‘Kiss The One We Are’, Hiatus / Daniel Linehan © Hans Reubens

Leestijd 8 — 11 minuten

Moeder-/kunstenaarschap

Valt moeder-zijn te rijmen met een carrière in de kunsten? Velen zijn daar niet van overtuigd, en ook in de wereld van theater en dans zijn er legio obstakels. Want wie zich niet meer voltijds aan de kunst kan wijden, verdient die nog wel een plekje op scène? Choreografe Anneleen Keppens ziet moederschap en gezinsleven wel als een verrijking voor haar werk. Ze vertelt hoe de opvoeding van haar zoon haar praktijk richting gaf en haar scherpe keuzes hielp te maken.

MATRESCENTIE

De geboorte van mijn zoon in 2020 zorgde voor een aardverschuiving in mijn leven. Men spreekt weleens over matrescentie, een transitieperiode waarin de persoon die je was voor het moederschap langzaamaan verdampt, terwijl je identiteit als moeder nog in volle constructie is. Het was een zeer desoriënterende en bij momenten beangstigende ervaring. Je kunt het vergelijken met een levensechte versie van een artistiek proces, waarin je eerst een fase doormaakt van fragmentatie, zoeken en loslaten. Je voelt je een bezoeker in een nieuwe wereld die geleidelijk aan ontstaat, om er vervolgens steeds meer grip op te krijgen, ze te kunnen sturen en er beslissingen over te nemen.

“Het moederschap opende kamers in mij waarvan ik niet wist dat ze er waren — die van onvoorwaardelijke liefde bijvoorbeeld. Dat is misschien niet de coolste of luidste kamer, maar het lijkt me toch de moeite om er het licht aan te doen en ze op scène te tonen.”

Nu ik bijna vier jaar later terugblik, zie ik hoe die chaos een groot geschenk was, niet alleen op persoonlijk maar ook op professioneel vlak. Naast het ontdekken van mijn veranderde identiteit en de implicaties daarvan, liet het moederschap me toe om ook mijn kunstenaarschap onder de loep te nemen. Als ik me overgaf aan de onvermijdelijke impact die mijn kind op mij heeft, wat geen eenvoudig proces was, liet ik die verschuivingen ook toe in mijn werk. Mijn professionele ‘ik’ opereerde niet langer in een vacuüm, maar in de wereld waarin mijn zoon opgroeit. Op een heel natuurlijke, maar onvermijdelijke manier veranderde het moederschap mijn artistieke visie, hoe ik werk en wat ik in de wereld wil zetten.

HUMUSLAAG

Al tijdens de zwangerschap voelde ik dat ik mijn tijd en energie niet op dezelfde manier zou kunnen blijven gebruiken. Mijn lichaam wilde niet langer chronos volgen, de lineaire, meetbare tijd, maar kairos, de innerlijke tijdsbeleving. Sinds ik moeder ben, kan ik minder uren werken, maar binnen die beperktere tijd wil ik de golven van mijn energie en creativiteit beter kunnen volgen. Ik zette Body Dialogues op poten, een praktijk waarbinnen ik als danseres en choreografe met kunstenaars uit verschillende disciplines artistieke dialogen voerde, die telkens vanuit het lichaam vertrokken. Deze dialogen duurden elk twee à drie jaar. Tijd nemen, ideeën laten groeien, terwijl mijn zoontje van hulpeloos baby’tje tot babbelende, dansende, fantaserende kleuter evolueerde. Het was wat oefenen, maar ik kwam los van de idee dat deze dialogen in een product moesten uitmonden, een ‘bewijs’ voor ons werk. Ze werden eerder een humuslaag die op organische wijze impact had op zowel mijn werk als mijn leven. Daar kwam een ongelooflijke creativiteit en vrijheid uit voort, een ecosysteem waarin het ene het andere voedt en bevrucht.

