Ritsaert ten Cate

Leestijd 3 — 6 minuten

Ritsaert ten Cate

Perfo 2 is de titel van een performance festival dat medio mei werd georganiseerd in Rotterdam: performances, installaties en concerten. Ik herinner me een soortgelijk festival, ook in de Lantaren, zo’n drie jaar geleden, waarop een Duitse groep aanwezig was die allereerst een voorstelling van de Italiaanse groep Falso Movimento vrijwel onmogelijk maakte door het uitstorten van grote vaten ruwe olie, om vervolgens halverwege de voorstelling toepasselijk Do Not Disturb genaamd, op bezoek te komen. Zoals dat bij ontworpen interventies gaat is er dan altijd een korte periode waarin het lijkt alsof er niets aan de hand is en datgene dat gebeurt, gewoon tot de voorstelling behoort. De volstrekt dreigende aanwezigheid van het groepje paste in de beeldschone maar onheilszwangere atmosfeer die Hesitate and Demonstrate uit Londen hadden opgebouwd.

Al spoedig bleek dat er iets zeer onplezierigs aan de hand was, het publiek werd verzocht de zaal te verlaten, om vervolgens in de gang aangekomen, uit elkaar geslagen te worden door de inmiddels gearriveerde politie die, zonder aanzien des persoons erop los knuppelde en een formidabele herdershond tussen het publiek op pad stuurde. De werkelijkheid had het theater ingehaald en twee werelden vloeiden in elkaar over. Kunst als reflectie van de werkelijkheid. Of omgekeerd? De gebouwde, gespeelde omgeving, met zorg en inspiratie opgebouwd, in snel tempo weer afgebroken, te niet gedaan. Ik moest er opnieuw aan denken. Bij de titel Perfo ontkom ik niet aan het denken aan gaten. Geperforeerd, doorzeefd. Zadkine bij voorbeeld. Zo doordenkend kom je al snel op ernstige en moedwillige beschadiging.

Ik denk er ook aan wanneer de artotheek, een grote ruimte op de hoek van de Gouvernestraat, waar ook de Lantaren als tegen de bierkaai vechtend kunstencentrum gevestigd is, met twee voorstellingszaaltjes, film en expositieruimte, drukkerij en videoworkshop, wanneer die artotheek dus, voormalige autohandel, door Guillaume Bijl, jawel een Belg, voor de gelegenheid in ere hersteld wordt als autoshowroom voor tweedehandswagens. Occasions. Gebruikt materiaal met ongetwijfeld verborgen gebreken. U weet hoe dat gaat. De handelaar roept met verve een sfeer op die de voormalige eigenaar moet doen geloven dat de handelaar eigenlijk betaald zou moeten worden omdat hij hem helpt dit schroot kwijt te raken. Mevrouw, meneer, alleen aan transport naar de sloop kost me dit al meer dan het als schroot zal opleveren. Poetst hem vervolgens thuis op, na wat er nog behoorlijk aan was, eruit gehaald te hebben om het ding voor een prachtprijs met evenveel verve tweedehands te verkopen. Soms vragen we erom. Soms willen we gewoon bedrogen worden.

Nu we Jacques Lang schoorvoetend heilig hebben verklaard, als tweede zonnekoning zal ik maar zeggen, voor de betere tijden, past wellicht het besef dat het hier om een handelaar gaat die ons die ene opgebruikte tweedehands wagen verkocht die het tegen alle verwachtingen in goed doet. De wagen die, hoewel alle schijn ons eerst anders deed denken, lekker ingereden is en prettig onbeschadigd voortsnort: de wagen die ons moet doen geloven dat het met al die andere wel niet zo’n vaart zal lopen en dat ze allemaal zo goed zijn als ze voor die ene dag in de showroom glimmend gepoetst ogen. Tot je ze gaat gebruiken.

Achter het blinkend landschap van al die occasions gaat waarschijnlijk een gruwelijke waarheid schuil. De banden zien er goed uit maar zijn gerenoveerd, tot op het canvas versleten, het profiel erop geplakt: waarschijnlijk zit er niet eens een motor in, of, zodra je blij gemutst met je koopje op weg wil, ga je door de vloer waar de weggelakte roest zijn vernielende werk al lang volbracht heeft.

Aan Guillaume Bijl de eer een waardig portret te hebben georganiseerd van de bestuursconstellatie van de stad Rotterdam. Eén grote autoshowroom met blinkend bedrog. Ro-theater, Toneelraad, Kunststichting, Lijnbaancentrum, Film International, de Schouwburg en wie zal zeggen wat al niet meer, ooit als trotse turbo’s uitgestald; over jaren aangebouwd nimmer onderhouden. leeggeroofd, doorgeroest. De handelaren waren er slechts om het spel van de handel te spelen. De werkelijkheid heeft het theater ingehaald. Het beeld van Zadkine, Stad Zonder Hart, krijgt een nieuwe, relevante betekenis. Rotterdam, de stad waar alles sneller, beter, grootser gebeurt, ook de afbraak, zonder dat iemand dat lijkt te beseffen, laat staan zich afvraagt waarom en een monument is alweer in aanbouw om dat bombardement te gedenken; een noodschouwburg in de afbraak. Een nieuwe schouwburg, groter, flexibeler, of juist nog minder dan ooit. en waarschijnlijk leger dan waar dan ook. Voor het eerst ook zo’n blinkende heilige koe waar niet eens meer de motor in hoeft, waar de handelaar handenwrijvend omheen zal lopen, voor de zoveelste keer jammerend dat het meer zal kosten het ding aan de gang te krijgen dan de sloop op zal brengen. Opnieuw manifesteert Rotterdam zich grootser, deerniswekkender, zelf het monument geworden dat ons wil waarschuwen dat dit nooit meer mag gebeuren. Wie nu opgewekt eraan herinnert dat het ‘alleen maar’ om Rotterdam gaat (alsof dat op zich al niet erg genoeg zou zijn) heeft ongelijk. Rotterdam komt slechts de eer toe het zoals gewoonlijk sneller en completer te volbrengen. De handelaren krijgen de overhand; één
Jacques Lang maakt nog geen zomer.

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

#7

15.07.1984

14.10.1984

Ritsaert ten Cate