Wanda Reisel

Leestijd 35 — 38 minuten

Op de hellingen van de Vesuvius

Op de Hellingen van de Vesuvius is geïnspireerd door bet leven van de Italiaanse dichter Giacomo Leopardi (1798-1837).

Personages.

GIACOMO LEOPARDI, dichter

ANTONIO RANIERI, zijn vriend

PAOLINA, zuster van de dichter

FANNY, een vriendin

DE MOEDER

DOKTER MANNELLA

Op de hellingen van de Vesuvius.
Een kleine, witte, enigszins vervallen villa.

Scène 1

Giacomo

Laat varen alle hoop gij die hier binnentreedt

Al mijn organen

zijn volgens de doktoren

gezond

maar geen ervan kan zonder grote pijn gebruikt worden

tengevolge van een bijzonder sterke en abnormale gevoeligheid die al drie jaar

met de grootste hardnekkigheid van dag tot dag toeneemt

Hier op de hellingen van de Vesuvius

heerst het beste klimaat voor mijn organen

hitte met een goed gerichte bries kou kan mijn lichaam niet velen dus hier

waar de aarde hard is

waar slechts de brem bloeien kan

die de heuvels met haar geur

doordrenkt

hier gedij ook ik

voor zolang het duurt

Daar verderop ligt het huis

waar mijn goede vriend

en zij die zich mijn zuster noemt

de muren herstellen

Het was een dag in achttien…

Hierboven zit ik

en ik kijk naar die twee daar

ik kan mijn mond wel openen

maar zij horen mij niet

ik kan schreeuwen wat ik wil

maar nog horen zij me niet

de lamzakken

Ik ben te ver verwijderd

te ver van ze verwijderd

Het was een dag in achttien… Ik herinner me het verhaal maar niet het jaartal ik weet dat het in de lente was ik weet dat

omdat ik voor het eerst

bloeiende magnolia’s zag

zo’n absurd detail

dat men onthoudt

uit het grote geheel

zo’n bloeiende magnolia

dat is toch waanzin

dat men zoiets onthoudt

en juist niet het jaar waarin het

gebeurde

niet eens bij benadering

het kan net zo goed

tien als twintig jaar geleden zijn

Nu voel ik mij oud

en wanneer ik mijn mond opendoe

hoort niemand me

omdat ik zo oud ben

omdat mijn stem zwak geworden is

omdat ik geen familie heb

omdat ik gevonden ben

op een dag

geboren ben Ík niet

gevonden

onder in een kelder

in een kelder van de aarde bedoel

ik

het leek op een gewone kelder

zo eentje die men in de

boerenhofsteden vindt

zo’n kelder

Het verhaal is bekend

Wij

zeggen ze

wij kennen jouw verhaal toch maar ze weten dat ik me niet goed voel

omdat ik geen familie heb

en dat ik niet gelukkig ben

omdat ik oud word

Hierboven is de wind koud

en toch blijf ik hier

Ik kijk naar de mensen beneden

en nu en dan roep ik

iets als Hela of Ho

maar ze horen me niet

niemand hoort me

omdat ik hierboven zo ver weg zit

daarom

Nu zit ik hier drie en dertig dagen

en ik bekijk de wereld ouder me

en iedere dag is hetzelfde

Ieder moment verwacht ik iemand

die zich mijn zuster noemt

of ook mijn vrouw

maar ik weet niet wie zij is

zij zegt: ik ben het, je zuster

maar ik heb helemaal geen zuster

ik ben het je vrouw

zegt ze ook vaak

maar ik ben toch helemaal niet

getrouwd

of zo iets

Ik vind haar sympathiek

zij die zich mijn zuster

of mijn vrouw noemt

ze is sympathiek

niet alleen omdat ze me eten

brengt

dat is natuurlijk sympathiek als iemand je eten brengt maar het is niet alleen daarom

Paolina De zuster dat ben ik de vrouw

Mij heeft hij nauwelijks opgemerkt

omdat ik om hem heen sluip

terwijl hij aan het kleine bureau zit

en leest in de encyclopedieën

en de andere boeken

Alles van de wereld wil hij weten

alles

maar

heb ik hem gezegd

maar je kan niet alles van de

wereld weten

op zo’n toon

heb ik hem dat gezegd

zoals je tegen een kind spreken kan

Hij zit daar maar

en leest in de encyclopedieën

met zijn been gestrekt

onder de tafel

het been omdat het sleept

dat heeft hij van zijn geboorte af

gehad

dat sleepbeen dat hem pijn doet

dat stijve sleepbeen

maar als hij leest heeft hij geen tijd

om zijn gedachten aan het been te

wijden

dan vergeet hij het been

en heeft hij alleen maar oog

voor de encyclopedie

Ja ik ben dc zuster

de jongere zuster

maar wanneer hij mij ziet

zegt hij:

ik heb geen zuster wie ben jij

Die vragen heb ik zo vaak gehoord

die retorische vragen

ik hoor ze niet meer

ze doen me geen pijn meer

omdat ik zijn zuster ben

omdat ik dat weet

dat is genoeg voor mij

omdat ik het weet

Nu en dart zeggen de mensen:

hoe gaat het met je broer

en dan lachen ze zo’n beetje met

kleine ogen

alsof ik geen broer heb voor mij is dat voldoende om met mijn hoofd te knikken en te zeggen:

met mijn broer gaat het goed

en als ik ze dan mijn rug heb toe

gedraaid

lachen ze

De mensen hier

zijn niet onze vijanden

maar onze vrienden

zijn zij ook niet

We worden geduld

hier op de hellingen van de

Vesuvius

waar het prachtig is

een heel mooie natuur is dat hier

heel goed

heel mooi

heel rustig

Antonio

Goed

heb ik tegen hem gezegd ik zorg voor je ik wil met je wonen in een huis

maar ik heb geen huis zei hij

toen heb ik gezegd:

dan nemen we een huis

op de hellingen van de Vesuvius

en toen knikte hij met zijn hoofd

en heeft hij heel lang met zijn kop

tussen zijn schouders gezeten

zoals een treurige hond kan doen

Hij is een genie

dat weet ik

dat weten de mensen

Niet de lui hier op de Vesuvius

die weten niets

maar de mensen in de steden

die weten het

en ik weet het

dat is genoeg

Sinds een jaar wonen wij hier

aan de voet van de Vesuvius

en hij heeft niet meer

aan zijn pijnen gedacht

niet meer gedacht

aan die vrouwen

en die meisjes

waar hij van hield

maar die niet van hem hielden

misschien omdat hij die bochel

heeft

maar mij

is dat geen doorn in het oog

ik ken zijn genie

waarschijnlijk beter

dan hij het kent

ik hen zijn beste vriend

ik draag hem de hellingen op

waar de brem groeit

de enige struik

die hier op de harde lavabodem groeit

en Ík laat hem de natuur zien Hier

op m’n rug kan je zitten heb ik hem gezegd en de hele middag heb ik hem gedragen de heuvels op

waar vandaan men de dorpen zien kan

Vanwege het sleepbeen kan hij niet ver wandelen

ja, één twee pas voor het huis

maar verder komt hij niet

verder niet mijn genie

ik houd van hem

als van een vader

als van een broer

zijn zuster is later gekomen

van het geboortedorp van mijn

vriend

omdat ze zich zorgen maakte om haar broer

en ook omdat ze de mannen in haar dorp niet mocht

Wij tweeën koken het eten

of maken het huis schoon

wij repareren alles dat kapot gaat

wij beiden

Paolina en Antonio

wij redden het hier

Zij is een goed meisje

als men van een broer houdt

dan houdt men ook van de zuster

dat is toch duidelijk

Giacomo

Antonio

heb je de hamer gezien

Antonio

Hier

Wees voorzichtig

met zo’n hamer kan je iemand de tien geboden in z’n gezicht zetten

Giacomo

Als je niet oppast

Antonio

Als je niet oppast

De moeder

Beschermen moet men de kinderen

beschermen tegen het afschuwelijke

leven buiten

dat vuile

die ellende

de smerigheid

en de armoede

de lammen

en de blinden

beschermen moet men ze

de kinderen

Nooit

niet voor het twintigste jaar

mogen zij het huis verlaten

omdat wij weten

welke smerigheid er buiten is

Leren moeten ze

de broer en de zuster

leren

en zich een voorstelling maken

van hoe de natuur buiten

waarvan zij geen idee hebben

er uit ziet

Zich voorstellen

in beelden

voor ogen zien

dat vereist verstand

en kracht van beelden

in de hersens

die machtige broedplaats hier Hier

in hun kop

moeten de kinderen eerst de wereld leren kennen en dan pas later zien hoe het eruit ziet hoe vuil en smerig maar eerst hier

