© Willem Mevis

Mooni Van Tichel – STILL/ALIVE

Schokkende kwetsbaarheid, gebroken geweld

In haar eerste groepschoreografie combineert Mooni Van Tichel verschillende hedendaagse dansstijlen met stopmotion-bewegingen. Laverend tussen bovenmenselijke onaantastbaarheid en menselijke zwakheid proberen vier dansers uit een cyclus van geweld te breken. Kan de hybride danstaal in STILL/ALIVE haar belofte van vernieuwing en verandering inlossen? 

Op het ritme van een rustige, zachte beat lichten scènes op vanuit het donker: onder stroboscopisch licht bevriezen de lichamen van vier dansers in verschillende gevechtsposes. Aanvallen, verdedigen, herladen met gebalde vuisten, gespannen spieren, armen in de lucht, mond opengesperd in een geluidloze schreeuw. De sportieve outfits van de dansers scheppen de haast onschuldige sfeer van een les zelfverdediging. De verlichting die aan horrorfilms doet denken, de expliciete suggestie van geweld en de dramatische stop motion-bewegingen verraden echter de dreiging waar de titel STILL/ALIVE naar hint. Want uiteindelijk kijken we naar verschillende soorten lichamen die verschillende soorten van geweld ervaren. Die ‘still’ verraadt tevens dat elk vastgevroren beeld tijdelijk is – kan het geweld ieder moment escaleren? 

Van Tichel hanteert een schokkende, trillende, gebroken en verwrongen bewegingstaal waarin de verschillende achtergronden van de uitstekende dansers (Eli Mathieu-Bustos, Manon Kanjinga Janssen en Costa Tombroff) resoneren. Een vaste beat bepaalt het dwingende, stokkende ritme van de voorstelling, waarbij bevroren poses resulteren in de stop motion-scènes. Dat resulteert meer dan eens in sterke beelden — waaronder het promobeeld van STILL/ALIVE, dat haast als affiche voor een actiefilm zouden kunnen dienen. Slaagt de choreografie erin om die visuele kracht aan te houden? 

Heftige contrasten

Er lijkt een inhoudelijke kentering plaats te vinden wanneer de afstandelijke gevechtsscènes plaats ruimen voor momenten van toenadering en tederheid, wanneer — in een cliché van het heteronormatieve duet — Kanjinga Janssen lacht naar Tombroff, die vervolgens teder haar gezicht tussen zijn handen neemt. Die ogenschijnlijke zachtheid slaat snel om in een gewelddadige aanranding, waarbij Tombroff haar op de vloer werkt tot ze hulpeloos op haar buik ligt. De kwetsbaarheid die ze toonde, heeft haar overgeleverd aan bruut geweld. Wanneer ze zich uiteindelijk uit een beschermende foetushouding omhoog werkt, kruipt ze naar een kluwen kleurige stof en draden dat verder op het podium ligt. Het warrige hoopje transformeert tot een soort bionische lichaamsextensie, waaraan draden als van een valscherm bungelen. 

“De contrasten die we op de scène zien zijn steeds ambigu, hybride. Achter agressie schuilt kwetsbaarheid, achter macht schuilt onderdrukking, achter luchtigheid schuilt onheil.”

De gewelddadige aanranding lijkt om te slaan in een vorm van empowerment. Ook de andere dansers versterken zich met groteske, robotachtige onderdelen uit onschuldige do-it-yourself-materialen. Paars schuimrubber vormt een beenversterker, blauw schuimrubber creëert een bovenmenselijk grote voet. Ze dansen op het vrolijk klinkende hiphopnummer Fire Fly van Childish Gambino. Ik heb het even moeilijk met deze ommezwaai, want de luchtige ‘ik-laat-me-niet-zomaar-vloeren-sfeer’ en humoristische, hybride kostuums vormen voor mij een te heftig contrast met de triggerende aanrandingsscène – ook al wijzen de klungelige superhelden/terminator-outfits en de scherpe tekst van het inhoudelijk goedgekozen nummer (‘I get more laughs when I’m laughed at’) op méér dan luchtigheid. 

Fragiele superhelden

De contrasten die we op de scène zien zijn steeds ambigu, hybride. Achter agressie schuilt kwetsbaarheid, achter macht schuilt onderdrukking, achter luchtigheid schuilt onheil. De filmische slow-motion gevechtsscènes blijven zich herhalen. Daardoor mist de choreografie spanning en begint STILL/ALIVE als een one trick pony te voelen. Uiteindelijk betasten de dansers elkaar ontredderd, onderzoekend. In die toenadering zit blijkbaar moed vervat, want ze resulteert in een scène waarin de dansers hun bionische superheldenkostuums van zich afscheuren. Temidden van hun afgeworpen ‘bescherming’ maken de dansers schokkende bewegingen op het ritme van een stem die minutenlang ‘No, I will live, I have no courage to die’ herhaalt. De stem vermenigvuldigt zich tot ook de tekst uit elkaar valt in brokstukken, enkel het woord ‘courage’ echoot na terwijl de stem en de beat wegsterven. Daar staan de dansers dan, in fragiele nylonoutfits die scheuren vertonen. 

