Wim De Mont

Leestijd 6 — 9 minuten

Seizoen ’86-’87

Als u zelf eens een kijkje nam

Etcetera nam in vogelvlucht even het Vlaamse theaterlandschap 1986 – 87 door. Na het voorbije, dorre jaar mag men iets meer verwachten van ‘onze mannen op de planken’. Vandaar, een eerste blik op wat ons te wachten staat.

Een overzicht van het theateraanbod van het seizoen 1986-87. Een indeling dus ook van de Vlaamse theatergezelschappen. En na lang piekeren over zin en (vooral) onzin van de huidige, officiële scheiding tussen A-, B-, C- en D-gezelschappen, en het overwegen van andere indelingscriteria, toch maar de ‘gewone’ indeling behouden, zij het met een aanpassing; elke indeling is hoe dan ook artificieel.

Dus: de repertoiretheaters (de ‘grote drie’), de spreidingsgezelschappen (alsof slechts twee gezelschappen het land rondreizen), de kamertheaters (die bijna alle ook reizen, en waarvan enkele zelfs over twee eigen zalen beschikken) en ‘de rest’: de gezelschappen die met de omschrijving ‘experimenteel- en vormingstheater’ door het leven moeten. Voor het ene gezelschap is dit een betreurenswaardig lot, voor het andere een ironische grap. En dan graaien we nog even in de marge, waar de niet-gesubsidieerde (tenzij d.m.v. de ‘experimentenpot’) gezelschapppen en theatermakers zich ophouden. Niet uit medelijden, maar omdat daar, tussen rotzooi en theaterwerk van verdacht allooi, ook frisse en/of te weinig gewaardeerde theatermakers te vinden zijn.

Repertoire

Over wat het begrip ‘repertoiretheater’ is en/of zou moeten zijn kan men lang redetwisten. Maar aangezien enkel het NTG voor het voorbije jaar een gunstig advies meekreeg van de Raad van Advies voor de Toneelkunst (RAT), wordt het nu écht tijd dat men zich daarover eens bezint. De KNS kreeg een rode kaart (weliswaar symbolisch, want er kwam een nieuwe directie), de Brusselse KVS werd bedeeld met ‘ongunstig’. Wat is de functie van repertoiregezelschappen?

Het NTG pakt uit met interessante teksten: Willem Elsschot, Botho Strauss met een nieuw stuk, De reisgids, Shakespeare (Koning Lear), Gildas Bourdet (Station Service), Alfred Jarry (Ubu Koning) en een musical van Manfred Kage en Stanley Walden. Mooi. Het NTG weet ‘hedendaags’ met ‘traditie’ en ‘ruim publiek’ te verzoenen (cf. ook de bespreking van Occupe-toi d’Amélie in dit nummer). Hernomen worden Peter Pan (in… december), Demonen (in de regie van Herman Gilis, die vanaf dit seizoen samen met Pol Dehert artistiek leider is bij De Voorziening in Groningen) en De koning sterft van Ionesco (ook vorig jaar was dit al een herneming).

De KVS dan. Wat te zeggen? Of toch dit: Senne Rouffaer regisseert twee keer: de seizoenopener De koopman van Venetië van Shakespeare (dus toch gaan kijken) en De revisor van Gogol. René Verheezen regisseert Agnes en God (de film, weet u wel), Marc Bober De tuinman van Paul Coppens, Ronnie Commissaris De wesp van ene William Matrisimone en Nand Buyl Spionnen van Woody Allen, in december.

De KNS dan. Ónder de noemer ‘Wij zetten alles op het spel’ werd een uitvoering en verzorgd programmaboekje uitgegeven. De verwachtingen zijn hooggespannen – dat weet kersverse directrice Ivonne Lex wel (zie Etcetera 13). Shakespeare, Sartre, Pirandello, De Filippo, Von Horvath, het kan wel wat worden. Opener is De feeks wordt getemd van Shakespeare (regie: de Westduitser Karl Vibach), en vermeldenswaard is ook de creatie van De schuldvraag van Roger van Ransbeek (april). Ook hier entertainment troef in december: God schept de dag, regie Anton Peters. U bent gewaarschuwd.