De energie daarbinnen laten koken

luisteren

begrijpen

de muziek

de mathematiek

de ziel zacht

de huid dik

tegen de smerigheid

tegen de vuiligheid buiten

De kinderen moeten beschermd

heb ik tegen mijn man gezegd

mijn man die zeer eenvoudig is

hij is een geleerde

omdat ik hem de kans daartoe geef

daarom

beschermen moet men de man

en dc kinderen

Ik houd van mijn familie

Mijn man is nu en dan

zeer religieus

ik doe dat met hem mee

Ik ben weliswaar helemaal niet

religieus

omdat ik geloof

dat de dingen praktisch zijn

De mannen weten niet

hoe het huis wordt opgeruimd

als zij studeren

en ze weten helemaal niet

wie het toilet schoonmaakt

daarom geloven die aan een god

terwijl wij

de vrouwen

weten wie dat doet

nietwaar

wij hebben geen tijd voor een god of zulk soort gedachten omdat ik van mijn familie hou omdat ik mijn kinderen

met grote pijn ter wereld heb gebracht

daarom kan ik niet daarom kan geen vrouw in een god geloven daarom

beschermen moet men ze

zo lang mogelijk

maar minstens tot het twintigste

jaar

tegen de kanker buiten weg van de moordenaars

weg van de stinkende mannen en vrouwen

weg van de ellende en de ziektes in een schoon huis moet men ze beschermen de kinderen de man

dat moet men weten dat men hier van binnen leeft

en niet van buiten beschermen moet men dat tegen alles beschermen

Giacomo

Middelmatigheid maakt mij doodsbang

Met mijn vader heb ik gemeen

dat wij zielsveel van boeken houden

dat wij graag lezen

tot diep in de nacht

dat heeft mij vroegtijdig uitgeput

cn mijn lichaam geruïneerd

Mijn vader is wellicht de enige

die mij had kunnen begrijpen

maar te vroeg is hij gestorven

zodat ik hem van later dingen

niets heb kunnen vertellen

De doktoren zeggen

dat ik het lezen moet laten

vanwege mijn ogen

die dat niet meer kunnen verdragen

maar geen enkele dokter heeft

opgemerkt

dat ik het niet zou verdragen wanneer ik niet meer lezen kan ik weet niet wat erger is

De moeder

Mijn man is een maniak

als hobbyist bedoel ik dan

een uitgesproken maniak

in het verzamelen van boeken

Komt hij langs een plek

waar buiten boeken uitgestald staan

dan overvalt hem onmiddellijk een

koorts

en is het hem niet mogelijk

één van de boeken enkel in te zien

hij werpt een blik op de hele stapel

en geeft dan

bescheiden als hij is

opdracht alles

alles

in te laden

een karrevracht vol

en dan thuisgekomen

sorteert hij ze op grootte

en zet ze bij in zijn bibliotheek

onze bibliotheek

waar nu al meer dan tienduizend boeken

keurig opgesteld staan

langs de wanden

toegankelijk voor heel het dorp

dat stel onnozelaars

Zoals vaak bij verzamelaars

heeft dit maniakale aankopen van

boeken

bij mijn man

een vorm aangenomen

die zeer te laken is

maar hij is er tevreden mee

daarom laat ik hem die trek

Paolina

Giacomo

waar ben je

de katten zijn er weer

Antonio

Giacomo Waar ben je Zag je de katten

Giacomo

Er zijn hier hopen katten

die van dit aardse paradijs

een hel maken

Die uitgehongerde lijfjes

waardoor de koker van hun

ribbenkastje

zo goed te zien is

sommige hinken

of hebben sowieso drie poten

Maar dc eenogige katten zijn het

ergst

zij wekken het meest medelijden op

omdat zij iets menselijks uitstralen

zo hulpeloos

en een beetje vijandig

zoals eenogigen kijken kunnen

Wie zoals ik geboren is

met een bochel

en een slepend been

die heeft bij voorbaat

at een achterstand

Wie bovendien

in handen valt van ouders

die het kind tot het ziekelijke aan

willen beschermen tegen een

vijandige buitenwereld

een vijandigheid die het kind zelf

natuurlijk

schromelijk overdreven vindt

iemand die zo geboren wordt

die heeft niet veel geluk

zo iemand is gedoemd

het leven door een glazen ruit te

bekijken

zo iemand kan geliefd zijn in huiselijke kring

maar daarbuiten zal hij nooit liefde vinden

omdat het de familie is die hem

bij wijze van spreken

tot krukken dient

Buiten zullen slechts weinigen

en dan alleen nog tijdelijk

hem tot steun willen zijn

Zo verhouden de wereld van de

familie

en de wereld van de vreemden zich nu eenmaal

Paolina

Giacomo

heb je de eenogige katten gezien er komen er steeds meer

Giacomo

Dat komt omdat je ze te eten geeft dan voelen ze zich gezond en dan vermenigvuldigen ze zich met oog en al

Paolina

Moet ik ze soms om laten komen van de honger

Scène 2

Antonio

Mijn naam is Antonio Ranieri

mijn bezigheden zijn verschillend

ik ben advokaat en afgevaardigde

liberaal en balling

maar echt trots ben ik op het

lidmaatschap

van de koninklijke academie van Napels

voor Archeologie, Letteren en

Schone Kunsten

Dag lieve mevrouw

U heeft een prachtige hals

Fanny

U bent charmant Antonio

Dat voskleurig haar hoe schitterend

Fanny

Voskleurig

U bent exclusief in uw adjectieven

Antonio

Ach

Antonio

Ik heb een vrouw ontmoet in Florence

Ze heeft je gedichten gelezen Giacomo

Lieve god, maak dat die vrouw onmiddellijk hier heen komt Wanneer kan ik haar ontmoeten

Antonio

Ze is mooi maar getrouwd en verder een inspirerend wezen afgezien daarvan is het niets voor mij

Als ze komt zal ik je ondergoed uitwassen

Giacomo

De zalf die op mijn lijf gesmeerd moet

vanwege een walgelijk huideczeem

– de schilfers barsten open

en het vocht druipt naar buiten –

die lijfkalf stinkt zo sterk

dat ik niet zou weten

welke andere hand

dan die van Antonio

mijn huid ooit zal willen strelen

Antonio

Ik besprenkel het nieuwe blauwe pak

dat ik voor je gekocht heb met rozewater als ze komt Ze heet Fanny

Fanny

Voskleurig haar dat gaat ver nietwaar

Antonio

Ik ben van Napels Fanny

Ik ben getrouwd

Mijn man is arts

hebben de vrouwen van Napels

ook allemaal voskleurig haar

Geeft u mij de naam van uw kapper

mijn man zou zijn haar moeten laten

knippen

zoals u het heeft

echt mooi

uw blonde haar

Antonio

Ach

weet u

ik mag u wel

ik zal u voorstellen

aan mijn goede vriend

een geniale dichter

Fanny

Die aan de voet van de Vesuvius woont

Antonio

Die is het

daar woon ik ook

fanny

U ook

Mijn naam is Fanny Targioni

Giacomo

Fanny Fanny

nooit hoorde ik de naam Fanny

Laura ja

Beatrice ja

maar Fanny

Lieve God

laat haar hand

nog een moment

in de mijne

nog niet

nog niet

nog niet

Fanny

Wat heeft U Is hij ziek

Giacomo

Zij noemt mij haar bochelmannetje dat heeft tot nog toe niemand in mijn omgeving gepresteerd om de dingen zo liefdevol

bij hun naam te noemen fanny

ik heb over u gehoord

Ik weet

ik heb u gelezen

U schrijft van die mooie dingen

gedichten

Daar heb ik vaak over gehoord in de stad

u bent geniaal nietwaar

Giacomo

Ik zag haar en ik dacht

hier komt een godheid

sterker dan ik

en zij zal over mij heersen

Fanny

Mag ik uw handtekening De moeder

De broer en de zuster moeten leren daartoe heeft de vader alle boeken ingekocht het ontbijt

dat niet veel tijd in beslag neemt gebruiken zij staande terwijl ik de moeder en de vader

ieder aan een hoofd van de tafel zitten

de kinderen nemen het ontbijt niet te snel

en niet te langzaam tot zich

meteen daarna begeven zij zich

met de vader

naar de studeerkamer

waar de boeken zijn

Elke dag een boek

dat is de regel

en daar houden zowel de kinderen

als de vader zich aan

Het leren gaat door tot het

middageten

de kinderen kunnen dan plaats nemen

op de stoelen met de hoge rug

stil en rechtop zullen zij zitten

alleen de handen en de armen

zullen bewogen worden

om het warme eten tot zich te

nemen

Het lichaam

waarin zich immers ons

darmverteringsstelsel bevindt

mag op geen enkele manier

verstoord worden

een goede spijsvertering

is de basis voor een helder hoofd

dat hebben wetenschappers

meerdere malen bewezen

dat lijdt voor mij geen enkele twijfel

De vader zal niet te streng

maar zeker niet te meegaand

optreden tegen de kinderen

De bevelen van de moeder zullen

kort en beperkt zijn

en zich aan tafel altijd via de vader

tot de kinderen richten

Zo krijgen de kinderen al jong het

besef

dat de moeder en ook de vader

er zijn om gerespecteerd te worden voor alle gaven die ze de kinderen laten genieten

