Robo a Gogo

Service to Others

Leestijd 5 — 8 minuten

Petrus / Service To Others: Robo a Gogo

Wayn Traub doopte zijn nieuwe gezelschap Service To Others. Elke overeenkomst met het motto ‘At your service’ van Pim Fortuyn is natuurlijk compleet toevallig, maar er schuilt dezelfde handreiking naar de gemeenschap onder. Petrus wil minder zelfgericht zijn dan Wayn Traub, en zich ten dienste stellen van anderen, van de wereld ook. Net als Jezus ooit.

Wat is een verlosser precies? Iemand die zich dienstbaar maakt en zelfs opoffert voor het heil van anderen, of iemand die daarmee vooral zichzelf op de voorgrond werkt? Bas Heijne trekt in Moeten wij van elkaar houden? één historische lijn van Wagners buitenstaandersfiguren over het beeld van de kunstenaar als eenzame verlosser tot het populisme van Pim Fortuyn. Wat deze personae verbindt, is de idee dat ze hun vastgelopen samenleving de nieuwe weg tonen, en daarvoor uiteindelijk geslachtofferd worden. Net als Jezus ooit.

Alleen al in de naamswijziging van Wayn Traub tot Petrus zit die idee diep ingebakken. ‘Petrus’ verwijst naar de naam die de Ierse monnik Saint Malachy in de twaalfde eeuw voorzag voor de 112de en laatste paus. ‘Nummer 111 is de huidige Benedictus’, legt Petrus uit. ‘Saint Malachy’s voorspelling zegt dat we na deze paus geen paus meer zullen hebben, omdat er een revolutie zal uitbreken, geleid door Petrus The Roman. En tja, ik heb altijd gehouden van die voorspelling, omdat ze zo symbolisch en mysterieus is.’

Met de ‘avatar’ Petrus profileert Wayn Traub zich als voorganger in een ‘spirituele revolutie’. Zijn nieuwe gezelschap doopte hij Service To Others. Elke overeenkomst met het motto ‘At your service’ van Pim Fortuyn is natuurlijk compleet toevallig, maar er schuilt dezelfde handreiking naar de gemeenschap onder. Petrus wil minder zelfgericht zijn dan Wayn Traub, en zich ten dienste stellen van anderen, van de wereld ook. Net als Jezus ooit.

Robo a Gogo toont niet zozeer het resultaat van die metamorfose, maar de metamorfose zelf. Zo treedt bij aanvang een kniehoog robotje aan dat zich Petrus noemt. Zijn verhaal lijkt sterk op dat van Wayn Traub: verloor zijn geloof in instituten, trok op reis en kwam terecht in het Filipijnse Angeles met zijn gogobars, zijn seksindustrie, zijn bezwerende meisjes. Het werd meteen de setting van de voorstelling: een rond danspodiumpje met lichtgevende pylonen, onder spots die even zwoel als splijtend kunnen vieren dat de mens bovenal een lichaam is. Robo a Gogo wil show zijn én bezweren. Robo a Strobo, zeg maar.

Petrus’ verlossing is binnen die rite hoogst meerduidig, misschien zelfs paradoxaal. De vier Filipijnse gogodanseressen die hij sensueel laat kronkelen in hun bikinietjes, moeten hem en ons zuiveren van het westerse rationalisme dat ons in zijn greep heeft. Hun verleidelijkheid is een reinigend bad. ‘The pulse of the dancing, the beats of the music, the flashing of the lights’, aldus robot Petrus, ‘were bringing me back into a world of magical empowerment with in the center of that impulse the naked woman, drunk, innocent, beautiful, sexual, terrible, fragile, unpredictable… evoking a world I missed so much.’

Tegelijk worden deze slangenmeisjes zelf verlost door Petrus. Dat is nu juist zijn nieuwe maatschappelijke dienstbaarheid: hij geeft stem aan hun deerlijke onderworpenheid aan een mondiale, mannelijke uitbuiting. Zo is het enige moment waarop Robo a Gogo een levende persoonlijkheid laat zien, de biecht van gogomeisje Ashley aan God. Ze spreekt haar zonde uit, maar bidt om begrip. Ze is arm, helpt haar familie op het platteland om te overleven.

Wie is in hier op scène in de greep van wie? Wie verlost wie? Nooit lijkt de balans tussen het mannelijke (solo, klein, houterig, steeds aan het woord) en het vrouwelijke (talrijk, uniform, buigzaam, vooral bezwerend lichaam) naar één kant over te hellen. Als een van de meisjes het robotje Petrus omhoog steekt als een relikwie, met zijn armen breed als een gekruisigde zoon, is hij zowel de Allerhoogste als een hulpeloze baby. Is het dat wat Petrus anders maakt dan Wayn Traub? Het besef van zijn innerlijke tegenstrijdigheden?

