© kurt van der elst

Leestijd 11 — 14 minuten

Moeder Courage – Lisaboa Houbrechts / KVS & Toneelhuis

Over oorlog en een koude baarmoeder

In Double take gaan twee Etcetera-auteurs naar een voorstelling en schrijven ze elkaar in het zog ervan een brief. Catho De Cordt en Klaas Tindemans gingen samen naar Moeder Courage van Lisaboa Houbrechts. Wat blijft er over van Brechts politieke scherpte in haar intuïtieve benadering?

 

Van: Catho De Cordt

Aan: Klaas Tindemans

Gent, 22 februari 2025

Dit is een brief aan jou, Klaas, maar laat Lisaboa Houbrechts gerust meelezen. En laat deze briefvorm me toestaan de warmte en symboliek niet te schuwen. Houbrechts doet dat ook niet. Ik schrijf dan ook schaamteloos dat haar enscenering van Moeder Courage me achtervolgt alsof ik met de ogen wijd open recht in de zon heb gekeken. Houbrechts’ Moeder Courage is van een nauwkeurige generositeit, en nu zie ik alles in een tijdloos rood.

De keuze van Houbrechts voor Brechts anti-oorlogsdrama Moeder Courage werpt meteen de vraag op naar de hedendaagse betekenis en relevantie van repertoire. Met haar publicatie in 1941 situeert Moeder Courage zich in de tijd van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). Zich sterk bewust van die tijdlijn eigent Houbrechts zich het stuk toe via een milde, lichamelijke taal. Ze plaatst haar Courage in een heden dat aards en episch aanvoelt, indringend in de lichamen van een intergenerationele, diverse cast, in de beweeglijke mix van verschillende talen. 

Wie niet gestorven is, die trekt erop uit vol levenslust.’ Die levenslust, die vertaalt zich bij Houbrechts in zacht gezang en het zorgvuldig voortduwen van een metershoge bol. De bol, een aardbol, is een subliem symbool voor moeder Courages befaamde kar en dus tegelijk een lelijk gezwel. Een oorlogsrelikwie dat ieders lichaam aanspreekt: de bol wordt niet verder geduwd door moeder Courage (Lubna Azabal) alleen, maar door de hele cast die zich mysterieus over de scène beweegt. 

De scène is bedekt met een laag water, dat zich weerspiegelt, deinend en golvend op de verder zwarte, koude muren van de blackbox. Door de reflectie van het water die gewelddadig als een melkachtige wee door de ruimte dreunt, doet het scènebeeld me denken aan een stervende baarmoeder. Houbrechts laat de schouwburg dat log en beweeglijk geweld tot leven brengen, niet meer en ook niet minder. Een mens zou voor minder de tijd even vergeten. 

Over koude baarmoeders gesproken, Klaas! Na de voorstelling zei je: ‘Moeder Courages lichaam leeft echt.’ Haar lichaam beweegt zich inderdaad mee met iedere oorlogsstoot. En de doorleefde worsteling van het wezen van vrouwen, van de androgyne moeder Courage, ontvouwt zich tot een urgente en tijdloze epiek, ingebed in de mannelijke gloed van oorlog. Courages moedergeduld, haar geweld en haar ironisch goede bedoelingen zijn meedogenloze bondgenoten. En toch hang ik aan de lippen van deze vrouw, die hongerig met haar vaderloze kinderen in de schaduw van het front reist als een personificatie van de systemische winsteconomie verbonden aan de oorlog.

“Houbrechts’ Moeder Courage is van een nauwkeurige generositeit, en nu zie ik alles in een tijdloos rood.”

Klaas, je vertelde me dat Brecht teleurgesteld was toen het publiek in de jaren ’50 van de vorige eeuw empathie opbracht voor moeder Courage, nochtans de belichaming van menselijke destructie. Schaart Houbrechts zich aan de kant van die eerste toeschouwers? In haar regie wordt Courage een vrouw die hele geschiedenissen met zich meedraagt, en dat doet ze niet alleen. Want zoals de bol te groot is om alleen voort te duwen, zo ook de voortdurende suggestie naar misbruik, seksualiteit, vernedering, en liefde. Houbrechts kunde om in Moeder Courage heden en verleden op die manier met elkaar te verzoenen, is bewonderingswaardig. 

