kinderen.

Let wel: het gaat hier niet om een klassieke familie met een ‘dad-dad and a mom-mom and a weekend-weekend.’ Er wordt de klok rond gewerkt en niemand haalt de neus op voor al die verschillende soorten arbeid. Terwijl ze met een hamer op een lopende band slaan, klingelende emmers neerzetten, tafels vegen en met vijzels op keukengerei tekeer gaan, vertolkt deze familie op aanstekelijk muzikale wijze het ritme van het alledaagse werkleven. Ook in hun hoekige, harde bewegingstaal wordt duidelijk dat het hier om stevig labeur gaat. Zelfs een zweepverwijzing naar slavernij blijft niet uit, al laat buren in het midden of de tot-slaaf-gemaakte hier een ander dan wel het tot op het bot gedisciplineerde zelf is.

“Met de kostuums evoceert buren de kokette toe-eigening van workwear door luxemerken als Maison Martin Margiela en Façon Jacmin.”

Bij dat strakke ritme hoort ook een planning waar niet aan te tornen valt: vaste uren voor slapen, werken en, belangrijk, eten. Met een honger die aan geilheid grenst, verdringen vader en kinderen zich voor de reusachtige lepel waar moeder mee in haar potten roert. Ook als er eigenlijk niets te eten valt, want in een herhaalde, nogal eigenaardige oneliner – ‘what we used to eat, we now put on our feet’ – wordt te kennen gegeven dat het brood niet langer bedoeld is om te eten, maar wel als grondstof dient om tot originele schoenen te verwerken. Waarom dat zo is, wordt niet duidelijk en dus blijft deze vondst jammer genoeg een goed klinkende gimmick.

© Staf Smets

Een boeiender vraag is degene die de kinderen zich luidop stellen: wat als wij iets anders willen? Geen aardappelen, brood en schoenmaken, maar tiramisu en Jaguars bijvoorbeeld. Ook op die vraag krijgen echter zijzelf, noch het publiek een werkelijk antwoord, al rijst wel het vermoeden dat er niet zo gauw aan de familiale trots valt te ontsnappen. Als een bijna sektarische eenheid blijft de familie in unisono klanten bedienen. Het uniform van een sekte hebben ze dan wel niet, hun kledij is wel overduidelijk deel van een esthetisch verantwoord geheel. Veel jeans en patchworks van jeans (tot het tafellaken toe), veel stevige materialen en riemen, kortom veel elementen die terugkeren in werkkledij. Met de kostuums evoceert buren zo enerzijds het noodzakelijke hergebruik van dure en arbeidsintensieve materialen als jeans, en anderzijds de kokette toe-eigening van workwear door luxemerken als Maison Martin Margiela en Façon Jacmin.

Naast die jeansreferenties is er nog iets aan de hand met de kostuums van deze voorstelling. De bling bling ‘Yes Daddy-’t-shirts waarin het hele gezin zich hult, bevestigen de heersende codes in een wereld waarin weldegelijk vader-vaders en moeder-moeders zijn. Het is ironisch, maar op een dieper niveau is het natuurlijk ook normbevestigend. Kleding kan nu eenmaal nooit écht ironisch zijn; basale noden en de tweede meest vervuilende industrie op aarde zijn vrijgesteld van ironie.

Jajaja, denk ik, terwijl ik als een blond Bourdieutje naar de voorstelling kijk en mijn oog net begint te wennen aan de esthetische mogelijkheden van een Birkenstock gemaakt van een deels uitgehold wit brood. Maar dan gebeurt er iets waarop ik niet was voorbereid. Ik word op onverwachte manier deel van de voorstelling wanner Léa Dubois het podium oploopt met aan haar handen de exàcte fish slippers die ik twee dagen voordien op Vinted kocht, in deze context duidelijk bedoeld als het absolute toppunt van mode-absurdisme.

Deze…

Ik heb er 11,30 euro voor betaald. Wat belachelijk is, want echte, eetbare visfilet van min of meer ethisch verantwoorde herkomst kost meer. ‘What we used to eat, we now put on our feet’… Ik voel mij betrapt, als precies die compulsieve shopper die deze voorstelling op de korrel neemt, de verdorven kapitalismelieveling, de yes-daddy-normbevestigende-vervuilende-spenderende-wannabe met een zwak voor rare en/of mooie dingen. Hier zou het dus boeiend kunnen worden.

