© Yvan Mahieu

Queen of the Flies – Camping Sunset

De after van de after van de after

Hoe verhoudt theaterkritiek zich tot theater dat claimt onaf te zijn? Hoe luister je naar werk, als dat werk uitnodigt om naar zijn makers te luisteren? Tijdens Theater Aan Zee woonde ik dag 3 en dag 10 van Queen of the Flies bij, de recentste theaterproductie van Camping Sunset, en was getuige van de ontmoeting tussen een diverse groep van drag performers enerzijds en acteurs anderzijds, en van een proces van vallen en weer opstaan. Is dit een feest? Of is dit ‘de after van de after van de after,’ zoals een van de personages suggereert?

Met Lord of the Flies (1954) schreef William Golding een klassiek oefenstuk in naoorlogse bitterheid en desillusionering. In zijn roman spoelt een groep schooljongens na schipbreuk aan op een verlaten eiland. Hun aanvankelijke onschuld krijgt het zwaar te verduren onder machtsspelletjes, wantrouwen en geweld. Eindoordeel? De mens is een moordend beest en uiteindelijk is het ieder voor zich. 

Trouw aan het basisrecept van Camping Sunset ontstond Queen of the Flies in twee weken repetitietijd, gevolgd door een pompende (lees: veeleisende) spelreeks waarin de voorstelling blijft leven en evolueren, voor en met het publiek als getuige. Dag 3, en terwijl de tribune zich vult, strompelt coach Joeri Happel somber de scène over. Dag 10, de voltallige groep danst samen op beukende muziek. Op beide dagen dendert  Rutger Bregman – journalist en auteur van De meeste mensen deugen, gespeeld door Carine van Bruggen – de duin af en verwelkomt het publiek. Eerste indruk? Ergens tussen onbetrouwbare verteller  en stampende kleuter. Bregman is het niet eens met William Golding. In het echt zijn de meeste mensen van nature goed. En dat zal hij bewijzen. Niet met schooljongens maar met drag performers, die met hun gestrande luxe cruise zullen aanspoelen in Oostende. 

We could be sort of…’ ‘Sort of what?’ ‘Beasts? All of us?’ In zijn roman formuleert Golding zijn inzicht nog voorzichtig-ironisch als een vraag. Maar wanneer de eerste queen zinderend aan de horizon verschijnt, duurt het niet lang of ze wordt pootje-lap gewijs uit de spotlight verstoten door een tweede. Het decor van dit staaltje slapstick is een spel op zichzelf: een glooiende duin, waarachter de zee ruist. In de uitgestrektheid van de helling en de serene nieuwsgierigheid van een occasionele avondwandelaar strompelen en spartelen de queens nu mondjesmaat langs de horizon naar beneden en komt de campy overdrijving van hun gestiek goed tot haar recht.

Over moordende beesten gesproken, de queens lijken elkaar levend te willen villen voor een plaats in de schijnwerpers. Uitgedost als ze zijn met al dan niet vrouwelijk venijn schuwen ze geen ellebogenwerk en achterklap in hun slinkse strijd om macht en roem. Hun universum drijft vakkundig, randje cynisch, de spot met het idee van een ongeschonden en veilige ruimte, en bij uitbreiding met iedereen die wel baat zou hebben bij een beetje safe space. Hitsig maken ze elkaar het leven onmogelijk tot uiteindelijk iedereen er onder bezwijkt op de tonen van Peaches’ ‘Fuck the Pain Away

“Wil Camping Sunset de schijnbaar evidente mannelijkheid van gewelddadige taal herschrijven? Door de nadruk op drag in een voorstelling doordrenkt van destructie, roept Queen of the Flies de vraag op hoeveel geïnternaliseerd geweld er verscholen zit in het alternatieve discours van de queens.”

Centraal in het conflict vinden we Kelly en Judas, twee aangespoelde exen die ondanks de lompe onbeholpenheid in hun interacties duidelijk stille passie voor elkaar koesteren. Verwikkeld in een dolkomische strijd rond het leiderschap over het eiland maken de queens elkaar langzaam maar zeker kapot. En Bregman? Die ziet met lede ogen aan hoe een queer discours met invloeden van Lady Gaga, RuPaul’s Drag Race, Shakespeare, of wacht, was het Ex on the Beach – vrolijk wordt opgetild en ingezet als rechtstreekse oorlogstaal. ‘Lak uw nagels, hars uw benen, zet een piercing in uw buik; want we gaan eraan!’ Wil Camping Sunset daarmee de schijnbaar evidente mannelijkheid van gewelddadige taal herschrijven? Door de nadruk op drag in een voorstelling doordrenkt van destructie, roept Queen of the Flies daarnaast ook de vraag op hoeveel geïnternaliseerd geweld er verscholen zit in het alternatieve discours van de queens. Poogt de voorstelling drag te bevrijden van de toeëigening door de structuren waar het zich tegen moet en wil verzetten? Vragen van belang waarop Queen of the Flies geen al te inhoudelijk antwoord weet te formuleren. 

