De Staat van de Toneelschrijver
Uitgesproken op uitnodiging en ter gelegenheid van Shakespeare is Dead Leuven, 9 juni 2026
Annet Bremen
© Koen Broos
Bestaat er zoiets als ‘the Flemish Dream’? Een huis te renoveren, een hypotheek, een vaste job, een partner, een hobbyvereniging, een leven dat zich afspeelt binnen een straal van twintig kilometer rond je geboorteplek. In Bowling Buffalo bevraagt regisseur Daan Borloo hoe houdbaar dit verlangen naar stabiel geluk is. Hij komt tot dezelfde conclusie als velen onder ons in dit vervallen, laatkapitalistisch systeem: achter elke routine gaapt een existentiële afgrond. Het levert een warm, geestig stuk over nostalgie als overlevingsstrategie, maar de vier straffe actrices lijken soms een radicalere voorstelling te spelen dan de tekst durft schrijven.
De bowlingbaan langs de steenweg waarin Jasmijn, Suzanne, Ramona en Lorelei hun dagen slijten, voelt als een tijdscapsule. Sinds 1994 lijkt er nauwelijks iets veranderd te zijn (niet toevallig het geboortejaar van regisseur Daan Borloo). Vier vrouwen, die al hun leven lang dezelfde bowlingbaan uitbaten, zien hun gebalanceerd, oneindig bestaan plots wankelen wanneer één van hen aankondigt dat ze weggaat. “Niet tijdelijk, maar structureel,” verduidelijkt Ramona (Hanne Timmermans). De buffala’s, zoals ze zichzelf noemen, zijn verstrengeld met het interieur, met elkaar en met de routines die hun dagen structureren. Hun levens zijn opgebouwd uit gewoontes, verantwoordelijkheden en verplichtingen die ooit geruststellend waren, maar ondertussen een andere functie dienen: hun existentiële twijfel op afstand houden.
Wanneer Ramona aankondigt dat ze naar Cuba wil vertrekken om de reis te maken waar haar ouders decennia eerder de tijd van hun leven beleefden, valt het fragiele evenwicht van Bowling Buffalo in elkaar. Niet enkel omdat ze elkaar zullen missen, maar omdat deze beslissing de eindeloze levensmogelijkheden blootlegt. Op dat moment wordt duidelijk dat niet enkel vertrekken een keuze is; achterblijven in de dagelijkse sleur is dit evenzeer. Als die gedachte zich aandient, wordt reflectie over het eigen bestaan onvermijdelijk.
Elk van de vier vrouwen heeft haar eigen strategie ontwikkeld om de sluimerende onvrede het hoofd te bieden. Jasmijn (Kiana Porte) komt elke dag verkleed naar haar werk en klampt zich vast aan de culturele iconen van haar jeugd; vanavond koos ze voor Mia Wallace, Uma Thurmans personage uit Pulp Fiction. In een beklijvende monoloog verdedigt ze haar escapisme door de teloorgang van culturele originaliteit in onze maatschappij te hekelen: ze ontwijkt de zinledigheid, de eindeloze iteratie van dezelfde motieven, de eenheidsworst die onze cultuur geworden is, paradoxaal genoeg door het verleden te blijven beleven. Haar nostalgie blijkt echter minder een liefde voor het verleden dan een weigering om het heden binnen te laten, een weigering om de ontevredenheid over haar gefaalde dromen onder ogen te zien.
Suzanne (Annelore Crollet) leefde dan weer het klassieke Vlaamse droomscenario: een vaste partner en een huis in verbouwing waar ze al haar ontevredenheid op kon projecteren. Nu dit project echter voltooid is, blijkt de belofte van geluk hol. Haar leven heeft een vaste vorm gekregen, en precies daarom weet ze niet meer waarheen. Tenslotte probeert Lorelei (Lien Thys), een alleenstaande moeder, elk moment op te vullen met verantwoordelijkheid: ze combineert haar moederschap met haar werk bij de bowlingbaan, een engagement bij de lokale toneelverenging en de leiding van haar eigen vzw tegen pampervervuiling. Hoe voller haar agenda wordt, hoe zichtbaarder de leegte die ze probeert te vermijden.
“De voorstelling raakt zo aan een prangend maatschappelijk probleem. Nostalgie is vandaag niet louter een esthetiek, maar een overlevingsstrategie. Het verleden wordt een wankel toevluchtsoord. Maar geen enkel K3-reünieconcert dat maatschappelijke desillusie kan verhelpen.”
Het uitgangspunt van Bowling Buffalo is verrassend scherp. De vele herkenbare en ludieke situaties verhullen de ongemakkelijke vraag niet: hoe lang kunnen we blijven geloven dat geluk vanzelf volgt als we de rol spelen die voor ons is uitgetekend? Dat besef wordt het scherpst samengevat in Jasmijns gepassioneerde lofrede op Marco Borsato. Voor haar belichaamt hij een verloren tijdperk van authenticiteit en originaliteit, een moment waarop cultuur nog echt leek en het leven nog niet volledig in herhaling was gevallen. Haar vriendinnen halen die nostalgische fantasie echter genadeloos onderuit. Wanneer blijkt dat De meeste dromen zijn bedrog zelf een cover is van een Italiaans nummer, brokkelt Jasmijns geloof in de uniciteit van haar geliefde jaren negentig langzaam af. Wat begint als een grap over Marco Borsato groeit uit tot een pijnlijke confrontatie met een bredere desillusie: niet alleen haar favoriete muziek, maar ook haar leven blijkt minder origineel dan ze dacht.
