© Illias Teirlinck

Leestijd 8 — 11 minuten

Oh Deer! – BRONKS

De jager, het hert en de uitgebluste zangeres

Met Oh Deer! (6+) heeft BRONKS een openingsvoorstelling van formaat beet voor hun nieuwe seizoen. Gina Beuk, Hendrik Van Doorn en Bavo Buys creëren een wereld vol absurde humor en subtiele symboliek die kinderen uitnodigt verder te kijken dan hun neus lang is.

‘Ga maar goed vooraan zitten, daar is het leuker!’, fluistert een volwassene samenzweerderig tegen enkele kindjes die de zaal binnen lopen. Even later stelt een moeder haar zoontje gerust: ‘ze komen maar tot de derde rij, dus hier zitten we zeker veilig.’ Al was het nog maar net première, er gaan al verschillende verhalen de ronde over Oh Deer!.

Samen met Hendrik Van Doorn en Bavo Buys creëerde Gina Beuk deze 6+ voorstelling voor BRONKS. Het is een koortsdroom op kinderformaat vol absurdistische beelden waarin nauwelijks wordt gesproken. De sobere maar fantasierijke en vooral functionele scenografie van Stefan Jakiela en kostuums van Louis Verlinde zetten mee de sfeer. Drie spelers, een eenvoudig decor, een handvol personages en af en toe een goed gerichte spot (lichtontwerp: Juriaan Houttekier) of een streepje goed getimede muziek (Lucas Van Der Vegt en Tom Gaublomme), meer hebben Van Doorn, Buys en Beuk niet nodig om jong en oud binnen te zuigen in de wonderbaarlijke wereld van Oh Deer!.

De Bange Jager en de Uitgebluste Zangeres

Oh Deer! begint in een bos, weergegeven met enkele rotsblokken waar kale boompjes uit groeien, een beetje mist op de vloer en een grote bol als maan bovenaan. We zien een gewei, en dan een hert (Buys). Voorzichtig knabbelt die aan de blaadjes van een boompje. Er weerklinkt wat in de coulissen en het hert schiet ervandoor. 

Dan is het de beurt aan drie jagers. Ze komen stoer op gemarcheerd. Twee van hen hebben een geweer in de hand en schieten vlot vogels uit de lucht. De laatste is een bange jager (Van Doorn): hij gebruikt een verrekijker en reanimeert liever vogels dan er op te schieten. Na een gezellige lunch waarin de drie spelers elk op hun eigen manier zo grappig en omslachtig mogelijk proberen te eten – tot groot jolijt van het jonge publiek –  gaat de jacht verder. Zonder de bange jager, die nog rustig aan zijn broodje bezig was. Hij blijft alleen achter in het bos. 

Cut naar het tweede decor op scène: een bruine kroeg. Achter een klein toogje mimet Buys, nu als barvrouw, vakkundig alsof die uit een kelder komt gekropen. Aan de toog zit een kettingrokende vrouw (Beuk). De poten van haar kruk zijn bedolven onder een berg sigarettenpeuken en elke keer als ze hoest, vallen er nog wat extra peuken uit haar kleren of pruik. Ook haar handtas rookt gezellig mee. Maar goed dat ze een puffer op zak heeft.

Een even glinsterend als triest gordijntje maakt de bar compleet. Zometeen zal Beuk er met haar trouwe kompaan (een nu wel zelfverzekerde Van Doorn) een actje opvoeren. Samen zijn ze een showduo dat waarschijnlijk al jaren hetzelfde slappe liedje zingt: een schlagernummertje dat enkel uit wat flauwe clichés is opgebouwd: ‘ik en jij / jij en mij’ of ‘de liefde, auw auw auw / het leven, auw auw auw’. Het zijn enkele van de weinige gesproken woorden in de voorstelling. De kinderen in de zaal zijn helemaal mee en beginnen enthousiast de maanden van het jaar te roepen na de woordspeling ‘Jij en mij / april en mei’.

Van de bar naar het bos en weer terug

De zangeres en de jager, de ene uitgeblust en afgeleefd, de ander onzeker en bang, beide verdwaald. De eenzame jager danst zich stuntelig moed in met zijn geweer. Hij probeert het onder controle te krijgen, maar richt het wapen net zo vaak op zichzelf als op een eventuele prooi. In de bar krijgt de zangeres na haar act een paniekaanval. Ze steekt haar hoofd in haar handtas en begint te huilen. Het zijn twee personages die duidelijk niet meer tevreden zijn met de plek waar ze zijn of de rol die ze zijn toebedeeld.

Plots is daar opnieuw het hert. Die heeft deze keer geen zin in blaadjes of dennenappels, en bestormt dan maar onder luid gejoel het publiek. (De mama had gelijk, iedereen voorbij de derde rij wordt gespaard). Al snel graait Buys een rugzakje vol lekkers mee. De appel smijt die weg, de reep Toblerone smikkelt die binnen. Plots kijk die recht in de loop van het geweer van de bange jager. Gelukkig bibbert deze nog te veel, en weet Buys weg te vluchten naar de bar.