Respect zal de kinderen bijgebracht worden

door zowel de vader als de moeder

Hierna neemt het leren weer een aanvang

tot het begin van de avond

De kinderen nemen voor het slapen

gaan

een stuk brood

daarna doven de lichten

Door de uitgewogen balans van het

voedsel

in het darmstelsel zal de slaap kort en verkwikkend zijn Mets

geen storend

en geen onheilig geluid

van buiten

zal naar binnen doordringen slechts op die manier wordt zuiverheid behouden en bescherming gewaarborgd slechts op die manier

Giacomo

Paolina

Er zijn weer nieuwe katten die ook eten willen

Paolina

Dat mijn broer hier is

maakt voor mij veel goed

ik zou niet hebben geweten

wat ik anders had gemoeten

Waarschijnlijk was ik getrouwd

met een van die puistige jongens

uit ons dorp

maar niet uit vrije wil

Of in de kost bij vreemden

bij wie ik al evenmin gelukkig zou

zijn geweest

Nee ik weet precies hoe ik geëindigd was

troosteloos en grauw zoals oude vrouwen eindigen in verwarring en met vreemde kleren aan

droog grauw haar dat vormloos aan

mijn hoofd hangt

ik maak me geen illusies

hoe dat eind eruit zou zien

Maar hier bij mijn broer

ziet het er anders uit

heel anders

en dat bevalt me

Ik vind het geen schande

hem zijn eten te bereiden

het is mijn doel niet in het leven

een doel heb ik überhaupt niet meer

dat is het eenvoudige recept

ik kan wel zeggen

vandaag loop ik naar die en die boer en ik haal een mand tomaten als u dat een doel noemen wilt is het mij best

Tomaten

die kunnen een doel zijn zeker

en de bereiding

hoe ik de saus maak

dat is mijn geheim

de rest is quatsch

Geheimen moet men hebben

ook al betreft het hier tomaten

daar wordt het leven pas

raadselachtig van

De wortel voor de neus

dat noem ik de levenswijsheid

het leven als een goede soep

men vraagt niet wat er in zit

men eet

zoveel weet ik van filosofie Vlees

of geen vlees vandaag

Giacomo

Geen vlees

vandaag walg ik van vlees

Gebak

of ijs

en dan morgen weer vlees Paolina

Je weet dat Dr. Mannella je alle zoets verboden heeft

Giacomo

Dr. Mannella is een oppassend man geen suiker geen honing geen noga geen ijs

Dat is onmogelijk dus vandaag gebak en ijs

Paolina

Maar

Giacomo

Geen woord alsjeblieft

Paolina

Een temperamentvol karaktertje dat was vroeger al het geval

Giacomo

Ik geloof

wij stammen uit een ongelukkig geslacht

mijn zuster heeft al evenmin geluk in de liefde

mijn vader verstofte zowat

in zijn grote bibliotheek

en mijn moeder haatte deze aarde

sowieso

die verheugde zich liever meteen in de hemel

Twee gevangenissen ken ik van nabij

de een mijn geboortehuis

waar geen steen mij onbekend was

aan die vervloekte muren

die me beletten de dingen te zien

En later

misschien te laat

mocht ik in alle vrijheid ontdekken dat mijn eigen lichaam de andere hel was

ongeschikt voor alles wat men

buiten doet

Dus vaak begeef ik mij

in het dal van onverschilligheid

waarin ik me schuilhoud

en in die onbeweeglijkheid vind ik

mijn geluk

de vlucht omhoog

de spinsels van mijn verbeelding

achter horizonten en door wolken

heen

zie ik met mijn slechte ogen goed oneindiger dan hier beneden En in die zee

lijd ik graag schipbreuk

Ik bezit een lichaam

dat van pijn nauwelijks meer kan

leven

mei daar boven -op een hoofd

dat alles aan moet zien

In de straten van Napels

en vooral bij Vito’s

eet ik zoveel mogelijk ijs

en ik hoop intussen vurig

dat de cholera me op zijn weg zal

meenemen

Paolina

Voor ijs gaat mijn broer vaak uit soms tweemaal op een dag dat lijkt nog zijn enig genot wanneer hij in het donker van zijn kamer zit

in een van zijn zwarte buien

en hij denkt aan het ijs

dan sluipt hij als een kleine jongen

het huis uit

naar Vito’s ijssalon

om daar grote hoeveelheden ijs te

eten

en te kijken naar de meute die voorbij trekt

Giacomo

Er is een kind binnen in mij

dat drenst en zeurt

samen gaan we op weg naar de stad

om het ijs te kopen

Ik moeizaam lopend

en het kind stampend van ongeduld

Het heerlijke ijs

vaak is die gedachte

alleen al

voldoende

Scène 3

Antonio

In Florence heb ik in het theater Madalena Pelzet gezien

Fanny

Is dat niet een actrice

Antonio

Ja

en ik denk dat ik verliefd op haar ga worden

Fanny

Doe dat niet

je weet toch dat ik je

op mijn lijstje heb

Giacomo

ik ben bang voor zulke woorden ik ben bang voor zulke mensen die zulke woorden uitspreken kunnen

die spreken over mensen als over eieren

Fanny

Is hij ziek

Giacomo

Verontschuldigt U mij

mijn ogen doen pijn

en mijn been en mijn rug

verontschuldigt u mij alstublieft

Antonio

Hij is soms zo alleen met zijn pijnen

dat ook vaak ik die hem zo na staat

hem niet helpen kan

hij is zo gevoelig

en bovendien nog maagd

Fanny

Als sterrenbeeld

Antonio

Nee

wist jij dat Madalena Pelzet de actrice

ook Lenina genoemd wordt Le-ni-na alsof je tong een trapje afgaat

Giacomo

hoog in het huis

In de spits van het huis zogezegd en het dak zal van glas zijn zodat ik in de nacht kan kijken om de sterren te tellen

en hun formaties te zien

sirius

cassiopeia

en het zwaard van orion Het dak zal van glas zijn men moet weten wat er buiten gaande is

Fanny

Is hij ziek

Antonio

Nee hij reciteert een paar van zijn gedichten

Fanny

In de stad had ik al gehoord over deze dichter die aan de voet van de Vesuvius moet wonen

dat heeft mijn nieuwsgierigheid gewekt

alleen nieuwsgierigheid

heeft me onmiddellijk

in gesprek gebracht

met deze Antonio Ranieri

deze prachtige man met blonde

krullen

en nu heeft deze nieuwsgierigheid

me hier gebracht

op de hellingen van de Vesuvius

waar zij wonen

de dichter en de vriend

Bij mij gaat alles zo eenvoudig

ik zoek diepgang

en bij de Vesuvius vind ik het

De dichter is mooi melancholisch en

geniaal

de ander is charmant

dat zijn zo van die eigenschappen

in vrienden

Giacomo

Denken denken vasthouden de gedachten

zo lang mogelijk vasthouden het hoofd vol woorden woorden die gedachten vormen Dat heb ik altijd al gehad zodra ik spreken kon zodra mijn ogen konden lezen dat dc woorden die ik denk in mijn hoofd door elkaar lopen honderdduizend woorden kruipen als mieren door m’n kop ik schreeuw ze hier tegen de hellingen

en ze ketsen tegen de droge lavasteen

met die woorden splijt ik de aarde met die hardgeschreeuwde woorden maak ik een barst in de aarde een barst die langzaam openschuift uitdijt

