Tarotkaarten van Marseille

Leestijd 8 — 11 minuten

Plaats maken voor kwetsbaarheid

Een onderzoek naar veilige gespreksvormen in het kunstonderwijs

Hoe kunnen we aan de kunsthogescholen meer ruimte maken voor de kwetsbaarheden van studenten? In het kader van een onderzoeksproject aan het KASK ging theatermaker Peter Aers een experiment aan met vijf jonge kunstenaars: Plaats maken voor kwetsbaarheid. Met fictie als methodologie dachten ze na over alternatieve safe spaces en gespreksvormen die kwetsbaarheid beter bespreekbaar maken. In deze tekst blikt Aers terug op hun proces en de gesprekken die hij had met docenten en andere kunstenaars.

Kwetsbaarheid

In een eerder toevallig ontstaan gesprek met enkele (podium)kunstenaars die aan het KASK lesgeven, gaf een van hen aan hoe moeilijk ze het vond om ruimte te maken voor de psychische worstelingen van haar studenten. Ze ervaarde de emotionele gesprekken met hen als ‘zwaar’, ze miste de expertise om de rol van hulpverlener op te nemen, en ze vond het opmerkelijk dat deze gesprekken af en toe naar haar werden doorverwezen, ‘alsof ik dat aantrek’. Al snel rees de vraag hoe zij, de docenten, moesten omgaan met psychische kwetsbaarheid, en of deze gesprekken met hen, de studenten, de begeleiding en beoordeling van artistiek werk niet in de weg staan. De daaropvolgende dagen worstelde ik met het woord ‘psychische’, want gaat dit ook niet over hoe systemische contexten kwetsbaarheden veroorzaken, zoals uitsluitingen op basis van ras, sekse of fysieke (on)mogelijkheden?

Tijdens de ontwikkeling van de gespreksperformance The Pain of Others liet ‘ervaringsdeskundige’ Amy De Schutter, die later voor euthanasie koos, me verstaan dat er niet één oorzaak was voor haar (psychische) lijden. Er ontstaat een web waar vormen van discriminatie uit voortvloeien, zoals het onvermogen om werk te vinden, en de bijbehorende eenzaamheid en pijn. Een kennis vertelde me dan weer hoe het stotteren dat hij ontwikkelde als kind hem tot lang in zijn volwassen leven onzeker had gemaakt, hoe het zijn zoektocht naar werk bemoeilijkte, hoe anderen hem intellectueel (inferieur) benaderden en hoe het hem in een depressie deed belanden.

Met deze onderliggende gedachten ontmoette ik vijf studenten van de master drama en performance — Emiel, Yorick, Maïthé, Maria en Tibau — om samen een week lang te werken rond plaats maken voor kwetsbaarheid binnen het KASK, voor studenten én docenten. Want kampen ook docenten niet met gelijkaardige worstelingen? Kunnen we een gespreksvorm ontwikkelen die dit bespreekbaar maakt? En in welke ruimte zou dat kunnen plaatsvinden? Als theatermaker hoopte ik het onderzoek dat we een week lang zouden voeren via scenografie en dramaturgie te sturen, en een nieuwe gespreksvorm te ontwikkelen.

“Als theatermaker ben ik gefascineerd door hoe verhalen ons in beweging brengen, of ze nu aan de oppervlakte liggen (zoals propaganda) of eerder ondergronds te werk gaan en zo mythologieën vormen.”

Binnen/buiten

De oorlog in Oekraïne is op dat moment pas begonnen en een deel van onze gesprekken gaat hierover. Emiel surft op het internet op zoek naar de slagkracht van de NAVO. We merken op dat dit niet zomaar een vorm van afleiding is, dat het om iets fundamentelers gaat: hoe beschermen we ons? In ons achterhoofd speelt niet alleen de invasie door Rusland, maar ook vormen van homofoob discours en bestuur. We praten over de ruimte waarin we ons begeven, en dat deze niet dezelfde plek is voor iedereen. Wat voor mij een veilige straat is in de stad, blijkt dat voor een van ons niet te zijn. We wandelen op verschillende snelheden. Hoe sneller, hoe minder kans om aangesproken te worden op wie je bent — en dan vooral op hoe anders je bent. Hier is onze kwetsbaarheid gekoppeld aan onze fysieke integriteit. We spreken over de rollen en houdingen die we ons aanmeten in deze ruimtes. Over hoe sommige houdingen ons beschermen, en wanneer we kiezen om oogcontact te maken of niet.