Over een humuslaag gesproken: de dagelijkse zorg voor een kind, het zoeken naar manieren om met slaapproblemen, emoties en driftbuien om te gaan, samen spelen, observeren, stimuleren: deze handelingen bieden op bijna geen enkel moment een onmiddellijk resultaat. Toch zijn die aandacht en investering van levensbelang. Het is net zo met artistiek onderzoek dat zich later op onverwachte wijze in een voorstelling manifesteert. Ik durf sinds ik moeder ben meer te vertrouwen op natuurlijke processen, in plaats van opgeslokt te worden door het snelheids- en productgedreven model dat heerst in de samenleving en de kunstensector. Daar is trouwens erg veel moed voor nodig, om die humuslaag te beschermen in een wereld waarin het kunstwerk wordt vereerd, maar op kunstenaarschap wordt neergekeken.

“Hoewel onze maatschappij al veel is geëvolueerd wat betreft gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, vraag ik me soms af of de moederfiguur wel genoeg wordt geëerd en begrepen — ja, zelfs in de gesofisticeerde kunstwereld waarin ik werk.”

‘Blue Moon Spring’, Anneleen Keppens © Eva Honings

HYSTERIE

Ik heb me sinds ik moeder ben weleens saai gevoeld. Bijvoorbeeld doordat ik minder naar voorstellingen ga kijken, omdat ik verkies zoveel mogelijk in Brussel te werken, omdat ik na de werkuren bij mijn gezin wil zijn. Maar ik heb me ook weleens saai gevoeld omdat er misschien een onuitgesproken notie bestaat dat moeders minder prikkelend of interes- sant werk maken wanneer ze zoveel tijd spenderen aan zorg, huishouden en gesprekken met kleuters. Identiteit is nochtans veelzijdig; we kunnen verschillende rollen opnemen die elkaar allemaal beïnvloeden. Ik vind persoonlijk dat uit moederen veel inzicht en wijsheid voortkomt, wat mij als mens en als maker alleen maar groter en complexer maakt. Het moederschap opende kamers in mij waarvan ik niet wist dat ze er waren — die van onvoorwaardelijke liefde bijvoorbeeld. Dat is misschien niet de coolste of luidste kamer, maar het lijkt me toch de moeite om er het licht aan te doen en ze op scène te tonen.

Margrit Shildrick schreef in haar boek Embodying the Monster dat er een onbewuste angst bestaat voor de kracht van de moederfiguur. De moeder die van vorm verandert tijdens de zwangerschap en schijnbaar geen grenzen kent. De moeder die melk en bloed lekt. De moeder die dan ook nog eens een symbiotische band heeft met het kind waarover de man geen controle heeft. Shildrick legt uit hoe het patriarchaat de moederfiguur aan banden heeft gelegd, gereduceerd en gecontroleerd. Denk bijvoorbeeld aan het woord ‘hysterisch’ dat is afgeleid van hustos, het Griekse woord voor baarmoeder. Daaruit spreekt een minachting voor normale en levensbelangrijke kwaliteiten die een moeder onvermijdelijk belichaamt. Een moeder kent wildheid, diepe emotie en mysterie. Dat zijn krachten, maar ze worden te vaak als on-intellectueel, irrationeel of zwak weggezet.

‘Blue Moon Spring’, Anneleen Keppens © Bert Dierinck

Hoewel onze maatschappij al veel is geëvolueerd wat betreft gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, vraag ik me soms af of de moederfiguur wel genoeg wordt geëerd en begrepen — ja, zelfs in de gesofisticeerde kunstwereld waarin ik werk. Ik voel alleszins dat ik de kwaliteiten die ik in mijn werk naar voren wil brengen — fluïditeit, porositeit, mysterie, verbinding, luisteren en zorg, noties die voor mij sinds ik moeder ben ontegensprekelijk aan belang hebben gewonnen — als een leeuwin moet verdedigen. Ik stel me de vraag of het moederschap bepaalde esthetische en dramaturgische keuzes stuurt, die door diezelfde eeuwenoude reflex waar ook het woord ‘hysterisch’ uit voortkomt, worden weggeduwd en als minderwaardig geklasseerd.