Zo brengt de lichtekooi Yvette (Laura De Geest) prachtig een beeld van Berlinde De Bruyckere tot leven op begeleidende klanken van fluitende vogeltjes. Haar vuurrode hakken de enige kleur op scène, visceraal en toch droog zoals De Bruyckeres werk. Voorovergebogen zet Yvette haar lichaam met ruwe precisie in om stap voor stap vorm te geven aan het economische geflirt in de loopgraven. En iedere man verdwijnt achteraf. Haar ijselijke lach vult de schouwburg tot de veldprediker (Joeri Happel) aan de beurt is en haar, met een strakke blik richting de zaal, op de billen slaat, voordat ook hij met de andere mannen achter de bol verdwijnt. De vulgaire levenslust, en het onophoudelijke gebabbel vallen wat in het niets te midden van dit alles. 

Of Katrien (Lisi Estaras), Courage’s dochter, die de voorstelling opent met een miskraam in de schaduw. En later door het onophoudelijke gepraat door wordt aangerand in de schaduw van de bol. Uiteindelijk sterft Katrien in het zog van moeder Courages handelsgeest. Ik vraag me af wat jij je verbeeldt in de schaduw van moeder Courage, Klaas. Wat speelt er zich daar nog allemaal af? Het valt me op hoe Houbrechts de pijn van deze vrouwen verbeeldt met een terloopsheid die ook sensueel mag zijn. De vuurrode schoenen van Yvette bijvoorbeeld leiden symbolisch een nomadisch bestaan onder de vrouwen op scène. Wanneer Houbrechts de dode Katrien, de rouwende moeder Courage en de hoer Yvette ensceneert als een classicistisch stilleven, vormt dat beeld een kort moment van rust. 

Brecht was absoluut niet tegen emotie, en ook niet tegen het lichaam, vertelde je me na de voorstelling, en Houbrechts lijkt dat als geen ander te begrijpen. Het spel van de sterke cast lijkt voortdurend doordrongen van een logge maar precieze kreun (‘vooruit!’), een kreun die ‘Moeder Courage’ heet, alsof de warme weeën van het lichaam verward raken met de koude echo’s van de oorlog.

Suggereert Houbrechts beweeglijkheid als dramaturgie voor Brechts anti-oorlogsstuk? Mild mededogen voor moeders die zorgen op het ritme van oorlog, van enkel tijdelijke vrede? Wat denk jij, Klaas? 


Van: Klaas Tindemans

Aan: Catho De Cordt

Sint-Jans-Molenbeek, 23 februari 2025

Beste Catho,

Bij het herlezen van enkele recensies die ik onlangs schreef, merkte ik dat ik nogal fanatiek probeer om de intenties en attitudes van de theatermaker(s) waarover ik schrijf zo goed mogelijk te begrijpen, en zelfs een beetje onder hun huid te kruipen. Telkens wel vanuit een poging tot inzicht in hun voorstelling, soms ook vanuit hun voorgeschiedenis, voor zover die publiek bekend is. Ook verneem ik soms iets over het verloop van het creatieproces, en ook dat neem ik mee. Na de voorstelling van Moeder Courage en haar kinderen sprak Koen De Sutter, die de kok speelt in de voorstelling, mij nog even aan. Hij zei mij dat hij, bij het begin van de repetities, verbaasd was dat Lisaboa Houbrechts een stuk van Bertolt Brecht wilde aanpakken vanuit een aantal intuïties en emoties bij de lectuur, en niet vanuit een politiek kader. En dat het gelukt was, dat vermoedde hij toch.

Ik kan mij voorstellen dat zo’n benadering een zekere vrijheid creëert bij de spelers, zeker de jongere spelers voor wie politiek theater in de zin van Brecht – met een zekere ideologische strakheid dus – niet vanzelfsprekend is. En voor meer ervaren spelers, in de mate dat ze wel geschoold zijn in Brechts strengheid, kan de aanvankelijke achterdocht plaatsmaken voor een bevrijding. Men vertrekt van een wit blad, waarop geleidelijk een tekst verschijnt. Pas daarna begint de politiek. Ik merk bij mezelf ook dat ik dat parcours, van wantrouwen naar openheid, moest afleggen bij het bekijken van de voorstelling.