We spelen met bepaalde rollen, die ons moeten beschermen, of net niet. Welke rollen zouden we in onze ruimte voor kwetsbaarheid willen innemen, en hoe fluïde mogen die zijn? Hoe kunnen we uit deze vaste rolpatronen stappen? En zou een fictieve of theatrale ruimte ons kunnen helpen om rolfluïditeit toe te staan en op andere manieren met elkaar te spreken?

Crime and Punishment, Peter Aers

Fictie als methodologie

Als theatermaker ben ik gefascineerd door hoe verhalen ons in beweging brengen, of ze nu aan de oppervlakte liggen (zoals propaganda) of eerder ondergronds te werk gaan en zo mythologieën vormen (zoals het neoliberale ‘there is no alternative’). Daarbij vertrek ik vanuit een jump into belief—in tegenstelling tot een suspension of disbelief, die een tweedeling veronderstelt tussen fictie en realiteit. Hoewel er een verschil is tussen een geloof belijden en een geloof koesteren, zou je kunnen stellen dat ze ongeveer dezelfde kracht uitoefenen als het gaat over de gevolgen. De objectieve waarheid of valsheid is niet relevant voor de echte effecten die ze hebben gehad: zo bedreigden vier te bouwen routes in IJsland de natuurlijke omgeving van de huldufólk (een mythologisch volk van ‘verborgen mensen’), die wonen in de vulkanische rotsformaties die door de asgrauwe bovengrond van het eiland steken. De plannen werden daardoor opgeborgen. In mijn gespreksperformance Crime and Punishment weigerden sommige deelnemers het ‘podium’ te verlaten tot de groep een uitspraak zou doen over de verantwoordelijken voor de dood van de koningin in een fictief verhaal.

We kunnen ficties zien als het creëren van ‘strengen’ in wat antropoloog Tim Ingold een meshwork noemt. Daarin dienen lijnen niet alleen om punten te verbinden, maar vormen ze paden waarlangs groei en beweging zich uitleven. De kracht van ficties kan zo worden gezien als het creëren van nieuwe meshworks of netwerken. En deze netwerken, overtuigingen of ficties zijn drijvende krachten in de wereld.

“Ons spreken vormt zich als een onvoorspelbaar web: de hiërarchie van rationeel argumenteren of mooi formuleren wordt onderuitgehaald. We stotteren, twijfelen, nuanceren en spreken onszelf tegen.”

In ons onderzoek richten we ons op het creëren van een fictie, een ‘verhaal-ruimte’ waarin we verschillende rollen kunnen opnemen. Tibau spreekt over hun fascinatie met mycelia en heksenkringen: de cirkels van paddenstoelen die worden gevormd door een ondergronds netwerk van draden van een schimmel. Het Engelse woord mushroom kan een metafoor zijn voor onze zoektocht naar een plaats voor kwetsbaarheid. In Motherhood schreef Sheila Heti: ‘I recently learned that what happens in a cocoon is not that a caterpillar grows wings and turns into a butterfly. Rather, the caterpillar turns to mush. It disintegrates, and out of this mush, a new creature grows. Why does no one talk about the mush? Or about how, for any change at all to happen, we must for some time, be nothing — be mush. That is where you are right now — in a state of mush.

Verfrissend idee: onze gesprekken als een brij. Ergens tussenin: geen rups, geen vlinder. Iets op zichzelf. Ruimte maken voor brij — maar hoe kunnen we in ons spreken mush toelaten? In een gespreksvorm die we uitvoeren, geïnspireerd op Samen denken. Een experiment van de kunstenaarsgroep Building Conversation, lijkt een aanzet te worden gegeven, via een aantal principes en afspraken.

