Verhuis van een piano in de Trump Tower.

Leestijd 61 — 64 minuten

Mondiale fascismes

Onder welke naam dan ook

Het fascisme is geen historisch relict uit de vorige eeuw, maar een grillig gezwel op het lichaam van de liberale democratie, dat bij elke crisis opnieuw begint te woekeren. Curator Cosmin Costinaș schetst een mondiale genealogie van de ideologie vanuit Rome tot Naypyidaw, en van Washington tot New Delhi. Onder al die lokale fascismes zit dezelfde voedingsbodem: een mix van economisch statusverlies, wrok en opgeklopt nationalisme. In de nostalgische eentonigheid van AI, de toxische echokamers van sociale media, de revival van religie, de manosfeer, Koreaanse skin care, de pathologisering van aandachtsstoornissen of de populariteit van yoga duikt de esthetiek van het fascisme in veel aspecten van ons alledaagse leven op. Met welke taal en met welke kunst kunnen we de fascismes van vandaag weerstaan?

Overal ter wereld zien we een wending naar een duistere vorm van politiek. Men aarzelt om het bij de naam te noemen waar alle onmiskenbare tekens op wijzen, uit angst de realiteit te moeten accepteren dat het fascisme er is, en dat het overal is.

Maar het uitstellen van deze constatering houdt deze wassende hydra niet tegen; het vertraagt alleen maar het strategische denkwerk over hoe we haar kunnen bestrijden. De essentiële mechanismen om het demonische karakter van het fascisme in de geschiedenis te herkennen, bemoeilijken het soms om de demonen in het nu en het alledaagse te herkennen. Ze nemen vele vormen aan.

“Eerder dan een aberratie – zeldzaam en daardoor gemakkelijk in te perken binnen een bepaald historisch tijdperk – is fascisme een reeks uiteenlopende maar veelvoorkomende symptomen, gegroeid op het lichaam van het liberalisme.”

Men kan spreken van ‘fascismen’ in het meervoud, als het historisch fenomeen dat zich manifesteert in vele, soms rivaliserende narratieven, geboren uit lokale obsessies, verzinsels en ressentimenten. Elk daarvan is geworteld in een nationalisme, ook al wordt het vaak vervormd en opgeblazen. Nationalisme zelf is wellicht de meest succesvolle politieke idee van de afgelopen eeuwen, in de een of andere vorm overgenomen in elk land, in imperia en bevrijde gebieden, en door vele gemeenschappen die naar zelfbeschikking streven. Maar zoals de debatten van de vorige eeuw hebben aangetoond, is fascisme een ideologische formatie die zich onderscheidt van nationalisme. Ook het gebrek aan een coherente ideologische propositie is veelvuldig besproken, evenals het niet-uitzonderlijke karakter ervan.1 Eerder dan een aberratie – zeldzaam en daardoor gemakkelijk in te perken binnen een bepaald historisch tijdperk – is fascisme een reeks uiteenlopende maar veelvoorkomende symptomen, gegroeid op het lichaam van het liberalisme, die wijzen op specifieke crises op verschillende momenten in diens geschiedenis. Er is ook al op gewezen dat de kenmerkende eigenschappen van het fascisme minder te maken hebben met repressie, minachting voor de democratie of geweld, maar veeleer met een bepaalde methode en ethos.2

Men kan stellen dat het klassieke fascisme, met al zijn oorspronkelijke systemische geweld, al stevig verankerd was voordat het zijn uitroeiingsplannen ontketende – iets wat in de beginjaren van zijn eerste Italiaanse incarnatie niet per se voor de hand lag of onvermijdelijk was. En hoewel de schaal van repressie, de vernietiging van de democratie en het genocidale geweld tijdens het klassieke fascisme menigen doen aarzelen om analogieën te trekken met ons huidige tijdsgewricht, valt het in ieder geval makkelijker te zien dat de methoden en het ethos van het fascisme in toenemende mate in onze wereld terug te vinden zijn. Tragisch genoeg brokkelen ook de argumenten dat genocidaal geweld fundamenteel onverenigbaar zou zijn met hedendaagse regimes voor onze ogen af.

Elke vergelijking tussen dat tijdperk en ons huidige moment wordt bovendien overschaduwd door de terechte overtuiging dat vervallen producten uit historische tijdperken niet meer terugkeren in een vorm die op lijkt het origineel. Ingrijpende veranderingen in de productiewijzen tussen het begin van de vorige eeuw en nu, en de manier waarop ze vrijwel elk aspect van de samenleving hebben getransformeerd, maken deze twee tijdperken zo verschillend dat het moeilijk voorstelbaar is dat ze dezelfde ideologische respons zouden opwekken. Wat zou immers de verbinding kunnen zijn tussen een tijdperk dat smachtte naar het oplossen van de persoonlijke identiteit in een eengemaakt nationaal lichaam dat vereerd, geësthetiseerd, perfect en zuiver moest zijn, en onze tijd van obsessieve individualiteit? Hoe kan het voorbije decennium, waarin uitvindingen sociale activiteiten hebben omgevormd tot solitaire bezigheden (zoals een eenpersoons-karaokecabine), de tijd zijn waarin fascistische vormen terugkeren en op elk continent voet aan de grond krijgen? Is het bovendien wel zinvol om een beweging die oorlog verheerlijkte, ze als een deugd zag en de dood vierde, te koppelen aan hedendaagse politici – van de VS tot Centraal- en Oost-Europa – die toch ‘vrede’ als belangrijkste leus hanteren en ‘dealmaking’ verheffen boven conflict? Ondanks dat ‘vrede’ voor de eersten het bombarderen van Iran inhoudt, en voor de laatsten het accepteren van Russische agressie. En toch: wanneer we naar de hele eeuw kijken en fascisme meer zien als een set symptomen die verschillende crises weerspiegelen, lijkt het allemaal minder paradoxaal en kunnen we beter begrijpen wat er vandaag  gaande is.

“Hoe kan het voorbije decennium, waarin uitvindingen sociale activiteiten hebben omgevormd tot solitaire bezigheden (zoals een eenpersoons-karaokecabine), de tijd zijn waarin fascistische vormen terugkeren en op elk continent voet aan de grond krijgen?”

In het fascisme van de twintigste eeuw werd, net als nu, de toekomst uit de handen van de collectieve verbeelding gegrist door een perverse belofte van de technologie. De snelheid van de futuristen van meer dan honderd jaar geleden is doorgeschoten naar de vernietigingsdrang van de accelerationisten, richting een toekomst die via democratische politiek steeds moeilijker voor te stellen is, maar als angstaanjagende koortsdroom gevangen zit in de verbeelding van de tech bros. De technologische verlosser van vandaag, AI, is inderdaad beangstigend, althans als ideologische propositie. Niet omdat het een toekomst aankondigt – eng of anderszins – maar juist omdat het zich geen toekomst kan voorstellen. AI put volledig uit het verleden, uit alles wat tot nu toe is gecreëerd. De dreiging ervan is dat het deze verzameling van al bekende gegevens vermenigvuldigt in een eindeloze loop waarin een verleden steeds weer wordt gereorganiseerd, en daardoor de mogelijkheid van de menselijke intelligentie verdrinkt om wel een betekenisvolle toekomst te bedenken. AI is het ultieme instrument van nostalgie.

En bovenal is toen, net als nu, gerichte angst en haat ontketend, van antisemitisme tot islamofobie. Tal van andere onderwerpen worden het doelwit van een voortdurend gefabriceerde fascistische retoriek, of die nu gericht is op LGBTQI+- of BIPOC-personen, dan wel op meer algemene labels als ‘vrouwen’ of ‘vreemdelingen’, afhankelijk van lokale specificiteit, vaak vermengd met een minachting voor ‘woke-isme’ in het algemeen.

“AI put volledig uit het verleden, uit alles wat tot nu toe is gecreëerd. De dreiging ervan is dat het deze verzameling van al bekende gegevens vermenigvuldigt in een eindeloze loop waarin een verleden steeds weer wordt gereorganiseerd, en daardoor de mogelijkheid van de menselijke intelligentie verdrinkt om wel een betekenisvolle toekomst te bedenken. AI is het ultieme instrument van nostalgie.”

‘Fascist’ is, terecht, ook een scheldwoord geworden, al is het er een dat vaker wel dan niet een beschaafd gesprek doodslaat in plaats van de zaken te verhelderen. Fascisme stopte inderdaad niet met de overwinning in de Tweede Wereldoorlog op verscheidene fascistische regimes, en evenmin is het fascisme voor het overige verdwenen uit beschaafde politieke gesprekken in de westerse wereld — toen niet en nu niet —, ook al werd het niet altijd als zodanig benoemd. Zelfs in de landen waar fascistische regimes in 1945 werden verslagen, overleefde het fascisme in andere vormen. In Europa hadden de regimes van Francisco Franco in Spanje (1936–75) en António de Oliveira Salazar in Portugal (1932–74) diepe ideologische banden met het Italiaanse fascisme (waar de term uiteraard ontstond). Franco’s erfenis van geweld tegen het eigen volk is vergelijkbaar met die van Benito Mussolini.3 De regimes van Mussolini, Franco en Salazar vertoonden vele overeenkomsten. Spaanse soldaten vochten eveneens aan het oostfront aan de zijde van Italiaanse en andere troepen van de asmogelijkheden, maar officieel als ‘vrijwilligers’, zonder dat Spanje formeel aan de oorlog deelnam.4 Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Spanje een militaire bondgenoot van de VS, en Portugal in 1949 een van de oprichters van de NAVO (waar later ook het ideologisch verwante Kolonelsregime in Griekenland te vinden was, van 1967 tot 1974). Werkelijk elke Spaanse premier tot op de dag van vandaag die behoort tot de Partido Popular (PP) heeft zich verzet tegen het verwijderen van Franco’s standbeelden, naam en cultus uit de publieke ruimte van het land.5 De PP is een gevestigde ‘centrumrechtse’ partij die tot dezelfde Europese Volkspartij behoort als de Duitse Christelijk Democratische Unie (CDU) of het Poolse Burgerplatform — wier recente overwinning bij de parlementsverkiezingen nog werd bejubeld als een zege op het vorige Poolse extreemrechtse regime. Buiten Europa zou het niet al te controversieel zijn om regimes zoals dat van Augusto Pinochet in Chili (1973–90) in dezelfde nauwe politieke familie te plaatsen (hoewel de brutaliteit van zijn regime die van het naoorlogse Spanje in feite ver overtrof). En in India zijn de connecties met en de navolging van het vroege Europese fascisme binnen de Rashtriya Swayamsevak Sangh en de huidige regerende Bharatiya Janata-partij algemeen bekend.6 De schokkende oproepen tot massamoord en het uitroeiingsbeleid ten aanzien van moslims, die met een toenemende en verontrustende regelmatigheid opklinken uit de lagere rangen van deze organisaties, doen inderdaad denken aan de genocidale geschiedenis van het vroege fascisme.7 Het is dus van belang te erkennen dat er gedurende de afgelopen eeuw een politieke continuïteit heeft bestaan, en dat regimes en partijen van dezelfde fascistische signatuur aanwezig zijn geweest en een wezenlijk onderdeel vormden van het politieke leven in de wereld, met zeer weinig Brandmauern (in de Belgische context zouden we niet spreken van ‘brandmuren’ maar van ‘cordon sanitaire’; fb).

Desalniettemin is de door deze tekst voorgestelde term ‘fascismen’ inderdaad enigszins provocerend. (En als terzijde en bekentenis: provocatie als stijlfiguur — na een illustere geschiedenis als instrument tegen establishments, gebruikt vanuit verschillende hoeken van links — is door links met wantrouwen bejegend en vervolgens gretig toegeëigend door nieuw-rechts. Zózeer zelfs, dat de propagandatactieken van het nieuwe fascisme grotendeels draaien rond provocatie.) Maar mijn gebruik van de term is in de eerste plaats bedoeld om de continuïteiten, spiegelingen en overeenkomsten te onderstrepen van deze amoebe, die op verschillende momenten verschillende dingen heeft voorgesteld — veel meer dan andere ideologische formaties die lange perioden en brede geografieën hebben overleefd.

Wat dit laatste punt betreft, en om ons opnieuw op het nauwe terrein van de politiek te begeven: Giorgia Meloni en haar partij Fratelli d’Italia biedt een verhelderend voorbeeld. Italië is uiteraard een voorloper geweest in de geschiedenis die ons hier bezighoudt, met Mussolini’s regime als pionier in Europa in het tijdperk van het klassieke fascisme; met Silvio Berlusconi als wellicht de eerste in een reeks post-Koude Oorlog-populisten in de westerse wereld en als voorloper van de hybride televisie-politiek die ons ook Donald Trump heeft gebracht; en met nu Meloni als de waarschijnlijke eerste leider van een mogelijke nieuwe golf van gelijkgestemde partijen die aan het roer komen te staan van kernbevoegdheden in de EU (om nog te zwijgen van eerdere episodes in het oosten van de EU, die in het Europese politieke landschap nog steeds als marginaal en minder ingrijpend worden beschouwd). Hoewel Meloni’s partij een breed gedocumenteerde bewondering voor en gedeelde doelen met Mussolini kent — onthuld door zowel openbare verklaringen uit het verleden als recent gelekte uitspraken,8 plaatsen hun tot dusver genomen maatregelen haar vooralsnog dichter bij wat vandaag de mainstream van de Europese politiek is geworden.

“In de kern van fascisme ligt een gevoel van verlies, ofwel geheel ingebeeld, of net zeer reëel.”

