© Bas de Brouwer

Simon Baetens

Leestijd 4 — 7 minuten

Oorlog & Vrede – Kim Karssen en Florian Myjer/Frascati Producties

Klassespelers wagen zich aan Tolstoj

‘Misschien is dit het!’ Het is een terugkerend motief in Oorlog & Vrede. Kim Karssen en Florian Myjer, die in 2017 samen afstudeerden aan de toneelacademie Maastricht met het goed onthaalde Bloomsbury, wagen zich deze keer aan Tolstojs meesterwerk uit 1869. In net geen anderhalf uur vermengen ze verhaallijnen en thema’s uit het boek met anekdotes uit hun eigen leven en stellen ze meermaals de vraag ‘Wat is een goed leven?’. Tot een sluitend antwoord komen ze niet, maar we mogen wel hun gedachtesprongen volgen, hoe onbestemd en meerduidig soms ook.

Oorlog en Vrede is zo’n boek dat je ‘moet gelezen hebben’ en dat velen van ons in de kast hebben staan, maar slechts een minderheid heeft het ook effectief gelezen. Het is dan ook een hele opgave: ruim 1600 bladzijden relaas over vijf families in het Rusland aan het begin van de 19e eeuw, toen Frankrijk, onder leiding van Napoleon, met de Russen in oorlog was. Het is al vrij snel duidelijk dat Karssen en Myjer niet de ambitie hebben om het volledige verhaal en de daarbij horende historische achtergrond te theatraliseren. Eerder dompelen ze ons onder in sfeerbeelden en intriges die hen zijn bijgebleven en die, op de een of andere manier, resoneren met hun eigen levensverhaal. Dat doen ze bijvoorbeeld door een feestscène uit het boek te larderen met faits divers over feesten waar ze zelf al geweest zijn. In hun zoektocht naar identificatie met de personages gaan fictie en realiteit naarmate de voorstelling vordert steeds meer door elkaar lopen.

Centraal op het podium staat een grote houten doos die op meerdere manieren geopend kan worden en allerlei vakjes en luikjes bevat. De doos stelt het boek voor, treffend gevat in een beeld dat we toevallig recent ook zagen bij Desnor, die zich in Toverberg net als Karssen en Myjer tot een literatuurmonument proberen verhouden. Wanneer Myjer en Karssen het boek openen, valt er een grote hoeveelheid sneeuw uit die hen meteen in een Russisch landschapje plaatst, maar ook symbool staat voor de onontkoombaarheid van een boek als Oorlog en Vrede en het stof dat het doorheen de jaren vergaard heeft. Die metafoor wordt des te zichtbaarder wanneer Myjer naar het einde toe het boek terug dicht wil duwen maar de sneeuw hem hiertoe verhindert. De doos is ook een verkleedkist: het duo tovert er jasjes en wapens uit en zelfs een geabstraheerde vagina die later als bloedplas fungeert.

Oorlog & Vrede zit vol goed gecomponeerde en prachtig gespeelde scènes. In het spelplezier, waar je als publiek maar wat graag van geniet, ligt dan ook de kracht van de voorstelling. Karssen en Myjer zijn rasacteurs die duidelijk veel aan elkaar hebben maar ook afzonderlijk tot hun recht komen. Dankzij haar onnavolgbare timing doet Karssen de zaal meer dan eens smakelijk lachen. Maar Oorlog & Vrede is meer dan een humoristische bonte avond, er zit ook een filosofische lijn in deze theatrale bewerking. Er worden grote vragen gesteld, met als centraal struikelblok het zoeken naar wat het betekent om een goed leven te leiden.

