Leestijd 3 — 6 minuten

“Murs murent”

De dans ontsprongen

Muurwerk, de eerste produktie van Roxane Huilmand, Michèle Anne De Meys danspartner in Balatum, introduceert een derde choreografe uit de Rosas-groep.

Dat het in deze groep krioelt van energie, wisten we reeds. Dat het ook een broeihaard is voor rijpende talenten, voelt men aan Muurwerk: een niet eensluidend afschrift van een stijl en een esthetiek waarin de persoonlijkheid van een uitzonderlijk vertolkster tot uiting komt. Roxane Huilmand verenigt perfect de rol van danser én choreograaf en doorstaat de vuurproef van de solo-dans.

Eerst en vooral is er haar concentratie. Kalm en gespannen tegelijkertijd. Haar blik glijdt langs de muur, vooruitlopend op het traject dat haar lichaam zal volgen. Ze staat daar onbeweeglijk, vast tegen de muur geleund. Een plotse draai, de stilstand van een adempauze en dan tolt de massa plots om, alsof ze door haar eigen gewicht wordt meegesleurd. De schouders worden achteloos opgehaald. Nieuwe poging. Zich meten met de muur: zo zouden we de betekenis van Muurwerk kunnen omschrijven. Zoals men zich aan de omheining van een ijsbaan vastklampt alvorens men leert schaatsen. Moedertje van ijzer of moedertje van wol.

Het procédé van Elena’s Aria hernemend, bouwt Roxane Huilmand haar choreografie op uit een opeenvolging van bewegingszinnen. Deze zinnen lopen uit op vallen of neerzinken. Een geconcentreerde woordenschat, stevig en goed uitgewerkt, ondersteunt de dans, maar mondt nooit uit in de articulatie van contrasterende zinnen. Altijd diezelfde “mood”, lichtjes blasé. Onmacht als gevoel van deze tijd. Altijd ook diezelfde “look”, een lief, jong meisje in een kleed en met bottines. Een herkenbare esthetiek.

Daarna komt de confrontatie. Ze springt tegen de muur op. Een zijwaarts afwijken van de koers. Botsing van het lichaam met de muur waaruit de danseres de kracht put voor haar beweging. Verankering in muur en vloer. Met de haar eigen energie klieft Roxane Huilmand de ruimte en vult die met haar intense aanwezigheid. Het geluid van voetstappen doorkruist haar eigen stappen. Verward gehamer. De muziek valt pas in na twee derde van de voorstelling. De choreografie komt los van de muur en zwermt uit in cirkelvormige, ritmisch geschraagde zinnen. De muur is nu geen zwaartepunt meer, slechts af en toe dient hij nog tot steun. De densiteit van de stilte lost zich op in de muzikale compositie van Walter Hus. Het eerste basisgegeven van de choreografie (de muur) glijdt weg met het kapseizende lichaam van de danseres. Versnippering van de gebaren. Na het brute werk tegen de muur volgt de perfecte golving van de dans. Waarom?

Wanneer, in dit tweede deel, het dansen begint, gaat de emotie van het lijf-aan-lijf gevecht uit het eerste deel verloren. Spijtig. Wat blijft is de revelatie van een uitzonderlijke danseres die als soliste met meesterschap de scène doorklieft en in de muur slechts enkele gaten nalaat die … om een “uitdieping” vragen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#13

15.04.1986

—

14.07.1986

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!