Sébastien Hendrickx

Leestijd 4 — 7 minuten

Samen in het donker

Over live arts, activisme en artivisme  

Eind mei zat ons land volop in lockdown. Die wierp zowel voor de podiumkunsten als voor de meeste vormen van politiek activisme serieuze obstakels op. Sébastien Hendrickx, zelf dramaturg en milieuactivist bij Extinction Rebellion, stelde zich vragen bij de verhouding tussen de twee praktijken.

Het is 27 mei 2020. De geglobaliseerde norm van de physical distancing bemoeilijkt de samenscholing van lichamen, zowel in de schouwburg als in de straat en op het plein. Wetende dat de pandemie deel uitmaakt van een veel groter verhaal – dat van de razendsnelle en onrechtvaardig verspreide ecologische ontregeling – vraag ik me af: hoe zwaar wegen de podiumkunsten door in de waardeschaal die ‘essentiële’ activiteiten van ‘non-essentiële’ onderscheidt? Leggen we ons in deze kritieke tijd niet beter volledig toe op solidariteitsacties en (aangepaste vormen van) politiek protest? Voor live arts is hoe dan ook geen plaats op een dode planeet.

Vandaag telt Extinction Rebellion 1110 groepen in 68 landen. Het is een grote gemeenschap van illusielozen, burgers die de waarheid van de sociale en ecologische destructie onder ogen willen zien en de sprong wagen naar de ‘praxis’. Wijsgerig pedagoog Paolo Freire gebruikt die term als noemer voor de symbiotische mix van actie en reflectie, twee polen die in een voortdurend proces zowel product als grondstof van elkaar zijn. Waar mogelijk – niet elk land beschikt over evenveel politieke vrijheid – tracht Extinction Rebellion regeringen onder druk te zetten met grootschalige, geweldloze acties van burgerlijke ongehoorzaamheid. Direct succes ligt daarbij niet in het verschiet, en het besef daarvan maakt de weerstand geduldig en veerkrachtig. In de zoektocht naar impact dienen politieke strategieën voortdurend aangepast aan veranderende omstandigheden. Heel wat van onze leden (ook ikzelf) zien de beweging als deel van een laatste kans om de planeet enigszins bewoonbaar te houden.

COVID-19 had de voorbije maanden een grote impact op activisten wereldwijd. Sommige regimes maakten van de crisis gebruik om de repressie verder op te voeren. Sinds de versoepeling van de Belgische lockdown denken we bij de lokale tak van Extinction Rebellion opnieuw na over acties in de openbare ruimte, die tegelijk verstorend zijn en coronaproof.

Wanneer en op welke manieren theaters de deuren terug zullen openen, blijft voorlopig nog onduidelijk. Als dramaturg heb ik het privilege om sommige voorstellingen te kunnen zien ontstaan alvorens ze publiek worden, en met onderzoek en feedback aan dat ontstaan te kunnen bijdragen. Vorige week woonde ik sinds lang nog eens een repetitie bij, in een zo goed als leeg auditorium. Op het podium brachten twee mannelijke dansers-acrobaten een intrigerend duet. Tijdens het nagesprek hadden we het over de invloed van hun onderling verschillende lichaamsverhoudingen op de uitgevoerde bewegingen, de eenvoud van die bewegingen versus hun potentieel tot dansante virtuositeit, het gegenderde karakter van lichaamsposes en welke rol dat aspect zou kunnen spelen binnen de algehele samenhang van de voorstelling,… Dit soort van aftastende, speculatieve gesprekken in het grensgebied tussen het abstracte en het concrete, het samen in het donker aan iets bouwen, had ik enorm gemist. Tegelijk bekroop me de vraag: was dit alles niet compleet futiel tegen de achtergrond van de turbulente buitenwereld?

Een belangrijk deel van de podiumkunstwereld zoekt het antwoord op die verlammende vraag in de vereniging van kunst en activisme, de fusie van esthetische overwegingen en het streven naar aanwijsbare maatschappelijke impact. (Al heeft die fusie soms iets weg van een regelrechte overname …) Normaal gezien verwijst het woord ‘artivisme’ naar kunstvormen die op politiek activisme lijken; in deze context gebruik ik het liever als een koepelterm voor de hooggestemde retoriek rond de ‘politieke radicaliteit en impact van kunst’ – zie daarvoor heel wat cultuurcommunicatie, kunstkritiek en theorie – en de artistieke praktijken die zich daaraan spiegelen.

“Alles – ook kunst – mag dan wel politiek zijn;
politiek is niet alles!”

Het schijnbaar forse artivisme is in werkelijkheid vaak niet meer dan een krachteloos kleinkind van twee verouderde westerse tradities: de historische avant-garde met haar pogingen tot de revolutionaire grensvervaging tussen kunst en leven, en de (klein-) burgerlijke, geïnstitutionaliseerde kunstbeleving. Vandaar de schizofrenie van het institutioneel ingekapselde militantisme. Niet alleen leidt artivisme doorgaans tot esthetische teleurstellingen – zeker wanneer het de doelmatige dramaturgie van de protestactie imiteert; ook als politieke interventie is het contraproductief: (1) het is grotendeels gemaakt voor en door maatschappelijk geprivilegieerden voor wie politieke verandering eerder een indirecte morele keuze is in plaats van een directe levensnoodzaak, (2) het leidt het energetische potentieel van kritiek, actie en politieke innovatie af naar een ongevaarlijke want symbolische context, (3) het blokkeert daadwerkelijk politiek initiatief vaak doordat het torenhoge verwachtingen of gevoelens van uitzichtloosheid oproept bij het publiek. Zonder een voorstel voor een duurzaam strategisch actiepad blijft het een loos gebaar, meer een zaak van subsidiedossiers, kunstenaarscarrières en themafestivals dan van maatschappelijke verandering.

De dubbele teleurstelling van het artivisme verzwakt de positie van de podiumkunsten in het algemeen. Toch is het niet omdat hun politieke kracht soms zodanig wordt overschat, dat zij geen belang zouden hebben! Alles – ook kunst – mag dan wel politiek zijn; politiek is niet alles! Net als activisme kunnen de podiumkunsten volwaardig deel uitmaken van ‘het goede leven’ in de 21e eeuw. Het is mijn overtuiging dat door klimaatverhitting en uitsterving het winstdenken op den duur zal plaatsruimen voor het nutsdenken. Ook dan zal de zingevende zinloosheid van de podiumkunsten geen luxe maar noodzaak zijn. Zo mogelijk zullen we er nog meer naar smachten: naar de rituele ontmoeting, het samen in het donker imaginaire bouwwerken ontdekken, de artistieke ervaring als een individueel-collectieve bron van empathie, troost, herinnering, inzicht, convivialiteit, kwetsbaarheid, rouwverwerking, humor, experiment, speculatie, wijsheid, etcetera.

 

Een Engelstalige versie van deze tekst verschijnt in september in Golden Book V: Why Theatre? van NTGent.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 4 — 7 minuten

#161

15.09.2020

14.12.2020

Sébastien Hendrickx

Sébastien Hendrickx is lid van de kleine redactie van Etcetera, doceert in het KASK en en werkt daarnaast als dramaturg en podiumkunstenaar. Hij vervoegde Extinction Rebellion in maart 2019.