groter wordt

de huid van de aarde splijt tot ik in het binnenste kan zien het rode hete

brandende binnenste van de aarde

Hoe ik daar sta aan de rand van die barst

ik die met mijn woorden een wond geslagen heb

in de aarde Fanny

Waarom zit hij met zijn vingers in zijn oren

Antonio

Hij luistert naar zijn innerlijke stem Fanny

Misschien wil hij ons niet horen, lieveling

Antonio

Misschien is dat het, lieveling

Fanny

Kus me

Giacomo

kus me asjeblieft

De moeder

Al vroeg heeft mijn zoon voor het slapen gaan

gebedeld om een kus van mij

zo klein als hij was

zodat hij helemaal niet weten kon

wat dat wil zeggen

een kus

gebedeld heeft hij

Ik moest hem elke avond voor het

slapen gaan

een kus brengen

zulke eigenaardige gewoontes

heb ik mijn zoon zo snel afgeleerd

een hand op zijn hoofd kan hij

krijgen

een moment

niet langer

want van kussen voor het slapen gaan

krijgt het kind een ongezonde hang naar warmte en verwenning

Met gevoelens is het net zo als met geschenken

te veel van het goede maakt het kind

tot een onuitstaanbaar kind en later tot een onuitstaanbare volwassene

dat hebben mijn man en ik altijd voorkomen

nuchterheid moeten de kinderen leren

niet de decadentie van de gevoelens gevoelens zijn gedegenereerde uiteinden

van het zenuwgestel

die dienen nergens toe

Het lichaam moet een bastion zijn

heb ik mijn zoon gezegd

ook al was hij nog maar klein

en smeekte hij me om die kus

het lichaam moet een bastion zijn

dat men moet oefenen

de kinderen zullen niet

onvoorbereid

de wereld in gaan

Gevoelens zijn barrières op hun

rechte weg

De affecten tussen ouders en kind zullen terughoudend zijn omwille van de geestelijke hygiëne De onbuigzaamheid van de ouders sterkt de persoonlijkheid van de kinderen

de familie bestaat alleen bij gratie van de afstand tussen de familieleden

zonder dat verliezen wij ons respect en zonder het respect verliezen wij onze ruggegraat daarom

en daarom alleen

heb ik mijn zoon de kus verboden

Fanny

Kus me alsjeblieft Antonio

Waar is Giacomo Fanny

Die maakt het dak

Antonio

Dan kus Ík je

Giacomo

De hamer! De hamer! De hamer!

de hamer valt

Scène 4

Giacomo

Ik stel me voor

het portaal zal van glas zijn

met deuren die naar buiten open

gaan

rondom zien wij de landerijen

en de wijngaarden

die droge natuur van de Vesuvius

twee ligstoelen staan in die erker

alles rondom van glas

de zon staat op aan de andere kant

van het huis

zo is het aangenaam en koel in ons portaal

jij en ik zijn heel oud stokoud

maar onze ogen zijn nog goed

De twee ligstoelen staan dicht naast

elkaar

en uren lang zitten wij daar

en zeggen niets

we kijken naar de natuur

Antonio

En we lezen heel langzaam

een paar bloedmooie zinnen

uit een boek

Op een klein tafeltje

staan twee glazen met ijsthee

Dc ijsblokjes tinkelen

en jij zegt

‘alles hetzelfde

alleen anders’

en ik knik

Giacomo

We buigen naar elkaar toe

en vergelijken de levervlekken op

onze handen

dan leunen we weer achterover

we bekijken het landschap

dat al die tijd hetzelfde is gebleven

Antonio

Vanavond zie ik Lenina Giacomo

Je gaat weer naar Florence Antonio

Ik moet haar zien Binnenkort gaat ze op tournee Fanny blijft hier

Ze is buitengewoon geïnteresseerd in je gedichten

Giacomo

Ah, de liefde op papier

die ken ik al zolang

aan duidelijkheid geen gebrek

als een boodschapper van de goden

heeft hij Fanny hier bij me

neergelaten

maar niet één moment

is ze met mij alleen geweest

zonder zijn naam te noemen

Uiteindelijk gaat dat bij mij altijd zo

dat de dames in mijn gezelschap de namen van andere mannen noemen

De personages wisselen maar het landschap blijft gelijk Deze stoelen deze sofa

die hier al voor ons stonden op dezelfde plekken zullen zij blijven staan

terwijl ons leven voorbij trekt

en na ons zullen weer anderen zitten

op die stoelen

op die sofa

Liefde

dat is nog het enige

dat het leven aangenamer maakt

dan de dood

Intussen slaat de slinger van de verveling

Waarom ga je juist nu

Antonio

Ik moet

Ik houd het niet meer uit Giacomo

Fanny is van jou net gecharmeerd zolang jij hier blijft blijft zij

begrijp je dat dan niet zonder jou zijn Fanny en ik twee woorden

die geluidloos tegenover elkaar staan

zonder jou zijn wij stom als een komma

minder dan een gedachtenstreepje

We moeten nog zoveel doen

het huis heeft ons nodig

kijk die wanden eens

die hebben koestering nodig

verf

liefdevol opgebracht

en deze geteisterde vloer

die heeft onze verzorging nodig

Antonio

Het is maar voor een paar weken Ik moet gaan

Zoals jij op sommige ogenblikken een onbedwingbaar verlangen hebt naar ijs

er midden in de nacht voor zou willen opstaan

en er te voet kilometers voor af wil leggen

zo gaat dat bij mij met vrouwen geloof me het is beter zo ik zou je stierlijk vervelen ais ik bleef

iedere gedachte ieder gebaar van wie of wat dan ook zou me aan haar doen denken geloof me

het is net zoiets als met jou en het ijs

Ik wil haar hebben

Giacomo

Mijn Ranieri

je zult me nooit in de steek laten nooit je liefde laten bekoelen ik wil niet dat je je voor me opoffert integendeel

ik wens vurig dat je eerst en vooral

doet wat goed voor je is

maar wat je ook mag besluiten

jij zal het zo inrichten

dat we voor elkaar kunnen leven

of tenminste ik voor jou

Tot ziens mijn ziel

ik druk je dicht aan mijn hart

dat op elke mogelijke manier

eeuwig het jouwe zal zijn

Scène 5

Giacomo

Ik moet iets bekennen

ik heb geprobeerd iemand om het

leven te brengen

daarom zit ik hier

33 dagen hierboven

Ik heb iemand om het leven

proberen te brengen

die ik sympathiek vond

hij was hard

ik bedoel zijn lijf was hard

zijn vel was heel stug

het was moeilijk om een mes

in die stugge huid te steken

het was moeilijk

het was een moeilijke opdracht

wou ik maar zeggen

ik had niet gedacht

dat iemand om het leven brengen

zo moeilijk was

zo veel weerstand zou geven

dat het vel zo hard en stug is

dat het mes er niet diep genoeg in

stoot

dat was een sympathieke kerel die kerel

een echte mensen zoon Gewoonlijk zou ik iemand die sympathiek is

nooit om het leven brengen

dat is toch duidelijk

De vrouw die zich mijn zuster

noemt

die zou ik nooit om het leven brengen

omdat zij het eten

het goedgekookte eten brengt

ook toen ik gezegd heb

ik heb geprobeerd

iemand om het leven te brengen

met een mes

Nu ben ik oud

ouder dan ik ooit gedacht heb te worden

negendertig ben ik nu

Ik heb niet vaak aan de dood

gedacht

niet vaak

niet vaak

Het is moeilijk iemand om het leven te brengen

je moet in de ogen kijken

voor je het doet

de ogen verraden alles

met de ogen kan je alles overzien

maar het mes was niet scherp

genoeg

ik bedoel niet scherp genoeg voor één stoot

ik heb me dat tevoren niet

gerealiseerd

ik heb alleen geweten:

om het leven brengen moet ik hem

voor hij mij pijn kan doen

daarom eigenlijk

het was een dag in achttien

G. maakt kreunend getuid

Fanny

Wat

Giacomo

Ik stelde me voor

dat wij langs de zee liepen

Fanny

Wil je naar zee

Giacomo

nee

Ik stelde het me voor Fanny

Wil je wandelen

gewoon wandelen bedoel ik

Giacomo

Nee

ik stelde me voor

dat wij langs de zee liepen gewoon

de golven sloegen zo hard op het zand

dat we elkaar niet konden verstaan

Fanny

Zeiden we wat Giacomo

Waarschijnlijk zeiden we niets maar als we iets gezegd hadden -erg onwaarschijnlijk-dan verstonden we elkaar niet vanwege die brekende golven

Fanny

Van de zee

Giacomo

ja van de zee

Fanny

Ik zou wel naar de zee willen Giacomo

Als de branding zo hard is dat je niemand verstaat dat je de woorden schreeuwt die alleen jij hoort in dat geluk

Fanny

Ik verstond je niet Wat zei je

Giacomo

Waarover men praten kan

daar krijgt men gauw genoeg van

Fanny

Sorry ik dacht aan de zee Giacomo

Een harde branding Fanny

Ja een oorverdovende branding

Giacomo

En wind

Fanny

En wind ja

Giacomo

Je moet wachten

wachten op het tij

het tij kan je niet verhaasten

Fanny

ja dat is een wet Giacomo

Zeg jij altijd verstandige dingen

Fanny Wat

Giacomo

Doet er niet toe ik stelde me voor dat wij wandelden

Fanny

aan zee Giacomo

aan zee

Giacomo

ja

aan zee

Ik wil wel weer eens naar de zee

Fanny

ja?

