Leestijd 9 — 12 minuten

Notities en bedenkingen omtrent geluid, theater en het Beest

Geen Etcetera zonder werkgroep. En geen werkgroep zonder spe- cialisten ter zake. In dit geval geluidskunstenaars, soundscapers, noise-theoretici en professionele stoorzenders. Stof genoeg dus voor meerstemmige, disparate gesprekken, voor occasionele stiltes en de gebeurlijke tension note. Jelle Dierckx geeft een inkijk in het werkproces. Geen traditioneel essay, maar een amalgaam van stemmen en tegenstemmen, van bedenkingen in wording.

In bijlage vindt u de gevraagde notities. In de context van onze gesprekken omtrent geluid en performativiteit zijn ze misschien van toepassing. Er zijn wellicht een aantal goede aanknopingspunten voor een volgende sessie? Heb er alvast een aantal bedenkingen aan toegevoegd en de discussie werd inmiddels verder gezet met je-weet-wel-wie. Veel leesplezier en tot gauw!

Notities naar Herr Hanslick

~ Dit gaat over het BEEST, meneer. Jawel, muziek, of Muziek, zo u wil. Bewegende klankvormen.

~ Theater? Dat heeft iets te maken met een podium, niet?

~ De dagelijkse omgang met. Opties: kooi (niet aanraken),

leiband (afstand behouden), bewust negeren (ook niet aanraken), niet opmerken (de wilde natuur), omhelzen (aanraken noodzakelijk).

~ Als het theater een spiegel wil zijn voor de maatschappij is het wellicht logisch dat het hoofdzakelijk door doven bevolkt wordt?

~ Als muziek niets zegt, wat zegt dat dan?

~ De dagelijkse omgang met. Opties: omhelzen (verstikkend), omhelzen (troostend), omhelzen (vol liefde / liefdevol), omhelzen (controlerend), omhelzen (lege geste), omhelzend.

~ Wanneer heeft ú voor het laatst het knisperen van een pas gemaaid graanveld gehoord?

~ Laatst nog uit een veel te grote mond geglipt:

Is uw voorstelling ook de moeite als ik mijn ogen gesloten houd?

~ PROPORTIE. Het schijnt het laatste woord van velen te zijn. U heeft alvast een keuze wat betreft de maat van alles: mens, geest, natuur, plastic eendjes en andere.

~ Hoe echt is het BEEST op een podium? Hoe fysiek? Hoe gevaarlijk? Hoe wollig?

~ Het is niet omdat u erg luid roepen kan dat u ook gehoord wordt. Luisteren is hier een voorwaarde. De wil tot luisteren is hier een voorwaarde. De bewuste wil tot luisteren. De bewuste wil die niet altijd bewust is. De wil heeft er misschien zelfs niets mee te maken. Enkel bewustzijn. Door te luisteren.

~ Neen, er kan niet gezorgd worden voor wat klank bij deze voorstelling.

~ (Gekrabbel. Onleesbaar edoch hoorbaar.)

~ De dagelijkse omgang met. Hoe aanwezig wil u het beest?

Uw keuze: gezelschap (gewone of uitgebreide versie), huisslaaf, minnaar (koel of passioneel)?

~ PROPORTIE. De juiste hoeveelheid trillingen. Energie. Toch nog eens de vraag stellen. Welk kader past bij het plaatje? Welk plaatje past bij het kader?

~ Hoe beweeglijk is het oor?

~ Andere grote mond: Waarom toch steeds weer een applaus?

Na een denderende finale, ja. Maar anders heeft u er toch niets van begrepen? Niets, niets, helemaal niets.

~ Wie gebruikt precies wie in dit alles?

~ PROPORTIE. De idee dat muziek georganiseerd geluid zou zijn is erg omvattend. Naar de zon kijken is ook niet gemakkelijk.

~ Samenspel.

~ Met klank als personage kan de scène nogal vol lijken. Met het zwijgen erbij is de kritische massa quasi onhoudbaar. Hoeveel spanning wilt u nog meer?

~ Het geluid van het boek dat u leest. Het geluid van het boek dat u op een podium leest. Het opgenomen geluid van u die een boek leest op een podium. Het opgenomen geluid van u. Niet meer op een podium. Zonder boek. Lezend.

~ Twee maten rust.

~ PROPORTIE. Genoeg. Voldoende.

~ De dagelijkse omgang met.Hoe afwezig bent u?

