‘Moeders’ (Dito’ Dito) Foto Herman Sorgeloos

Sigrid Bousset

Leestijd 5 — 8 minuten

Moeders

René Eljon

Het is niet eenvoudig om trends in de hedendaagse toneelschrijfkunst te ontdekken, onderzoeken, beschrijven. De tweedeling komedie-tragedie, zo oud als het theater zelf, beantwoordt al lang niet meer aan de reflectie over het medium. Doorgaans zijn komedie en tragedie niet meer als autonoom genre te herkennen, maar enkel als tonaliteit.

René Eljon, tot voor kort acteur bij de Nederlandse Maatschappij Discordia, heeft met Moeders, zijn debuuttekst, een onbetwistbare, echte komedie geschreven. Zijn stuk heeft affiniteit met de klassieke Franse traditie, veel meer dan met de moderne komedie – Ionesco, Vian, Beckett, Adamov – die heeft opgehouden alleen amusement te zijn en via het komische absurde de noodlottige menselijke situatie blootlegt.

In die Franse traditie wordt een onderscheid gemaakt tussen de comédie d’intrige – ingewikkeld geconstrueerde verhalen, meestal amoureus van aard – en de comédie de caractère. Hier wordt de intrige bijzaak; ze fungeert slechts als een kader waarbinnen types worden geëvoceerd. Het gaat nooit om echte individuen zoals in de tragedie, noch om platte stereotypen die in de klucht thuishoren. Wel wordt de dunne intrige gestoffeerd door een reeks typologische figuren : de verliefde jongeling, de bazige moeder, de gedomineerde man, de courtisane, de gierigaard, de knecht, enz. De deugdzamen worden dan beloond, de kwaden gestraft. Geen komedie zonder zedenles, de burgerlijke moraal – het utile – als zingeving, de lach – het dulce – als alibi.

Hoe goed ook geconstrueerd, Moeders sluit aan bij de traditie van de comédie de caractère. Hoewel: er zijn vijf personages, maar geen vijf types. Eerder : vijf verschillende nuances van één type, het ene beter uitgewerkt dan het andere. Het type van de oudere vrouw, gevangen in haar op zichzelf betrokken wereld waarin weinig gebeurt maar veel tot vervelens toe wordt verteld. Zure dames, naïeve dames, wereldvreemd, irriterend en door de andere geïrriteerd; ieder bekommerd om hun eigen goed. Lieds rok raakt tusen de spaken van haar fietswiel, Emma’s trouwring is zoek, Hans ‘bougies’ zijn uit haar auto verdwenen. Tien wil alles te goed doen, tracht te redden wat er te redden valt. Deze vier dames willen de vijfde, die jarig is, het landhuisje cadeau doen waar ze naar jaarlijkse gewoonte samenkomen. Maar Bertha, de jarige, heeft haar moeder net begraven en hoeft het huisje helemaal niet.

Expositie, verwikkeling, ontknoping : het klassieke schema van de Franse komedie. Nevenintriges en anekdotes die ongemerkt in elkaar overlopen. La liaison des scènes. Er zit vaart in Eljons komedie. Het vlugge, onophoudelijke gekwebbel dat zo eigen is aan de Nederlandse kleinburgerlijkheid. De kneuterige maar erg grappige Hollandse uitdrukkingen -tutta, gedver, tuthola, troela. De sfeer van de kleine gehuchtjes, met de kleine huisjes en voortuintjes, het monotone Nederlandse straatbeeld. Allemaal heel gezellig. Maar eigenlijk hoogst ongezellig. Want onder de uiterlijke schijn zit verveling, verzuring, frustratie. Dat wordt erg duidelijk in Bertha’s monoloog waarin ze verbitterd verslag doet van het leven zoals ze het totnogtoe heeft geleefd. Hier houdt de komische distantie even op te bestaan. Dit is tragiek, op sommige momenten reeds latent aanwezig geweest. Oordelen worden niet geveld. Er wordt alleen getoond. Geen lesjes versluierd in spreekwoorden of geëxpliciteerd in commentaar.

Ook op vormelijk vlak ontbreekt elke vorm van meta-reflectie over het genre as such, en binnen dat kader : over de betekenis van de theaterillusie, de mogelijke hedendaagse functie van de lach. René Eljon heeft een mooie, genietbare komedie geschreven. Maar kan je met een teletijdmachine terug naar de pruikentijd en een komedie schrijven alsof Ionesco en Beckett niet hebben bestaan ?

Samen ongezellig zijn

René Eljons Moeders werd opgevoerd door het Brusselse ensemble Dito’Dito. Een ontwapende enscenering die de ironische kwaliteiten van Eljons tekst nog versterken.