Ik heb er drie jaar over gedaan om mijn laatste voorstelling Blue Moon Spring op poten te zetten. In dat werk staat improvisatie centraal, wat resulteerde in een onderzoek naar samen spelen, naar elkaar luisteren, je laten beïnvloeden door de ander zonder jezelf te verliezen. Dingen die ik dagelijks oefen met mijn kleuter en hij met mij. Aan het einde van de voorstelling hoor je een opname van een lied dat ik vaak voor hem zing voor het slapengaan: ‘The greatest thing you’ll ever learn, is just to love and be loved in return.’

PROFESSIONALITEIT

Tijdens mijn opleiding als danseres internaliseerde ik dat ‘professionaliteit’ gepaard gaat met discipline, toewijding, lange dagen en het onderdrukken van fysieke en mentale moeilijkheden. Die waarden zaten letterlijk in mijn lijf en ik had er een zware bevalling, jaren slaaptekort en een identiteitscrisis voor nodig om ze te kunnen herbekijken. Wat ik nu als choreografe probeer, is een ruimte creëren waarin de persoonlijke bewegingen in ieders leven een plaats kunnen krijgen in de studio, waar ik zelf mijn onzekerheden kan uiten, waar zorg geen protocol is maar een belichaamde praktijk, waar ik controle leer loslaten, waar de kwaliteit van de werkdag belangrijker is dan de duur. Deze herdefiniëring van professionaliteit wordt voor mij steeds meer een kompas bij het uitstippelen van mijn traject. Ik zeg ja op wat goed voelt voor mij en mijn gezin. Ik zeg ook veel gemakkelijker nee als dat niet zo is.

“Mijn lijf heeft heel krachtige dingen gedaan: een kind gedragen, naar buiten geperst, gevoed, opgevoed. Hoe meer ik werk met het lichaam dat ik heb, in plaats van het lichaam dat ik wil hebben, hoe krachtiger het zich kan uitdrukken.”

Door het moederschap ben ik ook dingen verloren waar ik om rouw. Mijn lichaam bijvoorbeeld. Dat is niet meer de oude geworden. Ik ben niet meer even fit en scherp als vroeger, mijn buikspieren zijn blijvend beschadigd en ik kan alleen maar hopen dat dit niet erger wordt nu ik zwanger ben van mijn tweede kindje. Vroeger was de zorg voor mijn lichaam heilig: veel slapen, goed eten, trainen,… Dit is in deze periode van mijn leven niet mogelijk, en wanneer de kinderen ouder zijn, zal ik dat jammer genoeg ook zijn. Mijn lijf heeft echter heel krachtige dingen gedaan: een kind gedragen, naar buiten geperst, gevoed, opgevoed. Hoe meer ik werk met het lichaam dat ik heb, in plaats van het lichaam dat ik wil hebben, hoe krachtiger het zich kan uitdrukken. Ik stond tijdens deze tweede zwangerschap een aantal keer op scène en ik voelde me larger than life! Toch blijft het een proces om mijn nieuwe lichaam te aanvaarden in een veld waarin jonge, fitte lijven nog steeds de norm zijn.

Het moederschap is een zoektocht. Vreemd genoeg is mijn kunstenaarschap vaak een houvast geweest, een plaats om de veranderingen in mijn leven te verwerken, te integreren en te manifesteren. Een plek om heel dicht bij mezelf te komen. Zodat ik aan mijn kinderen kan tonen wie ik ben, wat ik wil verdedigen en in de wereld wil zetten.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 8 — 11 minuten

#177

05.09.2024

14.12.2024

Anneleen Keppens

Anneleen Keppens studeerde af aan P.A.R.T.S./Brussel in 2010. Ze werkt als choreografe, danseres, artistiek medewerkster en docente. Ze is geïnteresseerd in het lichaam als een krachtig instrument om manieren van samenzijn te verkennen. Door intimiteit, kwetsbaarheid en gevoeligheid te combineren met discipline en vakmanschap wil ze bijdragen aan het herdefiniëren van virtuositeit en het cultiveren van pluraliteit. Haar werk leeft in de kloof tussen formeel en informeel, transparant en mystiek, zacht en hard, fysiek en metafysisch.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!