Terugkerend naar het vraagstuk van hoe we deze bewegingen en personen moeten benoemen: ‘extreemrechts’ en ‘radicaal-rechts’ lijken te vaag en zijn bijzonder onhandig om economisch beleid in het post-neoliberale tijdperk te vatten. De meeste van deze bewegingen (met enkele luide en puristische libertaire uitzonderingen daargelaten) lijken deregulering te mengen met een op z’n minst discursieve afstand tot de orthodoxe neoliberale economie en het sociale beleid. Zoals ik hieronder zal betogen, is hun wijdverbreide succes voor een aanzienlijk deel een reactie op de meervoudige crises die door het neoliberalisme zelf zijn veroorzaakt. ‘Rechts populisme’ is een nuttigere term om te beschrijven hoe de meeste van deze regimes opereren in relatie tot hun respectieve volkslichaam. Toch legt zelfs deze term de politieke processen in de bredere samenleving die het ontstaan van deze populistische bewegingen mogelijk hebben gemaakt, niet volledig bloot. Cruciaal is dat ‘rechts populisme’ niet heel ver reikt voorbij de politiek, en minder verklaringen kan bieden over de diepere sociale en culturele processen die gaande zijn — zoals verschijnselen die verband houden met technologische veranderingen, evenals de verschuivende regimes van verlangen en het lichaam die zichtbaar zijn in de maatschappij en cultuur, en die gerelateerd zijn aan deze politieke wendingen.

We moeten verder gaan dan een opsomming van zeer slechte mannen (en enkele vrouwen) die aan de macht zijn gekomen op uiteenlopende plaatsen zoals de VS, Rusland, Israël, de Filipijnen, Italië, Hongarije, Turkije, Brazilië of India — van wie de meesten al zijn beschuldigd van de hoogste misdaden tegen de menselijkheid voor internationale hoven of van diverse andere misdrijven voor nationale rechtbanken.9 Meer dan te wijzen naar deze verzameling schurken en deugnieten, moeten we proberen ontkomen aan de logica van het oplijsten van alle slechte voortekenen voor de wereld. Er bestaat een psychologisch comfortabele, en overigens volkomen begrijpelijke, reflex die rust op een mantra-achtige, repetitieve opsomming van alle andere plaatsen die met hetzelfde probleem kampen als jijzelf, om je ervan te verzekeren dat het probleem gedeeld is en je niet alleen bent in het donker. Maar deze methode heeft vanzelfsprekende beperkingen. 

“Het is evenmin toeval dat enkele van de meest ingrijpende ideeën voor het Europese fascisme gelijktijdig en in dichte nabijheid van de meest revolutionaire ideeën ontstonden, in de wetenschap en de kunst in Wenen en Parijs.”

Deze tekst wil verschillende regimes, landen en contexten in kaart brengen. Ze verschillen aanzienlijk qua maatschappelijke debatten, vraagstukken en uiteindelijk qua mate waarin fascistische ideeën zijn doorgedrongen in de samenleving, het politieke domein en het leiderschap van die landen. In de meeste van die plaatsen is fascisme een loerend gevaar dat de teugels nog niet in handen heeft genomen; andere bieden echter een harde waarschuwing voor wat te wachten staat.

Rivieren van bloed en zeeën van wanhoop

De onderliggende oorzaken achter de ontwikkeling van het fascisme proberen te verhelderen is misschien te vergelijken met de ontmoedigende taak om te navigeren tussen de stapels doodsoorzaken die al zijn aangedragen voor de val van het Romeinse Rijk. Laten we het toch proberen. Ten eerste: hoe is de nieuwe golf van fascisme begonnen? Hoewel men, zoals hierboven betoogd, meerdere doorlopende draden kan trekken tussen het huidige moment en het fascisme van de vroege twintigste eeuw (evenals de romantische uitvindingen van het nationalisme in de negentiende eeuw), valt moeilijk te ontkennen dat we een nieuwe golf doormaken van het fascistische denken. Er moeten nieuwe katalysatoren zijn geweest die voor dit recente proces verantwoordelijk zijn.

In de kern van fascisme ligt een gevoel van verlies, ofwel geheel ingebeeld, of net zeer reëel. Het vroeg-twintigste eeuwse fascisme explodeerde met de wijdverbreide economische impact van de Grote Depressie na de verliezen van de Eerste Wereldoorlog. Deze omvatten het immense verlies aan mensenlevens, dat de gewelddadige dood van Europeanen op Europese bodem normaliseerde op een schaal die sinds het Napoleontische tijdperk (en in sommige regio’s sinds de godsdienstoorlogen van de zeventiende eeuw) niet meer was gezien;10 het verlies van imperiale hoop en de nederlaag in de oorlog voor Duitsland, Oostenrijk, Hongarije of Bulgarije, wat het merendeel van de argumenten leverde voor fascistische politieke discoursen op die plaatsen (een redenering die in het geval van Hongarije en zijn trauma van verlies door het Verdrag van Trianon11 tot op de dag van vandaag de kern van het politieke discours vormt); en het verlies van vertrouwen in de mythe van de Europese beschaving en economische integratie die onvermijdelijk tot vrede en stabiliteit zou leiden12 (wat kwam na bijna een halve eeuw van vrede tussen de grote Europese mogendheden en een economische integratie die daarna pas in de laatste jaren van de twintigste eeuw weer werd bereikt).

“De afgelopen decennia hebben in de westerse wereld een wijdverbreide stagnatie van de levensstandaard laten zien, tegen de achtergrond van een ongekende golf van welvaartscreatie aan de top via het geglobaliseerde kapitaal.”

Maar van doorslaggevend belang bij het ontbranden van het fascisme waren in de eerste plaats de immense sociale veranderingen in de tweede helft van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, met de ongekende golf van industrialisatie en urbanisatie in deze periode, die de oude wereld aan stukken reet en het landschap, de levensstijl en de overtuigingen van grote delen van het continent onherkenbaar veranderde. Hoewel deze verschuivingen vele voordelen brachten — in inkomen, levenskwaliteit, volksgezondheid, enzovoort —, leidden ze ook tot het verlies van traditionele steunnetwerken, langgekoesterde wereldbeschouwingen, sociale organisatievormen en religieuze stabiliteit. Het is geen toeval dat de delen van Europa die de industriële revolutie later doormaakten (waaronder Duitsland, Oostenrijk, Italië,13 Spanje, Hongarije of Roemenië) grotendeels de plaatsen waren waar het fascisme stevig voet aan de grond wist te krijgen en de macht kon opeisen, slechts enkele generaties na die radicale economische transformaties in de samenleving.

Evengoed beslissend voor de aanvankelijke geboorte van het fascisme waren de buitengewone intellectuele veranderingen op de breuklijn van de negentiende en twintigste eeuw. In het tijdsbestek van amper twee decennia werden het gehele universum en de vaste wetten van de natuurkunde anders verbeeld met de relativiteitstheorie; de menselijke psyche werd een studieterrein, te genezen of te veranderen met de opkomst van de psychoanalyse; mensen konden vliegen; de kunst verloor haar basale definitie die in Europa eeuwenlang ongewijzigd was gebleven, en een nieuwe, geduchte en verleidelijke kunstvorm – de film – verscheen schijnbaar uit het niets, wat leidde tot nieuwe mogelijkheden van representatie en overtuiging. Deze nieuwigheden en winsten leidden onvermijdelijk tot een gevoel van verlies van oude kennissystemen, dogma’s, instituties en de gehele intellectuele infrastructuur.14 Het is evenmin toeval dat enkele van de meest ingrijpende ideeën voor het Europese fascisme gelijktijdig en in dichte nabijheid van de meest revolutionaire ideeën ontstonden, in de wetenschap en de kunst in Wenen en Parijs.

En toch zou het misleidend zijn om de genesis van het fascisme elders te zoeken dan bij de elites zelf. Economische en politieke elites die hun macht probeerden te behouden wanneer ze geconfronteerd werden met het vooruitzicht van sociale verandering of de opkomst van een concurrerende nieuwe elite, hebben fascistische ideeën en bewegingen vaak geïnstrumentaliseerd. Fascistische projecten zijn dan ook vaak reacties geweest op (of het voorkomen van) revolutionaire bewegingen van links. De huidige golf kan eveneens worden gezien als een reactie op vele sociale bewegingen rond de wereld, ook al zijn deze diffuser en ideologisch gemengder. In het afgelopen anderhalve decennium, het tijdperk na de Koude Oorlog, hebben we inderdaad een ongekende reeks protestbewegingen gezien. Denk onder meer aan de Arabische Lente (2010–12), met latere protesten in Algerije (2019–21), Soedan (2019–22) en Libanon (2019); meerdere protestgolven in Iran (2008–9, 2017–18, 2021–22), Zuid-Afrika (2017), Nigeria (2020), Senegal (2024) of Kenia (2024); de protestgolven van de Milk Tea Alliance in Hong Kong (2012, 2014, 2019), Taiwan (2014), Myanmar (2021–heden) en Thailand (2020–21); de Euromaidan-beweging in Oekraïne (2013–14); de Gezi Park-protesten in Turkije (2013); electorale protesten in Rusland (2011–13); en de Occupy-protesten wereldwijd (2011). De meesten van hen zijn in veel van hun doelen niet geslaagd, met een toenemende indruk dat straatbewegingen steeds minder kracht hebben om revolutionaire verandering teweeg te brengen.

De tweede pijler waarop de denkbaarheid van het fascisme rust, zowel historisch als vandaag, is het koloniale project, de rivieren van bloed en zeeën van wanhoop. Eeuwen vóór het negentiende-eeuwse nationalisme, het wetenschappelijk racisme en de formele overheersing van het grootste deel van de wereld, vond Europa discoursen uit om de ander te ontmenselijken en perfectioneerde het instrumenten om uitbuiting te organiseren. De suikerplantages van het vroege Atlantische tijdperk — fabrieken van dood en extractie die de meeste delen van Europa ten goede kwamen (zelfs de minder zichtbare in de vroege koloniale onderneming, waaronder de Duitse gebieden) — legden de grond voor het concept van het concentratiekamp.15 Het vestigingskolonialisme (settler colonialism), met zijn uitroeiingslogica, werd een andere fundamentele intellectuele premisse voor het Europese fascisme. De impact ervan gaat door tot diep in het naoorlogse tijdperk in vestigingskolonies die tot de overwinnaars van de oorlog behoorden, zoals in beleid voor het gedwongen weghalen van inheemse kinderen bij hun gezinnen (in bijvoorbeeld Canada, Australië of Groenland) die werden ingeschreven bij onderwijsinstellingen of zelfs tot adoptie werden gedwongen; verplichte sterilisaties en ander eugenetisch beleid; evenals culturele en economische vernietiging.16 En het kolonialisme gaat door tot op vandaag, waarin een uitroeiende vervangingslogica gepaard gaat met voortdurende vestigingskoloniale projecten, inclusief landroof, massale verdrijvingen en moord.

Verlies en ressentiment, verliezers en winnaars

Er zijn enkele zaken die het vermelden waard zijn voor we de verliezen kunnen traceren die hebben geleid tot de nieuwe golf van de mondiale fascismes. Er zijn specifieke materiële condities nodig om verliezen als zodanig te ervaren, als iets méér dan de vergankelijkheid van al het menselijke en de slijtage van menselijke dingen, ideeën, modes, objecten of gebouwen, met elke generatie die passeert. Er zijn zeker tijden waarin de belofte van de geschiedenis richting vooruitgang verliezen irrelevant maakt. En er zijn nog veel meer momenten waarop de geschiedenis niet lijkt te bewegen, er niets verandert, niets wordt gewonnen en niets wordt verloren. Een acute ervaring van verlies is dus in feite uitzonderlijk. Verliezen zijn ook relatief. Kijkend naar groepen die hun sociale of economische verliezen als het grootst ervaren en die de neiging hebben om de meest uitgesproken aanhangers te zijn van op ressentiment gebaseerde fascistische bewegingen, dan zijn zij nauwelijks de meest gemarginaliseerde groepen in de samenleving. Het zijn vaak degenen die geprofiteerd hebben van een systeem dat evenwel anderen méér heeft bevoordeeld. Ten slotte zijn gevoelens van verlies, evenals nostalgie, uiteraard niet beperkt tot fascistische verlangens, zeker niet in ons tijdsgewricht. In een groot deel van de westerse wereld is ook een centristische politiek geformuleerd in de geest van een verlangen naar ‘mooiere’ of ‘beschaafdere’ tijden.

“Een vertrouwde trope van de fascistische formule is de wending naar een gouden tijdperk uit het verleden, reëel of ingebeeld.”

Dus, om onze beschouwing over verliezen te beginnen in de westerse wereld, waar het fascisme werd geboren, en op het terrein van de economie: de afgelopen decennia hebben in deze regio een wijdverbreide stagnatie van de levensstandaard laten zien, tegen de achtergrond van een ongekende golf van welvaartscreatie aan de top via het geglobaliseerde kapitaal. Het vroege neoliberale moment van de jaren tachtig creëerde rijkdom voor sommigen, terwijl het tegelijk een zeker optimisme fabriceerde dat deze economische winsten voor velen toegankelijk zouden zijn (Ronald Reagans ‘trickle-down economics’ is daar maar één voorbeeld van). Dit zette zich voort in de jaren negentig, met hernieuwde bronnen van optimisme door het einde van de Koude Oorlog. De crisis van 2008 bracht dit alles tot stilstand. Deze crash schiep een vruchtbare voedingsbodem voor wrok jegens de globale economische elite en jegens de waarden van globalisering die zij uitdroegen, met alle gevolgen van dien voor de internationale betrekkingen. De arrogantie van de winnaars — van degenen die deze cyclus hebben doorstaan — heeft eveneens bijgedragen aan deze reactie. 

Via sociale media, die rond de tijd van de financiële crisis dominant begonnen te worden, waren de meeste mensen met internettoegang wereldwijd nu in staat om delen van de samenleving van dichtbij te zien, ongefilterd door traditionele media. Velen realiseren zich dat de bevoorrechten inderdaad onuitstaanbaar kunnen zijn, en dat hun rijkdom — die in deze periode groeide, ondanks de turbulentie die door velen werd gevoeld — obsceen was. Waar traditionele media de rijkdom van de elite voorheen konden verpakken als een verre, benijdenswaardige wereld, maakten sociale media die dichtbij en tastbaar, maar tegelijk een onoverbrugbare oceaan verwijderd en weerzinwekkend arrogant.

