© Noémie della Faille

Leestijd 5 — 8 minuten

Over deuren en snorren

Groetjes uit Wallifornia

Karel Vanhaesebrouck doceert sinds bijna vijftien jaar aan deze en gene zijde van de taalgrens. Hij volgt de ontwikkelingen in het theater op in beide delen van het land, onder meer via het werk van (oud-)studenten. Nog steeds heeft hij het gevoel te navigeren tussen twee werelden die weinig van elkaar weten, elk met hun eigen discussies, referentiekaders en codes. In zijn column bericht Vanhaesebrouck over het theater in dat andere land, zo dichtbij en toch zo ver.

Een vaudeville is een stuk met veel deuren. De intriges zijn ongeloofwaardig in hun complexiteit, de personages steevast opgefokt door hun onrealistische verlangens. Vaudevilles drijven op misverstanden en toevallige ontmoetingen, niet op een zich gedurig ontwikkelende dramatische lijn. Een vaudeville springt en stuitert doorheen het burgerlijke universum, de wereld van salons, zware meubelen, dienstbodes en buffetpiano’s. En hoe harder die wereld de schijn van fatsoen probeert op te houden, hoe luider de waanzin op de deur komt kloppen.

De vaudeville kent samen met de comédie musicale tot op vandaag een grote populariteit in het Franse taalgebied. In culturele agenda’s voor Parijs zoals L’officiel des spectacles vind je nog steeds een uitgebreid aanbod aan boulevard-komedies die zich op datzelfde recept beroepen. De decors hebben nog steeds veel deuren, het toneelspel is even frenetiek. Ook in Brussel kan je op gezette tijden, bijvoorbeeld in Théâtre des Galeries, een vaudeville zien. Datzelfde theater brengt overigens elk jaar een eindejaarsrevue, naar aloude Belgische traditie, met liedjes, sketches en politieke satire.

Vaudevilles worden aanvankelijk muzikaal begeleid, maar dat element verdwijnt in de loop van de 19de eeuw. Eugène Scribe is tussen 1815 en 1850 incontournable als auteur. Hij injecteert de gestandardiseerde liefdesintriges met suspense en emotie, en besteedt in zijn stukken veel aandacht aan psychologische uitdieping. En, vooral, in zijn handen wordt de vaudeville ook een platform voor sociale kritiek, bijvoorbeeld op de dubbele moraal van de burgerij. De bedienden zijn daarbij van cruciaal belang, als stille getuigen van alle hypocriete en egocentrische gekronkel en gekrakeel van hun bazen en bazinnen. Eugène Labiche en Georges Feydeau verfijnen dat kader. Koltès zal ruim een eeuw later diezelfde ingrediënten inzetten in zijn prachtige stuk Retour au Désert: de vaudeville wordt in zijn handen een vlijmscherp scalpeermes.

Niet alleen de personages in een vaudeville zijn zenuwachtig, ook de taal lijdt aan dezelfde kwaal. De personages praten steevast te veel: hun denken kan niet volgen, woorden stuiteren over elkaar, ze lijken geen idee te hebben van wat hun volgende repliek zal zijn. Het lijkt wel of ze hun eigen dialogen achternahollen. En omdat ze niet weten waar de taal hen brengt, zijn ze gedoemd om zich in hun eigen woorden vast te rijden. Een vaudeville evolueert dus volgens het principe van de domino-strategie: elk woord tikt een volgende omver, en zo gaat het maar door, tot alle stof en alle woorden neergedwarreld zijn. De personages van een vaudeville putten zichzelf letterlijk uit.

In Le Mystère du Gant, recent te zien in Théâtre National Wallonie-Bruxelles, gebeurt dat allemaal en nog veel meer. Alleen: er is nagenoeg geen decor, er zijn geen deuren, en er zijn slechts twee acteurs. En toch is Le mystère een stuk met dertien personages geschreven door een zeker Roger Dupré. De naam suggereert een auteur uit de negentiende-eeuwse burgerij, maar is eigenlijk een grapje van de acteur Léonard Berthet-Rivière, die de tekst schreef en meteen ook voor de regie tekende. Le Mystère du gant is zijn eerste voorstelling en die is meteen een schot in de roos. Samen met actrice Muriel Legrand, twee stoelen, een paar eenvoudige attributen en een doos plaksnorren spelen ze alle rollen. Ze lezen de (lange) regie-aanwijzingen en spelen de scènes soms van het blad, om zich vervolgens als twee kinderen mee te laten slepen door de (spel)situatie. En bij elke dichtslaande deur schieten beide acteurs vanop hun stoel een gat(je) in de lucht.