Er zijn drie basisprincipes:

—  we spreken onze eigen gedachten uit (we citeren geen boeken)

—  we spreken zo transparant en open mogelijk

—  de tijd staat vast; ons experiment zal drie uur duren

Ons gesprek heeft:

—  geen vooraf bepaald doel; het verloop van het gesprek zelf is het resultaat

—  geen onderwerp

—  geen moderator; ieder van ons zal even verantwoordelijk zijn

—  luisteren is even belangrijk als spreken

We gebruiken suspensie als leidraad voor het gesprek. We geven niet onmiddellijk uiting aan een impuls; we onderdrukken hem ook niet (zij het positief of negatief), maar plaatsen de gedachte in ons midden en we onderzoeken samen de veronderstellingen en ervaringen.

In ons experiment valt ons op dat we niet alleen inhoudelijk spreken over een aantal onderwerpen, zoals genderfluïditeit en de verwachtingen of verlangens van ouders ten opzichte van hun kinderen. We vertellen ook hoe we ons voelen als er op een bepaalde manier wordt gesproken. Hoe we spreken met elkaar: de ervaring van het spreken zelf maakt onderdeel uit van de inhoud van het gesprek, en het is geen beschouwing of reflectie achteraf. Als een van ons te lang het woord neemt en de anderen geen ruimte laat om mee te denken, wordt ook deze ervaring aangekaart. Ons spreken vormt zich als een onvoorspelbaar web: de hiërarchie van rationeel argumenteren of mooi formuleren wordt onderuitgehaald. We stotteren, twijfelen, nuanceren en spreken onszelf tegen. Is het installeren van codes die bepalen hoe we ons zullen verhouden tot elkaar (spreken, bewegen, rol) ook een vorm van fictie? Maria merkt op dat ze dit alvast wil voorstellen: een seminarie over hoe we spreken. En kunnen we naast het seminarie niet ook al binnen het KASK een praktijk ontwikkelen die deze vorm van spreken oefent?

Crime and Punishment, Peter Aers

Idioritmie

In een gesprek dat ik naar aanleiding van dit onderzoek had met architect en forestier Wim Cuyvers hadden we het over een ontwerp voor een school, waarbij de buiten- en binnenwereld prominent aanwezig zouden kunnen zijn. Typerend voor Wims werk is de plaats die het buiten-zijn kan innemen: zijn ontwerpen zorgen er dikwijls voor dat je in het buiten-zijn hoeken kunt vinden om je te verstoppen voor de autoritaire blik — een soort van omgekeerd panopticum. Wim spreekt over architectuur als ‘dat wat het mogelijk maakt om naar buiten te komen’. Ik bedenk dat goede architectuur een tegengif kan zijn voor agorafobie: geen gebouw om je in te verschuilen maar om naar buiten te kunnen komen.

“Een gespreksvorm met vastgelegde principes, het samen lezen van een fictief kortverhaal, het leggen van tarotkaarten: zulke zaken zetten ons in beweging en laten ons toe onszelf te tonen, niet alleen aan de anderen, maar ook aan onszelf.”

In Montavoix, de refuge in de Jura waar Wim verblijft, ervaar ik een ritme dat mijn inziens het best ‘idioritmie’ benadert. In het seminarie Comment vivre ensemble onderzocht de Franse literatuurtheoreticus Roland Barthes aan de hand van het begrip idioritmie de eenzaamheid en de mate van contact die het individu nodig heeft om te bestaan en een eigen ruimte te creëren. Het ‘in zijn eigen ritme leven’ en daar ruimte voor creëren wordt in contrast geplaatst met de mate waarin een individu nood heeft aan contact met de andere om te kunnen leven. Het lijkt een onvoorwaardelijke gastvrijheid te veronderstellen, dat we onze deur openstellen voor de anonieme anderen, en dat we met hen zonder enige verwachting onze ruimte delen. A home is only relevant when it invites strangers. Ook onze mogelijkheid om kwetsbaar te zijn, lijkt dat te veronderstellen: een radicaal aanvaarden van het anders-zijn van de andere. Wat ook je eigen anders-zijn vooronderstelt, zoals de Amerikaanse dichteres en mensenrechtenactiviste Maya Angelou stelt: ‘You only are free when you realize you belong no place — you belong every place — no place at all. The price is high. The reward is great.