We zien een diepe, donkere ruimte waarin geleidelijk de contouren van een reusachtige bol zichtbaar worden. De bol, zo groot als de toneelopening, slorpt fel wit licht op, als een ster die in een zwart gat verandert. Nietige acteurs duwen de bol voort, een lied weerklinkt, moeder Courage maakt reclame voor haar winkel. Maar zij is zelf nog niet te zien, tot de bol vooraan halt houdt. De scène staat onder water, de bol en de spelers laten het spetteren, tot op de eerste rijen. Allemaal rubberlaarzen. Moeder Courage komt meteen ter zake: het leger rukt op, het verlangt naar voedsel en meer, brandstof voor het lichaam dat in de strijd gegooid wordt. Af en toe horen we ontploffingen, nooit heel luid, eerder elektronisch geplof.

De oorlog is aanwezig, in hybride vorm, helemaal actueel. Courage onderhandelt met de officieren, ze is even opportunistisch als alle andere plantrekkers: soldaten, dominees, koks, prostituees. Misschien nog erger, zij beheerst de gesprekken, met twee prioriteiten: de handel doen draaien, en haar kinderen (twee jongens en een dochter die niet spreekt) te beschermen. In die volgorde van belangrijkheid, zoals zal blijken, keer op keer, bij elk kind dat sterft. Ik beschrijf het allemaal even, voor de mee-lezers van deze brief.

Is dit allemaal vorm, waartegen een tekst geprojecteerd wordt? Je ziet geen modder, enkel helder water, er vloeit geen bloed, enkel wat vlekken op een doekje. De oorlog is niet lelijk, de verwondingen zijn niet spectaculair, de kleren zijn niet gescheurd. De muziek van Paul Dessau is uitgekleed tot louter klaagzangen, het mooist nog in het Koerdisch, gezongen door Aydin Isleyen, die zichzelf begeleidt op de saz, een soort Perzische banjo. De liederen neigen eerder naar melancholische vertelling dan naar poëtisch-politiek commentaar. De dialogen razen om je oren, in vele talen, iedereen heeft op een bepaald moment wel de boventiteling nodig, je leest de voorstelling, letterlijk.

Mijn aandacht blijft hangen bij flarden typisch brechtiaanse dialectiek, zoals de omkering van de oorlog en de vrede (‘de vrede breekt uit’, ondertussen een staande uitdrukking) en de plaatsverwisseling van de belegerde en de belegeraar, van het slachtoffer en de dader. Dialectische spelletjes, die niet meteen verbonden zijn met de getoonde (of juist niet getoonde) ellende bij de figuren.

De ellende zit elders, niet in het afgebeelde trauma of de zichtbare ruïnes, maar in de uitputting van de lichamen: het doelloos rondrennen van Courage (Loubna Azabal), die geleidelijk haar (natte) kleren verliest, de woeste kreten van Kattrin (Lisi Estaras), die ijzingwekkende doodsreutel, de irritante handtastelijkheden van de plantrekkers en de soldaten – één soldaat in dit geval (Alain Franco), maar die is afstotelijk genoeg.

Met Moeder Courage en haar kinderen schreef Bertolt Brecht een ‘historische parabel’, zoals hij wel vaker deed. Zonder veel moeite lees je (en zie je) in die verplaatsing naar een andere tijd het heden van Brecht zelf: het nazisme, de aanvalsoorlog, politiek die vermomd is als misdaad en gesjacher (of omgekeerd). Maar door aan de handelszaken van Courage alle context te ontnemen, door ze als het ware uit de geschiedenis te tillen, wordt het een parabel van een heel andere soort. Geen cerebrale analyse meer van het oorlogszuchtig karakter van het kapitalisme – Courage als opportunistische makelaar in schaarste – maar een geheel ontregelde samenleving, samengebald in een uitstervend gezin, omringd door profiteurs en perverten.

