Guy Poppe

Leestijd 8 — 11 minuten

Rwanda 2004, alesbehalve verzoening

Wie de zevende april 2004, in het Amahorostadion in Kigali, tijdens de herdenking van de tiende verjaardag van de genocide, op verzoenende woorden van de president zit te wachten, komt bedrogen uit.

Eerst trekt Kagame van leer tegen België en wijst hij op de historische verantwoordelijkheid die het land draagt met betrekking tot de volkerenmoord. Hij denkt ongetwijfeld aan de identiteitskaarten die de koloniale overheid invoerde, met daarop vermeld of iemand Hutu of Tutsi is. Door die maatregel bevriest ze de in de Rwandese samenleving sinds eeuwen ingebakken sociale mobiliteit, die maakt dat iemand tot Tutsi kan promoveren of tot Hutu degraderen. Wat oorspronkelijk een statusbegrip was, groeide uit tot een vorm van etnische etikettering. In een land dat qua taal, cultuur en religie homogeen is, komt het tot een opdeling in bevol-

kingsgroepen. Door op dat onderscheid te hameren en geleidelijk aan alleen nog de Tutsi-elite bij het bestuur te betrekken, drijft de koloniale overheid de maatschappelijke spanningen op de spits. Tot diep in de jaren negentig houden de Rwandezen die koloniale erfenis op zak, een identiteitskaart met een etnische stempel. In zoverre de moordzuchtige Hutu-milities in de dagen van de volkerenmoord niet gewoon op stereotypen als het uiterlijk afgaan, en hun lange, slanke medeburgers meteen afmaken, hebben ze aan die pasjes een ideaal hulpmiddel om uit te maken of iemand als Tutsi geboekstaafd staat.

Kagame heeft ongetwijfeld nog wat anders in zijn hoofd, als hij België een veeg uit de pan geeft: de manier waarop het in 1959, in de aanloop naar de onafhankelijkheid, die vier jaar later volgt, het geweer van schouder verandert. België steunt dan de zogenoemde sociale revolutie, waardoor de Hutu-meerderheid het van vandaag op morgen voor het zeggen krijgt. In die periode komt er een stroom van Tutsi-vluchtelingen naar de buurlanden op gang. Dan zijn de zaden gelegd voor de burgeroorlog die in 1990 uitbreekt, als vanuit Oeganda een aantal van de zonen en kleinzonen van de diaspora Rwanda gewapenderhand binnenvalt. Het Rwandees Patriottisch Front, kortweg RPF, is geboren, met majoor Paul Kagame als militaire chef.

België heeft niet uitsluitend een historische verantwoordelijkheid

Wat later in zijn toespraak gaat Kagame in op wie er rechtstreeks verantwoordelijk is voor de moord op zeker 800.000 Rwandezen tussen april en juli 1994, voornamelijk Tutsi. Weer wijst hij met een beschuldigende vinger naar België, dat van bij het begin van de genocide alles in het werk stelt om zijn para’s, die de ruggengraat vormen van de Uno-blauwhelmenmissie, terug te trekken nadat er tien van hen tijdens de eerste dag van de slachtpartijen afgeslacht zijn. Maar Kagame accepteert de verontschuldigingen van België. Eerste minister Verhofstadt is zich vier jaar geleden in Kigali plechtig komen excuseren. En vlak voor Kagame het woord neemt, doet hij dat opnieuw, in het Kinyarwanda deze keer. ‘Het valt nu maar te hopen dat België zijn lessen trekt uit hoe het tien jaar geleden gehandeld heeft’, geeft Kagame nog mee.

De afrekening met Frankrijk

Vooral Frankrijk heeft die zevende april, in het Amahorostadion, de boter gegeten. Kagame noemt man en paard. Met een uitspraak als ‘Ils ont sciemment entraîné et armé les soldats et les miliciens qui allaient commettre lin génocide, et ils savaient qu’ils allaient commettre ce génocide’ gooit Kagameeen steen in de kikkerpoel. Hij beschuldigt Frankrijk ervan dat het de Hutu-milities opgeleid en bewapend heeft, hoewel het wel degelijk wist dat die een genocide beraamden. Hij veegt de Fransen ook de mantel uit voor hun militaire operatie in het zuidwesten van Rwanda, voor hoe ze daar een corridor in het leven riepen waardoor ze volkerenmoordenaars, die op de vlucht waren vanuit andere delen van Rwanda, een veilige doorgang waarborgden naar Zaïre, zoals Congo dan nog heet : ‘Les Français ont délibérément sauvé les tueurs sans protéger les victimes‘. De Franse staatssecretaris voor buitenlandse zaken, Muselier, begrijpt de boodschap en verlaat meteen de tribune in het Amahorostadion.