© Willem Mevis

Deze scène boet in aan visuele kracht door de heel letterlijke vertaling van de thematiek. Bovendien is het jammer dat de groepschoreografie vaak (nog) niet strak genoeg is. De precisie en intensiteit die de slow-motion en robotachtige bewegingen vragen, zakken regelmatig in elkaar. 

Radicale verandering? 

Aan de basis van STILL/ALIVE liggen interessant artistiek onderzoek en boeiende ideeën. Zo vermeldt de programmatekst dat Van Tichel zich liet inspireren door schrijfster Octavia Butler en filosofe Elsa Dorlin. Wie het werk van Butler kent, ziet inderdaad echo’s van haar fantasierijke, emancipatorische romans waarin ze scifi combineert met feministische en dekoloniserende thematieken. Zo is Van Tichel duidelijk aan de slag gegaan met Butlers ideeën rond radicale verandering als overlevingsstrategie, waarin hoop vervat zit in hybride, alternatieve gemeenschappen. Dat resulteert bijvoorbeeld in een sterke scène waarin de dansers toenadering zoeken tot elkaar, en als één synchroon lichaam de potentiële vijand tegemoet treden. Daarin resoneren ook de feministische strategieën voor zelfverdediging van Dorlin. De filosofe bekijkt zelfverdediging niet vanuit een zwakke ‘prooi’-positie binnen een systeem van patriarchale onderdrukking, maar vat die op als een collectieve, emancipatorische tool tot politieke bevrijding.

Ook deze collectieve scène blijft echter te lang aanslepen. Wanneer de gedeelde strijd uiteindelijk transformeert in een vrijere dans, voelt dat niet echt als een bevrijding. Inhoudelijk kan je beargumenteren dat dat steekhoudt, binnen een stop-motion logica waarin alles tijdelijk is, een opschorting van de herhaling van verder geweld. Maar ik had héél graag meer vrijheid en hybriditeit gezien – zowel in de danstaal van Van Tichel als in het dramaturgische verloop van de voorstelling. 

STILL/ALIVE geeft een podium aan vier sterke dansers en bevat boeiende ideeën van een maker die op zoek is naar een eigen, hybride danstaal, maar haar eerste groepschoreografie is te letterlijk en te voorspelbaar. Van Tichel slaagt er nog niet in om de strategieën voor verandering en vernieuwing die haar inspireren te vertalen naar een spannende voorstelling.

Dit najaar op tournee. 

 


Rechtzetting door de recensent

In een vorige versie van de tekst werden de termen breakbeat en breakdance foutief gebruikt, en bijgevolg verwijderd. Dank aan Mooni Van Tichel om daarop te wijzen.

Reactie van de maker

So, last week we performed my show STILL / ALIVE at Beursschouwburg! Etcetera published a review on it. Reading someone’s thoughts on my work is always very touching and it’s interesting to read what they saw in it as well as things they found lacking. I’m always happy to receive articulated feedback – there’s always more to learn, more work to be done – so what I’m writing here is not in reaction to the general content of the review. What I want to address is the way our material in the show was called ‘breakdance’ on multiple occasions, which I find concerning.

I do have a background in breaking (long time ago), but neither me or any of the performers are currently bboys or bgirls, or claim to be. Our movements have no relation to breaking, as stop motion is not something that is generally done in breaking. Nor is the movement ‘behind’ the stop motion inspired by, or in any way related to, breaking. Anyone who would look up a video of breaking would see that it is not what we put on stage. There are also no breakbeats – as mentioned in the review –  in the music of the show.

I insist on this because I think words are important, and underground dance styles are so often mislabeled and wrongly spoken about by people in the contemporary dance/performance sphere. I find it really important that people do their research before talking about styles they do not know about, are aware of their position and (limits to their) knowledge, and don’t assume any dance material that doesn’t ‘read’ as contemporary dance to be ‘breakdance’.
This out of respect for the style that is breaking, that is extremely rich, developed, defined and specific, and for the practise that we do, which has its own specificity outside of the different backgrounds and dance styles that the performers and I bring to the table.

Misappropriation of styles like hiphop, house, breaking… happens all the time within the contemporary dance/performance scene and for me this kind of misnaming is part of the same dynamic, and therein also problematic.

Mooni Van Tichel

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#177

05.09.2024

14.12.2024

Natalie Gielen

Natalie Gielen is redactiemedewerker van Etcetera. Daarnaast werkt ze freelance als auteur, redacteur en outside eye in de kunsten. Ze is medeoprichter van Letterveld, een lossig-vast schrijverscollectief.

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Love at First Sight #9

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!