De intrige van het stuk is eigenlijk niet na te vertellen. Le Mystère du Gant vertelt het verhaal van de twist – ‘vendetta’ zo zegt de programmatekst mooi – tussen Gérard Berni-Mollin en Raymond Duchaussoy (die namen!). De tweede komt zijn lief kidnappen (zijn lief is de echtgenote van de eerste). En Frédéric, de zoon van Raymond, de tweede dus, komt de hand vragen van de dochter van Gérard, de eerste dus. Vader en zoon Duchaussoy hebben met andere woorden lichtjes tegenstrijdige belangen. Volgt u nog? Daarenboven blijkt dochterlief “zwanger tot achter haar oren” te zijn (“enceinte jusqu’aux yeux”). En door die dubbele intrige lopen, zwalpen, stuiteren of vliegen nog een reeks andere, al even kleurrijke personages: een dienstmeisje dat aan geheugenverlies lijdt, een commissaris (verplicht stock character in de vaudeville), een als vogel verklede dokter; de lijst is eindeloos.

Le Mystère du Gant is in de eerste plaats een ode aan de toneelspeler als alfa en omega van het theater. Want de spelers en niet de tekst brengen dit gesjeesde universum tot leven, en ze hebben daarvoor nauwelijks iets vandoen. Berthet-Rivière en Legrand spelen met grote precisie, op de millimeter, en toch wild en vrij. Met veel bravoure beheersen ze het specifieke ritme van de vaudeville, om dan vervolgens met even veel plezier uit de bocht te gaan. Maar misschien nog meer dan de speler zet Le Mystère du Gant de toeschouwer aan het werk. Alles gebeurt in het hoofd van de kijker: die is tegelijk ‘ergens’ (een specifiek universum) en ‘hier’, samen met de spelers. En zowel ‘daar’ als ‘hier’ loopt het danig in het honderd: de snorren kleven niet meer, de attributen raken zoek, en de acteur raken buiten adem. Zo laat het duo fictie en realiteit naadloos in elkaar schuiven.  Dat doen ze door het spelonderzoek van de repetities verder te zetten op de vloer, in aanwezigheid van hun publiek. Alsof ze voor de eerste keer zelf het materiaal ontdekken, alsof ze verbaasd zijn over de woorden die de auteur hen nu weer in de mond heeft gelegd. Net door niet alles op voorhand te fixeren, loert het onverwachtse steeds om de hoek. En zo vallen inhoud en spelsituatie perfect samen.

Zeker, Le Mystère du Gant is een ode aan het genre van de vaudeville, en vooral aan de gesjeesde narratieve constructies ervan. Tegelijk schreef Berthet-Rivière een intelligente pastiche op dit door en door burgerlijke genre. En die pastiche werkt ook. Met zichtbaar plezier buit hij de clichés van het genre uit. Maar tegelijk laat hij ook zien dat de vaudeville meer is dan die clichés. De vaudeville roept ook diepmenselijke, existentiële vragen op, net zoals bijvoorbeeld de slapstick van Buster Keaton of Charlie Chaplin of de Amerikaanse screwball comedies van Howard Hawks. Allen leggen ze genadeloos onze eigen onhandigheid bloot, onze klunzigheid in het samenleven. We lachen dus vooral om onszelf, ook al komt dat besef pas na afloop van het stuk. De lach in de vaudeville is steeds gelaagd. We lachen om de absurditeit van de theatrale situaties, maar we lachen dus ook om onze kleinmenselijkheid. Berthet-Rivière voegt daar een laag aan toe, die van het absurde theater van Beckett en Ionesco. Sommige situaties in zijn stuk zijn niet alleen ongeloofwaardig, maar ook absurd: de dokter met vleugels vliegt plots weg, met als enige spoor een paar pluimen, een bediende ontdubbelt zichzelf. Le Mystère du Gant gaat dus niet alleen gretig aan de haal met de absurditeit van de intriges zelf, maar is ook een existentiële spiegel: we zijn ons eigen gescharrel en gepruts, als kippen in een te kleine ren.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

column
Leestijd 5 — 8 minuten

#169

15.09.2022

14.12.2022

Karel Vanhaesebrouck

Karel Vanhaesebrouck doceert theater- en cultuurstudies aan de ULB en het RITCS in Brussel. Hij is tevens gastdocent aan het ESACT in Luik. Hij is actief als essayist en dramaturg.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!