Weg en weer DIRK OPSTAELE, ENSEMBLE LEPORELLO/HETPALEIS FOTO: DAVID DESMET

Els Van Steenberghe

Leestijd 4 — 7 minuten

Op de brug: weg en weer (Leporello en Het Paleis)

Dapper triptrappen. Dat deden de Leporelloacteurs uit alle macht in en om de ‘boksring’ die Dirk Opstaele hen in HETPALEIS ter beschikking stelde. Een boksring als biotoop voor Ödön Von Horvaths Hin und her (1934).

Horvath-kenner en pianist Ruben Lifschitz maakte Leporello warm voor deze komedie. Opstaele vertaalde en bewerkte de tekst tot een meertalig, gigantisch staccato-vers en creëerde een flamboyante voorstelling waarin de bureaucratische complexiteit inzake (e)migratie op een pregnante én amusante manier wordt belicht.

Slachtoffer van dienst is de drogist Ferdinand Havlicek (Andréa Bardos) die terug naar zijn geboorteland wordt uitgewezen maar daar niet meer als een staatsburger wordt beschouwd na zijn langdurige afwezigheid. Havlicek besluit, na heel wat heen en weer geloop, de oplossing af te wachten op de grens, de brug tussen beide landen. Daar ontvangt hij een verbitterde, vissende echtgenoot (Miel Van Hasselt), regelt er de afspraakjes tussen twee tortelduifjes – de grenswachter van het ene land (Hans Wellens) en de dochter (Charlotte Deschamps) van de grenswachter aan de overkant (Koen Monserez) -, helpt een stel nonnen alias junkies (Dirk Opstaele en Lieve Claes) inrekenen én treedt op als gastheer van de beide staatshoofden (Lieve Claes en Miel Van Hasselt). Uiteindelijk raken de hoge pieten het eens en kan Havlicek zijn geboorteland gerust binnen ‘triptrappen’. Hij belandt er recht in de robuuste armen van de hoteleigenares, een arme weduwe met misplaatste Barbiefantasieën (Bernard Van Eeghem). De verliefde zielen blijken ondertussen ook in het huwelijksbootje te mogen treden én kondigen reeds binnen het halfjaar een gezinsuitbreiding aan. Eind goed, al goed.

Made by Opstaele

Het plezier, het schijnbare gemak waarmee de acteurs dit verhaal aanpakken, is de verdienste van Opstaeles regie. Hij slaagt erin om de sprankeling van de improvisatie in de summiere orkestratie van het geheel te vangen. Binnen en door deze orkestratie maken de acteurs hun personages tot karikaturen. Die karikaturen worden niet door over-acting getrivialiseerd, maar vormen een uitstekende ondersteuning bij het vertolken van hun figuur. De rolverdeling werd dan ook duidelijk beïnvloed door de lichamelijkheid van de acteurs. Enkele eenvoudige kledingstukken, zoals Havliceks iets te grote blazer, een krappe bloe-menjurk voor de gespierde weduwe of de broek tot onder de oksels van de olijke, dorstige politieagent (Afra Val d’Or), een vliegende waterfles en een grote ouderwetse reiskoffer doen de rest.

Deze speelstijl wordt geïntensifieerd door Opstaeles bonte taal, die helemaal in symbiose is met de voortstuwende cadans van de voorstelling. Von Horvaths filmische structuur en spitse dialogen vormen een perfecte kluif voor Dirk Opstaele. Hij hanteerde de tekst als een klankenorgel. De rode draad en de typische personages bleef hij trouw. De dialogen en neventekst ontrafelde hij volkomen. Hij pikte er enkel de ingrediënten uit die essentieel waren voor de verhaallijn of bijdroegen tot de klankenrijkdom. De acteurs zijn zowat doordrongen van deze taal en heffen van de allereerste seconde tot de allerlaatste zucht een energieke polyfonie aan die perfect samenvloeit met hun aanstekelijke spel. De resterende ‘woordenballast’ wordt behendig naar dit spel vertaald. Zo worden bijvoorbeeld sommige uitvoerige liederen van Von Horvath tot muzikale tableaux vivants of een pittige sketch herwerkt. Een stevig gedirigeerd partijtje woordentennis in de boksring.

