(A)

Leestijd 11 — 14 minuten

Meningsverschillen zijn de beste voedingsbodem voor toneel

een interview met Sara De Roo

Al jaren zocht Sara De Roo naar een oversteek die haar in contact kon brengen met de diversiteit van haar stad. Met schrijver Fikry El Azzouzi vond ze er een. Hoe kan je jezelf herdenken zonder je eigen principes overboord te gooien? In Alleen probeert het duo De Roo-El Azzouzi dat ‘samen’ te denken, met inbegrip van botsende (esthetische) kaders en wereldvisies. ‘Het is hoog tijd dat mensen die naar het theater gaan een weerspiegeling zien van de wereld waarin ze rondlopen, geen luchtbel van een samenleving die niet meer bestaat.’

We ontmoeten de actrice Sara De Roo op een bijzonder kruispunt in de tijd: de definitieve adviezen voor de subsidies zijn bekend en voor het vierkoppige toneelgezelschap STAN waar ze deel van uitmaakt, liggen de kaarten niet opperbest.Tegelijk kan ze bijna terugblikken op haar eerste jaar als coördinator van de acteeropleiding aan het Antwerpse Conservatorium, een functie die ze in tandem met Clara Van den Broeck vervult. En ze zit middenin het werkproces voor Alleen, haar eerste monoloog sinds Stukgoed twintig jaar geleden, met schrijver Fikry El Azzouzi als haar sparring partner. Het duo voert de dialoog deels aan de hand van een e-mailcorrespondentie. Zoals het er nu naar uitziet, zal het gesprek over het stuk dat hij schrijft letterlijk mee deel uitmaken van het stuk.

Sara De Roo: ‘Na Stukgoed had ik bij mezelf gezworen: nooit meer! Een monoloog brengen is heel ingewikkeld. Als je een goede avond hebt, heb je niemand om het mee te delen. En als het niet vlot, moet je zelf maar uit de drek zien te kruipen-wat meestal niet lukt (lacht). En toch diende de noodzaak zich weer aan. Ik heb een jaar bewust niet gespeeld-geen uitgebreide tournees, geen repetities-op een paar opvoeringen van The Marx Sisters (2014) na. Ik heb de tijd genomen om na te denken, te schrijven, te lezen en de wereld te verkennen. Ik ben naar Berlijn getrokken en heb al die grote theaterhuizen bezocht waar ik nog nooit was geweest: de Schaubühne, de Volksbühne, het Berliner Ensemble, het Maxim Gorki theater… Alleen is de vrucht van die zoektocht. Waar staan we nu? En waar moeten we naartoe?’

ETC Vanuit welk verlangen is je samenwerking met Fikry El Azzouzi ontstaan?

S.D.R. ‘Ik ben al jaren op zoek naar een “oversteek’,’ naar een pad dat me in contact kan brengen met al die andere culturen die deze stad bevolken. Waarom kennen we elkaar niet?Waarom spreken we niet met elkaar? Mijn kinderen groeien op in een wereld die anders is dan diegene waarin ik ben grootgebracht. Ze zitten op een cultureel gemengde school, met veel medeleerlingen die thuis geen Nederlands praten. De cross-cul-turele vriendschapsbanden zijn echter nog altijd eerder uitzondering dan regel.Toen mijn oudste zoon in de kleuterklas zat, vertelde hij eens: “Ik kan niet met die kinderen spreken, en daarom kan ik er ook niet mee spelen.” Ondertussen is hij een puber van 14 jaar en de verjaardagsfeestjes blijven nog steeds wit. Om maarte zeggen hoe lang de problematiek me al bezighoudt. De school biedt bijlessen aan, organiseert ontmoetingsmomenten voor ouders, zet interculturele projecten op waarin omwille van het taalverschil met beeld wordt gewerkt …Toch schiet het niet op, of in elk geval veel minder dan ik had gehoopt en verwacht.

