‘mightysociety6’ © Sanne Peper

Leestijd 5 — 8 minuten

mightysociety6: hoe ook ik de oorlog mee naar huis nam

Eric De Vroedt

Onder de noemer ‘mightysociety’ bundelt de Nederlandse theatermaker Eric de Vroedt tien voorstellingen omtrent ‘brandend actuele kwesties’. Voor de zesde in de reeks landen we in Afghanistan anno 2009. De aanstichters van de War on Terror zijn intussen roemloos van het politieke toneel verdwenen, maar ter plekke woedt de strijd nog in alle hevigheid.

Hoe iets groots en complex als een oorlog naar de beslotenheid van de theaterzaal vertalen? Godzijdank voegt de Vroedt niets toe aan het al omvangrijke repertoire van het ‘Bush bashen’. De politiek van de oud-president van de vs met haar eigen wapens bekampen zou vooral de legitimiteit van die wapens lijken te bevestigen. Mightysociety6 pareert de moordend simplistische retoriek met genuanceerd teksttheater. De ondertitel van de voorstelling, Hoe ook ik de oorlog mee naar huis nam, geeft aan hoe het ‘grote’ met het ‘kleine’ wordt verbonden, de geopolitiek met persoonlijke tragiek. In de rommelige context van de menselijke interactie, waar goed en kwaad, schuld en onschuld innig met elkaar verstrengeld zijn, verliest het platte oorlogsjargon (‘the coalition of the willing’, ‘the axis of evil’) pas goed elke geloofwaardigheid.

‘Oorlog kiezen we niet, zij breekt uit zichzelf uit.’ De stem van de Nederlandse commandant Kurt Prins klinkt benepen, een beetje wanhopig zelfs, alsof hij vooral zichzelf moet overtuigen van het waarheidsgehalte van wat hij zegt. Deze uitspraak maakt hem tot de speelbal van een wreed lot en ontslaat hem daardoor van de verantwoordelijkheid voor zijn daden. Niet zijn beslissingen geven de oorlog vorm, nee, het is de oorlog die zijn beslissingen stuurt! Het plot van mightysociety6 gaat terug op Joseph Conrads Heart of Darkness. In Kurt Prins herkennen we duidelijk een aantal facetten van Kurtz, de ondoorgrondelijke kolonist die een terreurbewind voert over een handelspost diep verstopt in de Congolese jungle. Ook bij commandant Prins lijken de stoppen doorgeslagen, nadat zijn troepen in een vallei in een hinderlaag van de Taliban zijn gelopen. Tien van zijn mannen bengelen nu aan de hoogste takken van de bomen en nog eens twintig soldaten zijn ontvoerd, onder wie vermoedelijk zijn zoon Tim. Hij laat het gebied hermetisch afsluiten en een vernietigend bommentapijt neerdalen op een bruiloft.

Het is opmerkelijk hoezeer de Vroedt de nadruk legt op de ideologische strijd en niet op het economisch belang als drijfveer voor de oorlog. ‘Operation Valley Freedom’ moet de vallei zuiveren van al diegenen die zich verzetten tegen de democratie, de vrijheid van meningsuiting, de mensenrechten. Aan de militaire academie was Kurt Prins als docent vervuld van deze Verlichte Idealen. Vandaag lijkt hij net als Kurtz een janusfiguur: uit zijn woorden spreekt idealisme, uit zijn daden terreur. In Heart of Darkness kristalliseert deze tegenstelling (die – en dat is net het verschrikkelijke – geen tegenstelling blijkt te zijn) zich in een pamflet, waarin Kurtz vurig pleit voor een ordentelijk en menswaardig koloniaal bestuur. Er staat echter een opmerking in de marge gekrast, die de hooggestemde inhoud van het document volledig onderuithaalt: ‘Uitroeien die beesten!’ In Apocalypse Now situeerde Francis Ford Coppola het ‘hart der duisternis’ in de Vietnamese wildernis, de Vroedt verplaatst het op zijn beurt naar een kleine, geïmproviseerde militaire basis ergens in Afghanistan. Een grote Nederlandse vlag aan de muur hangt voor de helft troosteloos in het stof. Ook binnen de context van de War on Terror heeft het meer dan honderd jaar oude verhaal van Conrad nog niets aan actualiteitswaarde ingeboet. Ronkende verklaringen over vrijheid en democratie lijken immers te rijmen met duistere excessen als Guantanamo Bay en Abu Ghraib.

Kabir, een doofstomme Afghaan in traditionele kledij, klampt de Nederlandse militairen radeloos aan. Weet iemand waar zijn broer is? De vraag, gesteld in hulpeloze gebarentaal, wordt overal weggewuifd, tot de man plots ostentatief de martelpraktijken van Abu Ghraib begint uit te beelden. Op dat ogenblik valt alles om hem heen even stil. De verbijsterende foto’s van de Iraakse hel hebben zich wereldwijd vastgezet in het collectieve geheugen. Werd Kabirs broer aan dezelfde verschrikkingen blootgesteld? Ook Marwash lijkt in eerste instantie een stemloos slachtoffer, minder een mens dan een beeld, een foto in de krant om naar te kijken. Met gebogen hoofd en in een oranje gevangenisplunje zit hij voor een man met een bulldogmasker. Duidelijker dan dit kan de tegenstelling tussen bezetter en bezette nauwelijks zijn.

