Leestijd 5 — 8 minuten

Een realist die het onmogelijke zoekt: Mathijs Rümke

Toen Matthijs Rümke in 2001 de Driestuiversopera (Brecht/Weill) regisseerde bij het Noord Nederlands Toneel in Groningen, nam hij een aantal beslissingen die cruciaal waren voor de voorstelling en die tekenend zijn voor Rümkes oeuvre: een cast van vrijwel uitsluitend cabaretiers en kleinkunstenaars, een maagdelijk wit decor dat naar niks verwees, een loopplank die de zaal inliep, en een door de acteurs bediende lichtkrant voor geïmproviseerd commentaar. In al die maatregelen werd de maat van deze grote zaalvoorstelling teruggebracht tot kleinmenselijke proporties: performers die zich soepel bewegen in een neutrale omgeving, die veel improviseren, het zichzelf en de medespelers niet gemakkelijk maken, geen ‘vierde wand’ hanteren en die op het publiek inspelen. Tijdens het repeteren verwees Rümke veelvuldig naar het acteren van Maatschappij Discordia (de groep waar hij als acteur korte tijd deel van uitmaakte): een permanent discours met het publiek; de voorstelling is een voorstel hoe het materiaal op dat bepaald moment, op die avond kan aangepakt worden; de acteur verdwijnt niet achter of in het personage, kernopdracht is: zijn op de speelvloer. De tintelfrisse vertaling van Koos Terpstra (scènes) en Han Römer (liederen) deed de rest. De voorstelling werd een snijdend commentaar op de onhebbelijkheden van de derde-millennium-mens, de acteurs/zangers waren op de speelvloer permanent in gevecht met elkaar, de stof en het orkest. De Groningse Driestuiversopera werd een groot succes.

Matthijs Rümke (1954) begon als acteur bij de internationale theaterformatie KISS. Hij was jarenlang regisseur bij de Noordnederlandse theaterwerkplaats De Voorziening, waar hij grootschalige spektakelstukken maakte. Rümke brak in de jaren negentig van de vorige eeuw ook door als regisseur van intiemere voorstellingen. In de tweede helft van dat decennium werd hij artistiek leider van de jeugdtheatergroep Artemis in Den Bosch. Hij drukte zijn eigen stempel op het repertoire van deze groep door middel van een aantal eigenzinnige projecten. Artemis reisde in het seizoen 2001-2002 bijvoorbeeld rond met De Theaterkeuken: het gezelschap ‘veroverde’ steeds een weekend lang een schouwburg met een keten van voorstellingen voor alle leeftijden (van 3 tot 18). Voor dit project schreven Gerardjan Rijnders en Koos Terpstra hun eerste jeugdtheaterteksten. In het jaar waarin Joop van den Ende met zijn ambitieuze (en goeddeels mislukte) musical De Drie Musketiers op de proppen kwam, zette Rümke een eigen versie van dit Dumas-epos neer als een familievoorstelling, op een tekst van de Noord-Nederlandse schrijver Bouke Oldenhof, waarmee hij al eerder had samengewerkt. En hij ontdekte in Den Bosch, de standplaats van Artemis, een aantal industriële locaties die hij gretig bespeelde. Het publiek kon zich in een project als Katharina Katharina en het ganzenbord (op een tekst van Heleen Verburg) vergapen aan podia met een ongekende diepte (tientallen meters), waar zich een samenwerking ontspon tussen professionele spelers en figuranten, een feeërieke belichting en eenvoudige, snel bewegende decorstukken in felle, primaire kleuren. De grote speelvloeren hadden zonder uitzondering de basiskleur waar Rümke klaarblijkelijk verzot op is: het maagdelijke wit, van de onschuld en het ongeduld en vooral, van wat nog niet is ingevuld. In 2005 wacht hem een nieuw avontuur: hij werd benoemd tot opvolger van Johan Simons, als artistiek directeur van het Zuidelijk Toneel/Hollandia, dat bij Rümkes aantreden (augustus 2005) weer ‘gewoon’ Zuidelijk Toneel zal gaan heten.

Rümke voelt zich erg thuis bij de drieslag die Koos Terpstra tot het motto van het Noord Nederlands Toneel heeft gemaakt: de drie a’s van ‘anarchie’, ‘adrenaline’ en ‘amusement’. Hij is overigens helemaal geen populist, net zomin als Terpstra. Hij is wel doordrongen van het besef dat belangstelling voor toneel geen vanzelfsprekendheid is. Toneel is, zoals Peter Brook in 1968 al schreef in The Empty Space, zelfs een ongewenste kunstvorm. De makers zullen voor hun lege ruimte moeten knokken en dienen daarbij gemakkelijke truuks achterwege te laten. Die worden immers snel doorzien. Oh’s en ah’s bij grandioze ruimten, verleidelijke choreografieën, betoverende mise-en-scènes, bizarre kostuums en verrassende acteursbezettingen mogen er wat Rümke betreft best zijn -graag zelfs-, maar de vertellingen die met die middelen worden gemaakt moeten wel eigens over gaan. Rümke is tegelijkertijd verhalenverteller en tovenaar. En graag ook nog boodschapper van ongemakkelijk nieuws. Met uiterlijk vertoon zonder bodem val je als theatermaker snel door de mand. Kinderen zijn allang zijn meest geliefde -want meest kritische- publiek. Flauwekul wordt door een publiek van 3 tot 18 altijd afgestraft.