Giacomo

Lieve vriend

de vrouw van wie ik hou

staat hier naast me

en zoals jij weet

zij verlangt naar jou

zoals je vanuit de stad

waar jij jouw Lenina achtervolgt

een touw zou spannen

van jou naar Lenina

en vandaar naar de vrouw

die nog steeds naast me staat

en nu een blik werpt op deze brief

en van haar naar mij

en ik uiteindelijk de lijn zo ver ik

kan

naar jou zou gooien dat men dan lieve Ranieri

een heel vreemde figuur zou krijgen

die in de geometrie geen naam heeft

noch ooit zal krijgen

lieve vriend

met deze pen

schrijf ik woorden aan jou

terwijl ik met mijn hand

Fanny’s hand zou willen aanraken

is dat niet iets heel vreemds

in de wereld van de mensen

Ik verlang naar je als naar de

messias

ik zal je volgen waar ook ter wereld zo niet in deze dan in de volgende

Fanny

Een brief aan Antonio

Giacomo

voor ik sterf

Fanny

Je bent een schat m’n bochelmannetje wat moest ik zonder jou ik mis hem ook

Giacomo

Ik mis je

Fanny

Als hij terug komt in de kersentijd

Giacomo

Ik draag de laatste tijd

steeds een mes bij me

met een inklapbaar lemmet

hiermee snijd ik nu en dan

een stugge plant af

op die trage wandelingen van mij

de plant leg ik thuis tussen bladen

van boeken die ik bezig ben te lezen

en soms als ik zo’n boek

lange tijd niet ingekeken heb

open ik het op een willekeurig blad

en dan ligt daar

stil en geplet

zo’n plantje

waarvan ik plotseling weet op welke wandeling en waar

het mes hangt zwaar in de zak van mijn jas en op een onverklaarbare manier

word ik er levenslustig van

Giacomo

Ik heb jou

toen wij klein waren nooit gezien

Paolina

De vooraadkamer we hadden ons samen opgesloten

Giacomo

De deur van de voorraadkamer

met de twee vergrendelingen Paolina

De schuiven waren te zwaar voor

Giacomo

maar wij samen nee

ik was daar alleen

Paolina Hou toch op

We waren met zijn tweeën Giacomo

Misschien is het de schuld van het herinneren maar vroeger deed ik alles alleen

Paolina

Jij steelt mijn herinneringen

Giacomo

Ik heb geoefend

eindeloos geoefend

ieder detail duizend keer herhalen

beschrijven die ruimtes

waar zitten de deuren

hoe zien ze er uit

de ramen

welke geluiden

zijn hoorbaar

en waar

herhalen

duizend keer

herhalen

en oefenen

daarom ken ik de details het spijt me

G. en F. tegenover elkaar aan tafel F. schilt een appel met G’s mes. Langzaam.

Fanny

de appels zijn dit jaar heel zoet

Giacomo

Ze kijkt niet

waarom kijkt ze me niet aan als ze tegen me spreekt

Fanny

Voordat hij wegging

hebben Antonio en ik

nog een heel klein kistje

op de markt gekocht

hij zegt hij houdt van zure appels

waarbij het spuug

als voor de eerste beet

in je mond begint te lopen

Giacomo

Deze vrouw kan het schillen van een appeltje

tot een buitengewone gebeurtenis maken

Fanny

als hij komt zijn de kersen rijp zo tussen zuur en zoet F, likt het mes af

Geeft het G. terug. Hij neemt het aan. Stilte. Zij wil in de appel bijten.

Kalm en zonder enige heftige beweging steekt O. het mes met een draaiende

beweging in zin borst.

Paolina

Het lemmet is net op tijd ingeklapt

zodat er niets vitaals geraakt is

Dokter Mannella zegt

het is een moeilijk geneesbare wond

omdat hij driehoekig is

Mijn broer moet

zoveel mogelijk rust houden

liggen op de sofa

hij kan zich op geen enkele manier

een inspanning veroorloven

de dokter schrijft rust voor

dat is goedkoop veel rust

ik ben gewend heel zacht te lopen

dat kost mij geen moeite meer

Giacomo

Iets

vreet van binnen uit

een voor een mijn organen op

Ik denk dat het leven zelf

zich als een leverbot

van jongs af aan en klein

zich eerst in de lever nestelt

om dan tezijnertijd zijn weg omhoog

te vreten

Een voor een verorbert deze leverbot

de menselijke organen

na verloop van tijd

blazen de lege zakjes van organen

op

en vullen zich met rottingslucht

Het hoofd met alles daar binnen in blijft

godzijdzank onaangetast

Ik ben

als u mij de metafoor vergeeft

een lopend lijk

met binnenin een dode man

Fanny

Zullen wij een brief schrijven aan Antonio

misschien komt hij dan eerder terug Giacomo

Hoeveel van die driehoekige wonden

zou ik nog nodig hebben

Ik kan haar niet wegsturen maar haar aanwezigheid verdraag ik ook niet

Paolina

Hij heeft koorts hij ijlt

over zijn mes Fanny

M’n bochelmannetje

wat is er toch met je aan de hand

Giacomo

Als je dood was

zou ik op een rustige manier

aan je kunnen denken Fanny

Fanny

Hij zegt mijn naam

hij herinnert zich mijn naam

Ik ben het Fanny

Ik denk dat een sterke bouillon

hem misschien goed zal doen

Giacomo

Met mij is niets aan de hand laten we aan tafel gaan zitten dan schrijven we een brief aan Antonio en vragen hem hoe het hem vergaat op de vrouwenjacht die verrader

Fanny

Die bruut

Giacomo

Die egoïstische ploert Fanny

Die valse charmeur het is net de duivel zelf

Giacomo

Aan hem heb ik mijn leven te danken

Fanny

ik kan niet wachten tot hij terug komt

Scène 6

Giacomo

geworden ben ik een moordenaar

dat hebben mijn ouders niet gewild

maar geworden ben ik het toch

Wij hebben dit huis gekocht

Paolina

Antonio

en ik

veel geld hadden we niet

het huis is gekocht

en niet elke dag de mensen

en vooral niet elke dag

de ouders hoeven te zien

wij hebben dit huis met weinig geld

gekocht

en zo is het dan ook

alles moet gerepareerd worden

het heeft een vloer

dat kan men zeggen

maar veel meer heeft het niet

Ik maak het dak

heb ik ze gezegd

daarom zit ik nu 33 dagen hierboven

om het dak te maken

Zij hebben de muren gemaakt

daarom kon ik het dak maken

jij moet schrijven

zeiden ze

mijn zuster of mijn vrouw

en mijn vriend

jij moet gedichten schrijven

terwijl wij de muren maken

maar ze begrijpen niet

dat je helemaal niet dichten kan

als men om je heen de muren maakt

dat begrijpen ze niet

dat hebben de ouders ook nooit

begrepen

dat van die muren

tot mijn twintigste jaar

heb ik het ouderlijke huis niet

verlaten

en nu zit ik hier

en maak het dak

omdat de anderen de muren

gemaakt hebben

en mijn grootste angst is

dat ik de hamer verlies

dat ik hem plotseling uit mijn hand

verlies

en dat hij iemand treft beneden

Antonio

Ventje

zoek je de hamer

Ik ben terug

Giacomo

Je kunt je niet voorstellen

hoe vreselijk

ik onder je afwezigheid

geleden heb

het was erger

dan wanneer iemand je in de sneeuw

al je kleren van het lijf rukt je overgiet met ijskoud water en je drie dagen laat bevriezen Aan zoiets komt zoals men zegt een

