© Lucinde Wahlen

My Body as A Commodity – Anne-Laure Vandeputte / KWP

Feestje in een mijnenveld

Wat is een betere naam voor een trauma-stripper? Warriory? Of misschien toch Survivey? Met My Body as a Commodity nodigt theatermaker Anne-Laure Vandeputte ons uit op haar traumaparty. Begeleid door een heerlijke soundtrack gecomponeerd en gespeeld door Andrew van Ostade, ontleedt Vandeputte haar ervaringen met grensoverschrijdend gedrag, zowel op scène als achter de schermen. Een trieste bedoening is het echter niet. Gewapend met humor, dancebreaks en een volle merch-tafel vereffent Vandeputte de score die haar lichaam heeft bijgehouden.

De eerste woorden die uit Anne-Laure Vandeputtes mond komen lijken niet bij haar lichaam te passen. Ze hurkt in de hoek van het podium en spreekt in een microfoon die haar stem tot die van een man vervormt. Met een bekakt accent vertelt Vandeputte/de man over een toneelstuk dat hij gezien heeft tijdens een Theaterfestival in Avignon waarin de maker-actrice haar eigen verkrachting op scène na speelde. Ondanks de zwaarte van het onderwerp zijn zijn opmerkingen oppervlakkig. Zinsneden als ‘Dat kwam echt binnen’ en ‘Je voelde echt haar pijn en woede’, tonen met precisie de afstand tussen de ervaring op het podium en zijn eigen leefwereld. Dit gevoel van afstand wordt des te meer benadrukt door zijn slotopmerking: ‘Ik ging het stuk vorige week opnieuw kijken en moet wel zeggen dat het je de tweede keer toch minder raakt.’ Het idee dat iemand binnen de kortste keren uitgekeken is op het lijden van een ander is niet alleen misselijkmakend, maar geeft je als toeschouwer ook meteen een opgave mee — dit soort reacties willen we bij My Body as A Commodity niet.

In My Body as a Commodity brengt Vandeputte een monologue-on-beats waarin ze worstelt met verschillende momenten in haar leven waarop haar lichaam door mannen werd geïnstrumentaliseerd, hetzij voor winst of voor hun eigen genot. Deze momenten spelen zich niet af in schimmige steegjes of afgelegen parkeergarages, maar op de set van een respectabele filmproductie, in een rechtszaal en — het meest gruwelijk — binnen Vandeputtes eigen relatie. 

De manier waarop deze getuigenissen worden gebracht, is echter even opmerkelijk als onverwacht. Voor verdriet en woede wordt weinig tijd gemaakt. In plaats daarvan wordt Vandeputte op het podium vergezeld door Andrew van Ostade die gedurende het hele stuk een indrukwekkende soundtrack speelt. De muziek is baldadig, opzwepend en catchy, kenmerken die ook aan Vandeputtes tekst toegeschreven kunnen worden. Het stuk druipt van sarcasme, humor en spitsvondigheid, zonder dat het ooit de ernstige kern van Vandeputte’s verhaal ondermijnt: geen enkele plek is veilig als mannen op de loer liggen die op je integriteit azen — is dat niet zielig van ze?

Your trauma has a beat

Vandeputte vertelt over haar tijd op de set van een Netflix-serie. Volgens de regisseur zou de serie draaien rond dappere, sterke vrouwen, met name sekswerkers. Het is echter niet het respect voor de sekswerkers dat het programma uiteindelijk drijft, maar de uitbuiting en sensationalisering van hun pijn. Nadat Vandeputte haar ongemak uit bij het filmen van een gangbangscène, wordt ze alsnog overgehaald om de scène te fimen. Omringd door mannelijke acteurs en mannelijke crewleden sijpelt het trauma van haar personage langzaam haar eigen leven binnen.  

“Vandeputte somt dehumaniserende ervaring na dehumaniserende ervaring op, maar door de toevoeging van de kolkende soundtrack en haar nonchalante spel krijgt de walging geen tijd om zich te nestelen.”