De voorstelling raakt zo aan een prangend maatschappelijk probleem. Nostalgie is vandaag niet louter een esthetiek, maar een overlevingsstrategie. Wanneer het heden aanvoelt als een eindeloze herhaling van verwachtingen, verantwoordelijkheden en voorgeschreven levenskeuzes, wordt het verleden een toevluchtsoord. Maar ook dat toevluchtsoord blijkt wankel. Geen K3-reünieconcert dat maatschappelijke desillusie kan verhelpen.
Dit existentiële vertrekpunt krijgt vooral reliëf dankzij het indrukwekkende samenspel van de vier actrices. Kiana Porte, Annelore Crollet, Hanne Timmermans en Lien Thys spelen met een vanzelfsprekende gevoeligheid voor elkaars spel en ritme dat de voorstelling energiek vooruit stuwt. Hun komische timing is trefzeker, hun tekstbehandeling licht maar precies, hun spelplezier aanstekelijk. Ze slagen erin hun personages karikaturaal maar geloofwaardig neer te zetten, waardoor humor en zwaarte verstrengeld blijven en dit klassieke teksttheater uitdagend blijft.
“Bowling Buffalo flirt voortdurend met een uitgesproken feministisch potentieel. Vier vrouwen delen anderhalf uur lang de scène; geen man die de aandacht komt opeisen. Hun gesprekken gaan over zorg, moederschap, connectie, verwachtingen en teleurstellingen. En toch lijkt het stuk telkens terug te deinzen wanneer hun ervaringen een politieke dimensie dreigen te krijgen.”
Toch blijft de voorstelling uiteindelijk iets te voorzichtig tegenover haar eigen materiaal. Hoe langer Bowling Buffalo duurt, hoe meer de komedie de scherpe kanten van haar uitgangspunt begint af te vijlen. De existentiële onvrede wordt benoemd, maar zelden echt ontleed of gecounterd. De levens van de vier personages lijken hen evenvoudigweg te overkomen, terwijl maatschappelijke structuren opvallend buiten beeld blijven. Dat voelt des te merkwaardiger omdat de voorstelling voortdurend flirt met een uitgesproken feministisch potentieel. Vier vrouwen delen anderhalf uur lang de scène; geen man die de aandacht komt opeisen. Hun gesprekken gaan over zorg, moederschap, connectie, verwachtingen en teleurstellingen. En toch lijkt Bowling Buffalo telkens terug te deinzen wanneer hun ervaringen een politieke dimensie dreigen te krijgen. De vraag waarom ze willen wat ze willen wordt zelden gesteld. Het spelplezier tussen de actrices heeft iets inherent feministisch; je voelt dat hier een voorstelling schuilt die kritiek op de sturing en begrenzing van de levens van vrouwen op een publieksvriendelijke manier kan overbrengen. Helaas overstijgt de voorstelling de persoonlijke levens van de personages amper en laat ze structurele, radicale kritieken te vaak links liggen.
Dat is jammer, want er bestaat intussen een indrukwekkende traditie van feministische, marxistische en queertheoretische denkers die precies de belofte van geluk in haar culturele context blootleggen en problematiseren. Zo maakte bijvoorbeeld Sara Ahmed een indrukwekkende analyse van geluk in The Promise of Happiness. Het streven naar een stabiel, gestructureerd leven wordt ons met de paplepel ingegeven, net omdat dit nodig is om het patriarchale en kapitalistische systeem te doen werken. De Flemish Dream van hard werken, onder de kerktoren wonen, huisje-boompje-beestje… draagt dezelfde controlerende mechanismen in zich, zeker voor vrouwen. Helaas breekt Bowling Buffalo dit vat aan maatschappijkritiek niet open; de voorstelling lijkt zich bij haar eigen potentieel neer te leggen in plaats van het ook tekstueel en inhoudelijk uit te diepen en te durven schuren en pijn doen. De actrices lijken soms een radicalere voorstelling te spelen dan de tekst durft te schrijven.
Dit maakt Bowling Buffalo absoluut niet tot een mislukking. Compagnie Cecilia levert, in haar bekende ludiek register, een warme, geestige en bijzonder goed gespeelde voorstelling af, gedragen door vier actrices die in samenspel en overgave geen gebreken kennen. Maar juist omdat het uitgangspunt zo rijk is, blijft het gevoel hangen dat er meer mogelijk was. De radicalere vraag gaan ze te makkelijk uit de weg: hoe worden onze levens voor ons georganiseerd en hoeveel potten met goud aan het einde van de regenboog blijken uiteindelijk leeg? Bowling Buffalo werpt belangrijke beschouwingen op, maar blijft uiteindelijk te braaf om ze te doen nazinderen.
Bowling Buffalo speelt in september in Gent, Antwerpen, Menen en Mechelen, en in oktober in Oostende. Alle speeldata vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.