“Jajaja, denk ik, terwijl ik als een blond Bourdieutje naar de voorstelling kijk en mijn oog net begint te wennen aan de esthetische mogelijkheden van een Birkenstock gemaakt van een deels uitgehold wit brood.”

Er zijn een half miljoen winkelverslaafde mensen in België. Ik weet dat ik daar één van ben. De sfeer in een winkel, de ingebeelde verbondenheid, al die stofjes die ik door mijn handen kan laten gaan. De band die ik voel met mensen die niets van mij willen behalve geld. Ook in de familiezaak van buren wordt de klant (Mabesoone) steeds meer opgeslokt door haar verlangen, ze wordt wanhopig. Ze wil een paar schoenen vinden. Het maakt niet uit welke. Als ze maar passen. Als er maar alsjeblieft iets is wat past en zij mee naar huis kan nemen. Het wordt in deze voorstelling tot in het extreme getrokken, maar het is volledig herkenbaar, dat koortsachtige, existentiële zoeken naar iets – iets nieuws, iets bijzonders, iets dat ik nog niet ken, iets iets iets – alsof mijn gedroomde leven ervan afhangt.

Assepoester moest haar voet in een glazen schoen wrikken om zichzelf van een toekomst en een ontsnapping uit de kindertijdhel te voorzien. Of ja wrikken, de bedoeling is dat het vlekkeloos kan,  want alleen een dame die geen brokken maakt, mag mee met de prins. Wat betekent die schoen? In een patriarchale cultuur een levensverzekering, een broodwinning. Wat betekent mijn eindeloze zoeken naar al wat mooi en (quod non) bijzonder is in een tijd waarin ik mijn eigen geld mag verdienen? Ik weet het niet, en buren zal het mij niet leren. Voor de diepgravende antwoorden moet ik bij hen niet zijn. Het is dan wel even schrikken dat er hier met mijn visschoenen wordt gelachen, maar diep raakt het me niet. Misschien integendeel zelfs, want deze voorstelling boort precies dezelfde adrenaline aan die ik voel wanneer ik met meer dan de tien toegestane stuks een pashokje in mag duiken bij de vele vintageverkopers die zich mijn vriendinnen noemen.

© Staf Smets

Het is ssooooo entertaining allemaal. Een uitzonderlijke uitschuiver richting flauwe kolder daargelaten (niezen met ‘Gucci’ in plaats van met ‘hatsjoe’? Plz no!), ziet het er allemaal verdomd goed uit. Het is sexy en chaotisch op alle juiste manieren en ik twijfel of dat hun kritiek op de mode-industrie nu net versterkt of onderuithaalt. Ben ik na deze voorstelling op Vinted op zoek gegaan naar patchworkjeans? Nou en of! Weet ik dat ik daarmee een aantal maatschappelijke issues in stand houd? Reken maar van yes. Maar wat betekent het écht om je eten aan je voeten te doen? Dat kom ik niet te weten. En doordat de focus steeds verder weg komt te liggen van de initiële vragen die de voorstelling opwerpt, kom ik helaas ook al niet veel meer te weten over die arme kinderen van de shoefarm die liever andere dromen zouden nastreven.

“Ben ik na deze voorstelling op Vinted op zoek gegaan naar patchworkjeans? Nou en of! Weet ik dat ik daarmee een aantal maatschappelijke issues in stand houd? Reken maar van yes.”

Helemaal aan het einde zien we Katja Dreyer, in een grote prinsessenjurk, die eigenlijk een enorme lap jeans is met veters doorheen. Het is een jurk en een strakke dubbele knoop van touw, en zoals we allemaal weten kan je in beide gevangen zitten. Jajajaja, knikt het Bourdieutje met de vispantoffels, kritiek die we kennen, maar dan heel aanlokkelijk gebracht. Met al die uiterlijke verleiding had deze voorstelling nog veel meer een Trojaans paard kunnen zijn, op een dieper niveau mogen snijden. Nu blijft het een heel mooie Hermès-pony, maar wel een makke.

De speellijst vind je hier

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#180

15.09.2025

14.12.2025

Amber Maes

Amber Maes studeerde Wijsbegeerte en Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen. Ze werkt in de literaire sector en geeft les in het middelbaar onderwijs.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!