maar jouw afwezigheid

leek zo eindeloos

dat ik dacht mijn hoofd

het enige decente dat ik nog heb

zou verliezen

ik dacht dat ik om zou komen in jouw afwezigheid doe dat nooit meer hoor je ik heb je nodig

van het werkwoord nodig hebben

Antonio

ventje vriend

je lijkt wel een hond

piepend kwispelend en likkend

kom je me tegemoet

Ik moet je bijna van me afslaan

je waardigheid alsjeblieft

Giacomo

Waar waardigheid

Met een bochel

en een slepend been

zo iemand bezit geen waardigheid

tenminste niet in de buurt

van deze duistere korrel zand

die aarde heet

Antonio

Stil af lief

je bent m’n hond niet

je bent m’n vriend

en vraag me niet naar hoe het was

in de grote stad

Giacomo

Mijn leven heeft iets amfibisch

ik bedoel

met de amfibie

als dier heb ik te doen

die weet ook niet

of hij in het water

of op de aarde thuishoort

Dat kan ik me zo goed

voorstellen

dat men als amfibie denkt: ik kan

twee dingen

wat moet ik doen

dat dat een probleem is

voor zo’n amfibie

omdat hij kiezen moet

elke dag

dat dat probleem hem zwaar op de maag ligt

dat kan zo’n amfibie helemaal ambivalent maken begrijp je

zo’n dier dat aan de waterkant

een beetje staat te twijfelen

zal ik of zal ik niet

dat kan ik wel volgen

dat volg ik wet

Antonio

er is iets gebeurd Antonio

laat eens denken je hebt jezelf met een mes in je borst gestoken daar drinken we iets op

Giacomo

Ik houd mijn hersens liever helder

Antonio

Natuurlijk

ik de beneveling

en jij de heldere van geest

die mij verheft

Giacomo

andersom

de heldere van geest

is een ziende maar lamme man

op de rug van een sterke benevelde

alleen samen

komen we vooruit

Fanny

er zijn momenten

dat ik met jaloezie

naar die mee kijk

Het is of ik een persoon zie

in plaats van twee

zoals ze daar langzaam lopend

spreken

en met hun handen gebaren

die gezworen vrienden

Wat de een ontbreekt

heeft de ander in overvloed

Mijn talent is het

me op een voorbeeldige manier

overbodig maken

Daarom zorg ik maar voor de

kersen

nu het kersentijd is

De boeren uit de omgeving

hebben me een kruiwagen vol

geschonken

Omdat ik een mand vol gevraagd had

heb ik een kruiwagen gevuld gekregen

zo gaan bij mij de dingen

zo afschuwelijk eenvoudig

ik schud aan een of andere boom

en de kersen vallen me

als rijpe pruimen

in de schoot

Antonio

Van hem kan je leren

je moet wel van hem leren

zonder hem zijn wij

gewone boeren

echt

stomme boeren

Kersen

jij wist

dat ik kersen

als geen ander lust

dat heb je aangevoeld

met je intuïtie

De kersen zijn goddelijk

dit jaar

Giacomo

kom dan toch eindelijk

deze goddelijke kersen proeven

Giacomo

Hij eet die kersen met zoveel zinnelijkheid alsof het de tepels van Lenina zelf zijn Vertel in godsnaam over je avonturen in de grote stad vul me met jouw verhalen die me ik weet het

verteren zullen van jaloezie maar als jij vertelt schijnt het leven me zo eenvoudig en ook de liefde

vertel me in diezelfde zwoele tonen hoe men dat met vrouwen doet zeg me de woorden leer me die zoete zinnen die zij en ik graag horen

Antonio

Giacomo

Kom dan toch eindelijk

en eet deze goddelijke kersen

Fanny

Ik zag hoe hij

gespannen als een kat

naar het spek

de rug hoog

naar de tafel kwam

en niet de overgebleven kersen

begon te eten

maar het schoteltje

waarop mijn pitten lagen

naar zich toe schoof

en met een hemels vergenoegen

eerst een

dan meerdere kersenpitten aflikte

en tenslotte in zijn mond nam Ik stond daar maar in de deuropening en zag hoe hij de geniale dichter

met gesloten ogen genoot van mijn uitgespuugde pitten

Scène 7

Antonio

Hij houdt van je

Fanny

Ik weet het

maar houden van

zoals man en vrouw

dat is in dit geval

toch een zaak van buiten het bed

terwijl jij en ik

Antonio

Je weet waar mijn liefde ligt

Fanny

O ja

het klein fantoom uit Florence Antonio

waarom help je hem niet

je mag hem toch

heb je dan geen medelijden

Fanny

Medelijden helpen

mijn man is arts ik niet

Antonio

jij helpt je man en je man helpt jou niet waar

Fanny

ja dat kan je gerust zo zeggen mijn man en ik

wij hebben niet wat je noemt een

verhouding

wat wij hebben

is meer een vennootschap

Antonio

klinkt wreed

Fanny

Nee praktisch

kom je naar mijn kamer

Antonio

nee

Fanny

Dan nemen wij hier dus afscheid Antonio

Dat is niet mijn bedoeling Fanny

je vraagt me het onmogelijke

Antonio

Alsjeblieft

Fanny

Onmogelijk

Antonio

Laatste woorden Fanny

Laatste woorden F. met koffer Fanny

Nu wandelt hij al om het huis

dat doet hem goed

Hij snijdt die bloemen weer af

die hij verzamelt

ik zie dat je hem het mes

weer terug gegeven hebt

Paolina

Hij is buiten gevaar

de wond is bijna genezen

Fanny

ik moet geen afscheid van hem nemen

zijn gezondheid gaat vooruit Paolina

Zijn ogen worden steeds slechter hij denkt dat hij niet lang meer te leven heeft

Fanny

Hij moet niet zeuren

mijn kleine bochelman

hij heeft nog een rijk en vruchtbaar

leven

voor zich

doodgaan zal hij heus nog niet

Ik moet gaan

Paolina

Heb je van hem gehouden

Fanny

Wat

ik houd nog steeds van hem als dichter en als mens

Paolina

Hij had jouw liefde nodig

Waarom ben je niet iets met hem begonnen

Fanny

ach kindje Hij stonk zo

F. gaat

Scène 8

Giacomo

Hoe moet je dat precies zeggen als je je leven

aan iemand te danken hebt

Een moeder heeft je op de wereld

gezet

maar dat is alleen een sadistische truc

van de natuur

zo iets onafwendbaars voor moeder en kind

Ouders die kinderen geboren laten worden

dat zijn de wreedste naturen op de aarde

een moeder schenkt ze het leven

wordt wel gezegd

maar geschonken heeft ze niets

plichten heeft ze gebaard

en geen ouder weet

of het kind iets van dat leven vinden

zal

Moeders heb je overal maar mensen als Antonio zijn niet makkelijk te vinden Aan hem heb ik mijn leven te danken

Maar met zulke woorden

waar te zoeken

en moet men oppassen

voor teveel woorden van dank

Antonio

ben jij daar

het is zo vreselijk zwart voor mijn ogen

Antonio

Ik maak licht

je hebt veel te lang gewerkt daar worden je ogen slecht van Paolina heeft je twee keer voor het eten geroepen

maar je hebt niet geantwoord

Giacomo

jullie maken je zorgen om mij

dat heeft helemaal geen zin

om je zorgen te maken om een lijk

Antonio

Ik zal je meenemen naar de stad dan kunnen we wat mensen bezoeken

of naar een feest gaan

waar vuurwerk afgestoken wordt

gisteravond hebben Paolina en ik

gedanst

onder een vuurwerk hemel dat moet je zien Giacomo

Giacomo

En Fanny

Antonio

Fanny is

Giacomo

Ik kan haar niet meer zien Als ik haar mooie gezicht zie dan overvalt me zo’n nare koorts die pas in het donker oplossen kan of misschien alleen op papier Ga jij dansen vanavond en neem Paolina neem Fanny mee