“Waar traditionele media de rijkdom van de elite voorheen konden verpakken als een verre, benijdenswaardige wereld, maakten sociale media die dichtbij en tastbaar, maar tegelijk een onoverbrugbare oceaan verwijderd en weerzinwekkend arrogant.”

Het verlies van een communistische horizon in 198917 en de diepgaande effecten die dit had op linkse bewegingen, maakten dat deze niet in staat waren om de strijd van de onteigenden van de globalisering te kanaliseren. In West-Europa en de VS ontstonden in deze periode geen politieke programma’s of visies van links om de schrikbarende ongelijkheid aan te pakken. Deze decennia zagen wel andere bewegingen — waaronder LGBTQI+-rechten en het feminisme — relatieve successen boeken, zowel cultureel als op het vlak van de representatieve politiek. Tegelijkertijd vergrootte deze zichtbaarheid de wrok bij groepen die hun voorheen bevoorrechte positie in de samenleving zagen wegglippen, buitengesloten van de schitterende mondiale economie en van de succesverhalen van progressieve bewegingen.

Een vertrouwde trope van de fascistische formule is de wending naar een gouden tijdperk uit het verleden, reëel of ingebeeld. In West-Europa, Noord-Amerika of Australië greep deze projectie terug naar de periode vóór het neoliberale tijdperk, naar de jaren vijftig en zestig: het oproepen van de naoorlogse jaren van snelle economische groei, robuust sociaal beleid en hoge sociale mobiliteit (evenals lage of vrijwel onbestaande immigratie en sodomiewetten die nog in het wetboek stonden). Dit was een tijdperk van sociale stabiliteit, met levende of althans aannemelijke hoop op economische vooruitgang, waar men nog omringd was door mensen die op elkaar leken.

Centraal- en Oost-Europa maakten de afgelopen decennia een dramatischere transformatie door, met soms catastrofale verliezen aan welvaart in veel van deze landen, een algemene decimering van sociale vangnetten en het uiteenvallen van vele politieke en culturele zekerheden. Al deze verschuivingen gingen gepaard met het verlies van de krachtige hoop uit de jaren negentig (hoe naïef die ook geweest mag zijn) om een volwaardig en gerespecteerd onderdeel te worden van het Europese continent en te delen in de groeiende welvaart.18 De omarming van het oosten was niet van harte en ook de rijkdommen van het gehele continent waren niet wat ze geweest waren. Tegelijkertijd leken economische elites en minderheidsgroepen in de regio te profiteren van de Europese integratie, terwijl velen uit de arbeidersklasse van de meerderheid verschillende gradaties van onteigening in hun land ervoeren door een radicaal veranderend economisch systeem of door de vernederingen van het werken als migrant in West-Europa in banen onder hun opleidingsniveau. Dus ook hier bood een droom over een gouden tijdperk troost. De periode van naoorlogse groei die het ideaal vormde in veel West-Europese discoursen liet in Centraal- en Oost-Europa echter maar beperkte vlagen van nostalgie toe, gezien de deerniswekkende politieke situatie van die decennia die werden getekend door stalinisme en repressie. En dus vatte hier het verlangen naar nog eerdere perioden post. 

“In de VS drijft het verlangen naar een vaag gouden tijdperk van ancien régime-prestige de fantasieën van Trump, te zien in zijn poging om het classicisme te verplichten als de officiële stijl van nieuwe federale gebouwen, en de rococoflair die hij over al zijn interieurs heeft uitgesmeerd, van hotellobby’s tot de Oval Office.”

Onder de vele voorbeelden uit Viktor Orbáns Hongarije die gekozen kunnen worden om aspecten van de hedendaagse fascistische wending te illustreren, springt er één in het oog: een gigantisch duur overheidsprogramma dat, naast de reconstructie van het Koninklijk Paleis in Boedapest dat in de Tweede Wereldoorlog werd beschadigd (een verhaal dat griezelig veel lijkt op de reconstructie van het Stadtschloss in Berlijn), de obsessieve restauratie inhoudt van dakdecoraties tot in hun exacte belle époque-details op gebouwen in de hoofdstad die de twintigste eeuw voor het overige grotendeels hebben overleefd.19 Dit verlangen naar een tijdperk van ancien régime-prestige, waarin Boedapests status als Europese kern nauwelijks ter discussie stond, vindt wereldwijd weerklank. In de VS drijft hetzelfde verlangen naar een vaag gouden tijdperk van grootheid de fantasieën van Trump, die aarzelen tussen op het eerste gezicht tegenstrijdige registers van classicisme, te zien in zijn poging om het classicisme te verplichten als de officiële stijl van nieuwe federale gebouwen,20 en de rococoflair die hij over al zijn interieurs heeft uitgesmeerd, van hotellobby’s tot de Oval Office.

In de Duitse Democratische Republiek (DDR), die aanvankelijk in de rest van het Oostblok door velen ten onrechte werd gezien als de winnaar van het beste lotje uit de loterij met haar snelle integratie in het Westen als onderdeel van een herenigd Duitsland in de jaren negentig, is het verlies misschien wel dramatischer gebleken: het verlies van een land, van een eigen samenleving en een gevoel van waardigheid door het wijdverbreide verlies van controle over machtsposities in de regio aan burgers uit het Westen.21

Maar de sterkste gevoelens van verlies, of het nu in de DDR, Centraal- en Oost-Europa dan wel in het Westen was, kwamen echter voort uit een toenemend besef dat gekozen leiders — en in feite de politiek zelf — overgeleverd waren aan het neoliberale idee dat vrije markten ongehinderd hun werk moesten kunnen doen, met zo min mogelijk regulering en toezicht.

Volgen we datzelfde spoor van verlies en sociaaleconomische ontwrichting naar elders, dan zien we in China nu een clustering van fenomenen die elders steeds apart opdoken, gespreid over de periode tussen het ontstaan van het klassieke fascisme en vandaag. De sluimerende wrok over de Europese, Amerikaanse en Japanse koloniale interventies vanaf 1839 wordt in China nog steeds besproken als de ‘eeuw van vernedering’ — in het bijzonder de Japanse bezetting en het genocidale beleid (tot op de dag van vandaag niet volledig erkend door de daders).22 Deze wrokgevoelens vinden een vruchtbare voedingsbodem in de diepgaande sociale transformaties van een recent verstedelijkte samenleving. Maar China kampt ook met een versnelde en uitvergrote variant van een bekend mondiaal probleem. Het afgelopen anderhalve decennium van onafgebroken economische groei en buitengewone welvaartscreatie heeft ook een dramatische daling van de sociale mobiliteit gebracht, waarbij klassen zijn gecementeerd, evenals het toenemende besef voor honderden miljoenen mensen dat de economische horizon hen waarschijnlijk niet de eindeloze rijkdom aan mogelijkheden zal brengen die de voorgaande decennia beloofden. Dat er niet veel meer is in dit leven dan de huidige staat, kan overal als een diep verlies worden ervaren wanneer het direct volgt op een van de meest dramatische perioden van collectieve en individuele verbetering van sociale status. Dus hoewel China’s tijdsbestek van sociale immobiliteit (het afgelopen decennium) korter is geweest in vergelijking met de westerse wereld, is het gegroeide ressentiment vergelijkbaar of zelfs acuter. Een dergelijk verlies van horizon is een vruchtbare voedingsbodem geweest voor ideologische manipulatie in de richting van nationalisme.

“Hoewel China’s tijdsbestek van sociale immobiliteit (het afgelopen decennium) korter is geweest in vergelijking met de westerse wereld, is het gegroeide ressentiment vergelijkbaar of zelfs acuter.”

Opening Nationale Volkscongres, Beijing, 5 maart 2025.

Hoewel sommige aspecten van het groeiende Chinese nationalisme kunnen resoneren met de geschiedenis van het vroege fascisme (als hetzelfde soort sturende staatspropaganda), is de wildgroei en snelheid ervan ook grotendeels te danken aan de effecten van sociale media (een terrein dat hieronder gedetailleerder wordt besproken). Hoewel sociale media streng worden gecontroleerd, worden er ‘enclaves van woede’ toegestaan, vrijwel altijd rond nationalistische kwesties (omdat deze episodes van schijnbaar vogelvrije uitingen van verontwaardiging de sociale media de enige publieke ruimte in China maken waar enige individuele expressie is toegestaan, heeft het een buitenproportionele invloed in het land).23 Verontwaardiging over een toenemend aantal incidenten die ‘de gevoelens van het Chinese volk kwetsen’, ontketent regelmatig woedegolven waarbij miljoenen mensen betrokken zijn. Denk hierbij aan het al dan niet definiëren van Taiwan als onderdeel van China; de controle over de Zuid-Chinese Zee; de herinneringspolitiek rondom de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog; of zelfs de behandeling van panda’s24 — gezien als een nationaal symbool — die door de Chinese overheid worden uitgeleend aan dierentuinen over de hele wereld.

“Musea die met deze collecties openden, zijn vaak minder begaan met het herstellen van de Chinese cultuur met haar eigen esthetische systeem en waarderingscultuur, maar meer met het bouwen van een arsenaal van prestaties, ten dienste van het narratief van een ‘superieure’ cultuur.”

Het zou echter moeilijk zijn om van dit onderwerp af te stappen zonder het grote gevoel van verlies te bespreken dat de Culturele Revolutie van 1966–1976 in de Chinese context heeft achtergelaten. Die periode werd van bovenaf georkestreerd, maar gaf de mensen tegelijk een gevoel van persoonlijke empowerment, en zag ondertussen talloze elementen van de Chinese cultuur, zowel materieel als immaterieel, vernietigd worden. Eerder dan een aberratie geboren uit de specifieke kenmerken van het communistische bewind, kan de Culturele Revolutie worden gezien als een uitvergroting, een extreme vorm van een specifieke stroming binnen een debat dat al zeker honderd jaar daarvoor plaatsvond. Vanaf het begin van de debatten over modernisering tijdens deze ‘eeuw van vernedering’ was de traditionele cultuur — wat los te laten en wat te behouden — een belangrijk onderwerp van discussie. De generatie van de Rode Gardisten die hun jeugd doorbracht met het kort en klein slaan van tempels en antiek keramiek (en het publiekelijk vernederen van miljoenen anderen, van wie velen deze periode niet overleefden) — de ‘creatieve ontregelaars’ (creative disruptors) in recenter maar verwant jargon — die later de perfecte agenten van de neoliberale ontwikkeling zouden worden25 met haar verheffing van de individuele wil, ontwikkelden eveneens een gevoel van melancholie en een verlangen naar de aloude cultuur die ze hadden proberen te vernietigen. Velen van hen hebben, nadat ze door China’s economische openstelling grote vermogens verwierven, hun nieuwe rijkdom gebruikt om objecten te recupereren die in die periode waren vernietigd (van verscheidene bekende verzamelaars van Chinese antiquiteiten is gedocumenteerd dat ze een verleden hadden als Rode Gardist).26 Musea die met deze collecties openden, zijn vaak minder begaan met het herstellen van de Chinese cultuur met haar eigen esthetische systeem en waarderingscultuur, maar meer met het bouwen van een arsenaal van prestaties, ten dienste van het narratief van een ‘superieure’ cultuur. Deze musea, met hun overmatige verering van objecten (vaak gewaardeerd om de prijs die ze op veilingen opbrachten), worden achtervolgd door een schuldgevoel. Ze lijken vaak op een trofeeënkast die een plaats delict verbergt, niet zo verschillend van een Europees museum vol roofkunst.

De particulariteiten van China’s regime blijven belangrijk om te onderstrepen in een mondiale context. De ideologische banden van de Communistische Partij van China (CPC) met het marxisme-leninisme blijven sterk en zijn het afgelopen decennium verstevigd. Sterker nog: de langetermijnplanning en de rationalistische waarden die het regime uitdraagt, lijken te functioneren op frequenties die het regime beschermen tegen de angsten die het populisme voeden met zijn methoden van onvoorspelbaarheid en strategische irrationaliteit. Maar het systeem zelf ontleent, bij gebrek aan electorale bevestiging, zijn legitimiteit aan een altijd slecht gedefinieerde ‘wil van het volk’, die moeilijk te meten of te verifiëren valt en uiteindelijk openstaat voor de interpretatie van het leiderschap, dat zich de afgelopen jaren steeds meer heeft geconcentreerd in één enkele persoon. En het heersende discours ontwikkelt in toenemende mate een vorm van nationalisme die als suprematistisch en uitsluitend kan worden beschouwd, ten aanzien van zowel gemarginaliseerde etnische groepen als ‘ongewenste’ sociale klassen, zoals te zien was bij de massale uitzettingen van (voornamelijk Han-Chinese) rurale arbeidsmigranten uit Peking in 2017.27 Het brengt China gevaarlijk dicht bij het afglijden naar een fascistische visie op de samenleving en op ontwikkeling.

In dat verband neemt Hong Kong een unieke positie in. Het afgelopen decennium kende uiteindelijk mislukte massaprotesten die een verdere democratisering van de structuur van het gebied eisten, wat de Britten gedurende het grootste deel van hun koloniale bewind niet hebben geïmplementeerd, en die Peking nog minder bereid was te bieden. Doorheen deze roerige periode hebben zich processen voltrokken die een nationaal idee voor de mensen van Hong Kong hebben gesmeed, volgens diezelfde lijnen waarlangs de voorbije twee eeuwen honderden andere naties zijn uitgevonden. Of dit idee stand kan houden voor wat waarschijnlijk de jongste uitgevonden natie ter wereld is, in een sterk veranderd politiek landschap in Hong Kong, is onzeker. Maar zeer weinig naties – als ze er al zijn – die eenmaal zijn uitgevonden en door voldoende leden zijn omarmd, zijn ooit weer uit het publieke bewustzijn gewist.28 De meest recente en grootste van de bewegingen in deze periode in Hong Kong, de anti-extraditieprotesten van 2019, mobiliseerde miljoenen mensen van het gehele politieke spectrum. Een zichtbaar deel van de beweging werd echter gevormd door rechtse groepen die hun steun betuigden aan het Britse koloniale verleden en aan de Amerikaanse president Trump en diens anti-China-houding, wat leidde tot verdere nationalistische tegenreacties vanuit China.

