© Goele Bormans

Leestijd 11 — 14 minuten

Next to Normal – Kadee Producties

Musicalregie met hoogtevrees

Met Next to Normal serveert het kersverse musicalhuis Kadee Producties ons een tranche de vie van een ontwrichte familie die uit elkaar gespeeld wordt door rouw en psychische problemen. Het siert Kadee Producties dat ze in een door spektakel en volkse meezingvehikels verdord musicallandschap een inhoudelijk ‘zware’ titel durven opvoeren, maar de brave, risicoloze regie laat veel potentieel liggen.

Hoe is het met het musicallandschap in Vlaanderen gesteld? In een stevig geresearcht essay in Etcetera #178 vroeg Berten Vanderbruggen het zich nog af. Zijn tekst dateert uit 2024, en hoewel er sindsdien geen grote aardverschuivingen zijn geweest, is er hier en daar toch iets veranderd. Nu bijvoorbeeld: Vlaanderen heeft er in één klap een nieuwe theaterzaal en een nieuwe musicalproducent bij. De AED Studio’s in Lint bouwden één van hun gigantische loodsen om tot een commerciële podiumzaal die plaats biedt aan een zeshonderdtal toeschouwers. De openingsvoorstelling van dit AED Theater komt uit de koker van Kadee Producties, een ‘nieuw’ musicalproductiehuis dat een uitbreiding vormt van Kadee Educatief, een producent van moralistische schoolvoorstellingen over thema’s als drugs, alcohol, sexting en “gevoelens”.

Hun eersteling is een eigen versie van Next to Normal, een Amerikaanse pop-rockmusical met muziek van Tom Kitt en een script en liedteksten van Brian Yorkey. De originele productie ging in 2008 in première off-Broadway. Dat wil zoiets zeggen als: in de kleinere theaters van New York met een capaciteit van maximaal vijfhonderd stoelen. Een minder groot theater betekent voor de kapitalistische Broadwayfabriek ook minder financiële risico’s, en daarom zijn off-Broadway-voorstellingen vaak inhoudelijk gedurfder en vormelijk experimenteler. Enkele van die stukken breken vervolgens door naar het grote Broadwaycircuit en krijgen ook internationaal kansen.

“Musicalveteraan Schepens speelt zijn rol als vader en partner voortreffelijk: hij is teder en behulpzaam, en blijft ondanks alle tegenslagen hoopvol en trouw.”

Next to Normal is zo’n titel. In 2010 ontving de musical zelfs de Pulitzer Prize for Drama, een eer die tot op vandaag slechts tien musicals te beurt is gevallen. Bijvoorbeeld ook Jonathan Larsons Rent (1996) over een groep bohémiens ten tijde van de aidscrisis in New York in de jaren 1990 en Hamilton (2016) van Lin-Manuel Miranda, een energetische hiphop-musical over de politieke ontstaansgeschiedenis van de Verenigde Staten – het klinkt als een vreselijk idee maar de voorstelling bewijst het tegendeel.

Pillen-pas de deux

In Next to Normal kijken we binnen in het voorstedelijke huis van een schijnbaar alledaagse nucleaire familie, die bestaat uit een vader, moeder, zoon en dochter. Vol goede moed treden deze Goodmans – what’s in a name? – in het openingsnummer een nieuwe dag tegemoet, maar heel lang kunnen ze de schijn van een ‘normaal’ functionerend huishouden niet ophouden: moederlief Diana (Ann Van den Broeck) gaat zo op in haar huishoudelijke taken dat ze de boterhammen van haar kroost op de vloer begint te smeren. Iets is niet in de haak.

“Op het einde van het nummer spoelt ze, aangemoedigd door haar zoon (Daan Keisse), haar pillen door de gootsteen. In die kleine handeling zit misschien wel de essentie van Next to Normal, namelijk de worsteling tussen de patiënt en de persoon erachter. Hoeveel van jezelf wil je opgeven om ‘beter’ te worden?”