Antonio

En jij

Giacomo

Mijn lichaam wordt lijkiger dan ooit Ik blijf hier

ik heb vuurwerk in mijn kop

in mijn kop dansen ze

je spreekt hier met een spook

mijzelf heb ik allang in het riool

gegooid

Antonio

Dit donker is slecht voor je hoe kan je zulke zwarte dingen denken

Giacomo

Vertel me morgen alles over het dansen Geef me een kus hier op mijn hoofd en ga

Het is niet goed om zo lang

in de nabijheid

van een stervende te zijn

De geur weet je

is slecht voor je

Ga

alsjeblieft A gaat

Giacomo

Hou van me

in godsnaam

Ik heb liefde nodig

liefde liefde liefde

vuur

emotie

leven

Dit leven is niet voor mij gemaakt

en ik heb de duivel altijd veel lelijker gevonden dan hij wordt afgeschilderd

zonder tederheid kan niet geleefd worden

dan moet men er een eind aan

maken

aan alles

Scène 9

Dokter Mannella

Nu

dan moet het maar zo zijn

wat is hier met die blinde dichter

gebeurt

dat is wat je noemt

het begin van het einde

Maar zo snel ais het die lui met

cholera lukt

zal het hem niet lukken

vandaag teveel lijken gezien

daar kan ik nog altijd niet aan

wennen

lijken

Het mag een gelukje heten

als ik zelf de cholera niet te pakken

heb

De stad is vol met zieken

daar heeft men als arts de handen

aan vol

Nee

ik houd niet van dit beroep Een paar dagen geleden werd ik wakker

en toen stond me het beeld van mijn beroep

heel duidelijk voor ogen

elke dag opnieuw mensen van de

dood redden

ziet u

en wanneer iemand zo iets eenmaal gedacht heeft

is het erg moeilijk om daar weer van af te komen

Dat was nog het verschrikkelijkste dat ik op een of andere morgen me zoiets verschrikkelijks heb bedacht

waar ik de rest van mijn leven

niet meer van af kom

van zo’n gedachte

Dat is toch wat je noemt

tragedie

als iemand plotseling

met twintig jaar medische staat van

dienst

zich zoiets bedenkt

zo een blikseminslag na twintig jaar

dat is toch bijna onvoorstelbaar

ziet u mijn handen eens

ik tril

zeven en twintig cholera-doden alleen al deze ochtend dat is teveel

dat ís voor mij veel teveel

daar gaan mijn handen van trillen

als van een oude man

Ik had dit beroep nooit moeten

kiezen

Heet is het

hier aan de voet van de Vesuvius

Ik tril nog steeds

Ik moet er aan denken

dat ik er niet moet aan denken

dat ik door een van die lijken

de cholera te pakken heb moet ik

niet aan denken

niet

Die lucht van lijken

gaat dagenlang niet uit je neus

Ik voel me niet goed

Giacomo

(op sofa)

Dokter Mannella

Hoe gaat het met U

heeft u een goede reis gehad

Dokter Mannella

De dichter

Mijn vriend hoe gaat het geen infecties

Giacomo

En u

Dokter Mannella

Zeventwintig lijken alleen al deze morgen ik tril nog

Giacomo

Gaat u zitten

dichtbij graag

anders kan ik u niet zien

iets drinken

water

Dokter Mannella

Ja nee geen water

van water krijg je cholera Giacomo

Van wat nog meer

Dokter Mannella

Water en slechte gewoontes u bent toch niets van plan

Giacomo

Mijn lot kan gerust een duwtje in de rug gebruiken

Dokter Mannella

Zegt U zulke dingen niet ik weet alles van het lot ik ken die mensen die hun lot een handje willen helpen zelfmoordenaars

met een ongezonde nieuwsgierigheid naar het eind

Mensen die niet meer leven kunnen

omdat ze hun eind niet kennen

Die willen bij alles wat ze overkomt

ook nog hun eind bepalen

dat is toch walgelijk

je eind te ensceneren

als een stuk theater

Die regelen zowat alles

maken alles schoon

en plaatsen alle meubels

zoals zij dat willen

en dan maken ze er een eind aan

zoals zij dat willen

dat is toch een brutaliteit die te ver

gaat

Leven

en dan ook nog willen bepalen

welk eindbeeld de overlevenden van

je hebben

in een open raam

aan de tafel

of liggend in bad

maar mijn beste man

zulke dingen bent u toch niet van

plan

ik bedoel

zo’n steekje in de borst

zelfs zonder elk spoor van infectie

en dan zulke gedachten hebben

u moet zulke gedachten

onderdrukken

meteen onderdrukken

anders beheersen zij uw geest

Onderdrukken de gedachte aan

zeventwintig lijken

dat is voor mij al moeilijk genoeg

mijn handen trillen nog steeds

Ik heb er verkeerd aan gedaan dit

beroep te kiezen

fout fout en driemaal fout

luistert u naar mij

doden zijn walgelijk

en dan die geur

dat weten de zelfmoordenaars niet walgelijk

dat gaat dagenlang niet uit je neus laat me uw wond eens zien ja goed gaat goed heel goed

G. pakt het hoofd van Dr. Mannella en kust hem op het voorhoofd

U bent een begaafd dichter de dood is vreselijk zeventwintig lijken stelt u zich dat eens voor

U bent kerngezond ik voel mij niet goed houdt rust drink bouillon

en onderdrukt u die vreselijke

gedachten

aan de dood

alstublieft

Ik moet nog veel lijken bezoeken

ik bedoel patiënten

ik moet gaan

denkt u aan mij

goedendag

uw wond ziet er goed uit Dr. M. gaat Giacomo

321,322,323, 324, 325 Antonio

Het is nu al drie dagen

dat hij de sterren aan het tellen is

dat is niet gezond

dat put hem uit

Paolina

Eens heeft hij een en tachtig vellen

volgeschreven met cijfers en

berekeningen

toen was hij nog heel klein

Hij zei toen dat hij door middel van

de cijfers

het oneindige wilde bereiken onze moeder heeft toen de vellen weggegooid

Giacomo

Paolina Antonio

was het nu achttienhonderd of zeventienhonderd

Antonio

Je bent nu negendertig

dat moet toch uit te rekenen zijn

Giacomo

natuurlijk

ik heb wel eens gedacht

Antonio lijkt zo op mij

dat hij mijn broer zou kunnen zijn

en als ik zeg: hij lijkt op mij

dan bedoel ik dat natuurlijk zonder

bochel

en zonder mijn stijve been Antonio

Als een afgeknipte foto Giacomo

Ja als een afgeknipte foto Paolina

Je bent mijn broer

Giacomo

Ik begrijp wel

hoe beledigend het voor je moet zijn dat jij

die zich mijn zuster noemt

en soms ook mijn vrouw

geen enkele weerklank van mij

in dat opzicht ondervindt

Maar ik kan me eenvoudigweg niet

herinneren

ooit

een zuster laat staan een vrouw gehad te hebben

Ik ben alleen

Antonio

je moet het opgeven Paolina

Ik heb het allang opgegeven daarom kan ik het nog wel proberen ik heb het morele recht hem wanneer ik dat wil

ervan te doordringen dat ik zijn zuster ben

G. telt de sterren door

Antonio

Als maagd geboren

als maagd sterven

Als een veel te klein laken

op een te groot bed

zo heb ik onze vriendschap

alle kanten uit gestrekt

maar op geen enkele manier

kon ik het passend voor hem maken

Ik weet niet wat ik verder moet

Als hij het me gevraagd had

dan had ik met mijn eigen handen

zijn pik

in welke vrouw hij maar wilde geduwd

dat zou ik gedaan hebben

als hij dat had gewild

maar hij heeft het niet gewild

Oprecht zijn is een slecht beroep

in deze wereld

daarmee koop je geen liefde

maar ik zal het je leren

het bedelen

het inlikken

het kuipen

Eerst zal ik je de drank laten drinken

waardoor je glimlach

niet meer van je gezicht te rammen

en dan zal ik je

de woorden opnieuw laten

gebruiken

daar waar ze voor bedoeld zijn om te smeren en te liegen

Ik zal je hand vasthouden en je leren

hoe je het woord geluk schrijft

op het achterwerk van vrouwen

Ik zal je leren te kussen

met dubbele tong

Je hebt het allemaal

zo verkeerd begrepen

Van geen enkel woord

heb je de werkelijke betekenis

gesnapt

maar ik zal dat naïeve vet van je kop rukken

Met sentiment heeft nog niemand het in deze wereld gered

Weg met die zogenaamde

gevoeligheid

Ik zal je leren

schedels te splijten

Ik zal je harden

en je tanden slijpen

onbrandbaar

onaantastbaar

zal je zijn

Ik zal je het bloed laten proeven

het bloed waar wc van gemaakt zijn

en dat aan ons kleeft

in dikke klonters

en ik zal het pus

uit je ogen kussen

Ik koop je een kaartje

in de hemel

lieve vriend

Ik maak een man van je Giacomo waarvoor de mensen zullen kronkelen in afgunst

en ze zullen van je houden reken maar

Paolina

Nee

Als hij iemand nodig heeft dan zullen wij dat niet zijn jij niet

zijn beste vriend en ook ik niet

zijn zuster

Misschien kan alleen een vreemde

onvindbare vrouw

hem redden

Niet Fanny

die zeker niet

haar heb ik gehaat

Hoe vaak niet

heeft ze Antonio proberen te verleiden

in de aanwezigheid van mijn broer Zijn ogen waren te slecht om dat te merken

maar de mijne waren goed genoeg om die fluisterende ongerechtigheid aan te zien

Nog nooit in mijn leven

heb ik de moed gehad

andere mensen terecht te wijzen

omdat er dingen zijn

waarvan ik niets weet

Ik kende mijn trouw

en nu heb ik ook mijn lafheid leren

kennen

zoals de kaars en de brandende pit elkaar kennen

die gaan ook aan elkaar ten gronde Zo heb ik mijn broer bedrogen omdat er op deze wereld dingen zijn waarover ook een zuster zwijgen moet

