© Leontien Allemeersch

Leestijd 8 — 11 minuten

A Room of His Own – Nona Demey Gallagher

De slaapkamer is een podium

Kan er porno bestaan die vrouwen niet uitbuit? Neen, is de stellige overtuiging waarmee de radicale Amerikaanse feminist Andrea Dworkin de slapeloze nacht van A Room of His Own ingaat. In een grimmig lusthof vol giechelende bunnies en rondborstige kindvrouwtjes laat regissseur Nona Demey Gallagher Dworkin botsen op haar libertijnse intellectuele demonen. Gaat het Dworkin om het bestrijden van het lijden van de vrouw of is er ook iets in haar dat schrijft uit angst? En zijn die twee motieven tegelijk mogelijk, of verdringt de een de ander?

In een maagdelijk witte nachtjapon ligt Andrea Dworkin vooraan op het toneel op een matrasje. Van een afstand lijkt ze wel op de echte Dworkin, dit personage in A Room of His Own, gespeeld door Daphne Agten – dezelfde wijde bos krullen. Driftig pent ze een kladblok vol, met de bijtende volharding die uit al haar werk spreekt. Het doek is nog maar net geopend en ze geeft meteen vol gas. Porno is verwerpelijk, oreert ze. Het exploiteert en onderwerpt vrouwen, álle vrouwen, het is een gevangenis, en er is geen mogelijk scenario waarin porno ook bestaat voor het plezier van vrouwen. In de tijd van schrijven, eind jaren zeventig of begin jaren tachtig, is pornografie van een marginaal fenomeen een mainstream business aan het worden, er wordt bakken geld aan verdiend. Zelfs kritische linkse intellectuelen hebben porno omarmd en verdedigen het bestaansrecht, volgens Dworkin. “The left, my left, left me”, schrijft ze terwijl ze de woorden prevelt. “No, too emotional”, werpt ze tegen, en kruist het weer door.

De slaapkamer als podium. Ze kan niet slapen, Andrea, en tuimelt hallucinerend door de nacht, een middernachtsdroom van anachronistische confrontaties met haar grootste vijanden, met hyperseksuele mannen als Marquis de Sade en de oprichter van Playboy Hugh Hefner, maar ook met een vrouwelijk pleasure activist. Ze strompelt door een grimmig, weelderig lusthof zonder uitgang, vol giechelende bunnies en rondborstige, kreunende kindvrouwtjes in achttiende-eeuws kostuum. “I made the bedroom a stage”, zegt Hugh Hefner (Arne Luiting) met een zelfgenoegzame grijns tegen Dworkin. “And on that stage, I put women in the center”.

Het is niet de eerste keer dat Andrea Dworkin (1946-2005) als personage het toneel betreedt in het werk van regisseur Nona Demey Gallagher. In het al even militant-feministische Up Your Ass, Demey Gallaghers doorbraak als regisseur (samen met Lieselot Siddiki) in 2023, werd de radicale feminist en anti-pornoactivist neergeschoten door een sekspositieve voorlichter, toen Dworkin zich verzette tegen diens porno-vriendelijke voorlichting. Dat was een fan fiction of alternatieve geschiedenis, want Dworkin stierf in 2005 in haar eigen bed. In A Room of His Own is ze de centrale figuur, in een voorstelling vol fantasie, slapstick en strak aangesnoerde corsetten. Demey Gallagher maakt het zichzelf niet gemakkelijk door Dworkin als uitgangspunt te nemen. De Amerikaanse activist had geen oog voor tegenstellingen, nuance en ambivalentie. Haar persona en haar werk vallen samen in radicale eenduidigheid. Hoe maak je interessant theater, vertrekkend vanuit een van de stelligste denkers van de twintigste eeuw?

“Hoe maak je interessant theater, vertrekkend vanuit een van de stelligste denkers van de twintigste eeuw?”

Die uitdaging gaat Demey Gallagher te lijf door Dworkin te confronteren met haar vijanden, zowel met libertijnse mannen als met vrouwen, uit de geschiedenis en haar eigen tijd, in lekker vet gespeelde absurdistische scenes. Dworkins persona creëert een lens waardoorheen we verschillende personages ontmoeten en waarin erotische fantasieën worden opgevoerd, scenes waarin steeds het snijvlak tussen plezier en onderwerping, vrijheid en beknelling wordt opgezocht. Vaak is de scheidslijn troebel, waardoor de toeschouwer wordt uitgedaagd zelf positie te bepalen.