Wat blijkt: Diana worstelt al jaren met een bipolaire stoornis. Vroeger zou de medische wetenschap haar hebben omschreven als ‘manisch-depressief’, verwijzend naar de afwisseling van periodes van bijzondere intensiteit (manie) en extreme somberte (depressie). Haar leven is een onaangename, bijwijlen zelfs gevaarlijke rollercoaster met torenhoge pieken en mijlendiepe dalen. Haar eerste psychiater, dokter Fine (David Cantens), schrijft haar in een “pillen-pas de deux” steeds wisselende combinaties van kleurrijke medicijnen voor. Als Diana uiteindelijk moet toegeven dat ze “niets meer voelt”, concludeert deze pillendraaier dat zijn patiënte stabiel is.

“Wat gaat het nu goed”, zingt haar echtgenoot Dan (Jan Schepens) vervolgens opgewekt. Het was geen gemakkelijke tijd voor hem: terwijl hij als “chauffeur” Diana van de ene doktersafspraak naar de andere bracht, probeerde hij in de woelige, onvoorspelbare wateren het schip recht te houden. Musicalveteraan Schepens speelt zijn rol als vader en partner voortreffelijk: hij is teder en behulpzaam, en blijft ondanks alle tegenslagen hoopvol en trouw. In het bijzijn van zijn gezin is hij de rots in de branding. Alleen als hij alleen is, zit hij er vaak in zak en as bij.

Ook voor tienerdochter Natalie (Luka De Baets) zit het leven niet mee: deze “hoogbegaafde freak” – aldus haar moeder – bezwijkt bijna onder haar perfectionisme en prestatiedruk, terwijl ze moeizaam jongleert met schooltaken en hobby’s. Dat verandert wanneer ze Henry (Pieter Jan De Paepe) ontmoet, een stoner met wie ze al jaren in de klas zit, maar die haar in haar hyperfocus op relevantere materie nog nooit was opgevallen. Deze grote vriendelijke reus slaagt erin iets in Natalie open te wrikken, waardoor ze in de loop van de voorstelling een nieuwe vrijheid zal ontdekken – al neemt die de vorm aan van driftige experimenten met de medicatie van haar moeder.

De Goodmans kennen wel wat van schone schijn. Maar nu gaat het wel écht goed, toch? Schijn! In een van haar solo’s zingt Diana hoe ze de “bergen” mist, haar manische periodes waarin ze heel de wereld leek aan te kunnen. Zelfs de depressieve fases zou ze er weer bij nemen, als ze maar weer iets kon voelen. Van den Broeck bewijst dat ze zangtechnisch nog steeds op het toppunt van haar kunnen is. Op het einde van het nummer spoelt ze, aangemoedigd door haar zoon (Daan Keisse), haar pillen door de gootsteen. In die kleine handeling zit misschien wel de essentie van Next to Normal, namelijk de worsteling tussen de patiënt en de persoon erachter. Hoeveel van jezelf wil je opgeven om ‘beter’ te worden? Wanneer geef je het ‘beter worden’ op? Heb je een stoornis of ben je je stoornis? En wat is nu eigenlijk het ergste, de symptomen of de kuur?

Vondeling of spiegeling

Nog even over die zoon. In de proloog van de voorstelling komt hij midden in de nacht thuis, terwijl Diana hem ongerust zit op te wachten. Elke nacht piekert ze over alle mogelijke manieren waarop hij zou kunnen sterven. Pas een half uur later in de musical ontdekken we dat hij al lang dood is. Omdat Keisse tot op dat moment gewoon mee rouleerde in het huis, komt de onthulling werkelijk als een verrassing. De verwarring die Diana voelt, ervaar je in deze bijzonder pijnlijke scène ook even als toeschouwer.

Acht maanden na zijn geboorte overleed de zoon van Dan en Diana aan een darmobstructie. Diana kreeg het verlies niet goed verwerkt, wat een mogelijke trigger vormde voor haar bipolaire stoornis. Ze hallucineert haar verloren kind in de gedaante zoals hij nu zou zijn geweest: als een kwieke, charmante tiener met een stevige moederbinding en onschuldig puberaal gedrag. Heel de voorstelling lang zal hij als hersenschim haar realiteit doorkruisen. In “Ik leef”, een lekkere uptempo rocksong waarin Keisse vocaal alles uit de kast haalt, overtuigt hij zijn moeder ervan dat hij (er) echt is, terwijl hij tegelijk ook een onaanraakbaar enigma blijft. Hij is als het ware hyperreëel. “Ik ben geen herinnering, maar een vondeling of een spiegeling”, klinkt het uit de mond van deze geïdealiseerde illusie, die zich juist daartegen verzet: geregeld zoekt hij naar agency om zijn moeder nog meer aan zich te binden – ten koste van haar man en dochter.