Al krijgt de wreedheid van deze ervaring zeker de nodige ademruimte om binnen te komen, slaagt Vandeputte er ook meesterlijk in het gewicht van de anekdote de energie niet uit het stuk te laten verwateren. Het heeft iets weg van een vriend die je met een mopje afwimpelt wanneer je doorvraagt naar een zorgwekkende opmerking. Vandeputte zet vol energie door, agressief dansend op de percussie voorzien door van Ostade. Het wordt een rode draad in het stuk: Vandeputte somt dehumaniserende ervaring na dehumaniserende ervaring op, maar door de toevoeging van de kolkende soundtrack en haar nonchalante spel krijgt de walging geen tijd om zich te nestelen. 

Het is een prachtige weergave van hoe trauma met positiviteit, humor en cynisme onderdrukt, geminimaliseerd en daar uiteindelijk ook verstrekt kan worden. Deze despite-all-odds-energie wordt alleen maar verder benadrukt door de vanzelfsprekendheid van Vandeputtes spel. Ze ontplooit zich niet enkel als een krachtige en innemende speler, maar ook als een acteur die op het podium een doortastende en bevrijdende blijdschap ervaart, een blijdschap die je bijna de gruwelijkheid van de inhoud achterwege doet laten.

Een silent killer

Vandeputte is in staat dit hyper-positieve verweringsmechanisme in kaart te brengen vanwege haar eigen intieme band met het onderwerp. De manier waaorp de verhalen van My Body as A Commodity gegrond zijn in Vandeputtes eigen lichaam en leven, brengt een interessante dimentie binnen in het stuk. De specificiteit van het verhaal is van onbetwistbaar belang: zoals Vandeputte zelf aankaart worden slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag worden al te vaak gereduceerd tot algemene categorieën en karikaturen. My Body as A Commodity toont niet enkel de diverse vormen die deze ervaringen kunnen aannemen, maar ook hoe individueel de manier waarop men ermee omgaat is.

Desondanks valt er ook iets te zeggen over de beperkingen die deze strikt persoonlijke benadering van een breder (zo niet allesomvattend) fenomeen heeft. De problemen die Vandeputte schetst — machtsmisbruik op de werkvloer, de onetische benadering en afbeeling van sekwerkers, partnergeweld, het internaliseren van the male gaze, het minimaliseren van de ervaringen van vrouwen —  worden in My Body as A Commodity samengebracht met als verbindende factor Vandeputte zelf. Deze strikte focus op de actrice als locus van deze problemen belet een expliciete koppeling aan het grotere systeem waaruit deze ervaringen voortkomen: het patriarchaat. Er is een dader — of beter een systeem —in ons midden, maar die wordt niet met naam en toenaam benoemd. Door dit niet te doen, blijft de verbinding met bredere maatschappelijke structuren onderbelicht. Het patriarchaat is immers de onzichtbare architect van de machtsdynamieken die in het stuk aan bod komen, of het nu gaat om wandaden op de filmset, Vandeputte’s relatie of haar eigen (bijwijlen naïef) beeld van sekswerkers. Zonder een nadrukkelijke verwijzing naar de onderliggende structuren blijven de verhalen te sterk verankerd in het individuele, terwijl ze zoveel meer universele urgentie hadden kunnen uitstralen. Het probleem is niet Vandeputte zelf, noch is het beperkt tot haar leven. En al zijn haar ervaringen uniek en persoonlijk, zouden ze enkel aan kracht winnen als ze in een breder context geplaatst zouden worden.

 

Post-positivity

Ongeremde positiviteit kent vaker wel dan niet een schaduwkant.Vandeputte lijkt een keerpunt te ervaren wanneer ze Roxy ontmoet, een sekswerker uit Berlijn met wie de actrice een grotendeels eenzijdige relatie ontwikkelt. Vandeputte vertelt dat ze naar Berlijn ging en gefascineerd werd door de overeenkomsten die ze tussen de sekswerker en haar eigen praktijk als actrice zag. ‘Is het anders bij mij?’ vraagt Vandeputte zich af tijdens een energiek muzieknummer. Veins je als acteur ook geen intimiteit? Gebruik je je lichaam ook niet voor het vertier van anderen? Vermeng je de feiten van je leven niet met de fictie van je personage? Zet je niet (soms letterlijk) een masker op? Het zaadje is geplant: volledig ingenomen door de charmante Roxy stelt Vandeputte voor om samen een toneelstuk te maken over hun overeenkomsten. 