Zo ontmoet Dworkin dus Hefner, voor haar de belichaming van het radicale kwaad. Hefner, in een elegante pyjama, leeft en werkt vanuit bed, omringd door sexy geklede vrouwen in konijnenpakjes. Hij probeert Dworkin ervan te overtuigen dat wat hij te bieden heeft pas echt vrijheid is. Iedereen geniet ervan, toch? Tegenover haar bitterheid en trauma’s biedt hij een hedonistisch, zorgeloos leven van plezier, luxe en overvloed. Dat beweren zijn woorden, althans. Luitings Hefner ijsbeert in toenemende mate neurotisch over het podium, hij smeekt om bevestiging en moet steeds harder schreeuwen om zijn wensen vervuld te zien. Vrijheid? We zien een angstige tiran, een starre lustmachine die uiteindelijk nog maar tot één simpele beweging in staat is: die van de buiging voorover, met zijn neus richting een berg wit poeder.

Luiting vertolkt ook Marquis de Sade, de libertijnse Verlichtingsfilosoof die een materialistisch wereldbeeld verdedigde waarin moraliteit geen ontologisch statuut heeft. De moraal is slechts een afspraak tussen mensen, waarin zij kúnnen geloven, maar er is niets in de wereld dat hen daartoe veroordeelt. De mens is volledig vrij en moet zijn lusten ongebreideld kunnen botvieren, als de natuur hem dat ingeeft. Wat daarvan de consequenties voor anderen zijn, is niet zijn verantwoordelijkheid. Niet alleen in zijn literaire werk, maar ook in zijn leven streefde De Sade dat uitgangspunt na – hij nam deel aan orgies, folteringen en verkrachtingen.

In A Room of One’s Own verdedigt hij zijn ideeën in eloquente volzinnen vanonder een gepoederde pruik. De mens is vrij, houdt ook hij Dworkin voor. Jij, Andrea, probeert te beheersen waar je ten diepste voor vreest; jouw activisme is een manier om je angst te bezweren. Is het niet veel moediger om de absolute vrijheid niet uit de weg te gaan, maar te omarmen? Hoewel Luiting Sade gluiperig speelt, is het een pertinente vraag, die in het vervolg van de voorstelling blijft nagalmen. Ja, wat is Dworkins drijfveer? Gaat het haar om het bestrijden van het lijden van de vrouw, van alle vrouwen, of is er ook iets in haar dat schrijft uit angst? Is ze eigenlijk een klein rillend meisje dat bang is voor overgave, of bang voor de herhaling van het geweld dat haar is aangedaan, en dat op de wereld projecteert? En zijn die twee motieven tegelijk mogelijk, of verdringt de een de ander?

“Gaat het Dworkin om het bestrijden van het lijden van de vrouw, van alle vrouwen, of is er ook iets in haar dat schrijft uit angst? Is ze eigenlijk een klein rillend meisje dat bang is voor overgave, of bang voor de herhaling van het geweld dat haar is aangedaan, en dat op de wereld projecteert?”

Dan vraagt De Sade Dworkin om hem met een zweep op zijn achterwerk te slaan. Een prachtig, dubbelzinnig beeld: Sade op zijn knieën, Dworkin die hem nu eens niet met woorden, maar met een wapen mag slaan. Hij grijnst, zij kijkt paniekerig en vol afgrijzen. Wie domineert hier wie?