De onzuivere motieven van Kagame

Kagame heeft geen reden om lief te zijn tegenover Frankrijk. In maart is in Le Monde uitgelekt dat er bij het Franse parket een onderzoeksrapport op tafel ligt. Daarin zijn voor Kagame verpletterende getuigenissen opgenomen, die hem persoonlijk verantwoordelijk stellen voor de aanslag op president Habyarimana’s vliegtuig op zes april 1994. Diens dood is het sein voor zijn familie en de legertop om hun moorddadige plannen voor de grootschalige eliminatie van politieke tegenstanders en een flink deel van de Tutsi in Rwandaten uitvoer te brengen. Tegelijkertijd is die avond het overgangsproces in Rwanda, dat op de deling van de politieke en militaire macht met het RPF berust, aan flarden geschoten. Als Kagame inderdaad de opdracht gegeven heeft om met raketten het vliegtuig neer te halen, dan draagt ook hij een grote verantwoordelijkheid voor de start van de genocide. Het is nu wachten op het Franse gerecht, of het stappen onderneemt tegen Kagame. En tegen die achtergrond spreekt het vanzelf dat Kagame, op de tiende verjaardag van de volkerenmoord, allesbehalve verzoenende taal spreekt tegenover Frankrijk.

Maar er is meer aan de hand. Kagame is gewoon geen verzoener. Hij is een machtspoliticus, van wie het optreden machiavellistische trekken vertoont. Dat blijkt al in oktober 1990, als de troepen van het RPF Rwanda binnenvallen, net als het Uno-commissariaat voor de vluchtelingen bijna een regeling voor de vreedzame terugkeer van de Tutsi rond heeft. Bij dat ene voorbeeld blijft het niet. De RPF-rebellen richten bij herhaling bloedbaden onder de Hutu-bevolking aan. En de meedogenloosheid waarmee ze later, eenmaal aan de macht, de restanten van Habyarimana’s leger en de Interhamwe-milities op Congolees grondgebied opjagen, met als argument dat ze een destabiliserende factor zijn aan de grenzen van liet nieuwe Rwanda, verbergt het feit dat vooral economisch profijt aan hun optreden ten grondslag ligt.

De rode loper voor Rwanda

Rwanda krijgt carte blanche van de internationale gemeenschap. Hoewel verscheidene rapporten van Uno-experts in kaart brengen hoe het leger systematisch de economische plundering van Oost-Congo organiseert en de opbrengsten van Congolese diamanten, goud en coltan gebruikt om de oorlog over de grens te financieren, om er daarna nog een flinke stuiver aan over te houden, lijkt niemand Kagame dat ten kwade te duiden.

Ook met de grootscheepse fraude bij de parlementsverkiezingen in september 2003 komt Kagame vlot weg. In zijn bijzijn veegt minister van Buitenlandse zaken Michel de kritische bedenkingen die Europese waarnemers neergepend hebben, met één handbeweging van tafel.

Voor België schijnt het een uitgemaakte zaak te zijn dat met het rapport van de onderzoekscommissie in de senaat -van de hand van toenmalig oppositieleider Verhofstadt- en diens latere excuses als premier, een bladzijde omgedraaid is. Precies op de dag dat Kagame in Le Monde in opspraak komt, rolt de regering in Brussel de rode loper voor hem uit. ‘Niets nieuws gelezen’, zegt Verhofstadt. Als de Canadese generaal Dallaire -in 1994 hoofd van de blauwhelmen- bij de voorstelling van zijn boek, J’ai serré la main du diable, het proces maakt van de Belgische beslissing om in april 1994 zijn para’s terug te trekken (‘Je suis certain qu’ou aurait pit arrêter ce qui se passait dans la capitale‘), dan krijgt hij enkele weken later in Kigali van Michel het verwijt toegesnauwd dat hij een lafaard is. In mei ondertekent minister voor Ontwikkelingssamenwerking Verwilghen een akkoord, het eerste sinds de genocide, dat zijn belofte bezegelt om de komende drie jaar 75 miljoen euro uit te trekken, een forse verhoging. In de praktijk staat België nu al op de tweede plaats wat uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking betreft. Het is duidelijk: officieel België heeft geen behoefte aan een nieuw debat over Rwanda; het heeft onvoorwaardelijk zijn eieren in Kagames mand gelegd. Waarom zou die dan een tegemoetkomende houding aannemen?

