Outside eyes uit Iran: Nasim Ahmadpour
Als macht afwezigheid performt [NL]
Nasim Ahmadpour
Hans Bryssinck, Emke Idema en Barbara Van Lindt, alle drie zonder kinderen en met een eigen verhaal, brengen hun expertise vanuit de (podium)kunsten, narratieve praktijken en pedagogie samen in bijeenkomsten rond ‘meer dan ouderschap’. Ze hadden hierover een gesprek. De tekst hieronder is daarvan de ‘documentatie’, naar analogie met de manier waarop die bijeenkomsten worden gedocumenteerd.
— We organiseren bijeenkomsten voor mensen voor wie het (nog) niet hebben van ‘eigen’ of biologische kinderen een thema is. Een ‘thema’ betekent dat je er op de een of andere manier mee in aanraking komt. In het Spaans zeggen we ‘algo que te atraviesa’, iets wat door je heen gaat. Dus met een thema bedoelen we niet iets theoretisch, maar iets dat je raakt of aanraakt.
— Iets dat je bezighoudt, omdat het net iets dichterbij is.
— Omdat het belichaamd is.
— Elders worden soms dingen georganiseerd alleen voor vrouwen, of voor mannen. Wij zoeken diversiteit op, noemen dat expliciet in onze aankondigingen; diversiteit in leeftijd, genderexpressie, seksualiteit, culturele diversiteit,… omdat we vinden dat het gesprek, elk gesprek maar ook dit gesprek, baat heeft bij vele perspectieven. Vorige keer was de jongste in de twintig en de oudste zeventig — echt verrijkend.
— We benaderen elke bijeenkomst anders. Soms gaat het over de ervaring van het niet-ouder-zijn, want bij veel mensen gaat het over een gemis. Sommige mensen rouwen, sommige mensen niet. Soms gaat het over de kwaliteiten die je denkt te missen doorgeen ouder te zijn, of geen biologische kinderen op te voeden of te hebben, en hoe die kwaliteiten op een andere manier vorm kunnen krijgen in je leven.

— We gaan in grote groep en in kleinere groepen in gesprek met elkaar. Dat wil niet zeggen dat we alleen spreken, want er wordt veel naar de ervaringen van anderen geluisterd. Dat gesprek krijgt vorm aan de hand van narratieve praktijken, en daarnaast proberen we ook op andere manieren uitdrukking te geven aan wat er leeft, bijvoorbeeld door tekeningen te maken.
— Een hele belangrijke en leuke kwaliteit van wat wij doen is dat het vertrekt vanuit de nieuwsgierigheid naar de eigen ervaring, die heel vaak ongearticuleerd is, bij mij in ieder geval. Ik heb heel weinig over het niet hebben van kinderen gesproken en dit project gaf me de mogelijkheid om beter te begrijpen wat er in mij leeft. En daar ook woorden voor te vinden, zodat ik dat met andere mensen kan delen en zodat die ervaring gaat bestaan in de wereld, als verhaal en als mogelijkheid van een leven. Wat cruciaal is, is dat ik het gevoel had dat mijn leven, of de manier waarop ik het ervaarde, niet bestond als mogelijkheid, terwijl het er wel degelijk was. En op dezelfde manier is er de nieuwsgierigheid naar wat er in anderen leeft.
— Ik voel dat we een wezenlijke beweging hebben doorgemaakt, van ‘ik ben een niet-ouder’, wat een soort identiteit of label is, naar ‘meer-dan-ouderschap’, wat een begrip is waarrond allerlei praktijken bestaan, en invalshoeken om ernaar te kijken en ermee om te gaan. En daarrond kunnen we uitwisselen.
— Bij gebrek aan verhaal in de wereld, aan zichtbare aanwezigheid, maar ook aan diversiteit aan mogelijke invullingen van niet-ouderschap, was ‘niet-ouder zijn’ voor mij een soort internalisering geworden van de clichés die bestaan. Dat is iets niet zijn. Dus ik denk dat ik last had van het label dat ik misschien onvoldoende had onderzocht, vastgepakt, omgekeerd, opgerokken, weggegooid. En door de gesprekken ontstaat er gewoon een hele levenspraktijk, een horizon, die even divers is als de praktijken van ouders.
— Dit is volgens mij een soort emancipatie. Dus er komt een soort beweging in jezelf op gang, een verlangen naar emancipatie, naar ‘mijn leven doet er ook toe als niet-ouder’ en ‘niet-ouderschap moet ook een plek krijgen’.