Dworkin gaat ook de discussie aan met een vrouw die posters plakt waarop verkrachtingsfantasieën door vrouwen zijn beschreven. De ontmoeting zou best wel eens echt gebeurd kunnen zijn. De jaren late jaren zeventig en vroege tachtig, Dworkins hoogtijdagen als activist en opiniemaker, was het tijdperk van de sex wars. De tweede golf van het feminisme, een lang uitgestelde uitbarsting van onvrede over de aanhoudende achterstelling van de tweede sekse, bracht tegenovergestelde posities in stelling. Enerzijds die van Dworkin en nog radicalere anti-seksgroepen, die niet alleen porno verwierpen, maar seks überhaupt, want seks was een instrument van onderdrukking. Activisten kozen radicaal voor een celibaat leven, of werden ‘political lesbians’: lesbisch uit politieke overtuiging in plaats van verlangen. The personal is political. Daartegenover stonden de sekspositieve bevrijdingsgroepen, waarvan de pleasure activist in de voorstelling een belichaming is; deze groepen geloofden dat vrouwen ook in de slaapkamer gelijk konden zijn aan mannen, als vrouwen zich maar vrij mogen uitdrukken en zich aan hun fantasieën kunnen overgeven. Zij verdedigden praktijken als BDSM (sadomasochisme, bondage), als een vrije speelruimte waarin twee of meer spelers expliciet hun toestemming geven aan een spel van dominantie en overheersing. Binnen die ruimte kunnen gewelddadige scenario’s worden uitgespeeld, die juist een genezend effect kunnen hebben. De sekspositieve feministische beweging heeft nog altijd veel aanhang, zoals onder jonge feministen en queers.

De confrontatie is strak en geestig gespeeld. Verona Verbakel speelt een vrijpostige, directe volkse vrouw. De scene is noodzakelijk voor het evenwicht: Dworkins vijanden waren niet alleen mannen. Toch valt de voorstelling vanaf hier enigszins in herhaling. De kritiek van de pleasure activist verschilt niet wezenlijk van die van Hefner en de Sade, al komt het nu van een vrouw, voor wie Dworkin het zegt op te nemen. Waarom zou jij andere vrouwen voorschrijven wat ze mogen verlangen, vraagt de activist. Wat voor bevrijding is dat? Ontzeg jij vrouwen niet hun menselijkheid?

“De voorstelling maakt geen link met het heden, een artistieke keuze die enerzijds te verdedigen is, maar die ook doet afvragen: welk debat wordt hier eigenlijk aangejaagd?”

De vragen zijn belangrijk, maar krijgen op dit punt ook een wat obligaat, prekerig karakter. Dworkins ideeën hebben weinig nodig om tegenwicht te krijgen; haar eerste monoloog ontvouwde direct al een wereldbeeld als een beklemmend keurslijf (corset) van morele afkeuring. Voor de hedendaagse toeschouwer is haar standpunt direct ongenuanceerd. Natuurlijk is de porno-industrie een uitbuitende industrie die vrouwen vaak slecht behandelt, terwijl vooral mannen ervan profiteren. Geregeld liggen pornowebsites onder vuur omdat er bijvoorbeeld minderjarige content wordt aangeboden of video’s die onder dwang zijn gemaakt. Maar in de wereld van nu zijn platforms als OnlyFans ook een manier voor veel vrouwen om eigen geld te verdienen zonder tussenkomst van producenten, waarmee ze hun literaire, academische of artistieke ambities kunnen financieren, of zich kunnen weren tegen de cost of living crisis. Dat gegeven problematiseert een al te gemakkelijke verwerping van porno. De voorstelling maakt echter geen link met het heden, een artistieke keuze die enerzijds te verdedigen is, maar die ook doet afvragen: welk debat wordt hier eigenlijk aangejaagd?

Aan het slot, wanneer Dworkin uitgeput in de armen valt van een geruststellende bunny, durft ze eindelijk toe te geven dat ze misschien te hardnekkig is geweest. “A dream that’s too easy, is just another way of not looking”, mijmert ze. Een mooie zin, maar redundant na zoveel inhoudelijk sterke dialogen. De beste momenten van A Room of His Own laten zien dat er tussen pro- en anti-porno geen juiste keuze is; dat seksuele fantasieën een ingang zijn om na te denken over hoe seksualiteit zélf een splijtende kracht is, die niet getemd en veilig gemaakt kan worden. Noch door Dworkin, noch door sekspositivisme, De Sade en Hefner.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 8 — 11 minuten

#182

15.04.2026

14.09.2026

Persis Bekkering

Persis Bekkering is auteur van de romans Een heldenleven (2018) en Exces (2021). Ze schrijft literaire – en kunstkritieken voor o.a. NRC Handelsblad, doceert creatief schrijven op ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem (NL), en werkt steeds vaker als dramaturg (o.a. met Benjamin Abel Meirhaeghe).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!