Hoewel goed bedoeld, is Vandeputtes voorstel overduidelijk misplaatst. Haar vergelijking tussen sekswerkers en acteurs werkt alleen in een vacuüm en op de vraag ‘Is het anders bij mij?’ valt een kort antwoord te formuleren: ja. Bovendien zijn haar verwachtingen van Roxy te groots om door de vrouw ingelost te kunnen worden. Roxy wilt zich maar niet prijsgeven aan de theatermaker, iets wat haar wordt kwalijk genomen. ‘I need you to be honest with me,’ smeekt/schreeuwt Vandeputte ‘I need you to be real with me. I need you to undo what happened to me! 

My Body as a Commodity schetst een vlijmscherp, muzikaal en humoristisch portret van hoe trauma zich manifesteert en verwerkt kan worden.”

Met deze wanhopskreet wordt de intensiteit van Vandeputtes ongegrond geloof in Roxy duidelijk. Vandeputte kijkt niet gewoon op naar Roxy’s zelfverzekerde gedrag of de manieren waarop ze haar klanten in toom houdt, ze ziet in de vrouw haast goddelijke verlossing, een manier om met haar eigen trauma om te gaan zonder het daadwerkelijk onder ogen te komen. In zekere zin toont Vandeputte zich niet heel anders dan Roxy’s cliënten of zelfs de regisseur van de Netflix-serie: ook zij creëerde een gemythologiseerd beeld van Roxy in haar hoofd, een beeld waar de vrouw uiteraard niet aan kon voldoen. 

Zodra Vandeputte de woorden uitschreeuwt, trekt My Body as A Commodity zich terug in een dromerige sfeer. Daar is het, de keerzijde van al de hyper-energetische positiviteit. Vandeputte zit op de rand van het podium en vertelt over de degradatie van haar relatie met haar ex-partner. Hoewel hij in het begin aardig was, ging hij al snel over op manipulatie, spot en al gauw ook seksueel geweld. Het is hartverscheurend om Vandeputte ineengedoken op de grond te zien zitten. Weg is de persoon die vol bravoure alle andere traumatische momenten in haar leven vanop een vermakelijke afstand bekeek. Ze krimpt ineen onder de druk die haar naamloze vriendje op haar legde. 

Als toeschouwer wil je niets liever dan een hand naar haar uitstrekken en haar geruststellen. Het is echter van Ostade die dit doet. Hij zet een discobal-achtige helm op haar hoofd die zachte reflecties de zaal instuurt. Het is een innige, droevige en nostalgische sfeer die herinnert aan een kinderkamer. Samen op de rand van het podium gezeten, zetten de twee spelers een zachte, slaperige melodie in, die de diepe tristesse van de scène over doet gaan in hernieuwde energie. 

My Body as a Commodity schetst een vlijmscherp, muzikaal en humoristisch portret van hoe trauma zich manifesteert en verwerkt kan worden. Vandeputte laat zien hoe muziek, humor en spel fungeren als wapens tegen persoonlijke pijn. Het is een bruisend en meeslepend stuk dat je allesbehalve onberoerd laat. Het ademt een unieke energie waarin pijn, veerkracht en humor samensmelten, iets dat enkel versterkt wordt door van Ostades fenomenale soundtrack. Wat Vandeputte biedt, is niet alleen een inkijk in de donkere hoeken van haar eigen ervaringen, maar ook een feest van overleving en verzet, compleet met vuurwerk en een lijpe luchtgitaarsolo; een uitnodiging om van trauma geen eindpunt te maken, maar een gesprekspartner. 

Tot oktober te zien, klik hier voor de speeldata.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 8 — 11 minuten

#178

15.12.2024

28.02.2025

Paula Rodríguez Sardiñas

Paula Rodríguez Sardiñas is kunsthistorica, schrijver, onderzoeker en redacteur. Stukken van haar hand verschenen onder meer bij Etcetera, Glean, Metropolis M en rekto:verso.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!