Geen makkelijke vraag, met al even complexe subvragen. In Karssens en Myjers zoektocht naar mogelijke antwoorden raken ze het boek grotendeels kwijt (of laten ze het bewust steeds meer los), waardoor de vertelling verschuift van de roman naar een meer maatschappelijk discours. Hoe herkenbaar dat discours bij momenten ook is – stiekem verlangen naar burgerlijkheid en er tegelijkertijd op neerkijken is even representatief als problematisch en zet daardoor aan tot denken – toch dreigt het al gauw in loze algemeenheden te vervallen. Het probleem dat zich daar voordoet is tweeërlei: ten eerste doet zeggen ‘dit is van alle tijden’ afbreuk aan de historische eigenheid van het materiaal, waardoor de potentiële kracht van het vandaag te brengen, vervalt in stoffige nostalgie.

Tekstmateriaal uit een historische context halen en het vandaag de dag brengen, vraagt een dramaturgische keuze. Het verhaal hoeft niet ‘hedendaags’ gemaakt te worden, zoals vaak geprobeerd wordt, maar de vreemdheid ervan, de a-historiciteit, kan juist een krachtig instrument zijn. Net in de frictie tussen het historische en het eigentijdse ontstaat dan reflectie over beide tijden, en niet in het betrachte gelijkstellen ervan. Karssen en Myjer kijken vooral met heimwee naar de tijd van Tolstoj terug, vieren zelfs het ‘simpele leven’ dat de bourgeoisie in het verhaal leidt als iets waar ze zelf ook naar verlangen. Wat dat betekent over mens-zijn en de vooropgestelde vraag over een goed leven leiden, is te dun uitgewerkt en blijft steken in de anekdotiek van autobiografische toevoegingen.

Ten tweede is universaliteit claimen een politiek geladen daad in tijden waarin kruispuntdenken ons attent probeert te maken op de singulariteit van ieders ervaring. Spreken vanuit een ‘wij-idee’, alsof wat op scène verkondigd wordt voor elke aanhoor herkenbaar is, is gevaarlijk. Bovendien doet het afbreuk aan Karssens en Myjers persoonlijke connectie met het boek en waarom ze het op scène willen brengen. Ze belichamen het niet, eigenen het zich niet echt toe, maar cirkelen er omheen en stellen zo de status ervan niet in vraag.

Dit zijn uiteraard voor ieder van ons complexe kwesties en het feit dat Karssen en Myjer het aandurven hun twijfels erover te delen, is op zich zeer moedig. Zo lijken ze zich ook bewust te zijn van hun privileges – er zijn bijvoorbeeld passages over intellectualisme en comfortabele opvoeding – maar is dat genoeg? Of is het kenbaar maken van een bewustzijn over je privileges, om ze vervolgens naast je neer te leggen en lekker door te gaan met waar je mee bezig was, net het toppunt van privilege?

Karssen en Myjer lijken deze twijfels en hun poging niet echt aan het boek van Tolstoj te koppelen noch de antwoorden erin te zoeken. Hoe belangrijk is het eigenlijk dat ze net dit specifieke verhaal brengen? Of willen de twee vooral spelen en zich meten met de geschiedenis, waarvoor meerdere mastodonten in de wereldliteratuur in aanmerking komen die voor jonge witte kunstenaars stuk voor stuk gelijkaardige vragen oproepen?

Het venijn zit in de staart: het einde van Oorlog & Vrede is information-heavy, alsof de vragen waar ze nog mee zaten nog snel snel even in de vorm van een gespeelde ruzie (altijd een moeilijke spelkeuze, overigens) willen meegeven. Dit zorgt ervoor dat Karssen en Myjer steeds verder van een mogelijk eindpunt afdrijven, en dat je je al toeschouwer begint af te vragen wat je nu eigenlijk gezien hebt. Zo groot het vuur van de spelers is, zo klein dreigt de wereld waarover ze spreken te worden. Al bij al moet de voorstelling het dus vooral van het spel hebben, want noch de roman van Tolstoj, noch hun eigen vragen erover komen echt tot een dramaturgisch culminatiepunt. Hoogst vermakelijk, deze interpretatie van Tolstoj, maar niet echt stof tot nadenken.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#158

15.09.2019

14.12.2019

Simon Baetens

Simon Baetens behaalde een master Drama op KASK School Of Arts en is lid van de grote redactie van Etcetera.

recensie