Mijn sense of belonging staat in relatie tot kwetsbaarheid: ergens echt bij horen betekent niet alleen dat ik ergens deel van uitmaak, maar ook de moed heb om alleen te staan als ik daartoe word opgeroepen: als de grap niet grappig is tijdens een familiediner, als ik ergens niet in geloof, enzovoort. Onderzoekshoogleraar Brené Brown koppelt onze sense of belonging aan moed: ‘Your level of belonging will never exceed the level of courage you have to stand alone.’

Every school’s a mush-room

In de week dat we samenwerken, ervaar ik ons samenzijn als een mush-room: waar verschillende ritmes bij elkaar komen; waar we onszelf toestaan om met elkaar te werken zonder garantie op een uitkomst; waar we vaststellen dat het creëren van ficties ons toelaat kwetsbaar te spreken. Een gespreksvorm met vastgelegde principes, het samen lezen van een fictief kortverhaal, het leggen van tarotkaarten: zulke zaken zetten ons in beweging en laten ons toe onszelf te tonen, niet alleen aan de anderen, maar ook aan onszelf.

We onderzoeken en laten verschillende verhalen los in ons midden: een ritueel van stilte en focus, een work-out in een te kleine ruimte die vreemd genoeg een afstandelijke intimiteit teweegbrengt, een gedeclameerde tekst die oproept tot verzet, het delen van een onzekerheid in het creatieve proces, en het samen vanbuiten leren van een stuk gedicht van CAConrad (‘Altered After Too Many Years Under the Mask’) door woorden en zinnen te koppelen aan bewegingen, als een choreografie:

I feel you
judging me for
becoming agoraphobic
in someone else’s house
I forget how I learned to stroll through
grocery stores as though there is no crisis
my elbow cannot touch the middle of my back my fingers though have found every part of me
soon no migration of wild animals will
be unknown to humans we will chart
film record publish archive everything
it gives us something to do while we
annihilate beauty poets shoveling
a quarry that is really an ongoing
crime scene investigation
[…]

Al onze oefeningen maken deel uit van het meshwork. Elke fictie die we in ons midden leggen — hetzij door codes te installeren over hoe we zullen spreken, hetzij door rollen aan te nemen of door samen in beweging te komen — elk verhaal en ruimte die we zo creëren, elk ritme dat we toelaten, maken deel uit van de mush-room. Een zorgvuldig gekozen fictie kan ons in staat stellen kwetsbaar te spreken in plaats van louter te spreken over kwetsbaarheid.

 


Plaats maken is een ‘parcours’ met verschillende passages in instellingen (kunstacademies en kunstcentra, gevangenissen…) en steden. In deze praktijk krijgt de intentie om ruimte te maken voor anderen een artistieke invulling aan de hand van onderzoek en experiment, door samen teksten te lezen en gespreksperformances te organiseren. Plaats maken voor kwetsbaarheid maakt deel uit van het onderzoek In Search of the Female Touch van Sofie Vandamme (KASK). Voor dit traject werden gesprekken gevoerd met onder anderen Wim Cuyvers, Winny Ang, Dora García, Obiozo Ukpabi, en Engagement.


 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 8 — 11 minuten

#168

15.05.2022

14.09.2022

Peter Aers

Peter Aers is een performancekunstenaar uit Gent. Zijn artistieke praktijk tast de grenzen af tussen performance, participatie en reflectie. Peter maakt ook deel uit van het artistieke team van Building Conversation. Geïnspireerd door gesprekstechnieken van over de hele wereld, voert deze groep kunstenaars verschillende gesprekken uit in verschillende steden in Europa.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!