© Pat Verbruggen

Ella Hintjens

Leestijd 3 — 6 minuten

Niet doen! – Peter de Graef & Bruno Vanden Broecke

Hoe Peter de Graef zelfs een naakte huurmoordenaar staande houdt.

Peter De Graef heeft ontegensprekelijk een gouden pen. Niemand kan zoals hij filosofische beschouwingen tot leven brengen aan de hand van banale gebeurtenissen. Zelfs als hij het over mayonaise en ketchup heeft, weet hij er een boeiende dialoog van te brouwen. Alleen moet Niet doen! het voornamelijk daarmee stellen: een goede theatertekst. Om overeind te blijven heeft De Graef daar genoeg aan. Om als productie in het geheugen te blijven hangen, is er echter meer nodig.

De personificatie van de meedogenloze ratio en de belichaming van de emotie hebben een onverwachte vriendschap gesloten. Joris (Bruno Vanden Broecke) is miljonair, uitgesproken kapitalist en huurmoordenaar, allemaal in één strak maatpak. Tegen hem steekt Bernard (Peter De Graef) af als een kleine, sentimentele, liefdevolle snuiter in flodderbroek en hawaïhemdje. Op een stoel, een vuilnisbak, een hoopje chips en hun dialoog na, is de scène leeg. Licht noch muziek kleden het naakte podium aan. Integendeel: het korte a capella troostliedje van Bernard en het koude, platte licht willen eerder ontkleden.

Volgens Joris moeten we onze gevoelens definiëren als chemische processen die we kunnen onderzoeken en in een correcte structuur gieten, maar bovenal vindt hij emoties storend. Interpretatie is een overbodige tussenstap in een voor de rest gestroomlijnd en empirisch systeem. Maar kunnen we menselijke ervaringen wel onderzoeken? Bernard toont dat er niet alleen iets verloren lijkt te gaan wanneer we onze intuïties en gevoelens onderwerpen aan regels, het is bovendien onmogelijk. We kunnen onze interpreterende blik niet uitschakelen, ook niet bij wetenschappelijk onderzoek. Het verlangen om onze emoties onder te brengen in een rationeel kader, komt zelf voort uit een gevoel, namelijk orde willen scheppen.

Deze discussie is voornamelijk talig. Hij wordt dan ook verteld, niet getoond. Het lege decor zorgt ervoor dat er veel ruimte is voor de taal om op zich te staan. Met een tekst als die van De Graef is dat in eerste instantie heel aangenaam. De manier waarop hij erin slaagt twee archetypische personages tegenover elkaar te zetten zonder in clichés te vervallen, toont nog maar eens hoe hij het steeds weer klaarspeelt het over grote ideeën te hebben zonder dat hij vergeet ze concreet en aanschouwelijk te maken. De lijn tussen werkelijkheid en filosofie lijkt uitsluitend voor De Graef weggelegd, omdat filosofische nuance snel dreigt verloren te gaan in een vlotte, behapbare theatertekst, waarbij het de bedoeling is dat iedereen in het publiek mee is. De dialoog slaagt erin tegelijk lichtvoetig en gegrond te zijn. Ze weet universele filosofische thema’s als ‘wat is taal’ te verbinden met maatschappelijke discussies, want ons taalgebruik zegt veel over de manier waarop we omgaan met hedendaagse problemen.

Op die manier neemt de taal wel een erg grote rol op zich. Wanneer de twee personages eten, hebben we geen noedels nodig, enkel taal, om te weten dat het niet smaakt. Wanneer ze rummikubben, komen daar geen steentjes aan te pas, enkel woorden. Dit onophoudelijke taalspelletje wordt na een tijd echter wat eentonig. Ten eerste gebeurt er natuurlijk weinig. Dit is logisch aangezien er geen verhaal is en de personages geen evolutie doormaken om obstakels te overwinnen, zoals dat zo vaak gaat, maar bovendien wordt de dialoog zo bijna uitleggerig. Door de moraal over te brengen in woorden in plaats van ze te tonen, krijgt de voorstelling een moraliserend effect. Ten derde creëert de overvloed aan taal een afstand tussen het publiek en het personage. Deze afstand is niet nodig als één van de personages al zo onherkenbaar is als huurmoordenaar.

Toch weet De Graef deze met opzet kleerloze voorstelling staande te houden. Zijn schrijf- en denkstijl zouden erg zware deuken moeten krijgen om aan kwaliteit in te boeten. Het resultaat is een productie die tijdelijk zeker amuseert en aan het denken zet, maar niet lang in het geheugen blijft hangen. Wat wel blijft hangen is dat Peter De Graef zich eender wat kan permitteren: het publiek zal toch mee zijn.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Ella Hintjens

recensie