Er is eveneens een intellectueel debat gaande over de vele fascistische elementen die het Noord-Koreaanse regime karakteriseren.29 Deze omvatten de mensontstijgende status van de heersers, hun geclaimde verbinding met mythische koningen en de heilige berg van het land, Paektu, en de manier waarop deze worden geprojecteerd op het volk, waarmee het concept van de natie wordt gekaderd. Dat geldt ook voor de duidelijke connecties met zowel het Japanse als het Europese fascisme: een obsessie met etnische zuiverheid en de visie op de natie als uniform en uitzonderlijk uniek in relatie tot buitenlanders (een positie die evenmin afwezig is in Zuid-Korea,30 wier militaire regimes en hun opvolgers in het heden overigens naadloos in de hier vertelde extreemrechtse geschiedenissen geschreven kunnen worden); het schrappen van verwijzingen naar marxisme-leninisme en communisme in grondwettelijke documenten ten gunste van Juche en Songun en hun alomvattende ideologische mogelijkheden; de wisseling tussen de arbeidersklasse en het leger in genoemde documenten (hoewel formeel teruggedraaid in 2021); en een gevoel van voortdurend slachtofferschap in relatie tot externe krachten.

Deze dynamiek van verlies en wrok en het verlangen naar vervlogen gouden tijden is ook te zien in landen als India en Turkije. De Indiase Hindutva-politieke ideologie wordt bijvoorbeeld grotendeels gesteund door sociale groepen wier levensstandaard is gestegen na de liberale hervormingen van 1991 (en in het bijzonder in het afgelopen decennium van aanhoudende economische groei). En toch vertrouwden de ideologische constructies die door deze demografische groepen — vooral bestaand uit recente stedelingen — werden omarmd, op een gevoel van verlies, gekoppeld aan een fictief gouden tijdperk van een zuiver hindoeïstisch subcontinent, voorafgaand aan de verfoeide moslim-Mogul ‘bezetting’ en het (paradoxaal genoeg minder gevreesde) latere westerse kolonialisme.31 Dit uit zich in een voortdurend aanzwellende golf van rücksichtsloze episodes van structureel cultureel revisionisme, kleingeestige debatten rond lokale obsessies, af en toe schokkende uitbarstingen van geweld, botsingen met aartsvijand Pakistan en een verscherping van het islamofobe discours met uitroeiingsondertonen,32 sterk aangemoedigd door de vernietiging van Gaza, die op brede steun kon rekenen onder Indiaas rechts. In Turkije steunt het bewind van Recep Tayyip Erdoğans Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AK-partij) eveneens in belangrijke mate op sociale groepen die zichzelf gemarginaliseerd zagen in het seculiere Turkije, dat voornamelijk ten goede zou komen aan een elite van ‘Witte Turken’ die een aanzienlijk deel van de economie, de politiek en de officiële narratieven van het land domineerden gedurende het grootste deel van de eeuw sinds de oprichting in 1923. Voor dit deel van de samenleving omvat een gouden tijdperk om na te streven eerder een Ottomaanse fantasie dan het enge kemalistische tijdperk dat een andere sociale orde bevoordeelde.33

Path Sanchalan van de Rashtriya Swayamsevak Sangh, Bhopal.

Het tekeergaan tegen ingegraven elites was ook de motor achter de opkomst van Rodrigo Duterte in de Filipijnen, in de nasleep van wat werd gezien als de dynastieke heerschappij van de Aquino’s. Maar waar Erdoğan in Turkije leiding gaf aan een proces van grootschalige elitevervanging — in de richting van ‘Grijze Turken’, kende de Filipijnen slechts een poging om een nieuwe dynastie aan de absolute top te vestigen. Enkele decennia eerder werden de burgeroorlogen in Liberia (1989–1997; 1999–2003) en Sierra Leone (1991–2002) grotendeels uitgevochten op de ruïnes die waren achtergelaten door de omverwerping van de verschanste Americo-Liberiaanse minderheidselite, die Liberia 133 jaar lang politiek had bestuurd en het grootste deel van de economie beheerste. De Rwandese genocide van 1994 werd grotendeels gevoed door ressentiment jegens een groep, de Tutsi’s, wier elitestatus (en zelfs de criteria voor het behoren tot die groep) in belangrijke mate koloniaal-racistische fabricages waren, die desalniettemin bleven etteren in de onafhankelijke natie.

“Sinds op zijn minst het Poetin-tijdperk ziet Rusland zichzelf als erfgenaam van de gehele westerse beschaving. Volgens die logica viel het eerste Rome ten prooi aan migrerende barbaren, Constantinopel aan islamitische veroveraars, en de westerse beschaving aan beide, in bondgenootschap met de ‘genderideologie’.”

Wenden we ons tot Rusland, dan valt de rol die ressentiment speelt in de hedendaagse politiek nauwelijks te overschatten, net als de paranoïde doeginiaanse ideeën die deze aanjagen. De directe argumenten hebben te maken met wrok over het verlies van de Koude Oorlog (in het land vaak beschreven in vergelijkbare termen als de sfeer in Duitsland na de nederlaag in de Eerste Wereldoorlog), maar die geschiedenis reikt veel dieper. In het dominante discours (in een context waarin historische weetjes en de sierlijkheden van de Europese hoge cultuur circuleren als belangrijk sociaal kapitaal) ziet Rusland zichzelf als het ‘Derde Rome’.34 Het erft daarmee zowel een trauma van civilisatorische ineenstorting (een dubbele zelfs, zowel van Rome als van Constantinopel) als een zelfbeeld als erfgenaam van het Romeinse Rijk. Sinds op zijn minst het Poetin-tijdperk ziet het zichzelf bovendien als erfgenaam van de gehele westerse beschaving. Volgens die logica viel het eerste Rome ten prooi aan migrerende barbaren, Constantinopel aan islamitische veroveraars, en de westerse beschaving aan beide, in bondgenootschap met de ‘genderideologie’. Het discours van angst en haat houdt daar echter niet op. Een recente, excentrieke morele paniek in Rusland is kvadrobing, waarbij kinderen zich verkleden als dieren en hun bewegingen nabootsen. Voor wie op zoek is naar morele verontwaardiging heeft kvadrobing alles: verdorven kinderen, een soort van queerness – zij het met een interspecies-twist – en een vermeend westers complot erachter, met als doel Russen te ontmenselijken. Uiteraard werd het fenomeen prompt veroordeeld, en zijn er procedures gestart om het formeel te verbieden. Ten gronde ziet Rusland zichzelf als een eeuwig slachtoffer van Europa in plaats van als een groot Europees rijk, en wel een dat er het best in geslaagd is zijn veroverde koloniale gebieden te behouden, zelfs na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.3536

“Het discours van angst en haat houdt daar echter niet op. Een recente, excentrieke morele paniek in Rusland is kvadrobing, waarbij kinderen zich verkleden als dieren en hun bewegingen nabootsen.”

 

Tegelijkertijd is er, op al deze plekken en wereldwijd, nog een ander verlies voelbaar, ook al wordt het niet betreurd: een verlies van vertrouwen in westerse politieke discoursen en economische modellen, waarbij de crisis van beide elkaar voedt. Dat laatste is zwaar getroffen door de economische crisis van 2008, door de aanhoudende neokoloniale extractieve relatie tussen Noord-Atlantische landen en de rest van de wereld, en door het meer in het oog springende economische succes van nieuwe machten buiten die geografie. Wat de politieke discoursen betreft, is vooral de ideologie van de mensenrechten van de voorbije decennia onherstelbaar aangetast door de dubbele standaarden die westerse gevestigde machten hanteerden ten aanzien van de oorlogen en gruweldaden van de laatste jaren, wat een gevoel van wrok tegenover voormalige koloniale machten en hun bondgenoten heeft doen herleven. Deze gerechtvaardigde verontwaardiging heeft ongetwijfeld belangrijke gesprekken op gang gebracht over het versterken van processen van zelfredzaamheid en over het verbeelden van andere vormen van nationale en transnationale politiek op verschillende plekken in de wereld. Maar het valt niet te ontkennen dat ze ook is geïnstrumentaliseerd door posities op het fascistische spectrum.

Het gebrek aan vertrouwen in de eigen discoursen en modellen wordt ook in het Westen zelf acuut gevoeld, aangezien het verlies van zijn vooraanstaande positie in de wereld met elke geopolitieke nieuwscyclus en nog meer met elk economisch rapport duidelijker wordt. Het verlies van het mondiale marktaandeel voor Duitse en, algemener, voor westerse autofabrikanten over de afgelopen jaren is bijvoorbeeld niets minder dan catastrofaal geweest. Het zou dus een fout zijn om de opkomst van het fascisme in de voormalige koloniale mogendheden uitsluitend toe te schrijven aan kwesties die zich binnen hun eigen grenzen en buurten afspelen, hoezeer de politieke stemmen van extreemrechts zich ook richten op het bewaken daarvan. Het verschuiven van bredere geopolitieke krachtsverhoudingen, de algemene Europese economische, politieke en culturele malaise, alsmede het omvangrijke Amerikaanse discours van imperiaal verval zijn strijdkreten voor de nieuwe fascisten aan weerszijden van de Noord-Atlantische Oceaan om zich niet gedwee bij de ondergang neer te leggen.

“Het gebrek aan vertrouwen in de eigen discoursen en modellen wordt ook in het Westen zelf acuut gevoeld, aangezien het verlies van zijn vooraanstaande positie in de wereld met elke geopolitieke nieuwscyclus en nog meer met elk economisch rapport duidelijker wordt.”

Dit fin de siècle-discours in de VS heeft op zichzelf verwoestende effecten, als een self-fulfilling prophecy en een vicieuze cirkel. De schijnbare paradoxen van Amerikaans rechts, dat erin slaagt gelijktijdig tegenstrijdige gedachten te koesteren (het machtigste land dat weer machtig gemaakt moet worden, enzovoort), is op vrij geslepen wijze uitgelegd door JD Vance via een andere verwijzing naar de Romeinse geschiedenis. In plaats van parallellen te trekken met het einde van het Romeinse Rijk, noemde hij het huidige moment in de VS een “laat-republikeins tijdperk”, vergelijkbaar met het einde van 500 jaar Romeinse Republiek, teweeggebracht door de dictatuur van Caesar, die niettemin het daadwerkelijke dageraden van het Romeinse Rijk was, enkele decennia later ingeluid door Caesars opvolger Octavianus, een rol die Vance waarschijnlijk voor zichzelf zou wensen in het Amerikaanse verhaal. De VS lijken inderdaad onzeker over het politieke bestel dat het heeft opgebouwd, zowel thuis als in het buitenland. Veel concepten binnen het klassieke fascisme putten inspiratie uit de Amerikaanse geschiedenis, waaronder de rassenwetten en het nationaalsocialistische concept van Lebensraum.37

Deze erfenis, evenals de gehele Pax Americana, lijken nog niet te volstaan voor nieuw Amerikaans rechts, waardoor figuren als Curtis Yarvin — die is komen bovendrijven uit de duistere hoeken van het internet met zijn pleidooien om de Amerikaanse democratie op te doeken — in de bovenste schuif zitten bij Vance en anderen.38 De VS kijken ook naar modellen elders, iets wat nog maar enkele jaren geleden ondenkbaar zou zijn geweest. Denk aan de bewondering die Trump heeft geuit voor de Golfstaten, de Verenigde Arabische Emiraten of Saoedi-Arabië – glad, verguld, aseptisch en niet gehinderd door democratische processen of controles van een rechterlijke macht. Of voor het Singaporese model, dat al een tijdje op veel plaatsen op grote bewondering kon rekenen, van de rest van Zuidoost-Azië tot Centraal-Azië en bij sommige liberaliserende stemmen in China, waar het bedoeld was als model voor een gedeeltelijke opening van het systeem eerder dan als een model voor toegenomen neoliberale controle. En hoewel de verkiezing(en) van Trump zeker een impuls zijn geweest voor de mondiale fascistische trend, volgt deze ook grotendeels eerdere trends van elders, eerder dan dat ze de oorspronkelijke inspiratiebron is voor dit nieuwe tijdperk van autoritarisme.

“Het fin de siècle-discours in de VS heeft op zichzelf verwoestende effecten, als een self-fulfilling prophecy en een vicieuze cirkel.”