Op een bepaald ogenblik bracht een (lacht) “lange theaterdirecteur” Fikry en mij met elkaar in contact. We ontdekten dat we beiden die brug naar elkaar wilden oversteken. De vraag is natuurlijk waar de verschillen tussen ons precies liggen.’

ETC Tot op welke hoogte zijn dat symbolische verschillen, tussen iemand die de zogenaamde ‘autochtone’ en iemand die de ‘allochtone’ gemeenschap belichaamt?

S.D.R. ‘Fikry wil zichzelf bewust geen Belgische Marokkaan of Marokkaanse Belg noemen. Hij is afkomstig uitTemse en is een Belg, punt uit.Toch heeft hij een moeilijke ontvoogdingsstrijd moeten voeren om te geraken waar hij nu staat, met alle kritiek van zijn achterban van dien. Elke brief die wij tijdens het werkproces naar elkaar schrijven, confronteert ons met de draadjes waarmee we aan onze eigen context vasthangen. Elke keer weer denk ik: “Ik zal nog maar een draadje doorknippen, zodat ik wat dichterbij geraak. Mijn geduld is op om te wachten tot het vanzelf gebeurt. Met STAN zijn we daar lang van uitgegaan. Van zodra er mensen van andere origine zouden afstuderen, zou de scène vanzelf verkleuren, maar het gaat zo traag.'”

ETC Aanvankelijk zou de acteur Cas Enklaar je vergezellen op het podium. Wat heeft je doen beslissen om van Alleen toch een solo te maken?

S.D.R. ‘Ik had Cas gevraagd om me te souffleren op scène. Hij komt uit de traditie van het Werktheater in Amsterdam, is homoseksueel en van een heel andere generatie. Als we het over de islam zullen hebben, zo dacht ik op voorhand, dan wil ik ook die stem erbij om de spreekwoordelijke kerk in het midden te houden (lacht). Fikry heeft me daar altijd een beetje mee gejend, en terecht misschien. Door een gesprek met Jozef Wouters, die de scenografie verzorgt voor deze voorstelling, heb ik ingezien dat ik toch alleen die scène op moet. Jozef heeft een warme plek gecreëerd, waarin tegengestelde visies kunnen samenkomen. Ik vind het ongelooflijk om te zien hoe je met een ruimte een bepaald discours kan vatten. Nu sta ik dus alleen op scène, maar vreemd genoeg voelt het minder alleen dan met twee.’ (lacht)

ETC Expliciet maatschappelijk engagement is een van de rode draden in het oeuvre van STAN. We denken aan Het is nieuwe maan en het wordt aanzienlijk frisser (1991), JDX-a Public Enemy (1993), Vraagzucht (2003) The Monkey Trial (2007), The Tangible (2010) … In hoeverre is Alleen een nieuwe stap binnen dat parcours?

S.D.R. ‘Binnen het collectief hebben we alle vier onze eigen individuele aandachtspunten en trajecten. Toneelrepertoire vormt een belangrijk onderdeel van ons werk. Damiaan De Schrijver is de drijvende kracht achter de “poly-coproducties” die we opzetten met verwante gezelschappen als Dood Paard, De Koe en Maatschappij Discordia. Frank Vercruyssen en ik kunnen ons erg vinden in het meer expliciet politieke spoor, maar ook met Jolente De Keersmaeker voer ik daarover al lang een gesprek. Alle vier delen we een noodzaak, maar elk van ons vult die anders in. Ik ben bewust alleen op zoek gegaan naar mensen om mee samen te werken voor Alleen. Dat zouden nooit die mensen geworden zijn als we met vier hadden gezocht. Door de voortdurende beweging weg van elkaar en weer naar elkaar toe, trekken we steeds andere stukken van de wereld binnen in “ons huis”. We zijn het niet altijd eens met elkaar, maar we proberen onze onderlinge meningsverschillen te respecteren. Het meningsverschil is de beste voedingsbodem voor toneel. Vaak vechten we die interne discussies uit op scène. Elkeen vindt bijvoorbeeld het zijne van het stuk dat we op dat moment spelen, en laat dat ook blijken. Het is een clash die zich tijdens de voorstelling voordoet, en waar het publiek deel van kan zijn.’ ‘Ik zou Alleen in die zin eerder een verderzetting noemen, een logisch gevolg. Voor mij is het helemaal niet zo nieuw, maar misschien is het geheugen van de toeschouwer gewoon kort. Of gaat het theater niet zo lang mee. Ik denk wel dat ik op dit moment, meer dan vroeger, iets verwacht van kunst.’