“Kitt laat zijn performers iets vaker dan goed is de ziel uit hun lijf belten in intense samenzangen, waardoor er voor nuance in spel maar weinig ruimte overblijft. Voeg daar een brave, risicoloze acteursregie van debutante Ilse La Monaca aan toe en je krijgt nooit echt een tegenkleur voor de emotie die zowel de muziek als de liedteksten al zo duidelijk tot uitdrukking brengen.”

Ondertussen realiseert Natalie zich dat ze diezelfde affectie nooit van haar moeder zal krijgen: in het heldenduo dat zij vormt met haar dode broer die ze nooit heeft gekend, is hij “Superzoon” en zij de “Onzichtbare Zus”. Inderdaad: Diana is zo in gedachten bij haar overleden telg dat ze haar levende kind op afstand houdt. En Dan, die ontfermt zich vooral over Diana, waardoor hij Natalie vroegtijdig in een volwassen rol duwt.

De engel Gabriel

Uitgeput belandt Diana bij een nieuwe therapeut, dokter Madden (een tweede rol van David Cantens). Hij overtuigt haar in gespreks- en hypnosetherapie ervan haar zoon “te laten gaan”, maar wanneer ze bij het opruimen van zijn spullen op een muziekdoosje botst, verschijnt hij weer. Steeds meer wordt hij de verpersoonlijking van haar depressie. Wanneer hij zijn moeder er poeslief toe verleidt “met hem mee te komen”, wordt het pas echt grimmig. Diana wordt met spoed naar het ziekenhuis gebracht: ze had zichzelf snijwonden toegebracht en die onderneming was haar bijna fataal geworden. “Soms vinden patiënten net genoeg kracht om te handelen naar hun suïcidale gedachten, maar niet genoeg om ze te weerstaan”, verklaart dokter Madden. Hij ziet geen andere optie dan overgaan op ECT, oftewel elektroconvulsietherapie, waarbij met kleine elektrische stroomstoten een soort epileptische aanval in de hersenen wordt opgewekt.

Dat alles is nog maar de eerste akte van de voorstelling. In het nogal slepende deel na de pauze zien we de (in deze enscenering weinig overtuigende) uitvoering van die zoveelste vorm van therapie en de bijwerking die erop volgt: Diana krijgt een zware vorm van geheugenverlies. Ze herkent haar dochter en huis niet meer, en weet al helemaal niets meer van een overleden zoon. In een nogal onbeholpen poging om Diana te ‘redden’ zwijgt Dan in alle talen over hun verlies. “We moeten terug naar nog beter dan het was”, daar is hij rotsvast van overtuigd.

De prille relatie van Natalie en Henry begint de moeizame verhouding tussen Dan en Diana te spiegelen. Zo moeder, zo dochter. Maar terwijl de angsty teenagers uiteindelijk overtuigd voor elkaar kiezen, raken Dan en Diana steeds meer van elkaar verwijderd. Hun verloren zoon is de wig die hen uit elkaar drijft, als omkering van Edward Albee’s toneelklassieker Who’s Afraid of Virginia Woolf, waarin de fictieve zoon juist het laatste is dat een op elkaar uitgekeken echtpaar nog bij elkaar kan houden.

Zonder al te veel aanloop leidt dat uiteindelijk tot een finale plottwist: Diana verlaat Dan om op eigen krachten met haar stoornis te leren omgaan. Als hij zo obsessief voor haar blijft zorgen, wordt het leven voor hen beiden uitzichtloos. Dan, die al meermaals bezong hoe bang hij is om alleen te zijn, krijgt voor het eerst het gezelschap van hun zoon. Op dat moment, helemaal aan het einde van de voorstelling, valt zijn naam voor het eerst: Gabriel. Een engel, jawel. Het finalenummer, waarin de personages erop vertrouwen dat er “licht” zal zijn, is Broadway op z’n zoetsappigst. Toch zit er iets bewonderenswaardigs in hoe ‘onopgelost’ de hele situatie is. Er is niets veranderd, en toch is alles anders: Diana begint zachtjesaan grip te krijgen op haar bipolariteit, zonder enige garantie op succes, terwijl Dan zijn blik eindelijk ook naar binnen begint te richten.