Ondertussen wordt het internationale systeem dat de VS hebben gecreëerd — met zichzelf aan de imperiale top, en waaraan het enorme voordelen heeft ontleend — van binnenuit opgeblazen door vele acties van de regering-Trump. Elon Musks DOGE-experiment van het ontmantelen van kernonderdelen van het ideologische establishment van de Amerikaanse macht in de wereld (waaronder USAID en Radio Free Europe/Radio Liberty), en het plaatsen van figuren zoals de 19-jarige bekend als ‘Big Balls’ op hoge imperiale verantwoordelijkheidsposities lijkt minder radicaal-libertair dan millenaristisch en zelfdestructief. De Amerikaanse angst voor andere imperiale concurrenten blijft gedreven worden door de diepe koloniale ambitie van een manifest destiny van ruimteverovering, maar lijkt eerder te leiden tot zelfsabotage dan tot een reis naar Mars. De dichtstbijzijnde parallel waaraan men kan denken is het werk van Nongqawuse, een profete die de Xhosa-koning Sarhili in 1856–1857 met succes adviseerde om al het vee van het koninkrijk massaal te slachten, als een millenaristische reactie op toenemende koloniale druk. Zoals te voorzien was, maakte deze daad het uiteindelijk gemakkelijker om te bezwijken onder externe krachten.39

Het zou dan ook maar logisch lijken dat deze reactionaire krachten, gericht tegen economische machtsdynamieken en tegen verliezen die scherp worden gevoeld of in de nabije toekomst worden gevreesd, over coherente (zij het zelfzuchtige) programma’s zouden beschikken om de processen van verarming van de arbeidersklasse om te keren. En toch lijkt het hedendaagse fascisme nog heterogener (en zelfdestructiever) in het beleid dat het promoot of uitvoert wanneer het aan de macht komt dan het klassieke fascisme (dat geen coherente economische ideologie uitdroeg, grotendeels reactief was ten opzichte van wat het instinctief minachtte en gefocust was op wat het eenvoudig kon verpakken in populistische voorstellen voor de korte termijn). In dit diverse landschap van beleidsmaatregelen springt het extreme libertarisme van Argentinië’s Javier Milei eruit als een buitenbeentje, maar het zou evengoed de eerlijkste voorloper van de beweging kunnen zijn. Deregulering en libertarisme maken immers bijna altijd deel uit van het extreemrechtse discours, dat een belangrijke nadruk legt op de corruptie van de deep state en de verstrikte bureaucratie, en veel partijen van extreemrechts hebben electorale posities ingenomen die waren vrijgekomen door mislukte linkse bewegingen. Dit bracht hen ertoe om bepaalde sociaaldemocratische, protectionistische ideeën in hun discours te integreren, vooral in Europa, al worden die vaak ingezet als wapen binnen een anti-migratiediscours.

Het is ook belangrijk om de ontvlambare rol te vermelden die de COVID-19-pandemie heeft gespeeld op een berg verdorde bladeren die zich al lang van tevoren had opgehoopt. De pandemie gaf, als een accelerationistische natte droom, gestalte aan de apocalyptische neiging van rechts en bracht deze het echte leven binnen, waardoor haar zucht naar rampspoed brutaal zichtbaar werd. Het maakte het ontstaan van een voorheen ondenkbaar alternatief voor de geglobaliseerde neoliberale orde mogelijk toen het gehele systeem bijna overal, vrijwel van de ene op de andere dag, op slot ging. De extremiteit van de reactie op veiligheidsmaatregelen zette elk ander gesprek op scherp. Ineens leek alles mogelijk, aangezien de pandemie liet zien dat het ondenkbare mogelijk was. Bij het ontwaken uit de lockdowns nam de wereld de geweldspiraal mee die tot dan toe hoofdzakelijk was voorbehouden aan (semi-)anonieme sociale media. Het gevoel dat dingen die lang onderdrukt waren geweest ineens acceptabel konden worden, werd in vele delen van de wereld gevoeld, van de VS na de meest recente verkiezingen tot Bangladesh, waar na een van de zeer weinige succesvolle straatrevoluties die de vorige autoritaire regering ten val bracht, discursief en fysiek geweld in de samenleving werd ontketend, onder een nieuwe sfeer doordrenkt van islamitisch religieus conservatisme en een MAGA-geest.40

“De pandemie gaf, als een accelerationistische natte droom, gestalte aan de apocalyptische neiging van rechts en bracht deze het echte leven binnen, waardoor haar zucht naar rampspoed brutaal zichtbaar werd.”

De pandemie bracht ook de wetenschap definitief binnen in de cultuuroorlogen. De man die in Roemenië bijna president werd, Călin Georgescu, is een extreem voorbeeld van het ter discussie stellen van de fundamenten van de wetenschap; niet alleen het bestaan van het virus zelf, maar ook de chemische samenstelling van water en de voordelen (of eerder het gebrek daaraan) van het dragen van een bril. Zijn winst in de eerste ronde van de presidentiële verkiezingen in november 2024 veroorzaakte grote sociale omwentelingen in het land, een onrust die nauwelijks tot bedaren kwam met de herorganisatie van de verkiezingen afgelopen mei, na zijn diskwalificatie. Een sfeer als deze leidde tot episodes als de wijdverbreide twijfel tijdens een sneeuwval afgelopen winter, specifiek over de vraag of het wel om echte sneeuw ging. Georgescu’s ideologie41 was een tamelijk unieke mix van distributisme, nostalgisch ruralisme, aangepast Doeginisme en radicaal ecologisme, wat hem op gespannen voet zou hebben gezet met zowel het Europese anti-Green Deal-rechts als het ‘drill baby, drill’-programma in de VS, een van de vele tegenstrijdigheden binnen de wereldwijde fascistische beweging. Georgescu was ook verbijsterend in zijn provocerende afwijking van het gangbare gezond verstand. Maar een les die uit de recente geschiedenis te trekken valt, is dat wat zich voordoet als een nieuw obscurantisme in werkelijkheid vaak een rookgordijn is voor een concreet machtsovernameplan.

Mondiale fascismes luiden een soort einde in voor de westerse liberale democratie als een horizon om naar te streven. Ze spruiten voort uit een fundamenteel verlies van geloof dat dit systeem een uniek vermogen heeft om een goed leven te creëren voor genoeg mensen in een samenleving. Buiten in de welvaartsstaten die gebouwd zijn dankzij een accumulatie van koloniale roofbuit, is het systeem tekortgeschoten, en bracht het nauwelijks hetzelfde niveau van welvaart. Dit wordt wereldwijd gevoeld. Zelfs in China maakte een soort horizon van liberale convergentie, openlijk of meestal stilzwijgend, deel uit van de systeemdynamiek vóór de wending die president Xi nu inzet. De liberale horizon is nu verloren. Dit geldt ook voor Rusland, waar de hoop op convergentie met het Westen in het directe post-Sovjettijdperk is vervlogen, eerst langzaam en dan plotseling. En zowel in China als, in nog sterkere mate, in Rusland, is die eerdere aspiratie (die nu als kinderlijk wordt gezien) op zich een krachtige brandstof voor wrok, zoals de bijzondere minachting die een versmade geliefde koestert, geboren uit de schaamte en ontkenning van onbeantwoorde liefde.

Hoe kan het einde van deze ‘westerse consensus’ – dat nu onvermijdelijk lijkt en nauwelijks nog te verdedigen valt buiten het comfort van een ‘devil-you-know’-redenering — dan vervangen worden door iets anders dan fascistisch nihilisme? Wat kunnen we ervoor in de plaats stellen? Het is moeilijk te geloven dat een geslaagde antifascistische inspanning zou neerkomen op het verdedigen van de status quo ante. Kan er vanuit links een geslaagd scenario en stappenplan worden uitgewerkt? Wat kunnen we collectief doen dat werkelijk politiek is, voorbij het terugtrekken in onze privésfeer of in onze microbubbels, wat de meest geformuleerde reactie lijkt te zijn op de dreiging van fascismes wereldwijd?

“Mondiale fascismes luiden een soort einde in voor de westerse liberale democratie als een horizon om naar te streven. Er is een fundamenteel verlies van geloof dat dit systeem een uniek vermogen heeft om een goed leven te creëren voor genoeg mensen in een samenleving.”

Sociale media en de ontregeling van communicatie

Een van de meest besproken aanjagers van de opkomst van mondiale fascismes zijn de sociale media. Maar hoe is deze verbinding er precies gekomen? Vooreerst hebben de twee zich ruwweg tezelfdertijd wereldwijd verspreid, in het tweede decennium van deze eeuw. Sociale media lieten woede opborrelen; door de nefaste effecten van algoritmen ontstonden echokamers waarin valse narratieven circuleerden en geïsoleerde individuen voortdurend verder radicaliseerden. Zonder twijfel is een cultuur van woede en verontwaardiging (net als haar pendant van alternatieve feiten) niet voorbehouden aan rechts; veel van de bijbehorende reflexen en praktijken zijn evengoed ontwikkeld rond vele progressieve posities. Deze dynamiek is welbekend. Maar de rol van sociale media bij het kweken van een nieuw fascistisch klimaat reikt echter dieper.42 Laten we ons concentreren op vier punten.

“Hoe kan het einde van deze ‘westerse consensus’ – dat nu onvermijdelijk lijkt en nauwelijks nog te verdedigen valt buiten het comfort van een ‘devil-you-know’-redenering — dan vervangen worden door iets anders dan fascistisch nihilisme?”

Ten eerste hebben sociale media diep verankerde communicatiepatronen voor grote groepen mensen ingrijpend veranderd. Communicatie was van oudsher sterk gecodeerd binnen culturele en sociale contexten, voorzien van mechanismen van bemiddeling die sociale uitwisselingen (en hiërarchieën) binnen stabiele parameters hielden. Sociale media brachten een schok teweeg in deze patronen, een kwestie die nog altijd onderbelicht blijft in debatten over de structurele maatschappelijke veranderingen van de afgelopen twee decennia. Hoewel het platformen bood voor vrijheden die voorheen zeldzaam waren (zoals het communiceren met mensen over barrières van klasse, kaste, bekendheid en geografische afstand heen), verdwenen tegelijkertijd de codes die sociale conventies in stand hielden.

Ten tweede creëerden sociale media een sterke psychologische perceptie van een volledig intergeconnecteerde wereld. Toegang tot sociale media vergrootte de complexiteit van beschikbare informatie en nieuws aanzienlijk, wat leidde tot een onophoudelijke opbouw van maatschappelijke onrust en angst. Fascisme draaide al altijd om eenvoudige (zij het volstrekt valse) verklaringen en (schijn)oplossingen voor complexe werkelijkheden.

“Zonder twijfel is een cultuur van woede en verontwaardiging (net als haar pendant van alternatieve feiten) niet voorbehouden aan rechts; veel van de bijbehorende reflexen en praktijken zijn evengoed ontwikkeld rond vele progressieve posities.”

Ten derde maakte sociale media gecentraliseerde propaganda — die de kern vormde van het klassieke fascisme — overbodig, met haar specifieke instrumenten om onwaarheden te externaliseren, te vermenigvuldigen en de productie ervan te democratiseren. Wanneer legers van trollen, georganiseerd of grotendeels zonder coördinatie, bijdragen aan de fabricage en verspreiding van leugens, is er geen ministerie van volksvoorlichting en propaganda meer nodig. Veel eigentijdse fascistische bewegingen hebben dan ook zorgvuldig formele en esthetische parallellen met het klassieke fascisme vermeden. Een uitzondering hierop vormt wellicht Rusland, dat zich vanwege zijn beslissende rol bij het verslaan van het nazisme immuun acht voor het fascisme, terwijl het op formeel niveau de klassieke fascistische uitingen getrouw kopieert — denk aan het ‘Z’-symbool dat sinds de invasie van Oekraïne circuleert, en omschreven wordt als een ‘gestileerde halve swastika’,43 en de grootschalige bijeenkomsten rond de leider.

Ten slotte heeft de opkomst van kunstmatige intelligentie rond de tweede termijn van Trump het debat over post-truth wezenlijk veranderd ten opzichte van zijn eerste termijn. Hoe veranderen de fundamenten van waarheid wanneer de spreker geen menselijke stem meer is?

God en World Liberty Financial

In veel delen van de wereld is de fascistische golf onlosmakelijk verbonden met religie. Er zijn talrijke aanwijzingen dat we getuige zijn van een nieuwe religieuze opleving, met wereldwijde politieke uitingen daarvan: een politiek actief christelijk en evangelisch fanatisme in Noord- en Zuid-Amerika, op het Afrikaanse continent44 en in delen van Azië; de Oosters-orthodoxie die het nieuwe conservatisme in grote delen van de voormalige Sovjetwereld voedt en een centrale pijler vormt van het Russische fascisme; de door religie en messianisme gedreven verbrokkeling van de Israëlische politiek en het publieke debat; het islamitisch fundamentalisme dat in een groot deel van de wereld een aantrekkelijke politieke horizon blijft; het hindoe-neofascisme in India; het inzetten van het neo-confucianisme om de legitimiteit van het communistische bewind in China te verlengen; en de boeddhistische suprematie in Zuid- en Zuidoost-Azië. In Thailand vertoont de symbiose van deze pacifistische wereldreligie met militaire regimes, koninklijke cliques en de oligarchie45 een verontrustende gelijkenis met de Latijns-Amerikaanse driehoek van religie, leger en gevestigde elites.

“De evangelische kerken uit de VS zijn echter wellicht de meest invloedrijke en verst reikende netwerken voor het verspreiden van rechts-extremisme. De golf van voorgestelde anti-queerwetgeving in Ghana, Oeganda, Roemenië en elders is een direct gevolg geweest van lobbyactiviteiten door dergelijke kerken.”

Het dient ook te worden opgemerkt dat een meerderheid van deze extreme vormen van politieke religie islamofobie centraal heeft gesteld in hun discours. De angst om religieuze samenhang en identiteit te verliezen door culturele globalisering doet het fascisme verschijnen als een lokaal fenomeen, waarbij de specifieke politiek van ressentiment verschillende nationale uitingen van fascisme tegen elkaar kan uitspelen. Maar hoe nativistisch, gesloten binnen de grenzen van afzonderlijke religieuze gemeenschappen of argwanend tegenover internationale ideeën het ook is, het verspreidt zich vaak via internationale ideologische netwerken — zoals dat sinds het begin van de vorige eeuw ook het geval is geweest.