— Ik moet nu denken aan de woorden die we gebruiken. Op een bepaald moment hadden we het zelfs nog over kinderloosheid. Wat nog iets anders is eigenlijk. Soms hebben we het over ‘more- than-parents’, maar dan heb ik het gevoel dat het weer over een identiteit gaat. Voor mij is het belangrijk dat we het benaderen als een werkwoord, als ‘more-than- parenting’, als iets wat we doen en waarmee we constant in beweging zijn, en niet iets wat we zijn en belichamen en een rol die we aannemen en waar er dan van alles rond geconstrueerd wordt. Iets dat meer een uitnodiging is om iets te doen dan iets dat je op een bepaald moment wordt of bent.
— Ik denk dat het gaat over het deconstrueren van een bepaalde identiteit. En voor die deconstructie moet je die eerst in jezelf herkennen. Ik identificeerde me bijvoorbeeld niet als iemand die erg aan het rouwen was over het feit dat ik geen kinderen heb. Terwijl ik wel nieuwsgierig was naar wat het later voor me zou betekenen om geen ouder te zijn. Nu ik allerlei mensen met gezinnen om me heen zie, met wie ik niet meer op dezelfde manier bevriend kan zijn, krijgt vriendschap bijvoorbeeld een andere vorm. Hoe doe ik dat eigenlijk? Maar ik moest eerst voor mezelf bedenken en benoemen: ‘Ah ja, ik heb geen kinderen, ik ben dus geen ouder’ en ‘wat betekent dat eigenlijk?’. Ook om te begrijpen dat ik daar soms wel verdrietig over ben, dat ik daar soms tegenaan loop. Om het vervolgens te kunnen deconstrueren.
— Van bij het begin wilden we dat collectiviteit deel zou uitmaken van het proces en tegelijk dat iedere persoon vanuit hun eigen gesitueerdheid met dat niet-ouder-zijn zou kunnen deelnemen.
— Het is dus ook een verlangen naar gemeenschap.
— Een gemeenschap die tijdelijk is, om te beginnen voor de duur van de bijeenkomst, maar soms ook langer.
— Of beter ‘gemeenschappelijkheid’, want ‘gemeenschap’ kan voor mij soms een beetje verstikkend overkomen. Zo van ‘oei, ik hoor nu bij een club’. Maar ‘gemeenschappelijkheid’…
— In de school in Mexico waar ik lesgeef is een van de eerste dingen die we doen wanneer we samenkomen de caracoleo—een klein informeel gesprek vanuit de vraag ‘wat gebeurt er met mij / met ons?’. Dat is al een soort van breaking down the barriers between us. En dat heeft voor mij te maken met het zoeken naar die gemeenschappelijkheid. Door te articuleren wat er in mij omgaat en door te luisteren naar wat er in de ander omgaat, ontstaat er een soort van resonantie of de mogelijkheid tot een verbinding.
— Ik heb het gevoel dat dat ook gebeurt in onze bijeenkomsten.
— En die verbinding ontstaat doorheen de diversiteit van mensen en verhalen, en alle mogelijkheden van leven die die diversiteit laat zien, want er is sprake van herkenning, dat we iets in elkaar herkennen, en dat we niet zonder die herkenning kunnen.
— Ja, dat heb ik ook heel sterk gevoeld: verbinding in verschil. En dus: gemeenschap, maar gemeenschap in verschil.
— We maken gebruik van narratieve gesprekspraktijken waarin we vragen stellen met welbepaalde intenties om een bepaalde beweging in een conversatie te genereren. We luisteren ook met een bepaalde intentie en we documenteren wat er gedeeld wordt. Die documentatie dient om het verhaal van zij die hun verhaal delen kracht bij te zetten of te articuleren.
— Het is geen methodiek, geen techniek, en ook geen systeem. Je moet de tools en de begeleidende principes — ik noem ze liever inspiraties — in de praktijk brengen, en de praktijk is altijd de realiteit van een groep mensen, en de conversatie die je voert bepaalt mee welke vragen je zou kunnen stellen. Het is dus iets heel levendigs.
— Er is een heel arsenaal aan vragen en mogelijke scenario’s. Voor elke groep, voor elk groepsgesprek bekijk je wat de vraag is die daar het meest leeft, en van daaruit geef je intenties aan je vragen. Het is telkens maatwerk.
— Wat mij erg bijblijft is dat het gaat over het verweven van verhalen, dat er in een groep een weefsel van verhalen ontstaat, een soort gezamenlijk gecreëerde taal over een bepaald onderwerp, vanuit een bepaalde vraag of vanuit een bepaalde insteek.