De politieke boodschap, voor zover die nog eenduidig is, gaat nu boven het gebeuren zweven, ontsnapt helemaal aan de anekdotiek, het wordt een soort mist van taal. Het persoonlijke is politiek, ook in deze voorstelling, maar niet omdat onze sociale verhoudingen de machtsverhoudingen hogerop zouden beïnvloeden of aansturen, maar omdat deze ontwrichte manier van omgaan met elkaar een ‘model’ vormen voor de wijze waarop de machtigen omgaan met de machtelozen.

“Misschien is theater nog één van de weinige plekken waar we schaamteloos mogen moraliseren. Waar denken leidt tot oordelen, maar nooit tot veroordelen.”

Als de kleine zelfstandigen zich al zo immoreel gaan gedragen bij de eerste de beste crisis, dan houdt niemand ons, politici en bedrijfsleiders, ons tegen om op grotere schaal even meedogenloos te zijn – of net nog iets meedogenlozer. De wagen met waren van Courage staat symbool voor een genadeloos sociaal experiment, en de keuze voor een reusachtige (wereld)bol zou dan kunnen staan voor de geopolitieke consequenties van dit immorele laboratorium.

En doordat dit akelige gebeuren zich in zoveel talen afspeelt – soms lijkt het wel een soundscape bij de boventiteling – gaat er nog een illusie stuk: iedereen begrijpt elkaar wel, letterlijk dan, maar dat voorkomt op geen enkele manier het ‘kleine’ geweld in de marge van het ‘grote’ geweld, van de oorlog. Ik vrees dat ik nu wat moraliserend klink, belerend ook (je had me gezegd dat je mij erop zou wijzen, als ik dat deed). Maar misschien is theater nog één van de weinige plekken waar we schaamteloos mogen moraliseren. Waar denken leidt tot oordelen, maar nooit tot veroordelen. Excuus voor deze tegeltjeswijsheid.

Nog dit, als laatste bedenking. Achteraf sprak ik even met Lisaboa, en ik zei haar dat ik Uittocht naar Gaza van de Belgisch-Palestijnse dichteres Fatena Al Ghorra aan het lezen ben. Zij was in Gaza op familiebezoek, toen de hel losbarstte, en ze schrijft brieven waarin ze, met een mengeling van zakelijkheid en stekende pijn, observeert hoe zijzelf en de vele lotgenoten trachten te overleven, en daar al dan niet in slagen. Er vallen een paar woorden Arabisch en Hebreeuws in de voorstelling, dus de verbinding is snel gemaakt, in mijn hoofd. Nu bleek dat Lisaboa dit boek onlangs ook gelezen had, of dat ze van plan was dit snel te doen. Fatena Al Ghorra laat heel nauwkeurig voelen hoe de Israëlische verwoesting ook een ononderbroken aanslag vormt op de zintuigen, in de eerste plaats op het gehoor. Maar haar oorlog klinkt niet zoals we dat gewoon zijn in oorlogsfilms of actiefilms; ze klinkt veel subtieler, omdat je, om te overleven, filters in je hoofd gaat plaatsen, die de explosies net iets anders doen klinken, meer gedempt, maar ook langduriger. Het wordt morbide muziek.

Die ‘heruitvinding’ van muziek ervoer ik ook in deze Moeder Courage: de oorlog jankt en zeurt, of ze produceert een ondraaglijke white noise. Dat is ook politiek, denk ik: de macht heeft de zintuigen als doelwit, en dan is alles verdoofd.

Klaas

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

double take
Leestijd 11 — 14 minuten

#179

01.03.2025

14.09.2025

Catho De Cordt, Klaas Tindemans

Catho De Cordt studeerde Drama aan het KASK, Engelse Taal- en Letterkunde aan de UGent. Ze is schrijver en maker-speler. Momenteel werkt ze aan haar eerste voorstelling, young girls.



Klaas Tindemans (1959) is Doctor in de Rechten. Hij werkt als docent en onderzoeker aan het RITCS. Hij is actief als dramaturg en regisseerde twee toneelstukken: Bulger (2006) en Sleutelveld (2009). In 2022 verscheen The Dramatic Society. Essays on Contemporary Performance and Political Theory, bij Routledge.

Dit artikel maakt deel uit van: Double take

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!