Inmiddels is Rümke aan zijn afscheid bij Theater Artemis begonnen. In het kader daarvan liep afgelopen voorjaar in de industriële ruïne van de Interpharm-fabriek in Den Bosch de voorstelling De moeder van de mamma van de pappa van de mamma van de pappa… van mijn moeder (kortweg De Moeder geheten), naar een tekst van Paul Pourveur. In Rümkes regie spelen vijf professionele acteurs en dertig figuranten rondom een doorheen de immense ruimte bewegend huis. Hun onderwerp: vijftig jaar Nederlandse geschiedenis -Rümkes leeftijd-, in tweeënhalf uur verteld aan de hand van de belevenissen van negen doorsneegezinnen (vader, moeder, dochter, zoon). Tegen de achtergrond van wederopbouw, watersnood en modern leven (jaren vijftig), liefde en liefdeloosheid (jaren zestig), emancipatie en werkloosheid (jaren zeventig), gebroken gezinnen (jaren tachtig), eenzaamheid (jaren negentig) en het gidsland propvol asielzoekers (begin derde millennium). Het is een typisch Rümke-project geworden. Om te beginnen was het op papier een onmogelijke opgave, want potentieel een geeuwende geschiedenisles die in het theater zoals bekend evenveel kans tot slagen heeft als een sneeuwbal in de hel. Rümke is echter een realist die het onmogelijke eist. Daarbij werd hij om te beginnen op weg geholpen door auteur Pourveur, die een oer-moeder als verteller opvoert, gespeeld door een mannelijk acteur met een ongelofelijke uitstraling: Mathieu Güthschmidt. De oermoeder heet Lucy. Toen archeologen in 1974 een menselijk skelet in de Afrikaanse Gobi-woestijn opgroeven, draaiden ze constant de Beatles-evergreen Lucy in the Sky with Diamonds, vandaar. Lucy, de oudste mensachtige ooit gevonden, kijkt in Pourveurs tekst naar de evolutie van de moderne mens tussen 1953 en 2004 en verwondert zich zonder ophouden. Die verwondering betreft voornamelijk de overlevingsdrift van de mens. De overlevingsdrift zelf herkent Lucy weliswaar uit haar eigen oertijd, maar de middelen en omstandigheden van die drift zijn haar volslagen vreemd.

De op zichzelf niet allemaal even opzienbarende tableautjes van het polderlandse leven in de voorbije halve eeuw krijgen door het commentaar, het meespelen en het observeren van Lucy een wonderlijke schwung, die de voorstelling beslist boven een theatrale geschiedenisles uittilt. De Moeder werd een Grote Vertelling over stuntelen, vallen en opstaan, foute keuzes en vrolijke wendingen. Een epos over het menselijk tekort, verteld op menselijke maat.

Dit najaar begint Rümke aan het tweede deel van zijn afscheid: Theater Artemis heeft het initiatief genomen voor een samenwerking met vijf andere toneelgezelschappen, die allemaal twee voorstellingen zullen brengen over de Spaanse stad Cordoba in het jaar duizend van onze jaartelling. Waarom? Omdat op die plek in dat jaar joden, moslims en christenen vreedzaam samenleefden.

We gaan aan de onstuitbare energie van theatermaker Rümke nog een hoop plezier beleven.

De Moeder

TEKST Paul Pourveur

REGIE Matthijs Rümke

SPEL Roos Drenth, Mathieu Güth-schmidt, Joost Koning, Jorrit Ruijs en Kathenka Woudenberg

DECOR Sanne Danz

KOSTUUMS Arien de Vries

LICHT Gé Wegman

PRODUCTIE Theater Artemis

INLICHTINGEN OVER HET CORDOBAPROJECT VAN THEATER ARTEMIS C.S.: 00-31-73-6123223, info@artemis.nl, www.artemis.nl

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#92

15.06.2004

14.09.2004

Loek Zonneveld

Loek Zonneveld (1948) is toneelrecensent en leraar toneelgeschiedenis. In 2013 ontving hij de ACT Award voor zijn “liefdevolle toneelrecensies” en “het delen van zijn immense kennis op het gebied van de theatergeschiedenis met acteurs”.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!