— Het collectief van narratieve praktijken in Mexico zegt dat het vormen van een identiteit altijd een collectieve verwezenlijking is. Mijn identiteit is niet alleen van mij en is geen individuele verwezenlijking. Het is iets dat vorm krijgt in interactie met anderen. Onder andere door erover te spreken, en door de taal die we er aan geven.
— Een van de zinnen die als leidraad dient bij narratieve praktijken is ‘Het probleem is het probleem, de mensen zijn niet hun probleem.’ Dus er is iets wat hier in het midden ligt, waar wij allemaal mee te maken hebben, maar waar wij niet mee samenvallen.
— Je kunt luisteren naar de identiteit van het probleem, maar je weet dat je er niet door wordt bepaald, want je bent nooit enkel één ding. We zijn eigenlijk verschillende dingen tegelijkertijd. Dus in een gesprek kun je die andere dingen, hoe klein ook, en soms onopgemerkt, al benoemen. En dat is de intentie waarmee we willen luisteren. Zodat opnieuw ruimte kan ontstaan tussen het probleem en jezelf en je kunt beslissen welke relatie je met dat probleem wilt aangaan.
— Wat ik bijzonder vind is hoe er gedocumenteerd wordt. Wanneer iemand het woord neemt, wordt heel zorgvuldig genoteerd wat diegene zegt. Daar komt dan een soort compact collectief verhaal uit. Dat is hoe dat weefsel weer terugkomt bij alle deelnemers aan het gesprek, als een betekenisvol verhaal over wie wij op dat moment daar in die ruimte waren, in gesprek met elkaar.
— Het belangrijkste effect van documentatie bij narratieve praktijken is dat je je eigen woorden opnieuw hoort. En je je daardoor kunt realiseren dat er iemand aan het luisteren was, en dat je woorden gehoord worden en dus belangrijk zijn. Want we hechten belang aan hoe elke persoon zich uitdrukt en taal geeft hun belichaamde ervaring. In tegenstelling tot wat de dominante verhalen en discours in deze wereld doen.
— En dan moeten we daar een goed verhaal van kunnen maken, want het zijn alleen maar de goede verhalen die ook echt de kracht hebben om in de wereld overeind te blijven. Dus in die zin is het ambacht van een goed verhaal vertellen niet zo ver weg.
— De manier waarop de tekst gecondenseerd wordt, door uit alles wat iedereen heeft gezegd, zonder de woorden te veranderen, stukken te halen, dat is een heel intuïtief proces dat ik herken als kunstenaar, waarin je niet precies begrijpt waarom deze zin nou net wel werkt en die andere niet. En die zinnen worden op een bepaalde manier geordend, waardoor er een versie, want het is een versie, van het collectieve verhaal verteld wordt.
— Het wordt niet tot één perspectief gereduceerd. Die vele perspectieven blijven aanwezig en toch is het gebald. We hebben er ook over gesproken als een koortekst, met verschillende stemmen, die de meerstemmigheid weerspiegelt.
— Ik denk dat onze bijeenkomsten een uitnodiging zijn om met je aanwezigheid, met je verhaal bij te dragen aan dat gemeenschappelijke, aan het verweven van die verhalen.
— De vragen zijn gericht op het geven van taal aan onze ervaringen en op het zoeken naar beelden, misschien zelfs nieuwe beelden of nieuwe metaforen. Ze nodigen je uit om je eigen beeldtaal te exploreren.
— Beeldspraak, maar ook verbeelding is heel aanwezig in wat we doen. Wat bijvoorbeeld opvallend was in onze laatste bijeenkomst, was dat het woord ‘baarmoeder’ op verschillende manieren naar boven kwam. En dat woord… alsof we dat woord voor het eerst weer hoorden. Ineens kwam dat in ons midden. Er is iets dat die beeldspraak naar boven haalt. Dat zijn woorden, beelden en symbolen die je weer in je eigen reflectie kunt gebruiken.
— In de laatste bijeenkomst gingen we op zoek naar andere metaforen die we naast de metafoor van de ‘family tree’ (stamboom) kunnen leggen. Want als je geen kinderen hebt, ben jij die tak die gewoon zo kort blijft, terwijl de rest blaadjes krijgt en vertakt… Dat was ook een verbeeldingsoefening. Niet alleen met taal, maar ook door te tekenen.
— Taal geven is natuurlijk sowieso verbeeldend. Want de situatie waar je in zit, bestaat niet als taal. En door heel precies te vragen naar de taal die in je opkomt, ontstaan metaforen. En het is juist dat dat die beelden eigen maakt.