ETC Wat verwacht je dan precies?

S.D.R. ‘Dat het iets teweegbrengt, maatschappelijk gezien. Maar misschien is het niet zo verstandig om dat te verwachten. Kunst moet niets. Het moet overal los van staan om ongebonden naar de wereld te kunnen kijken. Vanaf het moment dat je iets concreet wil bereiken met je werk, drijf je af van het kunstenaarschap. Als ik naar de laatste voorstellingen van Maatschappij Discordia kijk, waarin zodanig wordt ingezoomd op de wereld, dan zie ik verhalen die daardoor paradoxaal net een enorme universele waarde krijgen. Als je de maatschappelijke buitenwereld teveel probeert binnen te halen, gaat er misschien iets van die universele kracht verloren.Toch houdt de wereld me zo sterk bezig dat ik wil proberen om de grenzen van de black box af te tasten. Het kan mislukken, maar dat geldt voor elke voorstelling. Dat is het risico dat ik al 25 jaar neem.’

ETC Tg STAN’s werkwijze is gekend: acteurs zitten wekenlang rond een tekst, discussiëren erover, passen die waar nodig aan en gaan pas op het eind op de vloer. Hier vallen het schrijfproces en het crea-tieproces van de voorstelling deels samen. Hoe anders is de samenwerking met El Azzouzi?

S.D.R. We gaven eerder al schrijfopdrachten aan onder andere Gerardjan Rijnders, Oscar van den Boogaard, Annelies Verbeke, Bart Moeyaert, Yves Petry …Willem De Wolf schreef recent The Marx Sisters voor ons en compagnie De Koe. Meestal was ik degene binnen tg STAN die dit soort opdrachten initieerde. Ik vind het fantastisch om mensen uit te nodigen om onze tijd te verwoorden. De manier van werken met een auteur neemt altijd andere vormen aan. Ik herinner me bijvoorbeeld dat Gerardjan zijn tekst schreef en daar achteraf geen letter meer aan wilde veranderen. Het was heiligschennis om daarop in te grijpen. Bij andere teksten ga je toch vragen stellen, stukken analyseren, uit elkaar halen en herwerken. Je kan een schrijver niet vragen: “Schrijf nu dit voor mij,” als ik dat al zou weten. Ik verwacht niet dat iemand op bestelling schrijft, maar je moet je wel aan beide zijden openstellen.’

‘Zelfs als wij een repertoirestuk spelen, kunnen we dat niet zonder er iets van onszelf in te herkennen. De mooiste STAN-voorstellingen, De Eenzame Weg (2007) bijvoorbeeld, zijn die waarin scènes gespeeld worden die een vertaling zijn van wat er tussen ons aan de hand is en wat in de wereld speelt. Omdat je de metafoor van een klassiek stuk hebt, valt dat misschien niet zo op, maar dat autobiografische aspect is er altijd. Als je een tekst laat schrijven, ligt dat meer aan de oppervlakte. De beweging is omgekeerd. Je moet naar de metafoor toe werken in plaats van de metafoor tot iets persoonlijks te maken.’

‘Een één-op-één verhouding met een schrijver is wel nieuw voor mij. Daarvoor was ik altijd deel van een groep. De correspondentie met Fikry levert een bijzonder, kwetsbaar gesprek op. Ik word geconfronteerd met de vraag wat mijn premissen zijn. Waarom vind ik het ene wel goed en het andere niet? Op dit moment zijn we sterk aan het bevragen wat theater is, wat een goede theatertekst is. Maar het liefst van al zou ik ook aan dat stadium voorbijgaan, net zoals we het debat rond diversiteit eigenlijk al voorbij zijn.’