Kunst en geld

Er zijn twee spreidingsgezelschappen (Reizend Volkstheater en Mechels Miniatuurtheater) en vijf kamertheaters. Meng deze categorieën, leg ze op de weegschaal en je bekomt volgend resultaat:

Enerzijds de gezelschappen waar creativiteit en door de band artistiek verantwoorde produkties de bovenhand halen. We vermelden: RVT, het Raamteater van Walter Tillemans en Arca. Het RVT nam vorig jaar een nieuwe start onder directeur Peter Benoy, en mocht er meteen zijn (o.a. met Alles Liebe…). Het Raamteater heeft een nieuw onderkomen in Antwerpen, op ‘t Zuid. Veel hernemingen (o.a. De tuinman van de koning), en nieuw op het programma staan stukken van Shakespeare (alweer, en ook hier als openingsstuk, deze keer Hamlet), Beckett, Gogol en Guido Van Meir (De stoel van Stanislawski).

Regisseurs bij Arca dit jaar (om een of andere reden vind ik de keuze van regisseurs bij Arca belangrijker dan de keuze van de stukken): Marc Lybaert, Jappe Claes, Jules Noyons (NL), Dirk Buyse, Pol Dehert (hoewel die naar Groningen vertrekt), Karst Woudstra (met een stuk van Lars Norén) en Julien Schoenaerts.

Anderzijds gezelschappen waar commercie, artistieke kortzichtigheid, onkunde, saaiheid,… te beleven valt, op enkele toevalstreffers na. Ons oordeel is hard, maar wat hier te zien is getuigt van van weinig fantasie: Fakkel (o.a. een AIDS-stuk, regie René Verheezen), MMT (op één na zijn alle stukken van Vlaamse makelij), Toneelgezelschap Ivonne Lex (9 hernemingen, 9 nieuwe produkties, 2 zalen) en Antigone.

Minestrome

Op één na kregen alle gezelschappen uit categorie D meer geld, van 250 000 fr. voor De Zwarte Komedie tot 1,2 miljoen voor Malpertuis (na een artistiek zeer geslaagd seizoen met De moed om te doden), en zelfs 4,3 miljoen voor het Speeltheater. Iedereen blij dus? Ja, wie overbleef, want vijf gezelschappen werden van de subsidielijsten gehaald.

Het is wellicht overdreven om te zeggen dat alle (theater-)heil van gezelschappen komt die in deze onduidelijke categorie samengepakt zitten. Het voorbije jaar waren ook hier interessante prikkels zeldzaam. Gezelschappen als AKT/Vertikaal, HTP, De Witte Kraai boeien, maar schokken niet (meer), of moeten we uitkijken naar de Bacchanten van AKT, Het stuk stuk van HTP en Manko Kapak of Le diable au corps van De Witte Kraai? (overigens vindt u de mooie tekst van Le diable au corps in deze Etcetera).

Het Brussels Kamertoneel (BKT) krijgt iets meer dan een miljoen fr. bij, maar start pas in december met nieuwe produkties. Intussen is er wel de herneming van Stralende tijden). Er komen samenwerkingen met o.a. de KVS en “Dito’ Dito”.

Het is trouwens opvallend dat binnen deze categorie D vele gezelschappen slechts enkele nieuwe produkties brengen, en daarnaast enkele andere produkties op het programma laten staan; dit geldt vooral voor de gezelschappen zonder eigen zaal.

Tiedrie komt in december uit met Ali, naar Günter Wallraff, in een regie van Eugène Bervoets. Tiedrie start ook wel met kindertheater! Naast Teledeum en Wedloop door de woestijn in 7 etappes is er de nieuwe produktie van de Internationale Nieuwe Scène, Als het ware toevallig een vrouw, Elisabeth (Dario Fo), vanaf 13 september in het mooie Zuiderpershuis, in Antwerpen. Men werkt ook aan een nieuwe tentproduktie. En de Werkgroep voor Vormingsteater (‘Vuile Mong’), die als enig D-gezelschap zijn subsidies een weinig naar beneden zag gaan, werkt aan een project rond politieke vluchtelingen (tekst: Pierre Plateau, regie: Rik Hancké).

