Océanisé-e-s – de Roovers & Bl!ndman
Alles loopt door elkaar
Natalie Gielen
© Wannes Cré
In Our Century So Far vuurt Mathijs F Scheepers een overweldigende hoeveelheid beelden op het publiek af. Als tussen de fragmenten een rode draad te ontwaren valt, dan is het de spanning tussen authenticiteit versus maakbaarheid, real versus (deep) fake. Scheepers loodst ons als een soort talkshowhost doorheen deze visuele tsunami. Onderweg stelt hij vragen over geweld, over de verifieerbaarheid van informatie, AI en menselijke connectie. Maar daarvoor gebruikt hij zo veel woorden van anderen dat zijn eigen standpunt behoorlijk diffuus wordt.
Twee grote LED-schermen vormen het toneel voor beelden die van apps als Instagram, TikTok en X geplukt zijn. Het is een aaneenschakeling van zeer uiteenlopende fragmenten, met als gemene deler dat ze stammen uit de periode tussen 2000 en vandaag, uit de 21e eeuw tot nog toe dus. Zo zien we de ball drop op Times Square aan het begin van het millennium en de introductie van de eerste iPhone, maar ook minder canonieke taferelen passeren de revue. Wie zoekt naar een duidelijke dramaturgie, is eraan voor de moeite. De montage is een schoolvoorbeeld van nevenschikking, van doom scrolling en overprikkeling.
De aanwezigheid van Scheepers zelf is ook niet zomaar vast te pinnen. Hij transformeert voortdurend. Zo zien we hem een lied van Michael Kiwanuka zingen, gehuld in een bontjas en alligatorhoed. Even later hult hij zich in een strakke blauwe broek met hoge taille en een kanten badpak om het Amerikaanse congreslid Alexandria Ocasio-Cortez te incarneren en wordt hij met behulp van een paar torenhoge hakken eventjes Madonna. De manier waarop hij deze bekende figuren nabootst, is niet louter waarheidsgetrouw. Hij vlakt Cortez bijvoorbeeld af tot een reeks armbewegingen, terwijl hij een speech opzegt waarin Cortez de Republikein Ted Yoho op zijn plaatst zet nadat hij ongepaste opmerkingen over haar had geuit. Er ontstaat al snel een vreemd soort ontkoppeling tussen wat Scheepers vertelt en hoe hij dat doet. Fysiek is hij vaak erg statisch, op het karikaturale af. Doordat hij als speler zo weinig geconnecteerd lijkt met de woorden die hij uit, wordt het onduidelijk waarom hij net deze fragmenten kiest.
“In deze voorstelling is alles potentieel materiaal, maar daardoor vervlakt dat materiaal ook tot inwisselbare bouwstenen van een soms moeilijk te volgen narratief.”
Bij de monoloog van AOC zou je nog kunnen denken dat er een lijntje wordt aangezet over hoe mannen vrouwen behandelen, maar als we vervolgens Madonna over haar kortstondige vriendschap met wijlen Michael Jackson horen vertellen, of een ex-werknemer van Google getuigt over zijn ervaringen met artificiële intelligentie, voelt de som van de delen eerder willekeurig. Het is enigszins vreemd dat uit dit strak gechoreografeerde duet tussen videobeelden en live theater een weinig bewuste keuze spreekt over wat er live gebracht wordt en wat niet. In deze voorstelling is alles potentieel materiaal, maar daardoor vervlakt dat materiaal ook tot inwisselbare bouwstenen van een soms moeilijk te volgen narratief.
Naar het einde toe wordt Scheepers nadrukkelijker. In een scène waarin hij zijn beklag doet over millennials en Gen Z’ers, die volgens hem zowel de ergste als meest progressieve generatie ooit zijn, vervalt de afstand tussen zichzelf en wie hij citeert. Hij betrekt er zelfs zijn eigen vader bij, die in de zaal zit. Scheepers legt ons uit dat wat hij gaat vertellen over ‘zijn vader’ niet over zijn echte vader gaat, maar dat zijn echte vader toch niet opgezet was met de scène toen hij naar een doorloop van de voorstelling kwam kijken. Vervolgens gaat Scheepers helemaal op in een soort halfbakken stand-up monoloog over hoe zijn vader tolerant is geworden tegenover homoseksuelen (‘Zolang ze hem er maar niet bij betrekken!’) maar trans personen toch nog wat ‘ingewikkeld’ vindt. Maar ja, verdedigt zijn zoon hem, ‘dat is nen oude mens he!’. In deze scène kiest Scheepers voor het eerst duidelijk voor een thematische focus: het veranderende discours rond gender en ‘woke’ moeten er aan geloven. De acteur rekent hiervoor op bijval van de zaal, wat bij dit premièrepubliek – dat vooral bestaat uit leeftijdsgenoten – werkt. Het is echter vreemd dat Scheepers een aanloop neemt van zo’n veertig minuten om langs allerlei omwegen bij deze boodschap uit te komen. Het is niet langer duidelijk of hij nog aan het citeren is: zien we hier de ‘echte’ Mathijs Scheepers? Of is dit commentaar op commentaar?