ETC Houden jullie er sterk verschillende opvattingen op na over wat kwaliteitsvol theater is en wat niet?

S.D.R. ‘Absoluut. De mensen van het SINcollectief (het gezelschap dat El Azzouzi mee oprichtte, nvdr) zijn autodidacten. Ze hanteren de taal van de straat en dragen niet de last van de theatertraditie op hun schouders. Tg STAN representeert dan weer het blanke, monoculturele teksttheater. Wij hebben een klassieke acteeropleiding achter de rug en zijn gevormd door de traditie van Jan Decorte en Maatschappij Discordia.’

ETC Op welke punten botsen die verschillende esthetische kaders?

S.D.R. ‘Ons werd bijvoorbeeld geleerd om te abstraheren en de verbeelding van het publiek vrij spel te geven. In Othello (2015) van Mokhallad Rasern daarentegen wordt de nachtmerrie van Desdemona ingevuld met een beeld van huilende vrouwen. Dat is iets wat wij nooit zouden doen. Maar of het daarom een slechte voorstelling is, weet ik niet. Ook in Reizen Jihad (2015), de productie die Fikry maakte met het SINcollectief, zitten scènes waarvan je denkt: “Oh nee, niet zo! Niet alles invullen! Geen jaren-80-beweging terwijl je tekst opzegt!” (lacht) Je moet de onderlinge verschillen durven detecteren, en het daar dan mee doen. Of niet, natuurlijk. Ik wil me ook hoeden voor een doorgedreven assimila-tiezucht en “soepcultuur? Zolang er verschillende esthetische tradities naast elkaar kunnen bestaan, is het misschien ook al goed.’

ETC Rasem bouwt wel nadruk-kelijk voort op het westerse theaterrepertoire. El Azzouzi pleit daarentegen voor de noodzaak van nieuwe toneelteksten. Zo bleek toch uit het debat rond repertoire dat jullie met het Conservatorium vorig jaar in oktober organiseerden. De canonieke stukken zouden onvoldoende aansluiting vinden bij onze geglobaliseerde en superdiverse leefwerelden. Welk standpunt neem je zelf in?

S.D.R. ‘Nieuwe teksten kunnen heel acuut zijn. Vandaar dat we geregeld tekstopdrachten geven aan auteurs. Repertoire heeft dat potentieel ook, maar dan moet de toneelspeler mee schrijver worden. De speler moet het oude stuk min of meer opnieuw schrijven. Ik voel evenwel dat ik het de laatste tijd wat gehad heb met repertoire. Soms geraakt mijn geduld op om via de canon te spreken en wil ik meer instant, in het hier en nu, kunnen reageren op wat ik rondom me zie gebeuren. Ook al besef ik dat dat geen garantie is voor een universelevertelling. Binnen het huidige podiumlandschap merk ik bovendien dat het repertoire terug naar de grote zaal is verhuisd.Tot een paar jaar terug werden er amper nog stukken gespeeld in de stadstheaters. Vandaag zit het terug in het centrum, zonder dat het altijd kritisch bevraagd wordt. Je moet eigenlijk voortdurend op zoek naar de juiste balans tussen nu en toen, tussen wat die woorden in hun context betekend hebben en wat ze nu zouden kunnen betekenen. Dat evenwicht ontbreekt soms in wat ik vandaag zie.’

‘Pas op, op de toneelschool blijf ik het met hand en tand verdedigen. Vondel blijft verplicht spelmateriaal in het eerste jaar. Het is cruciaal in een opleiding om je verhalen te kennen, om te weten waar je vandaan komt, om daarna andere verhalen te kunnen vertellen, of op een andere manier.’

ETC Een diverse toneelschool verenigt per definitie spelers met verschillende culturele achtergronden. Denken jullie na over de diversifiëring van het repertoire-aanbod?