Antonio

Hoe gaat het met hem

Paolina

Slecht

het gaat steeds slechter

Antonio

Gisteren nog heeft hij me

een heel gedicht geciteerd

Paolina

Zijn ogen zijn maag niets goeds

Antonio

en dokter Mannella Paolina

Dokter Mannella heeft zijn handen vol

aan de cholera

een dokter heeft niet eens meer zin

Giaeomo

het ging nog

zolang jullie mijn handen en mijn ogen konden zijn

Antonio

Wat voel je

Giacomo

Niets

nee zelfs dat niet

ik zie al bijna niets meer

Paolina

het gaat slechter

Giacomo

Weet je

dat er iets heel vreemds met me gebeurt als ik er aan denk dat ik straks doodga zie ik mezelf liggen in een greppel

terwijl er een stelletje idioten

op mijn buik danst

lacht

Antonio

geef me je hand

lacht

ik hang van losse zinnen aan elkaar

als een oud geworden boek dat uit zijn band ontsnapt ik scheur kraak kraak

Paolina

hij spint zich in woorden ik kan hem niet verstaan

Antonio

Lieve vriend

niet gaan

ik heb je nodig

Giacomo

lacht

van het werkwoord nodig hebben ik kan je niet meer zien

G.sterft pauze

Antonio

Het is gedaan

Paolina

Beter zo

het was een hel voor hem geworden hier

Antonio

Je hebt gelijk een hel

Scène 10

GIACOMO

Hier zit ik dan

stinkend van verbeelding

mijn ogen zijn stuk

maar ik heb ze niet meer nodig

ik had ze alleen nodig

om ze te kunnen sluiten

goede ogen en logica

zijn tenslotte de vijanden

van elk groot gevoel

Vroeger

had ik ze ook niet nodig

toen donder en wind

zon en sterren

dieren en planten

en zelfs de muren van het huis

allemaal vrienden leken

of vijanden

niets was onverschillig

toen ieder ding dat we zagen

tegen ons leek te willen spreken

toen we

nooit eenzaam

spraken tegen beelden

en muren

en bomen en wolken

we stenen omhelsden

en bomen

en ze streelden

of verwondden

alsof ze ons kwaad

of goed hadden gedaan

toen we ons steeds verbaasden

toen de dingen

het licht en de sterren

en vuur

het vliegen van insecten

en de doorzichtigheid van water

allemaal nieuw waren

en onbekend

toen geen enkele gebeurtenis gewoon leek

alle hartstochten waren nog vrij en ongetemd

toen toen tranen nog iets dagelijks waren

We wisten de oorzaak van de dingen niet

we verzonnen die

Soms later voelde ik dat plezier nog eens

als ik de blauwe lucht zag door een raam

of deur

of tussen twee huizen ik heb nooit geweten hoe ik dicht

Ik ga zitten met een leeg vel

mijn geestesoog gericht

op wat me treft

ik kijk naar wat dat is

daar voor mijn ogen

ik zeg tegen mijzelf

dat witte vel

dat moet iets worden

Dan raak ik ontevreden

ik leg het weg

en als ik wat gerust heb

ga ik er weer voor zitten

en bekijk het met een soort angst

Dan ben ik nog altijd ontevreden

omdat ik nog steeds

dat schitterende beeld

te scherp op mijn netvlies heb

Maar ik vind in mijn werk

uiteindelijk

een echo van wat me trof

ik zie dat de natuur

me iets heeft gezegd

tegen me gesproken heeft

en dat ik het samengebald

opgeschreven heb

En in dat samengebalde

zullen woorden zijn

die misschien niet ontcijferd kunnen

worden

er zijn vergissingen en open plekken maar er is iets in wat een bos of een heuvel of mens

me heeft gezegd Be moeder

Mijn zoon is een stommeling ik heb hem alle kansen aangereikt opdat hij een groot dichter zou hebben kunnen worden ja hij is een dichter geworden ik weet het

maar daarbij heeft hij zijn

gezondheid

uit het oog verloren

is hij ziek geworden

zieker dan menig andere jongeman

op zijn leeftijd

heeft hij zoiets als een sleepbeen

ontwikkeld

iets dat hem pijn doet

iets dat ik hem niet gegeven heb

dat sleepbeen

nooit

en dan die bochel

boeken heb ik hem gegeven

om te lezen

geen sleepbeen en geen bochel

en dan die verschrikkelijke hoest

en het vocht dat uit zijn ogen

constant uit zijn ogen druipt

als hij mijn zoon niet was

nooit zou ik dichter

in zijn buurt durven komen

dan een tiental meters

iets in zijn binnenste is stil blijven

staan

als water in een sloot

een stinkende damp heeft zich

daar binnen in hem opgehoopt

hij zit daar maar en stinkt

eenvoudigweg stinkt hij

dat kan ik hem niet vergeven

maar hij is mijn zoon

daarom moet ik van hem houden

hoewel hij onvolmaakt is

onvolmaakter dan ik hem gemaakt

heb

Ik kan zijn ongeluk niet meer

aanzien

kom

kom in mijn armen

zodat ik je met mijn eigen handen

begraven kan ik

je moeder

de enige op deze wereld

die een belangeloze liefde voor je

voelt

kom maar terug

kom naar je ouderlijke huis terug Giacomo

donder op moeder jouw borsten

zijn van belangeloosheid versteend

gestoten heb ik mijn mond

aan jouw ijskoude tepels

belangeloze liefde

dat is liefde zonder belang

ga weg

opgedonderd

En nu alleen nog tussen jou en mij Vesuvius

met je allesverpletterende kracht altijd bereid om wat onder je ligt te vernietigen

Het zal misschien een ongelijke strijd lijken

wanneer ik jouw hellingen beklim maar ik zal aankomen bij je mond van vuur

en woorden in je slingeren

waardoor zelfs jij ontwaakt

schreeuwen zal ik

zo hard tegen jouw brullen in

dat niemand meer weten zal

wie van ons twee het hardste brult

en misschien braak je dan je

verschroeiende antwoord

jouw hete steen

naar buiten

waartoe ik je heb aangezet

Op de rand van je mond zal ik staan

en meegevoerd worden op je vuur

dat langzaam maar onstuitbaar

voortrolt

jouw hellingen af

op weg naar waar eens mensen

woonden

die nu verrast in hun slaap

geen tijd meer hebben om de deken

waarin jij ze voor eeuwig smoort

van zich af te werpen

voort raas jij over duizenden jaren

en duizenden zullen verstenen in

jouw aanblik

De beeldhouwer zal dan mijn lichaam

nooit uit het marmer houwen

maar zo rest van mij dan nog

tenminste iets

ik kan mijzelf zien

als een van die schaduwen beneden

een onbekende tussen anderen

niet meer bang

en van alle verlangen stil

een schaduw van wat eens was

En dan zal na mij weer

een andere mond

een andere hand

nieuwe woorden vormen

Vooruit Vesuvius

op naar snaaihete lavastromen

geknoopt aan echt verdriet

laat ze komen die woorden

rood en schreeuwend van pijn

en van al die dingen veel

Schuift!

Doet!

Stroommaarstroomt! duikel donker striemlicht in! Naar beneden donderen die hele kop met smart! Naar! Naar!

theatertekst
Leestijd 35 — 38 minuten

#26

15.06.1989

14.09.1989

Wanda Reisel

theatertekst