~ Kan een concertritueel als theater bestempeld worden?

~ Tot slot een flauw grapje (verplicht nummer): Hoeveel dramaturgen zijn er nodig om het BEEST in bedwang te houden?

~ Het trommelvlies doorprikken. Figuurlijk. Luisteren doorheen de klank. Naar de zon kijken.

Bedenkingen bij de gevonden notities

Tiens, tiens, notities die Eduard Hanslick, één van de bekendste muziekcritici uit de 19de eeuw, als voorbeeld nemen. Gelukkig worden in deze krabbels Brahms en Wagner niet meer tegen elkaar uitgespeeld. Of vergis ik me? Wel prominent staat het Beest. Beetje vreemd dat deze metafoor voor muziek gebruikt wordt. Zeker met hoofdletter. En soms is het niet duidelijk of er muziek bedoeld wordt of geluid tout court. De stelling van muziek als georganiseerd geluid komt natuurlijk van Edgard Varèse, en de theorieën van John Cage zijn ook aanwezig. De kritiek op het applaus verwijst dan weer duidelijk naar een collega van Hanslick: Hugo Wolf.

De BEESTMETAFOOR wordt wellicht gebruikt om aan te duiden dat er te licht omgesprongen wordt met muziek. Vooral dan in een theater- en performancecontext. Waar deze stelling concreter wordt, zijn de notities onleesbaar. Bijzonder vervelend. In één notitie wordt wel duidelijk gesuggereerd dat ‘een muziekje’ bij een voorstelling te vermijden valt. Herinnert me aan de regisseur die zei dat er altijd twee opera’s te horen zijn: één in de orkestbak en één op het podium. Geeft natuurlijk te denken over het ideaal van muziektheater.

 

Veel opmerkingen die beginnen met ‘ De dagelijkse omgang met’ geven alvast aan dat er op tal van manieren kan worden omgegaan met klanken op scène. Daarnaast wordt duidelijk gepleit voor proportie, samenspel en bewust luisteren. Lijkt allemaal evident. In de notities wordt er echter keer op keer op gehamerd. Alsof er een manier gezocht wordt om het juister te benaderen. Dat doet me dan weer denken aan de bekende schrijver die me trots meldde dat hij dertig teksten geschreven heeft over muziek en er dan nooit meer een letter aan verspild heeft omdat het onderwerp in de verste verte niet te benaderen valt. Wellicht probeerde hij het Beest te kooien. King Kong-gewijs.

‘Is uw voorstelling ook de moeite als ik mijn ogen gesloten houd?’ is inderdaad een nogal boude vraag uit een ‘grote mond’. Is wellicht uitdagend bedoeld. Theater en performances bestaan meestal uit tal van elementen in samenspel met het sonore. Maar het loont wellicht de moeite om de uitdaging ook daadwerkelijk eens aan te gaan? Een andere notitie verwijst naar de doofheid in een theatercontext en in een maatschappelijke context tout court. De grote mond moet zichzelf aldus ergens wel geloofd hebben.

Het meest fascinerend vind ik zelf het cryptische ‘Wie gebruikt wie in dit alles?’. Er is dus sprake van een machtsspel. Dat kan natuurlijk zowel positief als negatief begrepen worden. Wie zijn echter de partijen? Muziek en theater? De componist of de dirigent en de regisseur? De zangers en de acteurs? De schrijver van de notities en de lezer? Soit, ik bekijk ze morgen nog eens. Ga nu even naar de maan kijken. Het is al laat.

-Re: Bedenkingen bij de gevonden notities

Mijn beste, ik heb je mail goed ontvangen. Hopelijk heb je nog van wat nachtrust kunnen genieten. Kijk, ikzelf bekijk deze ganse kwestie natuurlijk vanuit de praktijk. Dat kon je wellicht vermoeden. Geluid is voor mij te allen tijde een fysiek gegeven en ik probeer het niet gratuit te gebruiken in voorstellingen. Het is inderdaad de bedoeling om door te dringen, om het trommelvlies te perforeren. Aan jou moet ik dat eigenlijk niet vertellen. Je kent mijn werk beter dan ikzelf.