Het Boeddhistische fascisme in Sri Lanka werd in de jaren twintig van de vorige eeuw, in een periode van antikoloniale bewegingen, geïnspireerd door het Italiaanse fascisme.46 Het kwam vervolgens tot bloei in de Singalese context, waar het een ideologie ontwikkelde die de Tamil- en moslimgemeenschappen uitsloot, wat uiteindelijk leidde tot de genocide op de Tamils (met 2009 als triest hoogtepunt). Dit Boeddhistische fascisme verspreidde zich ook naar Zuidoost-Azië (langs dezelfde route waarlangs eeuwen eerder het Theravada-boeddhisme verspreid werd), waar het Birmese fascisme de overhand kreeg — omarmd door zowel het militaire regime als de ‘democratische oppositie’ onder leiding van Aung San Suu Kyi, die een cruciale rol speelde bij de verdrijving van honderdduizenden moslim-Rohingya’s tijdens de genocide van 2017.47 Buiten de Theravada-wereld is een meer geïsoleerd voorbeeld dat van de verdrijving door het Vajrayana-boeddhistische Bhutan van de hindoeïstische Lhotshampa’s in de jaren 1980 en 1990 (tot wel een vijfde van de bevolking, van wie velen hun toevlucht zochten in Nepal en later in de VS, vanwaar Trumps anti-immigratiecampagne hen recent heeft teruggestuurd naar nergens,48 naar een moederland dat niet bestaat,49) en dat een van de minst erkende gevallen van etnische zuivering blijft. Aan de andere kant werd de paramilitaire beweging Rashtriya Swayamsevak Sangh (RSS) in India opgericht in 1925, en is ze momenteel meer dan zes miljoen leden tellend en nauw verbonden met de regerende Bharatiya Janata-partij. In de beginjaren ontleende de beweging expliciet ideeën, methoden en vormen aan zowel de Italiaanse fascistische beweging als het nationaalsocialisme. De huidige focus ligt op islamofobe zuiverheid, wat weer resoneert met de vervolging van de Oeigoeren in China.

“De manosfeer bevat een volstrekt specifiek cultureel landschap en idioom (niet zeer verschillend van wat door evangelische netwerken wordt gecreëerd en verspreid), dat snel verschuift en evolueert — inclusief definities voor mannen die niet in het nieuwe ideaal passen, zoals ‘simp’, ‘soy boy’ of ‘kafukuswi’ (in Kenia); de beruchte ‘red pill’; trad wives; en vele anderen.”

Latijns-Amerika’s lange geschiedenis van fascistische regimes in verschillende gradaties vertelt wellicht het meest over de veranderende internationale netwerken die fascistische fermentatie beïnvloeden. Van de vroege uitingen van het bonapartisme in de regio door reactionaire conservatieve dictators in de negentiende en vroege twintigste eeuw, tot Getúlio Vargas’ Estado Novo in Brazilië (1937–46), dat een variant van het mediterrane fascisme formuleerde; de unieke ideologische mengelmoes van het Peronisme in Argentinië; of het presidentschap van Laureano Gómez in Colombia (1950–53), dat het land op de rand van een fascistische dictatuur bracht. Dit werd vervolgd door de anticommunistische militaire dictaturen uit de Koude Oorlog, zoals die van Augusto Pinochet (1973–90) in Chili of Efraín Ríos Montt in Guatemala (1982–83),50 wier erfenis werd voortgezet door een nieuwe generatie machthebbers waaronder Alberto Fujimori in Peru (1990–2000)51 en Álvaro Uribe in Colombia (2002–10). In Colombia werd fascistisch geweld en sociale zuivering echter ook uitgevoerd door rechtse paramilitaire groepen zoals de AUC (waarmee Uribe verbonden was52) en soms door groeperingen die nauwelijks te onderscheiden waren van drugskartels, een model dat ook in andere landen in de regio geldt.

Ten slotte stuiten we in het hedendaagse tijdperk op het bolsonarisme,53 dat een kracht en een dreiging blijft in Brazilië en de dubbele invloed weerspiegelt van trumpistische netwerken over de hele wereld — aangewakkerd door internationaal opererende figuren als Steve Bannon, evenals door een overvloed aan steeds extremere denktanks en, cruciaal, die van verschillende Amerikaanse evangelische kerken. Nayib Bukele, de president van El Salvador, is nog succesvoller geweest dan Bolsonaro in het vestigen van een autoritair regime. Zijn machtsgreep is gebaseerd op claims van sociale zuivering en de oprichting van reusachtige detentiekampen die zogenaamd bedoeld zijn voor bendeleden, die eveneens op beruchte wijze zijn gebruikt door de regering-Trump. Zijn millennial-fascistisch regime leunt op een unieke machtsgroep: de cryptonetwerken. Het is onwaarschijnlijk dat hun invloed binnenkort zal afnemen nu hun macht al tot in elk continent reikt, wat alleen nog maar versterkt wordt door de omarming van crypto door het nieuwe Amerikaanse regime en zijn World Liberty Financial.

Innig verbonden hiermee is de rol die vooraanstaande figuren uit Silicon Valley spelen bij het verspreiden van deze ideeën, met mensen zoals Peter Thiel, de mentor van Vance, en, uiteraard, Musk. Hun millenaristische ideeën over het platbranden van overheidsstructuren en het uiteindelijke doel om de democratie à la Curtis Yarvin te ontmantelen, verspreiden zich eveneens via de mondiale crypto- en politieke netwerken.54 En de eerdere versie hiervan, de oude netwerken van de ‘Chicago Boys’, wier rol achter het Pinochet-regime in Chili fundamenteel was voor het economische en sociale beleid, blijven ook vandaag de dag actief.55 De Argentijnse president noemde zijn zes gekloonde honden naar Milton Friedman, Murray Rothbard, Robert Lucas Jr., etcetera. Milei liet deze honden vervolgens graveren op de presidentiële staf die bij zijn inauguratie werd gebruikt, in een gebaar dat doet denken aan keizer Caligula, die zijn paard tot senator maakte.

“Regimes boetseren het fysieke voorkomen: het klassieke fascisme, het socialisme en het neoliberalisme leverden elk wezenlijk andere lichamen op, net als de lichamen die we vandaag om ons heen — en vooral op onze schermen — zien en die ons op uiterst doeltreffende wijze onder druk zetten om hen na te bootsen.”

De bovengenoemde evangelische kerken uit de VS zijn echter wellicht de meest invloedrijke en verst reikende netwerken voor het verspreiden van rechts-extremisme. De golf van voorgestelde anti-queerwetgeving in Ghana, Oeganda, Roemenië en elders is een direct gevolg geweest van lobbyactiviteiten door dergelijke kerken. Het sterk gecoördineerde karakter ervan is zichtbaar door het delen van overduidelijk verspreide talking points en fraseringen, zoals het schrikbeeld van het gezin dat bestaat uit ‘ouder 1’ en ‘ouder 2’ en dat traditionele genderrollen zou bedreigen — een frame dat in verschillende landen terug te vinden is. Evangelische netwerken slagen er ook in hun invloed uit te breiden tot voorbij gelovigen, zoals te zien is in de overname van hun agenda en strategieën in officieel christelijk-orthodoxe bewegingen in Centraal- en Oost-Europa of in politieke kringen die niet officieel verbonden zijn met enige religie, zoals op vele plaatsen zoals Taiwan en Hong Kong.

Maar christelijk extremisme neemt ook nog gewelddadiger vormen aan, waaronder het Lord’s Resistance Army (LRA)56 in Noord-Oeganda. Hoe zou men nochtans het bewind van Yoweri Museveni (waartegen het LRA strijdt) en zijn groeiende persoonscultus anders moeten omschrijven dan van een fascistische signatuur? Dit staat in verticale continuïteit in historische cycli met de generatie van Idi Amin (waartegen Museveni vocht), en horizontaal met andere regimes over het continent die de cultus van leiders in stand houden wier houdbaarheidsdatum al lang is verstreken. Maar discoursen van haat nemen nog scherpere vormen aan over het Afrikaanse continent. In deze context blijft het Zuid-Afrika van de apartheid — de meest omvangrijk en herkenbaar racistische staat ter wereld in de tweede helft van de twintigste eeuw — een bron van inspiratie voor eigentijdse apartheid en een plek waar wit-suprematistische groepen vandaag de dag actief blijven, zowel buiten als binnen de parlementaire politiek. Operation Dudula groeit eveneens als een xenofobe beweging tegen zwarte migranten van over het hele continent in Zuid-Afrika.57 Etnisch-suprematistische bewegingen hebben in de afgelopen dertig jaar ook het Ethiopische politieke discours grotendeels gevormd, waarvan de oorlogen in Tigray, Amhara en Oromia slechts de meest gewelddadige uitingen zijn. De voortslepende effecten van de Rwandese genocide duren voort in paramilitaire groepen die actief zijn in Oost-Congo, die genocidale Hutu-milities zoals de Interahamwe en Impuzamugambi rechtstreeks voortzetten of nabootsen. Maar opnieuw: in welke andere categorie zouden we Paul Kagame’s ordelijke regime van nationale reconstructie en onderdrukking van andersdenkenden in het nieuwe Rwanda kunnen onderbrengen dan in dezelfde geest als de andere die hier besproken worden? In Oost-Congo delen deze milities een gewelddadige ruimte met huurlingen uit Europa, van wie velen expliciet georganiseerd zijn in fascistische paramilitaire groepen — niet zonder invloed van de beruchte Russische Wagner-groep, die op drie continenten actief is geweest. Eén zo’n groep werd gearresteerd terwijl ze met wagens vol wapens naar Boekarest reed rond de tijd van de betwiste presidentsverkiezingen.58

Simps, Soy Boys en Kafukuswi

Naast de evangelische netwerken en cryptonetwerken, en in de aanverwante gebieden van self-improvement en getting-rich-fast, is er nog een snelgroeiend netwerk in de wereld: de manosfeer, die nieuwe definities van mannelijkheid verspreidt. Deze heeft zich het afgelopen decennium via het internet ontwikkeld tot een geheel eigen ideologisch fascistische constellatie, die de afgelopen post-pandemische jaren sterk is uitgebreid. Het nieuwe netwerk omvat de incel-beweging, die in verschillende landen al heeft geleid tot dodelijke terroristische aanslagen, naast talloze incidenten van femicide en geweld tegen vrouwen die sterk zijn toegenomen en nog steeds onder de radar blijven. De manosfeer bevat een volstrekt specifiek cultureel landschap en idioom59 (niet zeer verschillend van wat door evangelische netwerken wordt gecreëerd en verspreid), dat snel verschuift en evolueert — inclusief definities voor mannen die niet in het nieuwe ideaal passen, zoals ‘simp’, ‘soy boy’ of ‘kafukuswi’ (in Kenia); de beruchte ‘red pill’; trad wives; en vele anderen. 

“Aangezien we de wereld niet lijken te kunnen veranderen, luidt het voorstel vandaag dat we ons dan maar moeten richten op het transformeren van ons eigen lichaam (en onze geest).”

De verspreiding van deze ideeën overtreft de meeste schattingen, waarbij de mate van waanzinnig zelfvertrouwen mooi wordt aangetoond door de recente internetdiscussies rond hoeveel mannen die nog nooit hebben getennist denken dat ze zouden kunnen winnen van Serena Williams; rond het aantal mannen dat denkt zonder voorafgaande ervaring veilig een vliegtuig te kunnen landen; of rond het aantal mannen dat nodig zou zijn om een gorilla te verslaan in een gevecht. Een ander verhelderend moment was de tot meme verheven online enquête over het aantal keren dat mannen per dag aan het Romeinse Rijk denken, wat wordt gezien als een mannelijke bezigheid die zich bezighoudt met een gouden tijdperk van mannelijkheid. Deze gewelddadige beweging heeft een reeks leiders zoals Andrew Tate, die naast extreme en criminele misogynie de waarden predikt van ondernemerschap en hard libertarisme.60

Andrew en Tristan Tate.

In heel Oost-Azië is antifeminisme een groeiend politiek fenomeen, dat het hoofdfront vormde van de cultuuroorlogen tijdens de Zuid-Koreaanse presidentsverkiezingen van 2022, die de uitgesproken antifeministische rechtse president Yoon Suk Yeol aan de macht brachten, nadat zijn linkse tegenstander zich eveneens aan de antifeministische zijde had gepositioneerd. Yoon Suk Yeol werd uiteindelijk begin dit jaar afgezet, nadat hij had geprobeerd de staat van beleg in te stellen, wat Zuid-Korea’s zuurverdiende democratische systeem zou hebben ontrafeld.61

PSL/SMV, Looksmaxxing, amfetaminen en het juk van yoga

Het heeft er dus alle schijn van dat de schaduw van de mondiale fascismes, gevaarlijk verraderlijk, ook te vinden is in de zelfdisciplinerende patronen waarmee we onze lichamen vormgeven en onszelf in het dagelijks leven presenteren. Achter elk regime gaan specifieke libidineuze krachten schuil, en verschillende tijdperken brengen uiteenlopende lichamen voort. Regimes boetseren het fysieke voorkomen: het klassieke fascisme, het socialisme en het neoliberalisme leverden elk wezenlijk andere lichamen op, net als de lichamen die we vandaag om ons heen — en vooral op onze schermen — zien en die ons op uiterst doeltreffende wijze onder druk zetten om hen na te bootsen.

“Vele hartenbrekers uit het pre-neoliberale tijdperk, van Bollywood tot de Franse cinema, zouden in de huidige TikTok-economie nauwelijks nog opvallen; ze worden moeiteloos gemogged door scrolbare profielen van heel gewone jongeren uit alle hoeken van de wereld.”

Aangezien we de wereld niet lijken te kunnen veranderen, luidt het voorstel vandaag dat we ons dan maar moeten richten op het transformeren van ons eigen lichaam (en onze geest). Dat zou dan als vanzelf leiden tot een vollere bankrekening, een beter seksleven, fijnere relaties en dies meer. Deze zoektocht naar een betere versie van onszelf heeft een eigen lexicon voortgebracht, met termen als looksmaxxing, glow-up of PSL/SMV (Physical Sexual Market Value Level). In deze cultuur van alomtegenwoordige jeugdigheid zijn ziekte, dood en ouderdom verbannen tot ver buiten de gouden muren van ons digitale paleis. Binnen een overheersend New Age-denkkader, met zijn naïef-georiëntaliseerde cultuur, lijkt de obsessie om deze menselijke werkelijkheden te sublimeren eerder een oproep aan Siddhartha Gautama om terug te keren naar het paleis van zijn familie — naar het comfort en de controle daarvan — en deze onvermijdelijkheden te negeren, in plaats van te zoeken naar enige vorm van verlichting.