Het einde van de voorstelling maakt zijn betoog niet inzichtelijker. Na een tweede tekst over de toekomst van technologie (met een antropomorfe digitale aap als interviewer) en een resem beelden van mensen die elkaar geweld aandoen, met fragmenten die we herkennen uit Gaza en Oekraïne, houdt Scheepers een kort pleidooi voor hoop. Hij vraagt ons om de aansteker die we bij het betreden van de zaal kregen tevoorschijn te halen en hem te vervoegen in een onvervalst Sportpaleis-moment. ‘Laat het vuur branden’, zegt hij, ‘Maar geeft wel de aansteker terug bij het verlaten van de zaal.’ Er wordt smakelijk gelachen, maar bij de uitgang staat er effectief een suppoost die de ‘hoopgevende’ aanstekers verzamelt.
“Voor wie zich verhoudt tot veelheid en willekeur, lijkt selectie een cruciale sleutel, maar de dramaturgie blijft obscuur voor de kijker.”
Het moment van geforceerd gezellig samenzijn is een vreemde eindnoot in deze overvolle trip. Scheepers wil het hebben over manipulatie, over de maakbaarheid van waarheid, over de moeilijk verifieerbare echtheid van informatie. Hij slaagt deels in dat opzet. Het gevoel van overprikkeling en richtingloosheid weet hij op te roepen door ons te overladen met content en referenties. Maar hij geeft nauwelijks handvaten of inkijk in zijn keuzeproces: waarom zien we net deze beelden? Voor wie zich verhoudt tot veelheid en willekeur, lijkt selectie een cruciale sleutel, maar de dramaturgie blijft obscuur voor de kijker.
Je vermoedt dat je in de laatste paar scènes zijn eigen standpunt te horen krijgt, maar toch blijft Scheepers weinig transparant en persoonlijk. Daarmee reproduceert hij in retrospect vooral wat hij wil aankaarten: dat het steeds moeilijker wordt om bronnen te controleren en te weten wie of wat je nog kan geloven. De boodschap valt samen met de vorm, maar ze versterken elkaar niet: integendeel, ze werken elkaar zelfs tegen.
En wie is deze verteller trouwens, deze master of ceremonies? Is hij echt een verzuurde man van tegen de vijftig die twintigers kwalijk neemt dat ‘vrouwen ook een penis kunnen hebben’? Is hij nu voor of tegen AI? Waarom laat hij het geweld dat we allemaal al kennen van op onze schermen, andermaal zien? Het antwoord op deze en nog vele andere vragen blijft in het midden. ‘Zoek het zelf maar uit’: het kan een interessante artistieke strategie zijn, maar wel een die enkel werkt als de maker zelf wél positie inneemt, zodat je als kijker toch minstens een beetje weet waartegenover je je moet verhouden.
Twintig jaar geleden schreef Marianne Van Kerkhoven in een dialoog met Sara De Bosschere over de zin en onzin van theater: ‘De laatste tijd heb ik veel voorstellingen gezien waarin een heleboel gegevens naast elkaar worden gezet, waarin alles gelijkwaardig is, waarin reliëf ontbreekt, een focus, het innemen van een standpunt of standpunten. Het is zo’n beetje te vergelijken met de informatie die je via internet krijgt: je wordt overspoeld door gegevens die allemaal dezelfde waarde schijnen te hebben, er zijn geen bergen of dalen meer, geen kleurschakeringen, je weet niet meer wat belangrijk is en wat niet. Zo’n beetje als dat psychiatrische geval dat beschreven werd door neuroloog Lurija: dat gaat om een man die een fenomenaal geheugen had, die alles kon onthouden, maar met al die gegevens niks kon doen omdat hij er geen orde in kon aanbrengen. Geschiedenis als het wegen en herwegen, ijken en herijken van gebeurtenissen verdwijnt. Ik zie voorstellingen die een volkomen platte internetmaatschappij tonen. Je moet in het theater uiteraard het beeld van zo’n maatschappij oproepen, maar vandaag heb ik behoefte aan meer dan enkel die uitbeelding, heb ik behoefte te zeggen: “Goed, dat is het beeld, maar wat dan? Wat daarna?”’
Haar woorden blijven tot op vandaag relevant.
Our Century So Far speelt nog in 2024. Klik hier voor de speellijst.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.