— Vragen zoals ‘als die pijn een stem zou hebben, wat zou die zeggen?’ of ‘als je die pijn zou kunnen aanraken, hoe zou dat voelen?’ maken dat jij niet samenvalt met die pijn of dat probleem, en daardoor is er ook ruimte voor verbeelding. En het is tactiel.
— Het woord ‘verbeelding’ werkt goed in het Nederlands, omdat het woord ‘beeld’ erin zit, maar in een andere taal klinkt het meer als inbeelding, waardoor het geen deel van de werkelijkheid zou zijn. Maar wat we proberen te doen, is aan je probleem karakter en eigenschappen toe te kennen.Ver-beelden, maar niet in-beelden.

— Het isolement van covid is voor mij heel belangrijk geweest om duidelijk die wens te voelen om het niet alleen af en toe eens met iemand te bespreken, maar om er iets mee te doen met andere mensen. Dus daar is het begonnen, vanuit een behoefte om het samen te doen, maar ook om iets te maken. Dus toch ergens een voorstelling. Voor anderen en ondertussen voor mezelf.
— We hebben ook al eens gezegd dat het gaat om ‘dingen waar we zelf behoefte aan zouden hebben’. Dus in die zin zijn we zelf ook ergens de graadmeter. We proberen toch heel dicht bij onszelf te blijven. En dat vind ik heel bijzonder.
— We zien dat rouw voor een aantal mensen heel veel ruimte inneemt en dat daar heel veel ruimte naartoe moet gaan. En ik heb zelf beseft: ja, dat is belangrijk, we gaan dat doen, we blijven dat doen met dit project, maar ik zie mezelf niet als rouwcoach.
— Door deel te nemen aan de verschillende bijeenkomsten denk dat ik meer vrijheid voel in mijn leven, om mijn leven te bepalen.
— Om niet slachtoffer te zijn van je leven.
— Door te luisteren ben ik dat zelf opnieuw gaan bezoeken; hoe zit dat nu eigenlijk bij mij? Dat heeft mij niet onverschillig gelaten, waardoor het thema ‘andere vormen van ouderschap en van aan familie doen’ weer meer ruimte in mijn leven heeft gekregen, en dat vind ik belangrijk.
— Ik wilde beter begrijpen wat het zou betekenen om geen ouder te zijn in je leven, voor mij, maar ook voor anderen. En ik wilde dat gesprek graag voeren met iemand die een stuk ouder was dan ik, en die dat vanuit haar eigen ervaring met mij kon delen. Barbara vertelde me dat ze echt aan het rouwen was. Er is dan bij mij een hele beweging op gang gekomen van hoe daarmee om te gaan. Ik merk dat ik nu af en toe bijvoorbeeld heel verdrietig ben. En dat ik mezelf en mijn relaties helderder zie door de oefeningen die we hebben gedaan in deze gesprekken. Een hoop relaties in mijn leven zijn ook meer naar de voorgrond gekomen.
— Die bijeenkomsten gaan voor mij heel erg over zingeving. De ruimte om het probleem heen of door het probleem heen, is heel erg in beeld gekomen. Gewoon door ‘wat is er nou belangrijk?’, ‘wat is er aan kwaliteiten die geleefd willen worden in mijn leven?’
— Agnès (Quackels) heeft me de vraag gesteld ‘kun je daar iets mee doen in het Kaaitheater?’ En dat was een zaadje dat geplant is, wat nu leidt tot een programma rond moederschap, en mothering, en later een project rond familie.
— Door het te delen, door de vragen die we zijn gaan stellen, ook over hoe wij als mensen zonder kinderen in de maatschappij leven en wat we daarvan maken, is die maatschappelijke component bij mij in de afgelopen drie jaar gegroeid.
— Het niet-hebben van kinderen is een concrete ervaring die bestaat in verschillende mensenlevens, en daar hangen verhalen aan vast. Maar er heerst een grote ongelijkheid op het niveau van discours en verhalen. Bepaalde verhalen — de dominante — krijgen heel veel aandacht en ruimte, en andere krijgen geen aandacht, terwijl er wel concrete levenservaringen achter zitten. Dat maakt het maatschappelijk van belang. Om de waarde en de potentie daarvan te zien.
— Ja, we hebben in drie jaar tijd echt aandacht kunnen geven aan de verhalen die we op andere plekken zo weinig hebben gehoord.
— Ja, dat is waar.
— En ja, dat op zich eigenlijk vind ik bijzonder.
— Ja. Mooi.
— Ik denk dat dit het is.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.