Op microniveau uit controle zich ook in een groeiende afhankelijkheid van farmaceutische middelen om nieuwontworpen afwijkingen te elimineren, die tot voor kort nog werden beschouwd als acceptabele variaties van de menselijke persoonlijkheid. Neem de pathologisering van aandachtsstoornissen, waarvan de medische oplossing — amfetaminen — een cruciaal onderdeel vormde van de klassieke fascistische geschiedenis,62 evenals van veel latere oorlogen.

“Yoga lijkt de mondiale boven- en middenklasse werkelijk onder een juk te houden.”

Yoga op Times Square, New York.

Op anatomisch niveau lieten de afgelopen decennia vrijwel overal ter wereld een wending zien naar een extreme idealisering van atletische schoonheid. Ze gaat zelfs de esthetiek van de klassieke fascistische lichaamsverering te boven, vooral door de alomtegenwoordigheid van het verlangen om een perfect lichaam te bezitten én ermee te paren. Deze lichaamscultus en de hypermannelijkheid in de publieke ruimte zijn, hoewel geworteld in uiteenlopende contexten en geschiedenissen, eveneens betekenisdragers van een nieuwe mondiale obsessie. Vergeleken met eerdere canons van mannelijkheid is er sprake van een radicale omslag naar een overdrijving van spiermassa, vergezeld van een gevoel van schaamte en falen wanneer men die niet bezit. De fetisj van het in de fitness geperfectioneerde mannenlichaam is een wereldwijd fenomeen geworden, van de luxe fitnesscentra in Lagos tot geïmproviseerde sportplekjes in kleine Amerikaanse steden. Vele hartenbrekers uit het pre-neoliberale tijdperk, van Bollywood tot de Franse cinema, zouden in de huidige TikTok-economie nauwelijks nog opvallen; ze worden moeiteloos gemogged door scrolbare profielen van heel gewone jongeren uit alle hoeken van de wereld. In de afgelopen jaren hebben deze nieuwe mannelijkheidsidealen bovendien invloeden overgenomen uit de Koreaanse beauty- en popcultuur, inclusief de uitgebreide uiterlijke verzorging die voorheen aan vrouwelijke stereotypen werd toegeschreven, zoals huidverzorgingsroutines van twaalf stappen of het gebruik van make-up. In veel contexten zijn deze praktijken omarmd hand in hand met een toename van toxische mannelijkheid en extreme lichaamsidealen, in plaats van te leiden tot enige verzachting van genderextremen.

Dit streven naar lichamelijke perfectie gaat gepaard met een obsessie voor een geïdealiseerde staat van mentale balans en volmaaktheid, die bereikt zou kunnen worden via een waaier aan praktijken — waaronder yoga (tegenwoordig eerder een mondiaal kosmopolitisch fenomeen dan een gecultiveerde spirituele techniek)63 en de bloeiende zelfhulpindustrie, bevolkt door tal van figuren die economische en politieke ideeën van rechts aanhangen. Yoga lijkt de mondiale boven- en middenklasse werkelijk onder een juk te houden.64

“De dynamiek van mondiale fascismes is ook terug te vinden in de aanspraken op zuiverheid en sociale superioriteit van vermeend liberale, grootstedelijke gemeenschappen, die zich afzonderen van de kwalen van de massaconsumptiemaatschappij. Het fanatisme voor ‘schoon’ eten en zuiveringsdieëten is minder gebaseerd op wetenschap dan op een fundamentalistische benadering van voeding.”

Zuivering en reinheid

De patronen die de wending naar mondiale fascismes ondersteunen, zijn ook terug te vinden in de aanspraken op zuiverheid en sociale superioriteit van vermeend liberale, grootstedelijke gemeenschappen, die zich afzonderen van de kwalen van de massaconsumptiemaatschappij. Het fanatisme voor ‘schoon’ eten en zuiveringsdieëten (waarbij de normale biologische functies van de darm gemakshalve worden genegeerd) binnen de opkomende mondiale middenklasse is minder gebaseerd op wetenschap dan op een fundamentalistische benadering van voeding. Dit leidt tot een vergroting van klasseverschillen in de basale levensstijl, een nieuw arsenaal aan argumenten waarmee de voedingseconomie van de meerderheid wordt gemoraliseerd, en nieuwe conflicten van wederzijds ressentiment.

Zoals bij zoveel andere hier genoemde fenomenen het geval is, werkte de pandemie ook voor deze obsessies als een katalysator; in dit geval minder als een indirect effect op de samenleving, maar meer in directe lijn van de anti-vaccinatiebeweging — een belangrijke inspiratiebron voor nieuwe fascismes wereldwijd. In de VS werd een van de leidende stemmen daarvan, Robert F. Kennedy Jr. (een bekeerde liberaal uit de koninklijke familie van het Amerikaanse eliteliberalisme), belast met het gezondheidsbeleid van het land. Dit verdiepte de incoherente en paradoxale aard van de regering-Trump, die nu bepaalde kunstmatige kleurstoffen zonder bewezen gezondheidsrisico’s verbiedt, terwijl veel hogere niveaus van milieuvervuiling worden toegestaan.

“De groeiende wellness-beweging en haar roep om een terugkeer naar de natuur en het ancestrale worden in toenemende mate geïnfiltreerd door fascistische stemmen, die nieuwe manieren smeden om oriëntalistische onwetendheid te verweven met obsessies over reinheid, cleansing, zuiverheid en geweld.”

Robert F Kennedy en Kid Rock, “Rock Out Work Out”, 2026.

De groeiende wellness-beweging en haar roep om een terugkeer naar de natuur en het ancestrale worden in toenemende mate geïnfiltreerd door fascistische stemmen, die nieuwe manieren smeden om oriëntalistische onwetendheid te verweven met obsessies over reinheid, cleansing, zuiverheid en geweld.65 Dit is uiteraard niets nieuws, en het is nauwelijks nodig om hier te herinneren aan het feit dat het nationaalsocialisme een toegeëigend oosters symbool als voornaamste embleem overnam.66 Waar de mondiale yoga weinig binding meer heeft met de oorspronkelijke yogalijnen in Zuid-Azië, is zuiverheid op het gebied van voeding een diep ingesleten instrument voor het in stand houden van het kastenstelsel en het waarborgen van de brahmaanse suprematie, die de kern vormt van de extremistische wending in het hedendaagse India.

Kunst en wegen vooruit?

Wat is de rol van de kunst in dit alles? Hoe is de kunst medeplichtig geweest aan deze wending? En welke rol spelen esthetische regimes hierin? De hedendaagse kunst van de afgelopen decennia is overspoeld door vertogen van formele zuiverheid en ahistoriciteit, evenals door een wending naar obscene commercialisering en megalomanie. Deze neigen meer naar elitaire fetisjering en het produceren van de fascistische formule van onteigening en wrok, dan naar de loutere overgave aan de burgerlijke smaak van vergeetbare kunst uit eerdere tijdperken. Die eerdere vormen lijken verder verwijderd te staan van het fascistische uiterste op het spectrum van medeplichtigheid dan de hedendaagse glans en kunst als beleggingscategorie.

“Even belangrijk als de productie van esthetische regimes en reflecties van de werkelijkheid, heeft kunst het vrij unieke vermogen om ruimtes te scheppen waarin nieuwe talen kunnen ontstaan, waarin kritische discussies en meningsverschillen een plaats krijgen, en waarin alternatieve scenario’s kunnen worden verbeeld.”

Laten we deze kwesties hier niet herkauwen, maar vooral nadenken over wat de kunst te zeggen en te doen heeft om de fascistische wending te adresseren en te weerstaan. In de Duitstalige wereld hebben uitgesproken antifascistische kunstenaars van de naoorlogse generatie lang satire en de isolatie en blootlegging van het groteske voorgesteld als antifascistische wapens. Is er vandaag de dag ruimte om hun strategieën opnieuw te onderzoeken? Zijn er andere esthetische erfenissen in verschillende contexten die alternatieve paden bieden?

Maar even belangrijk als de productie van esthetische regimes en reflecties van de werkelijkheid, heeft kunst het vrij unieke vermogen om ruimtes te scheppen waarin nieuwe talen kunnen ontstaan, waarin kritische discussies en meningsverschillen een plaats krijgen, en waarin alternatieve scenario’s kunnen worden verbeeld.

Welke richting zouden zulke scenario’s kunnen inslaan? Fascisme is nooit onvermijdelijk geweest. Zoals elke vorm van politiek denken en organiseren heeft het het potentieel om te worden weerstaan en verslagen door een tegengestelde politieke verbeelding en actie. Strategieën verzinnen om te voorkomen dat het hedendaagse fascisme de mensheid dezelfde schade toebrengt als de eerste golf aanrichtte, vormt een van de grote opgaven van onze tijd.

Een eerste aanzet zou kunnen liggen in het bevragen van het apocalyptische denken binnen onze politieke verbeelding.67 Hele ontologieën van ondergang zijn de afgelopen decennia binnen een breed scala aan domeinen gecreëerd, waaronder verschillende stromingen binnen de progressieve politiek en de strijd tegen klimaatverandering. Hoe ernstig de geadresseerde kwesties zeker ook zijn, deze eindtijd-methode van het historische Erhabene legt het fundament voor fascistische irrationaliteit. Het maakt de vaak stroperige processen van voortdurende onderhandeling die een niet-fascistische politiek noodzakelijkerwijs met zich meebrengt, onherroepelijk alledaags en saai. En apocalyptische voorspellingen zijn vaak self-fulfilling prophecies. In het weerstaan van deze denkwijze en haar esthetisering van de politiek blijft het omarmen van complexiteit en het fundamenteel onvolmaakte karakter van het politieke leven van acuut belang. Politiek is traag en weinig glamoureus, en dit moet gerepeteerd worden met projecten waarin beraadslaging binnen de gemeenschap in de praktijk wordt beoefend en verfijnd.

“Apocalyptische voorspellingen zijn vaak self-fulfilling prophecies. In het weerstaan van deze denkwijze en haar esthetisering van de politiek blijft het omarmen van complexiteit en het fundamenteel onvolmaakte karakter van het politieke leven van acuut belang.”

Een andere mogelijkheid die het verdedigen waard is, is volgehouden, onvermoeibaar nadenken over een politiek van liefde en vreugde, ondanks de toenemende kaping van die begrippen door politieke krachten die daarmee het gebrek aan ideeën op links proberen opvullen. We moeten blijven verbeelden hoe het bouwen van microgemeenschappen rond deze doelen een bredere politiek vorm kan geven.

Tot slot blijft het een cruciale taak om ruimtes te scheppen voor werkelijke epistemische diversiteit. Terwijl discussies in de afgelopen jaren hebben gespeeld met het idee van kosmologische diversiteit, vaak op een oppervlakkig of etnografisch niveau, zijn er maar weinig platformen bedacht, en nog minder gebouwd, om uiteenlopende ideeënsystemen en meervoudige structurele perspectieven een plaats te geven. Waar de ideologie van de mensenrechten en representatieve diversiteit zijn tekortgeschoten, bestaan er in verschillende wereldcontexten en over vele eeuwen heen meerdere genealogieën die platformen, instellingen en technieken hebben gevormd om te debatteren over, en plaats te bieden aan, verschillende uitgangspunten en conclusies. Het bestrijden van het fascistische denken in een mondiaal tijdperk moet dit alles in aanmerking nemen, als we willen slagen voor het te laat is.


Vertaling: Floris Baeke


This text is a slightly adapted version of the original English essay, published in the reader accompanying the exhibition Global Fascisms, HKW Berlin, 13 September – 7 December 2025. The exhibition was first conceived in 2014 by Cosmin Costinaș together with Inti Guerrero, under the same title, for an institution in Brazil, where it did not take place.