Het is de eerste keer dat de twee werelden elkaar raken. De afgeleefde zangeres staart verbaasd naar het hert. Ze delen een sigaret en een stukje Toblerone, waarna het hert snel een pint leeg drinkt om via de gordijntjes weer richting bos te verdwijnen. De gordijntjes blijven op een kier. Het biedt de zangeres de mogelijkheid om, zij het kortstondig, haar bruine kroegenbestaan achter te laten en het mysterieuze bos te ontdekken. Dankzij het hert ontdekt ze dat er nog een wereld is voorbij haar treurige leventje. Al snel roept de toog haar – letterlijk – terug tot de orde en wordt ze weer richting de bar gesleept. Het is nog niet de bedoeling dat de personages van hun plaats wijken, al begint de strakke tweedeling op het decor enkele barstjes te vertonen. 

Oh Deer! is een ode aan de grensvervaging, aan het uitbreken uit het keurslijf van klassieke verwachtingspatronen en een levendige oproep om je passies na te jagen.”

Het hert en de vele mogelijkheden 

Het hert en de jager belanden weer oog in oog. Het hert laat zich niet meer uit het lood slaan en daagt de jager uit. Wat begint met enkele voorzichtige dansjes mondt al snel uit in een talentenshow vol komische kunstjes. Buys plukt een tak van een boom en begint ermee te wimpelen en Van Doorn zingt een stukje Duitse opera. Zo vergeten ze hun rollen van jager en prooi en veranderen in twee speelvogels. Elk kunstje – Van Doorn die hilarisch genoeg z’n adamsappel op commando kan bewegen alsof ie aan een touwtje hangt – wordt op steeds enthousiaster applaus onthaald.

Spelenderwijs komen ze tot een verstandhouding. Ze richten hun aandacht nu op de zangeres die nog in de bar zit. Met een harde cut wordt er een felle spot op haar gericht en nodigen ze haar uit om mee te spelen. Bos en bar vloeien nu helemaal in elkaar over en de scenografie wordt opengegooid. Even lijkt het alsof ze opnieuw haar schlagernummertje zal opvoeren, maar dan barst de hel plots los en klinkt er pompend luide metal-techno door de boxen. Ze begint te schreeuwen. De windmachine wordt aangezet en de jager en het hert vliegen van de barkrukken waar ze zonet nog op waren gaan zitten. De maan begint te draaien en onthult een grote discobal.

“Beuk en co. tonen hoe de magische toverdoos van het theater werkt zonder braaf en voor de hand liggend te zijn, en vooral door hun jonge publiek niet te onderschatten.”

Oh deer! is een ode aan de grensvervaging, aan het uitbreken uit het keurslijf van klassieke verwachtingspatronen en een levendige oproep om je passies na te jagen. Dankzij de lenigheid en fluïditeit van Buys’ dappere hert ontdekken zowel de jager als de zangeres hoe ze kunnen ontsnappen uit hun vastgeroeste levens. Ze breken uit hun rolpatronen en gaan nieuwe verbindingen aan. In plaats van ze te bejagen genieten ze van de natuur, roepen ze heel hard, doen ze hun eigen ding. Buys is dan wel de katalysator die de andere twee losweekt, maar neemt zelf ook geen genoegen meer met de hen toebedeelde rol van prooi. Aan het eind krijgt die de micro en de spotlight, iets wat hen in hun rol als barvrouw nog ontzegd werd. De gordijntjes staan nu voor een boompje. Er is een nieuw speelveld ontstaan vol nieuwe mogelijkheden. De cirkel is helemaal rond wanneer de jager opnieuw zijn geweer vastneemt en deze gewoon om aan de toog te hangt. Daar hangt hij beter.

Magische toverdoos

Als je naar jeugdtheater gaat kijken, probeer dan zeker een matineevoorstelling mee te pikken met zoveel mogelijk kinderen erbij. Het plezier dat de kinderen beleven door de knotsgekke fratsen op scène is ontzettend aanstekelijk – zeker als het zo’n speels theater is als Oh Deer!. Op schijnbaar simpele wijze tonen Beuk en co. hoe de magische toverdoos van het theater werkt zonder braaf en voor de hand liggend te zijn, en vooral door hun jonge publiek niet te onderschatten. Het is altijd leuk om te merken hoe snel kinderen mee zijn met de codes in het theater, hoe gemakkelijk ze meegaan in de fantasie van de makers en hoeveel ze al snappen.

Tekenend hiervoor is het moment waarop de zangeres de tekst van haar nummertje herhaalt, maar dan oprecht verteld. Het hert, dat nu even dienstdoet als therapeut, luistert aandachtig. ‘Het leven, auw auw auw’ komt nu wel even anders binnen: het is niet meer zomaar een hol cliché, maar een uitnodiging om te aanvaarden dat het leven ook pijn kan doen. Ook kinderen kunnen met die boodschap om.

Beuk en co. schrikken er niet van terug om provocatief uit de hoek te komen. Overmatig alcoholgebruik, kettingroken of gratuit dierenleed: het zijn onderwerpen die je niet meteen in een kindervoorstelling verwacht en zeker niet zo in your face. Oh Deer! toont jong en oud dat het oké is om af te wijken van een vooropgezet pad, om je niet neer te leggen bij wat van je verwacht wordt en dat je tijd mag nemen om te zoeken.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 8 — 11 minuten

#177

05.09.2024

14.12.2024

Simon Knaeps

Simon Knaeps studeerde acteren aan het conservatorium van Antwerpen en theater- en filmwetenschappen aan de UA. Momenteel is hij werkzaam in het jeugdwerk. Hij is tevens lid van makerscollectief ilBrigata.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!