Een vakantiehuisje op de heide met vijf pensioengerechtige dames. Bertha is jarig en zal het huisje cadeau krijgen om er nog een heerlijke tijd met haar moeder door te brengen. Het feest wordt voorbereid, iedereen doet haar best, ergert zich aan de andere, één en ander loopt fout, gekibbel, irritatie, zenuwen. Het meest fout en onverwacht is het verhaal van Bertha : haar moeder is dood. Heel het opzet mislukt. Ze wil het huisje niet. Een tiranniserende, onverdraaglijke Bertha. In een al even ergerlijk, kleinhuiselijk gezelschap. Vijf ‘moeders’ bij elkaar.

Ik stel me vijf Nederlandse pensioengerechtigde dames op de scène voor, in een huiselijk grootmoerderinterieur. Ze dragen klederen met bloemmotieven en hun haar is samengebonden op hun hoofd. Ik zou lachen met hun snelle, inhoudsloze dialogen, hun obsessies, hun kleinheid. Ik zou lachen omdat ik niets te maken heb met deze krengige typetjes. Iets wordt pas lachwekkend als je er zelf niet bij betrokken bent. En meer weet dan zij die zich bewegen op hun autonome illusionaire theaterveld.

Maar wat ik zie is de enscenering van Eljons tekst door het Brusselse ensemble Dito’ Dito. Wat ik zie zijn twee vrouwen (Jolente De Keersmaecker en Mieke Verdin) en drie mannen (Guy Dermul, Willy Thomas en Bart Meuleman), allemaal jong. Ze dragen kleren met wit en rood geruite motieven en ze staan in een zo goed als lege ruimte tegen een achterwand die het rood-wit motief vergroot. Wat ik zie is bijna niets, een abstrahering van de door de tekst gesuggereerde wereld, een doorprikken van het scenische realisme via bezetting, kostumering, de-kor. Ook de theaterillusie, in de tekst zelf op geen enkele manier bevraagd, verliest van bij het begin zijn bestaansrecht. De acteurs wuiven bij het opkomen even naar hun publiek; een uitnodigend gebaar : de abstractie, de mise-en-scène die er nauwelijks is maar zich hoe dan ook niet wil opdringen, maken de toch wel erg gesloten en eenduidige schriftuur open. De toeschouwer wordt uitgenodigd om mee te werken, mee te kijken, zoals ook de acteurs nooit afwezig zijn maar vanop een plek in de ruimte naar de anderen kijken en met hen lachen. Spelers en toeschouwers vermaken zich samen met de amusante en hilarische situaties die Eljon beschrijft. Dat Dito’ Dito geen regisseur heeft aangezocht begrijp je heel snel : we kijken naar vijf akteurs die naar elkaar kijken, elkaar en zichzelf regisseren en daar, zo lijkt het me, bijzonder veel plezier aan beleven. Soms dreigt het wel eens uit de hand te lopen, maar wel in de goede richting : hun soms overmatig spelplezier bezorgt me meer plezier dan de plezierige tekst zelf.

Zonder zich rechtlijnig in een personage te bewegen, getuigen de acteurs van een grote betrokkenheid tegenover de materie. Dat blijkt ook uit de manier waarop de tekst naar de toeschouwer toe wordt doorgespeeld : hij wordt begeleid en geduid. Zo hebben de acteurs ervoor gekozen om de tragiek, die onderhuids aanwezig is, te beklemtonen, getuige daarvan Bertha’s verbitterde verslag van haar ongelukkige levensloop. De acteurs lijken me ook perfect te hebben aangevoeld waar de tekst verglijdt en langdradig wordt. Op die momenten schreeuwen ze over de aangegeven muziek van Freddy Breck heen of wordt de tekst begeleid door visuele slapstick. Zo bijvoorbeeld, Bertha die haar gezelschap terroriseert door spastisch gedrag. Of het kitch-einde waarbij Bertha flauwvalt bij het zien van een mooie jongeling. Maar globaal gezien blijft alles tekst : het nemen van een zetpil, een rok tussen de spaken van een fiets, een telefoongesprek, een zoektocht naar een ring; het wordt niet getoond, het is tekst. Een Noordnederlandse tekst overigens met behoorlijk wat streekgebonden uitdrukkingen en vloeken, in de mond genomen door vijf Vlamingen. Alweer een aspect van de spelsituatie dat afstandelijk werkt, net als de observerende houding, de abstrahering, de bezetting, kostumes en dekor. Precies het paradoxale samengaan van distantiëring en betrokkenheid maakt de voorstelling boeiend. Dito’ Dito heeft met zijn ontwapenende enscenering de komische kwaliteiten van Eljons tekst versterkt. Goede spelers kunnen soms middelmatige teksten verheffen in het kwadraat.

artikel
Leestijd 5 — 8 minuten

#34

15.06.1991

14.09.1991

Sigrid Bousset

artikel