Lef en het gebrek daaraan

Het bronmateriaal van Next to Normal toont hoe intiem en psychologisch complex een musical kan zijn. De score van Kitt is rijk en baldadig, met prikkelende leidmotieven en een paar stevige oorwurmen. Net als de ups en downs van Diana schiet zijn muziek alle kanten op, van pittige rocktracks naar bewogen ballads. Heel wat songs uit de eerste akte krijgen na de pauze overigens een reprise, al klinken de lyrics – in een prima vertaling van Daniel Cohen – daar een pak grimmiger.

“Het siert Kadee Producties dat ze in een door spektakel en volkse meezingvehikels verdord musicallandschap een inhoudelijk ‘zware’ titel als Next to Normal durven opvoeren – zeker als debuutvoorstelling. Ze hebben het goed voor met het genre, dat bewijst alleen al het feit dat er een live orkest(je) mee op de scène zit – een bizarre zeldzaamheid in de Vlaamse sector. Tegelijk blijf ik, als iemand die het eveneens goed voorheeft met het genre, op mijn honger zitten.”

De muziek wordt uitgevoerd door een zeskoppig orkestje onder leiding van Thomas Vanhauwert, dat achter op de scène zit en af en toe in de raampartijen tevoorschijn komt. Voor de spelers levert de partituur vaak leuk spelmateriaal op, maar tegelijk zit er ook iets (onaangenaam) dwingends in. Kitt laat zijn performers namelijk iets vaker dan goed is de ziel uit hun lijf belten in intense samenzangen, waardoor er voor nuance in spel maar weinig ruimte overblijft. Voeg daar een brave, risicoloze acteursregie van debutante Ilse La Monaca aan toe en je krijgt nooit echt een tegenkleur voor de emotie die zowel de muziek als de liedteksten al zo duidelijk tot uitdrukking brengen.

Het siert Kadee Producties dat ze in een door spektakel en volkse meezingvehikels verdord musicallandschap een inhoudelijk ‘zware’ titel als Next to Normal durven opvoeren – zeker als debuutvoorstelling. Ze hebben het goed voor met het genre, dat bewijst alleen al het feit dat er een live orkest(je) mee op de scène zit – een bizarre zeldzaamheid in de Vlaamse sector. Tegelijk blijf ik, als iemand die het eveneens goed voorheeft met het genre, op mijn honger zitten. Ik lijk er nooit echt ‘bij’ te raken. The New York Times noemde Next to Normal destijds geen “feel good”, maar een “feel everything” musical. La Monaca aast daar in haar regie duidelijk ook op, maar als de emotionaliteit zo eenduidig door mijn strot wordt geramd, verslik ik me in pathos.

Daarnaast is het doorgetrokken realisme in deze enscenering helemaal niet zo vanzelfsprekend als het misschien lijkt. Om maar een voorbeeld te noemen: de originele productie van Next to Normal speelde in een abstract decor van stalen trappen en lichtbundels. La Monaca situeert haar versie in een hyperrealistische doorsnede van een (laat ons eerlijk zijn: niet al te fraai) huis. Een paar scheve stoelen als veruitwendiging van Diana’s stoornis zijn dan niet genoeg om van een boeiende, geïnspireerde vorm te kunnen spreken. Het is tekenend voor deze regie, die toch vooral op veilig speelt en weinig op het spel zet. Het berglandschap dat Next to Normal kan zijn is hier hooguit nog heuvelachtig.


Next to Normal speelt nog tot en met 21 juni 2026 in het AED Theater in Lint. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 11 — 14 minuten

#182

15.04.2026

—

07.09.2026

Jens Dewulf

Jens Dewulf is theater- en filmwetenschapper en neerlandicus van opleiding. Hij werkt momenteel als verantwoordelijke communicatie, planning en productie voor theatergezelschap DE HOE.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!