Intussen is de gogobar een theatertje geworden, waarin Christus’ leven wordt nagespeeld met oudtestamentische maskers, vertraagde groteske gestes, een felrood kruis dat op de rug van het robotje is geladen. In de rol van paus, bekleed met wit gewaad en mijter, treedt rapper Negatibo op. Hij verbeeldt de consecratie van de mannelijke autoriteit, en tegelijk het strenge verbod op lustbeleving dat elke religie in oorsprong mee kenmerkt.

Petrus wil naar die grondslagen terug, en laat zich daarvoor offeren in het laatste deel. Het theatertje wordt een tempel, waarin de vier meisjes als priesteressen in zwarte gewaden zijn robotje aan de vlammen overgeven. Vuur laait hoog op. Het rationalisme verteert zichzelf. De spirituele revolutie blijkt een symbolische zelfverbranding: niet alleen van deze doemtijden – de ondertitel van Robo a Gogo luidt ‘The Apocalypse Remixed’ – maar ook van de artiest formerly known as Wayn Traub. Zijn hergeboorte Petrus bekent zich tot de gemeenschap: een kring van trillende kaarsjes in het duister, in handen van de mystieke Vrouw.

Zoals Bas Heijne aangeeft, typeert dit uiteindelijk zowat elke moderne verlosser: hij predikt dat we ons weer moeten durven overgeven aan die duistere romantische traditie van gevoel en gemeenschap die altijd parallel is blijven sporen met de verlichting, tegen haar viering van ratio en individu in. Het is een bron die Petrus deelt met het eigentijdse populisme, al laaft hij er zich aan met meer rituele vormen, en met veel meer werelds bewustzijn. Toch blijft het vraagstuk dat Petrus oproept, precies hetzelfde als het vraagstuk bij pakweg Wilders. Wie wil deze verlosser precies verlossen? Wat is zijn uiteindelijke oogmerk?

Robo a Gogo is immers een vat vol paradoxen. Petrus propageert controleverlies in een opnieuw meticuleus gecontroleerde vorm, die concentrisch gefocust is op het uitgelichte danspodiumpje. Enige vrijheid is uitgesloten. Ook de Filipina’s die Petrus in samenwerking met de Britse ngo Renew Foundation heeft ‘gered’ van de mannelijke seksindustrie, laat hij achteraf in het foyer opdraven in allemaal hetzelfde kostuumpje met Petrus’ logo. Op scène werden ze al minstens zo opvallend voorgesteld als de vrij inwisselbare objecten van de lustvolle kijk van de zaal. Al wordt die kijk maatschappelijk ingezet, zo’n politieke variant van masculiene schema’s heeft een naam: paternalisme.

Binnen die mannelijke vormtraditie voelt het weinig consistent om je mannelijkheid uit te zweren. Dat Service To Others bovendien zo’n onafhankelijk mogelijke structuur wil zijn, doorgetrokken tot het feit dat zelfs het decor volledig zelfvoorzienend is en geen hulp van buitenaf meer behoeft, is net één grote viering van de verlichte individualiteit. Dient Petrus niet enkel zichzelf, zijn eigen eenzame kunstenaarschap?

Zo’n conclusie zou te makkelijk zijn. Mocht Petrus zo weinig integer zijn, dan waren er veel eenvoudiger manieren te bedenken geweest om hetzelfde rookgordijn op te trekken. Daarbij komt dat deze Petrus juist minder rook spuit dan Wayn Traub, en zijn paradoxen openlijk in zijn voorstelling inschrijft. Wat je in Robo a Gogo dan ziet, is de bijna tragisch volgehouden poging van een kunstenaar om zich in de eerste plaats te verlossen van het primaat van zijn eigen masculiene aandriften, door ze te vergeestelijken, te mystificeren en extreem te stileren. Robo a Gogo is de castratiescène uit Wayn Traubs Maria Magdalena, maar dan in een meer werelds, minder filmisch kleedje.

De mystieke meergelaagdheid van deze rituele show mag dan wat vlakker voelen dan bij Wayn Traub, ook Petrus’ debuut bevestigt de totaal eigen vormstijl van een uitzonderlijk hoog strevende en diep romantische kunstenaar. Zelfs voor wie zich niet laat meedrijven in zijn verlossingsideologie, met zijn roep om totale overgave aan je lijfelijke impulsen, blijft het van zijn theatrale keurmerk intens genieten. Want Petrus’ tegenstrijdigheden, die hebben we allemaal.

verschenen in Etcetera 127 (december 2011)

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#131

15.12.2012

14.03.2013

Wouter Hillaert

Wouter Hillaert is cultuurjournalist, dramaturg en docent aan het Conservatorium Antwerpen. Hij richtte cultuurtijdschrift rekto:verso en burgerbeweging Hart Boven Hard mee op.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!