© kurt van der elst

Ontroerend Goed – Thanks for Being Here

Onbewuste figuranten in een slapstickstuk

Waar het oeuvre van Ontroerend Goed zich in essentie als participatief ervaringstheater laat definiëren, gaat hun nieuwe voorstelling Thanks for Being Here nog een stap verder. Niet slechts deelname wordt toegelaten: het onvoorspelbare zélf wordt tot theatergenre verheven. De gevestigde grenzen tussen acteur en toeschouwer, bühne en scène, theater en realiteit worden door Ontroerend Goed maximaal afgetast en doorprikt. En dat doen ze met glans.

De scenografie is sober en eenvoudig. Midden op scène staat een spiegel, rechts daarvan iets dat op het eerste gezicht op een lampenkap lijkt. Achteraan schijnt het lampje van een beamer fel in het niets en op de voorgrond worden twee camera’s op tripods geflankeerd door Karolien De Bleser en Leonore Spee.

Dan gaat het doek dicht en wordt de scène een gigantisch projectiescherm. We krijgen een realtime weergave van het buitenleven aan de schouwburg en even lijkt het alsof de voorstelling zich daar zal beginnen ontspinnen. Plots krijgen we echter een ander beeld te zien, namelijk wat de camera centraal op podium registreert. We zien met andere woorden onszelf. Heel even kijken we dus collectief in de spiegel. Wie graag naar theater gaat om even zachtjes uit de wereld te verdwijnen, is eraan voor de moeite.

“Wij, het publiek, zijn het narratieve materiaal van deze voorstelling.”

Tergend traag begint de camera slalomsgewijs de zaal te scannen – rij per rij, gezicht per gezicht. Het publiek begint zenuwachtig te schuivelen en gniffelen. Ook ik kijk met lichtjes blozende wangen en angstige ogen naar het scherm. Ontsnappen is immers onmogelijk: we zijn aan de wil van de makers overgeleverd. Daarmee is het meteen duidelijk: wij, het publiek, zijn het narratieve materiaal van deze voorstelling.

Meermaals wordt de hermetisch gesloten bubbel van het toeschouwen doorbroken. Nu eens nemen de acteurs – naast Spee en De Bleser ook Patricia Kargbo – plaats op de rode stoeltjes tussen ons in. Dan eens lipsyncen ze de woorden van enkele mensen uit het publiek die vóór de voorstelling tijdens het wachten door actrice Charlotte De Bruyne werden geïnterviewd. Op een moment wordt zelfs een nietsvermoedend koppel op het voorplein van de schouwburg aangesproken en tot in de zaal gelokt, waardoor ook zij plots deel gaan uitmaken van het stuk. 

Gewone ‘toeschouwers’ bestaan tijdens Thanks for Being Here dus niet. De hoedanigheid van kijker wordt met die van acteur vervlochten. Toch blijft er één groot verschil: het publiek speelt niet, maar wordt bespeeld.

Hilarisch is dan ook het moment waarop de lege NTGent-zaal wordt geprojecteerd. Blijkbaar werden we ook toen de voorstelling nog niet was begonnen al gefilmd. Gestaag ziet het publiek zichzelf op scherm binnenkomen. Twee stemmen geven ons op anachronistische wijze regie-instructies alsof alles vooraf gescript was. Voorzien van hun aanwijzingen en commentaren worden we archetypes van onszelf: we zijn de figuranten in een onbewust zelfgemaakt slapstickstuk.

“Het publiek speelt niet, maar wordt bespeeld.”

Een paar scènes doorbreken het spel dat de makers met ons spelen. Zo wordt de zaal op een bepaald moment helemaal verduisterd, tot een felle spot zich op een enorme discobal boven onze hoofden richt. Die laatste doet de zaal schitteren, vult haar met duizenden lichtvlokjes. Collectief kijken we naar boven.

Pas tegen het einde van de voorstelling wordt duidelijk wat dergelijke scènes betekenen. We horen opnieuw stemmen uit het publiek, al zijn het deze keer de voorgaande bezoekers die een antwoord geven op de vraag: ‘Wat zou jij veranderen of toevoegen aan dit stuk?’ (Het is een ongeschreven regel in theater dat de bezoeker zich bij afloop van een stuk niet als probleemoplossend theatermaker of regisseur gaat opstellen. Deze regel wordt hier, door Ontroerend Goed, echter omgedraaid en wél tot kunstvorm verheven.)

Eén bezoeker antwoordt dat die wil dat hun naam vernoemd wordt. Iemand anders suggereert een hoepelrok – a.k.a. de lampenkap. Nog iemand stelt een enorme discobal voor, die – inderdaad – de hele zaal collectief doet schitteren. Door de realisatie dat al deze elementen zich effectief in de voorstelling bevinden, maakt de initiële gêne plaats voor schoonheid en ontroering. Uiteindelijk doet het stuk zich voor als een palimpsest van getheatraliseerde realiteiten, waarin elke voorgaande laag tot in de huidige doorschemert. 

Bij het naar buiten gaan krijgt elke bezoeker trouwens diezelfde vraag op een kaartje mee – al weet ik niet hoeveel van deze nieuwe voorstellen nog effectief aan de voorstelling zullen (kunnen) worden toegevoegd. Misschien gaat het dus vooral om het idee –  dat deze voorstelling, omdat ze zo afhankelijk is van haar publiek, radicaal toevallig is en onze individuele én collectieve aanwezigheid daarom radicaal belangrijk. En op de schoonheid van dat idee kan ik wel teren.

De speellijst van Ontroerend Goed vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#175

15.03.2024

31.05.2024

Tilde De Vylder

Tilde De Vylder is architecte en filosofe. Ze is ook mede-oprichter van atelier tilafolie en safe(r) space collectief LEDA.collective.

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Het TheaterFestival 2024

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!