Kinderen toegelaten

Deze ingrediënten resulteren in een glasheldere voorstelling waar de vierde wand er intens geperforeerd bij hangt, eigen aan Leporello. De speelse, grappige huisstijl doet denken aan kinderspel en kan daardoor ook jongere toeschouwers begeesteren. Met Weg en weer heeft Leporello dat publiek daadwerkelijk bereikt. De Leporello’s struikelden gelukkig niet over waangedachten als extra uitbundig spelen voor de kinderen of driftig scharrelen naar kindvriendelijke snoepbeelden. Ze blijven zichzelf, spelen bevlogen en enthousiast, zoals altijd. Toch werd er met de specificiteit van een jonger publiek rekening gehouden. Niet alleen de tekstkeuze, een goedgezinde Horvath met satirische ondertoon, of de geijkte verwelkoming getuigen hiervan.

De welkomstrede (door Lieve Claes) doet klaar en duidelijk de beginsituatie en de structurering van het geheel en van de scène-indeling uit de doeken. Men wordt als het ware aan de hand genomen en binnengeleid in de speeltuin van Leporello. Na de introducerende rondleiding word je meegezogen in het bruisende spel. Het gevaar om verloren te lopen wordt hierbij vakkundig omzeild zonder daarom in een al te strakke stereotypering te verzanden. Want in het spel wordt er bewust voldoende ruimte gelaten voor de verbeelding van de toeschouwer. Opstaele benadrukte tijdens een gesprek na de voorstelling dat de acteurs zich proberen in te beelden wat het publiek zich allemaal inbeeldt en dat zij dit met hun spel voeden.

Het spel is prioritair, de scenografie wordt tot het noodzakelijkste gereduceerd. Het decor is beperkt tot twee zwarte panelen en een handvol rekwisieten; een roodwit atbake-ningslint, tevens de ‘grens’ met het publiek, doet dienst als structurele wegwijzer, waarmee men consequent de scènewissels aangeeft. Elk afzonderlijk tafereel wordt daarbij vlijmscherp omlijnd door een (vaak muzikale of a capella) begeleiding van de collega-acteurs. Vanaf de rand van de boksring worden de kompanen alert aangemoedigd. Het razende tempo ten slotte legt de essentie van het stuk in één uur tijd bloot zonder in chaos, verwarring of nietszeggende platitudes te stranden.

Opstaele beheerst de kunst om het karikaturale en het muzikale accuraat aan te wenden en te verweven tot een ritmisch geheel waarin de maatschappijkritische fundamenten van tekst en voorstelling nonchalant komen bovendrijven. Weg en weer is meer dan enkel grappig en flitsend, hoewel vooral oudere toeschouwers de denkoefening zullen afmaken.

Weg en weer doet zijn naam bijgevolg alle eer aan. De voorstelling weigert geregulariseerd te worden tot een burger van het jeugd- of volwassenentheater. De productie nestelt zich op de grens, op de brug, tussen beide. Deze plek lokt steeds meer pendelaars (van diverse pluimage).

 

Het is er blijkbaar goed toeven, zo getuigt het toenemend aantal producties die er hun kamp opslaan. Het beloven niet zomaar drukke tijden te worden. Pendelverkeer en ‘brugvestingen’ ontketenen een dynamiek die men ook in de hedendaagse samenleving kan herkennen: volwassenen crossen tussen hun opvattingen, hun leefwereld en deze van de jongeren en pogen zo het leven en de maatschappij vanuit een ander perspectief te vatten, te begrijpen. Zo ook in theaterland: regisseurs, acteurs, toeschouwers, enz. proeven van volwassenen- én jeugd-producties om te trachten de maatschappelijke identiteit bij te benen, weer te geven of te bekritiseren.

Weg en weer tussen fictie en realiteit, tussen waar en vals, tussen jong en oud, om op de brug tot begrijpen te komen. Een mooie utopie.

WEG EN WEER

VERTALING EN BEWERKING: Dirk Opstaele naar Ödön von Horvath (Hin und her, 1934)

REGIE: Dirk Opstaele

ZANGCOACH: Michel Duyck, Ad Hoe Services

SPEL: Andréa Bardos, Lieve Claes, Charlotte Deschamps, Koen Monserez, Dirk Opstaele, Afra Val d’Or, Bernard Van Eeghem, Miel Vari Hasselt, Hans Wellens

PRODUCTIE: Ensemble Leporello/HETPALEIS

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#80

15.02.2002

14.05.2002

Els Van Steenberghe

Els Van Steenberghe studeerde Kunst- en Theaterwetenschappen aan de Universiteiten van Gent, Antwerpen en Stellenbosch (Zuid-Afrika). Ze verrichtte onderzoek naar het kindbeeld in het Nederlandstalige jeugdtheater en gaf het boek Groot Toneel. Teksten over jeugdtheater (2003) uit. Zij publiceert/publiceerde in Knack, De Morgen, Etcetera, Documenta, De Leeswelp en Theater & Educatie.

recensie