In de loop van de voorstelling maakt Marwash echter een merkwaardige evolutie door, waardoor we ons oordeel over het personage voortdurend moeten bijstellen. Kurt Prins en zijn rechterhand Jan Blom ontdekken dat Marwash geen terrorist, maar een speciaal gezant van het Nederlandse leger is, uitgestuurd om een einde te maken aan de wreedheden in de vallei. Gegeneerd stoppen de twee hem een zwart kostuum van de militaire politie toe. Tijdens het omkleden ontpopt de ondervraagde zich vervolgens tot ondervrager. Ondanks zijn Afghaanse roots is Marwash (die erop staat om als ‘Marco’ te worden aangesproken) de ware voorvechter van de westerse idealen in ‘barbaars’ gebied. Maar al gauw blijkt dat de man er een verborgen agenda op nahoudt. Het voornaamste motief voor zijn terugkeer naar Afghanistan is zijn zus terug in het gareel krijgen. Zij doet de familie immers oneer aan als maîtresse van commandant Prins. Marco draagt onmiskenbaar de sporen in zich van een patriarchaal gestructureerde maatschappij.

Anders dan in Heart of Darkness is de vreemdeling niet langer de naamloze schim op de oever van de Congorivier. Door de enorm toegenomen mobiliteit en de snelle distributie van informatie via massamediakanalen is het ‘eigene’ stormenderhand van het ‘vreemde’ doordrongen geraakt. Culturele identiteiten zijn er sinds Conrad een stuk diffuser op geworden. Zo draagt de zus van Marco stiekem een uitdagend jurkje onder haar boerka. Het bijzondere kostuum toont de schizofrenie van het hedendaagse Afghanistan, verscheurd als het is door het reikhalzend verlangen naar modernisering enerzijds en de hardnekkige verdediging van de traditie anderzijds. Voor haar zijn de Amerikanen en hun coalitiepartners in de eerste plaats bevrijders, geen bezetters.

Mightysociety6 is expliciet politiek theater, maar allesbehalve pamflettair. Het toont de bedrieglijkheid van scherpe tegenstellingen en al te snelle oordelen. De voortdurende gedaanteverwisselingen van Marwash/Marco zadelen ons op met een gezond (want kritisch) wantrouwen. Tegelijk, en dat is het werkelijk boeiende en tragische aspect van de voorstelling, problematiseert het ook de twijfel. Gaandeweg ontdekken we dat de figuur van Kurtz binnen deze bewerking van Heart of Darkness niet door één, maar door twee personages wordt ingevuld. Niet Kurt Prins, maar Jan Blom vermoordde de broer van Kabir en gaf het bevel voor de aanval op de bruiloft. Nuance en begrip leiden alleen maar tot twijfel, en die staat daadkrachtig militair optreden in de weg. Blom haalt glimlachend de schouders op terwijl hij met de hak van zijn laars op het oor van een gevangene staat. Er is geen oorlog zonder collateral damage! Prins daarentegen, een idealist verlamd door innerlijke twijfel, graaft zich in in de vallei en wacht af. Mightysociety6 stelt de vraag naar de verantwoordelijkheid van figuren als Colin Powell, de eerste (als gematigd geboekstaafde) buitenlandminister onder George W. Bush. Hun wreedheid ligt minder in hun daden, dan wel in hun gebrek aan daadkracht: ze laten de haviken begaan.

Mightysociety6 blinkt niet uit in avontuurlijke vormelijke keuzes. De voorstelling moet het vooral hebben van de ijzersterke tekst. Eric de Vroedt toonde zich voorheen al erg bedreven in de discipline van de ‘faction’, die concrete gegevens uit de actualiteit fictionaliseert en in verrassende verbanden plaatst. In mightysociety6 transponeert hij de oorlog niet enkel naar conflicten tussen personages, maar ook naar de strijd binnenin elk personage afzonderlijk. Met de problematisering van de twijfel vertelt dit soort politiek theater ook iets over zichzelf. Hoewel er op een theaterpodium plaats is en moet blijven voor twijfel – hij vormt immers het fundament voor een kritische houding –, kan diezelfde twijfel op de scène van de internationale politiek leiden tot een massagraf.

Sébastien Hendrickx

www.mightysociety.nl

Deze tekst werd geschreven in het kader van Corpus Kunstkritiek van het Vlaams Theater Instituut.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#116

01.04.2009

31.05.2009

Sébastien Hendrickx

Sébastien Hendrickx is a member of the editorial board of Etcetera, teaches at KASK and works as a writer and dramaturg.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!