Bij Malpertuis vertrekt Robrecht De Spiegelaere (d.w.z. hij werd ontslagen, en het heeft wat gerommeld in Tielt); zeker op het programma staat De getemde feeks van… Shakespeare; later Het beest in de jungle (Henry James) in een regie van Dirk Tanghe, en begonnen wordt met een Multatuli-programma.

Bij de Korre is alles “nog hangende”. Het gezelschap kreeg vorig jaar een rode kaart vanwege RAT, dit jaar werd er behoorlijk gewerkt onder de artistieke leiding van André Vermaercke. Nu krijgt de Korre 1 miljoen meer, Vermaercke werd ontslagen. Dat belooft. In elk geval komt er de creatie van een nieuw stuk van Rudi Geldhof; in totaal wil men drie eigen produkties op poten zetten.

De Zwarte Komedie start in september met de toneelbewerking van De man die werk vond van Herman Brusselmans (Na Slagerszoon Tom Layone is dit nauwelijks een verrassing). Bert Verhoye regisseert. En verder komt er o.a. een programma over de buurt waar Theater Leguit van De Zwarte Komedie is gevestigd: Leguit 15 – 17.

Het spel en de knikkers

Wie van de RAT niet meer mag meespelen: Mannen van den Dam, het Schooljeugdtheater, BENT, Teater Poëzien en het Merksems Kamertheater. De laatste twee gezelschappen werken alvast voort, Poëzien dankzij het vele aantal voorstellingen, het MKT dankzij de Stad Antwerpen. Over Bent is niets geweten (het was de bedoeling dat o.a. Ronnie Commissaris een regie zou gaan doen). De Mannen van den Dam werd via de projectenpot een half miljoen fr. beloofd, en via de Nationale Loterij zou 4 miljoen komen!?, maar dat laatste staat niet op papier. Droomspel van Strindberg (regie: Karst Woudstra) gaat zeker door (première in december), en Max, of hoe of wat in een regie van Paul Peyskens blijft op het programma. De broek van Carl Sternheim (regie: Paul Peyskens) is nog onder voorbehoud. Meer over de achtergrond van deze schrappingen etc. vindt u elders in dit nummer.

Enz. enz.

En tussen de overvloed van losse projecten, soloprodukties, nevenactiviteiten, nieuwe gezelschappen of gezelschappen die bewust buiten het theaterdecreet om willen werken etc, moet u alvast in het oog houden: Blauwe Maandag met Othello, het internationaal samengestelde Wisseltheater met Oû est la béte?, Jan Lauwers / Epigonentheater met We Need to Know, Josse De Pauw met Wolf, Pat Van Hemelrijck met Tout suit, Wim Vandekeybus (ex-Jan Fabre), Guy Cassiers, Marcel Vanthilt met een solo Mijn haar! In brand! (de titel zegt alles, “Dito’ Dito”), Onfijlbaar Produkties met Oostende, de rede voorbij. En AtZ, Commyn/De Bron, Tempel, Teater In Team, Controverse, het Affront, Het Begrip (met J.E.H.A.N.N.E. van Eddy Verreyeken, met Dirk Van Dijck, Dirk Roofthooft en Frie Couwberghs in een regie van Mark Verstraete). Verrassingen, flauwekul en verbazend mooi theater, het kan alle kanten op. Als u eens een kijkje nam, dan is er tenminste wat publiek. Maar vergeet vooral Les Ballets Contemporains de la Belgique niet. Mange p’tit Coucou is écht grappig; laat u niet misleiden door de naam van de groep: het is de nieuwe naam voor de groep rond Alain Platel (zie Etcetera 14).

 

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

Wim De Mont

artikel