1Zie Enzo Traverso, The New Faces of Fascism: Populism and the Far Right (Londen: Verso, 2019).2Zie Alberto Toscano, Late Fascism: Race, Capitalism and the Politics of Crisis (Londen: Verso, 2023).3Zie Xavier Moreno Juliá, ‘Spain’, in David Stahel (red.), Joining Hitler’s Crusade: European Nations and the Invasion of the Soviet Union, 1941 (Cambridge: Cambridge University Press, 2017).4Zie Carlos Caballero Jurado, La División Azul: Historia completa de los voluntarios españoles de Hitler. De 1941 a la actualidad (Madrid: La Esfera de los Libros, 2019).5Zie https://www.clarin.com/mundo/espana-gobierno-mariano-rajoy-sacara-francisco-franco-valle-caidos_0_rkYhtH7eZ.html; https://www.thinkspain.com/news-spain/13882/congress-approves-historical-memory-bill.6Zie Marzia Casolari, In the Shadow of the Swastika: The Relationships Between Indian Radical Nationalism, Italian Fascism and Nazism (Londen: Routledge, 2022).7Zie ‘Expert warns of impending ‘genocide’ of Muslims in India’, Al Jazeera, 16 januari 2022, https://www.aljazeera.com/news/2022/1/16/expert-warns-of-possible-genocide-against-muslims-in-india.8Zie Allan Kaval, ‘Meloni reacts to racist and anti-Semitic remarks made by young members of her party’, Le Monde, 5 juli 2024, https://www.lemonde.fr/en/international/article/2024/07/05/in-italy-giorgia-meloni-reacts-to-racist-and-anti-semitic-remarks-made-by-young-members-of-her-party_6676740_4.html.9Zie bijvoorbeeld https://www.aljazeera.com/news/2024/5/30/new-york-jury-finds-donald-trump-guilty-in-new-york-hush-money-trial; https://www.aljazeera.com/news/2023/3/17/icc-issues-arrest-warrant-for-russias-putin-over-ukraine-crimes; https://www.aljazeera.com/news/2024/11/21/icc-issues-arrest-warrant-for-israeli-pm-netanyahu-for-war-crimes-in-gaza; https://www.aljazeera.com/news/2025/3/12/icc-takes-custody-of-former-philippines-president-rodrigo-duterte; en https://www.aljazeera.com/news/2025/6/17/brazils-bolsonaro-accused-in-spy-agency-case-as-coup-trial-is-ongoing.10Zie Micheal Clodfelter, Warfare and Armed Conflicts: A Statistical Encyclopedia of Casualty and Other Figures, 1494–2007 (3e druk) (Jefferson, NC: McFarland, 2008).11Zie Dezso Bartha, ‘Trianon And The Predestination Of Hungarian Politics: A Historiography Of Hungarian Revisionism, 1918–1944’, proefschrift, University of Central Florida, 2006.12Zie Margaret MacMillan, The War that Ended Peace: How Europe Abandoned Peace for the First World War (Londen: Profile Books, 2014).13Voor een behandeling van het Italiaanse voorbeeld, zie Albert Szymanski, ‘Fascism, Industrialism and Socialism: The Case of Italy’, Comparative Studies in Society and History, vol. 15, nr. 4 (sept. 1973): 395–404.14Stefan Zweigs memoires, voor het eerst gepubliceerd in het Duits in 1942, blijven een van de meest meeslepende verslagen van deze verschuivingen. Zie Stefan Zweig, The World of Yesterday: Memoirs of a European (Londen: Pushkin Press, 2011).15Aimé Césaires Discourse on Colonialism (oorspronkelijk in het Frans gepubliceerd in 1950) is in dit opzicht een toonaangevende referentie; zie Aimé Césaire, Discourse on Colonialism (New York: Monthly Review Press, 2000).16Zie Stephen Minton (red.), Residential Schools and Indigenous Peoples From Genocide via Education to the Possibilities for Processes of Truth, Restitution, Reconciliation, and Reclamation (Londen: Routledge, 2021).17Zie onder meer Alain Badiou, The Communist Hypothesis (Londen: Verso, 2010).18Zie Gáspar Miklós Tamás, Kommunismus nach 1989: Beiträge zu Klassentheorie, Realsozialismus, Osteuropa [Communisme na 1989: Bijdragen aan klassentheorie, reëel socialisme, Oost-Europa] (Wenen: Mandelbaum Verlag, 2015).19Zie Jean-Baptiste Chastand, ‘Viktor Orbán is reviving Budapest’s architecture with a nationalist flavour’, Le Monde, 4 april 2022, https://www.lemonde.fr/en/international/article/2022/04/04/in-hungary-viktor-orban-is-reviving-budapest-s-architecture-with-a-nationalist-flavor_5979668_4.html.20Zie Trumps ‘Executive Order on Promoting Beautiful Federal Civic Architecture’, 21 december 2020, https://trumpwhitehouse.archives.gov/presidential-actions/executive-order-promoting-beautiful-federal-civic-architecture21Recente studies bevestigen een nog steeds bestaande kloof in leidinggevende posities in Duitsland; zie bijvoorbeeld https://www.dw.com/en/study-shows-germanys-east-west-divide-in-top-positions/a-66875990.22Zie Jonathan D. Spence, The Search for Modern China (3e druk) (New York: Norton, 2012).23Wang Qiyue en Li Mingjiang, ‘The Commercialization of Cyber Nationalism in China’, Carnegie China, 24 oktober 2024, carnegieendowment.org/posts/2024/10/japanese-boy-stabbed-in-shenzhen-alarm-bells-ring-for-the-traffic-driven-business-of-cyber-nationalism-in-china?lang=en24Nectar Gan, ‘China is more in love with its pandas than ever. That’s complicated matters for Beijing’, 26 januari 2025, edition.cnn.com/2025/01/26/china/china-panda-diplomacy-intl-hnk.25Zie Guobin Yang, The Red Guard Generation and Political Activism in China (New York: Columbia University Press, 2016).26Zie bijvoorbeeld Mark Andrews, ‘Why a former Red Guard now saves Chinese antiques and uses his collection to educate young people’, South China Morning Post, 12 april 2018, www.scmp.com/lifestyle/article/2141217/why-former-red-guard-now-saves-chinese-antiques-and-uses-his-collection.27Zie Benjamin Haas, ‘China “ruthless” campaign to evict Beijing’s migrant workers condemned’, The Guardian, 27 november 2017, www.theguardian.com/world/2017/nov/27/china-ruthless-campaign-evict-beijings-migrant-workers-condemned28Een fundamentele referentie in dit opzicht is uiteraard Benedict Anderson, Imagined Communities: Reflections on the Origin and Spread of Nationalism (Londen: Verso, 1983).29Zie B.R. Meyers, The Cleanest Race: How North Koreans See Themselves and Why It Matters (Brooklyn: Melville House, 2011) en Suzy Kim, ‘(Dis)Orienting North Korea’, Critical Asian Studies, vol. 42, nr. 3 (2010): 481–495.30Zie Gi-Wook Shin, Ethnic Nationalism in Korea: Genealogy, Politics, and Legacy (Stanford: Stanford University Press, 2006).31Zie Irfan Habib, Indian Nationalism: The Essential Writings (Nieuw-Delhi: Aleph Book Company, 2017).32Zie ‘India: Hindu event calling for genocide of Muslims sparks outrage’, Al Jazeera, 24 december 2021, https://www.aljazeera.com/news/2021/12/24/india-hindu-event-calling-for-genocide-of-muslims-sparks-outrage.33Zie Soner Cagaptay, A Sultan in Autumn: Erdoğan Faces Turkey’s Uncontainable Forces (Londen: I.B. Tauris, 2021).34Zie Jardar Østbø, The New Third Rome: Readings of a Russian Nationalist Myth (Stuttgart/Hannover: Ibidem Press, 2016).35Zie Timothy Snyder, The Road to Unfreedom: Russia, Europe, America (New York: Crown, 2018).36Slachtofferschap en oprecht geleden onderdrukking in het verleden vormen belangrijke rechtvaardigingsbronnen voor rechtse narratieven over de hele wereld, van staats- en nationale narratieven (bijvoorbeeld in Israël of Polen) tot groepen zoals de TERF-beweging. Die laatste wint aan kracht in plaatsen als Zuid-Korea of het VK, waar het recent een overwinning boekte met betrekking tot de definitie van ‘vrouw’ na een uitspraak van het Hooggerechtshof van het land. Zoals veel nationale narratieven gebruikt de TERF-beweging, geworteld in misogynie, slachtofferschap en de grieven van een onderdrukte groep om op haar beurt anderen te onderdrukken, in dit geval trans vrouwen.37Zie het artikel over het concept Lebensraum in de Holocaust Encyclopedia van het United States Holocaust Memorial Museum, https://encyclopedia.ushmm.org/content/en/article/lebensraum; Shelley Baranowski, Nazi Empire: German Colonialism and Imperialism From Bismarck to Hitler (Cambridge: Cambridge University Press, 2010); en James Q. Whitman, Hitler’s American Model: The United States and the Making of Nazi Race Law (Princeton: Princeton University Press, 2017).38Quinn Slobodian, Crack-Up Capitalism: Market Radicals and the Dream of a World Without Democracy (New York: Metropolitan Books, 2023).39Zie J.B. Peires, The Dead Will Arise: Nongqawuse and the Great Xhosa Cattle-Killing Movement of 1856–7 (Bloomington, IN: Indiana University Press, 1989).40Zie https://www.france24.com/en/live-news/20241222-minorities-fear-targeted-attacks-in-post-revolution-bangladesh.41Zie Elena Trifan, ‘From self-help to sovereignty: the rise of Călin Georgescu and Romania’s far-right mysticism’, Journal of Contemporary Central and Eastern Europe, vol. 33, nr. 1 (2025): 221–233.42Zie Christian Fuchs, Digital Fascism: Media, Communication and Society (Londen: Routledge, 2022).43Zie Robert Coalson, ‘Special Operation 2: Moscow’s Pro-War Symbol Conquers Russia – And sets Alarm Bells Ringing’, RadioFreeEurope/RadioLiberty, 17 maart 2022, https://www.rferl.org/a/russia-ukraine-letter-z-fascist-symbol/31758267.html.44Zie Jacob K. Olupona (red.), African Evangelicalism and the Transformation of Africa (Georgetown: Georgetown University Press, 2025).45Voor een behandeling van het Sri Lankaanse voorbeeld, zie Stanley Jeyaraja Tambiah, Buddhism Betrayed?: Religion, Politics, and Violence in Sri Lanka (Chicago: University of Chicago Press, 1992).46Zie Tambiah, Buddhism Betrayed?.47Nasir Uddin, Voices of the Rohingya People: A Case of Genocide, Ethnocide, and ‘Subhuman’ Life (Londen: Palgrave Macmillan, 2022).48Lex Harvey en Chiranjivi Ghimire, ‘Forced from Bhutan, deported by the US: These stateless Himalayan people are in a unique limbo’, CNN, 18 juli 2025, edition.cnn.com/2025/07/18/asia/bhutan-refugees-trump-deportations-nepal-intl-hnk.49Zie Michael Hutt, Unbecoming Citizens: Culture, Nationhood, and the Flight of Refugees from Bhutan (Oxford: Oxford University Press, 2005).50Javier A. Galván, Latin American Dictators of the 20th Century: The Lives and Regimes of 15 Rulers (Jefferson, NC: McFarland, 2012).51Julio F. Carrión, The Fujimori Legacy: The Rise of Electoral Authoritarianism in Peru (Philadelphia: Penn State University Press, 2006).52Iván Cepeda en Jorge Rojas, A las puertas de El Ubérrimo (Madrid: Debate, 2008).53Zie Feliciano de Sá Guimarães, André Felipe Miquelasi, Gustavo Jordan Ferreira Alves, Irma Dutra Gomes de Oliveira e Silva en Karina Stange Calandrin, ‘The evangelical foreign policy model: Jair Bolsonaro and evangelicals in Brazil’, Third World Quarterly, vol. 44, nr. 6 (2023): 1324–1344.54Zie Slobodian, Crack-Up Capitalism.55Sebastián Edwards, The Chile Project: The Story of the Chicago Boys and the Downfall of Neoliberalism (Princeton: Princeton University Press, 2023).56Tim Allen en Koen Vlassenroot (red.), The Lord’s Resistance Army: Myth and Reality (New York: Zed Books, 2010).57Zie https://www.aljazeera.com/features/2022/4/8/what-is-operation-dudula-s-africas-anti-immigration-vigilante.58Zie https://stirileprotv.ro/stiri/actualitate/horatiu-potra-audiat-de-politisti-se-indrepta-cu-20-de-oameni-si-un-arsenal-de-arme-de-foc-spre-bucuresti-foto.html.59Zie Adam Aleksic, Algospeak: How Social Media is Transforming the Future of Language (New York: Knopf, 2025).60Zie Hugh Donnell, ‘Andrew Tate’s “Manosphere” Is Built on a Shallow Idea of Human Freedom’, Jacobin, 11 juni 2023, https://jacobin.com/2023/11/manosphere-human-freedom-andrew-tate-sartre-misogyny-individualism.61Zie https://www.aljazeera.com/news/2025/7/19/south-korea-ex-leader-yoon-indicted-as-martial-law-probe-continues.62Zie bijvoorbeeld Norman Ohler, Blitzed: Drugs in Nazi Germany (New York: Penguin, 2016).63Zie Stewart Home, Fascist Yoga: Grifters, Occultists, White Supremacists, and the New Order in Wellness (Londen: Pluto Press, 2025).64De geschiedenis van yoga in Europa is veel langer dan het tijdperk van mondiale fascismen, het neoliberale tijdperk, of de negentiende-eeuwse spiritualistische en oriëntalistische tijdperken. De eerste bekende Europese yogabeoefenaar was een Griekse soldaat uit de legers van Alexander de Grote, die deze praktijk leerde tijdens hun veroveringen en ermee terugnam. Bovendien — met het risico dat we hier te veel aan het Romeinse Rijk denken — wijst hedendaags onderzoek er nu op dat yoga- en meditatiepraktijken de adoptie van het vernieuwende idee van het monasticisme en de terugtrekking uit de wereld binnen het christendom rechtstreeks hebben beïnvloed, via de grote handelsroutes over de Rode Zee die India verbonden met het Romeinse Rijk. Zie William Dalrymple, The Golden Road: How Ancient India Transformed the World (Londen: Bloomsbury, 2025).65Zie bijvoorbeeld Mark Hay, ‘Soap to supremacy: The rise of white wellness’, 2 februari 2025, www.aljazeera.com/features/longform/2025/2/2/how-white-nationalists-infiltrated-the-wellness-movement.66Zie bijvoorbeeld het artikel over de geschiedenis van de swastika van het United States Holocaust Memorial Museum, https://encyclopedia.ushmm.org/content/en/article/history-of-the-swastika.67Leerzaam in dit opzicht is de analyse in Richard Seymour, Disaster Nationalism: The Downfall of Liberal Civilization (Londen: Verso, 2024).

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 61 — 64 minuten

#183

08.09.2026

—

14.01.2027

Cosmin Costinaș

Cosmin Costinaș is a Berlin-based curator, writer and art critic. He edited documenta 12 Magazines (2005–2007) and curated at BAK, Utrecht (2008–2011), before spending eleven years, 2011–2022, as Executive Director and Curator of Para Site in Hong Kong. He co-curated the 10th Shanghai Biennale (2014), guest-curated the Dhaka Art Summit (2018) and Dakar Biennale (2018), co-curated the Romanian Pavilion at the 59th Venice Biennale and directed the Kathmandu Triennale 2077 (both 2022). Since 2022 he has been Senior Curator of Exhibition Practices at HKW, Berlin. With Inti Guerrero he co-directed the 24th Biennale of Sydney (2024) and is now Artistic Director-designate of the 9th Yokohama Triennale (2027).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!