Vaak is er wel de gedachte dat gestructureerde klank (muziek, dus) te sterk is. De rest is dan niet meer nodig. Wie muziek maakt, heeft genoeg. Inhoud en vorm zijn niet meer te onderscheiden. Daarop doelde Walter Pater ook toen hij stelde dat alle kunst naar de staat van muziek streeft. Muziek is tegelijkertijd een zaak van ratio en affect. Wat wil een mens nog meer. Als theatermaker is het telkens opnieuw een zaak van evenwicht zoeken. Bij het publiek primeert immers het oog boven het oor. Dat is een zuiver biologisch gegeven. Een zuivere kwestie van aantallen neuronen. Aan de andere kant is het moeilijker de oren te sluiten dan de ogen. Een goed gebruik van klank kan soms meer teweegbrengen dan tal van visuele snufjes.

Ondertussen heb ik alle mogelijke software in huis gehaald en heb ik me nog meer dan vroeger toegelegd op het digitaal bewerken van klank. Maar tegelijk neig ik ook opnieuw naar analoge dimensies. Wat een acteur met zijn stem kan doen, overtreft nog steeds alle mogelijke technologische nieuwigheden. Een goede combinatie vinden tussen de twee is niet altijd even gemakkelijk. Hier gaat het inderdaad om proportie en samenspel.

Bewust luisteren is volgens mij dan weer niet altijd noodzakelijk. Soms is het goed dat de toehoorder de sonore dimensie van het werk niet bewust waarneemt. Zo kan de impact des te groter zijn. Het gros van het bioscooppubliek kan hierover zeker meespreken.

Ik weet dat je de laatste tijd meer gefocust bent op geluid dan op muziek en dat je niet altijd vrede hebt met de definitie van muziek als zijnde gestructureerd geluid. Heb nog nagedacht over wat je vorige keer mailde omtrent performativiteit van geluid (wat een bizarre term trouwens, performativiteit). Laatst heb ik in de laatste scène van Strindbergs De vader een hele hoop knikkers op de scène laten donderen. Los van de visuele impact was het geluid erg aanwezig. Het droeg bij tot een concrete beleving van wat de vader voelde. Maar dat is natuurlijk een totaal andere benadering dan deze van bijvoorbeeld de spectralisten. Ik begrijp dat je gecharmeerd bent door dat zoeken in de klankkleur zelf, maar persoonlijk kan ik er weinig mee aanvangen. Een sfeer scheppen, ja, maar dergelijke soundscapes zijn nog een andere problematiek. In deze context is het spelen met fond en figuur natuurlijk ook een mogelijkheid. Je kan een uur lang het geluid van de zee laten kabbelen op de achtergrond (de fond). Als je daarna het volume opengooit en de klank licht bewerkt of rondstuurt in de ruimte heb je bijvoorbeeld een sonore tsunami die heel erg present is. De achtergrond wordt zo de figuur op de voorgrond. Maar dat is een effect, natuurlijk. Ik weet dat je van klank een personage wil maken. Niet evident. Veel succes gewenst. Zoals steeds.

Re: Re: Notities naar Herr Hanslick

~ Dit gaat over geluid. En uiteindelijk over muziek (aka het Beest). Nog steeds bewegende klankvormen, ook in de 21ste eeuw.

~ Grappig hoe vaak een oor met een embryo vergeleken wordt? In den beginne was er klank?

~ Is muziektheater een spiegel voor een musicerende maatschappij? Is dit een cynische opmerking?

~ Wie gebruikt precies wie in dit alles?

~ Zelfs als muziek niets zegt, zegt ze verbazend veel.

~

~ Het geluid van de wereld die draait.  Het geluid van een draaiende wereld op een

scherm. U kijkt naar het scherm en hoort het geluid van een draaiende wereld. Op het scherm. Los van het scherm.

~ Wanneer zei u dat u voor het laatst het knisperen van een pas gemaaid graanveld heeft gehoord?

~ Hoe klinken deze proporties?

~ Hoe aanwezig bent u nu?

~ Vanaf wanneer krijgt iemand zin om een klank te benoemen?

~ Het is niet omdat u erg goed kan zwijgen dat u ook genegeerd wordt. Luisteren is hier een voorwaarde. De wil tot luisteren is hier een voorwaarde. De bewuste wil tot luisteren. De bewuste wil die niet altijd bewust is. De wil heeft er misschien zelfs niets mee te maken. Enkel bewustzijn. Door te luisteren.

~ Hoe aanwezig bent u nu?

~ Neen, er kan echt niet gezorgd worden voor wat klank bij deze voorstelling.

~ Genoeg geluisterd.

 

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 9 — 12 minuten

#108

15.09.2007

—

14.12.2007

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!