En nog een ander vraagstuk dan. Waar drag queens niet terugdeinzen voor een glamoureus pootje lap hier en daar, eist een theatervoorstelling een collectieve draagkracht, en gunnen de spelers elkaar liefst ruimte en de spotlights; hoe pakt Camping Sunset deze evenwichtsoefening aan? Dag 10 lijkt het credo ‘vallen en weer opstaan’ te zijn uitgegroeid tot de aanzet van een campy spelregister, terwijl het dag 3 nog eerder als een noodlottigheid aanvoelde. De contouren van Queen of the Flies worden zichtbaar naarmate sexy samenspel en overdrijving preciezer worden gedoseerd. Een evolutie in onverschrokkenheid, om het woord evolutie dan toch in de mond te nemen, en in bewustwording. Wanneer de oversekste queens op dag 10 de hilariteit van hun eigen vulgaire moppen zelf lijken te bevatten, giechel ik graag mee. 

“De ontmoeting tussen de drag performers en de professionele spelers (in opleiding) komt naar voren als een grote uitdaging, maar toont zich aan het einde van de reeks ook als potentieel grote kracht van Queen of the Flies.”

Aan het begin van de spelreeks loopt Camping Sunset zichtbaar vast in haar eigen ambities, en lijkt ze de artistieke intenties achter de camp, ironie en pride riot even kwijt te zijn. De ontmoeting tussen de drag performers en de professionele spelers (in opleiding) komt naar voren als een grote uitdaging, maar toont zich aan het einde van de reeks ook als potentieel grote kracht van Queen of the Flies. Met wat goede wil lees je in die ontmoeting het potentieel van een spannende spelersdramaturgie, die zich kan manifesteren wanneer de performers wat minder overweldigd zijn door de realiteit van zo’n spoedproces. Zelf kan ik een dosis oversekste onthechting goed appreciëren, maar dat vraagt even goed om gewortelde artistieke keuzes, om een dramaturgie die serieus genomen wordt in de ontmoeting tussen spelers, drags en toeschouwers. 

“Hoe voldragen is Camping Sunset zeven jaar later?”

Camping Sunset ontstond in 2018 vanuit het radicale verlangen om speelruimte op te eisen voor aanstormend talent. We zijn nu zeven zomers verder, wat blijft er nog overeind van hun radicaal uitdagende format? Het publiek wordt uitgenodigd om de evolutie van de voorstelling mee te maken, als ze tenminste het geduld heeft een tweede of derde keer te komen kijken. Hoe zorg je er dan voor dat de toeschouwer betrokkenheid ervaart bij die evolutie, en het geen spelletje zoek de zeven verschillen wordt?

Met andere woorden: hoe voldragen is Camping Sunset zeven jaar later? De eis om experimentele speelruimte voor jonge makers is zonder twijfel nog minstens even relevant. Maar ik kan het niet laten me af te vragen of de theatersector – hier een soort wolf in schaapsvacht – het format van Camping Sunset misschien te veel heeft laten inburgeren en het zo overbodig dreigt te maken, zonder echter op sectorniveau tegemoet te komen aan hun vragen om speelruimte en ruimte voor ontwikkeling. In welke mate beïnvloedt dat wat er zich op scène afspeelt? Hoeveel ruimte voor experiment en artistieke ambitie, hoeveel mededogen en nieuwsgierigheid van een toeschouwer blijft er over naarmate een radicaal format op die manier door het reguliere theateraanbod wordt opgeslokt? 

Dat Queen of the Flies een opening biedt voor zoveel vragen, getuigt van relevantie en van een zeer levendige hartslag. Maar je moet die hartslag ook voelen, en daar slaagt Camping Sunset ondanks haar sensationele prestatie dit jaar wat minder in. 


In december te zien bij Toneelhuis.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#179

01.03.2025

14.09.2025

Catho De Cordt

Catho De Cordt studeerde Drama aan het KASK, Engelse Taal- en Letterkunde aan de UGent. Ze is schrijver en maker-speler. Momenteel werkt ze aan haar eerste voorstelling, young girls.



Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Theater Aan Zee 2025

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!