Rwanda wil geen nieuw Burundi zijn

In Burundi, een buurland van Rwanda, flakkeren sinds de koloniale tijd de spanningen tussen de gemeenschappen ook op. Het land zit tegenwoordig in de laatste fase van de overgang, die in het najaar moet uitmonden in verkiezingen. Verleden jaar heeft een Hutu, Ndayizeye, het als president overgenomen van de Tutsi Buyoya. Dat is kunnen gebeuren zonder gewelddadige oprispingen van het leger. Aanslepende onderhandelingen hebben dat langzaam evoluerende proces op gang gebracht. Het stokt nog geregeld, als ministers en volksvertegenwoordigers van een gewezen rebellenbeweging dreigen er het bijltje bij neer te leggen, of een nog actieve rebellengroep weer eens enkele wijken van de hoofdstad Bujumbura inneemt. Een Afrikaanse vredesmacht, met troepen uit Ethiopië, Mozambique en Zuid-Afrika, kijkt erop toe dat het zaakje niet uit de hand loopt. De machtsdeling die heel geleidelijk vorm krijgt, tussen partijen die elkaar enkele jaren geleden nog als génocidaires uitkreten, is er pas gekomen nadat de internationale gemeenschap ze gepamperd en gestuurd heeft. Maar laten we het kind zijn juiste naam geven: dit is een overgangs-, en geen verzoeningsproces.

In de periode tussen 1988 en 1993 is dat anders. Verzoening is dan het modewoord. Na het zoveelste bloedbad in de geschiedenis van Burundi -in de zomer van 1988, met alweer enkele duizenden doden-neemt Buyoya, die ook dan al president is, zich voor om een ander politiek bestel uit te tekenen. Dat gebeurt in naam van de nationale verzoening, la réconciliation nationale. Nu nog kun je op godvergeten plekken in het land monumenten aantreffen, die in die tijd opgetrokken zijn om dat proces van nationale eenheid en verzoening te symboliseren. Aan het einde van de rit, in juni 1993, wint de Hutu Ndadaye de presidentsverkiezingen van Buyoya. Machtsafstand. Dat is nooit de bedoeling geweest van de Tutsi-elite in het leger, de politiek en het zakenleven. Van een foute afweging gesproken! Er is, enkele maanden later, in oktober, een militaire coup nodig -die op zichzelf mislukt maar wel de moord op Ndadaye als gevolg heeft-, gevolgd door een burgeroorlog, vóór Buyoya in de zomer van 1996, met alweer een militaire staatsgreep, opnieuw het heft in handen krijgt. Maar om wat te doen…? Precies, om onderhandelingen aan te knopen en na verloop van tijd de macht weer af te staan.

Als Kagame iets geleerd heeft van het Burundese experiment in democratie, uit naam van een of ander streven naar verzoening, dan is het wel dat het in Rwanda geen navolging hoeft te krijgen. De macht grijpen met wapengekletter en dan het pleit verliezen bij verkiezingen? Nee, als de internationale gemeenschap een formele stembusslag oplegt, dan moet de uitslag bij voorbaat vastliggen. In augustus 2003 brengen 95% van de Rwandese kiezers hun stem uit op Kagame. Over de fraude die bij dat Oost-Europees ogende resultaat gepleegd is, doet niemand moeilijk. In het huidige Rwanda is het devies dat geen enkele verzoening het waard is dat ze de macht beknot.

Rwanda kan geen nieuw Zuid-Afrika zijn

De Zuid-Afrikaanse waarheids- en verzoeningscommissie is evenmin een inspiratiebron voor het Rwanda van Paul Kagame. Ze is dat in de jaren negentig wel in Burundi, als Hutu en Tutsi er met belangstelling uitkijken naar hoe Zuid-Afrikanen -zwart en blank, kleurling en Indiër-, die elkaar tijdens de apartheid naar het leven gestaan hebben, met vallen en opstaan tot een regenboognatie proberen uit te groeien. Hoe ze, als pijnlijk onderdeel van dat proces, mensen met bloed aan hun handen de kans geven om hun misdaden te bekennen, waarna de boeken dichtgaan.

Maar in Rwanda ligt het anders dan in Zuid-Afrika. Als de Zuid-Afrikanen in april 1994 -precies in de periode van de volkerenmoord in Rwanda- voor het eerst met zijn allen naar de stembus trekken en er Mandela met een overweldigende meerderheid tot president kiezen, dan is daar een periode van lange, moeizame onderhandelingen aan voorafgegaan. Het is Mandeia’s ANC nooit gelukt om het apartheidsregime op de knieën te krijgen. Over de machtsdeling waarvan de verkiezingen het orgelpunt zijn, sluit het een overeenkomst. Een bijna zakelijk akkoord dat de voormalige verdrukker in het nieuwe bestel nog een tijdlang een post als vice-president garandeert, en ministerportefeuilles. In Rwanda beslecht het RPF de strijd in zijn voordeel. Punt, uit. Dat verklaart voor een goed deel het verschil tussen Rwanda en Zuid-Afrika. En er zijn nog meer verschillen.

In Zuid-Afrika blijft de macht van de elite die in het zakenleven aan de touwtjes trekt, zo goed als onaangetast. Nu nog, twee verkiezingen verder, is economic empowerment van de previously disadvantaged communities programmapunt nummer één van het regerende ANC. In Rwanda is er in de zomer van 1994, als het RPF na de volkerenmoord het bestuur van het land overneemt, simpelweg geen economie meer, geen administratie, geen justitie. En staan de gewassen, rijp voor de oogst, te wachten op boeren die er niet meer zijn.

In Zuid-Afrika heeft een verachtelijk systeem als de apartheid, een misdaad tegen de menselijkheid, op een kleine halve eeuw zo’n tienduizend mensen de dood ingejaagd. In Rwanda zijn er op drie maanden tijd meer dan achthonderdduizend mensen over de kling gejaagd. De meesten afgemaakt met een eenvoudig werktuig als een machete. Een niet te schatten slachtpartij die in de geschiedenis haar gelijke niet heeft.

De wonden, die de genocide in Rwanda geslagen heeft, zijn diep. Als de zevende april van dit jaar in het Amahorostadion in Kigali liederen, gedichten en getuigenissen de herinnering aan die helse periode oproepen, wordt het veel toeschouwers te machtig. Sommigen slaken ijselijke kreten, anderen gaan hysterisch te keer. Ook op een perfect geregisseerde plechtigheid zijn emoties de koele berekening van de Rwandese leiders te sterk af. Het maakt je duidelijk dat verzoening geen draagvlak heeft in het Rwanda van vandaag.

Dat stelt Kagame in staat om met ijzeren hand te regeren. Er is in Rwanda, dat er prat op gaat dat er rust en orde heerst en de economie goed draait, en dat van alle zijden complimenten krijgt voor zijn uitstekende bestuur, geen ruimte voor afwijkende meningen. Er is in Rwanda sprake van een vorm van eenheidsdenken en -handelen die -alweer-aan Oost-Europese toestanden van voor de val van de Muur doet denken. Wie in de contramine zit tegen het RPF is geen opposant maar een vijand die zich schuldig maakt aan divisionisme. Wie zich als tegenstander van Kagame ontpopt, in de politiek of de media, loopt het risico in de gevangenis te belanden, of erger. Habyarimana’s genocidaire kliek die tien jaar geleden van de macht verdreven is, heeft plaats gemaakt voor een regime, dat gekenmerkt wordt door een soms moordende vorm van machiavellisme.

 

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

artikel
Leestijd 8 — 11 minuten

#93

15.10.2004

14.01.2005

Guy Poppe