S.D.R. ‘ClaraVan den Broeken ik zijn in overleg met Moussem (het nomadische kunstencentrum dat focust op artiesten met een link naar de Arabische wereld, nvdr.) om een vak “vreemde teksten” aan te bieden. We mogen echter niet vergeten dat theater eigenlijk geen belangrijk onderdeel vormt van bijvoorbeeld de Arabische cultuur. Die is veel meer gestoeld op een verteltraditie. Mokhallad bijvoorbeeld zag als jongeman in Bagdad vooral Arabische opvoeringen van Shakespeare of andere westerse toneelgrootheden, zo vertelde hij me zelf. Natuurlijk worden er vandaag in de Arabische wereld wel nieuwe stukken geschreven, maar die krijgen we dan weer zelden te lezen omdat ze nauwelijks vertaald worden. Daar brengt Moussem binnenkort hopelijk verandering in.’

‘De toneelschool van de toekomst zal divers zijn, of niet zijn. Ons docentenkorps is op dit ogenblik nog erg blank, maar dat willen we in de komende jaren proberen te veranderen.Tijdens audities wordt ook veel moeite gedaan voor mensen van wie het Nederlands niet de moedertaal is. Die wil was er niet altijd achter de dikke, ondoordringbare muren van deze school, maar iedereen voelt dat het nu moet gebeuren. Het is hoog tijd dat mensen die naar het theater gaan een weerspiegeling zien van de wereld waarin ze rondlopen, geen luchtbel van een samenleving die niet meer bestaat.’

Alleen gaat in première op 14 juni in Monty (Antwerpen).

 

FROM:
Fikry El Azzouzi

TO:
Sara De Roo

SUBJECT:
Alleen

In feite was de samenwerking sowieso ten dode opgeschreven. Wat haalden we in ons hoofd. Ik, de hipste allochtone schrijver van het moment. Nog steeds trouwens. Jij, een gerenommeerd actrice van een van de belangrijkste gezelschappen. Ik, de toekomst. Jij, … Klinkt als een geforceerd huwelijk? Wel, dat was het ook. De koppelaar, of zeg maar de pooier, was een theaterdirecteur. Zijn naam ga ik niet vernoemen, hij is nogal groot. Gedwongen huwelijken zijn vaak gedoemd te mislukken. In het begin zag je mij niet zitten. Wat ik vreemd vond. Ik ben onweerstaanbaar en ook een prijsbeest. Ik word zelfs serieus genomen door het blanke publiek. Of nee, wat maak ik me wijs, ik word helemaal niet serieus genomen. Ik word hoogstens gedoogd. Eén mislukking en ik sta terug bij af.

Toen we aan elkaar gekoppeld werden, dacht ik: Weer iemand die niet voor mijn pen of goede looks gaat, maar wel voor de subsidies.

Maar er was iets wat mij opviel aan jou. Ik geloofde dat je oprecht was. Af en toe zag ik je op workshops of lezingen van allochtone acteurs. Daar waar ze niets anders doen dan allochtonen knuffelen. Sorry, maar ik wil effe niet politiek correct zijn. Ik zag je daar als anonieme toeschouwer. Waarschijnlijk was je aan het scouten en had je al een besef dat jouw theater ten dode is opgeschreven. Kijk maar naar je publiek, nog even en je kunt op tour gaan in bejaardentehuizen.

Ik heb mijn achterban. Jij hebt je achterban. Ze zullen met een vergrootglas naar ons kijken. Zij wil iets met allochtoontjes en hij wil er zo graag bij horen. Oh, wat gaan ze ons afmaken. Ik zie de recensies nu al: ‘Geforceerd huwelijk blijkt een schijnhuwelijk. Of de actrice probeerde wat Arabische zinnen, maar ze klonk als een hoestende kip/ Ik moet niet te hoog van de toren blazen. Mijn Arabisch is ook niet zo geweldig. In Marokko, waar ik nog elk jaar naartoe ga, schaam ik mij dood voor mijn vreemde taaltje.

Wat hebben we elkaar te vertellen, wat hebben we met elkaar gemeen? Theater. Dat zal waarschijnlijk alles zijn. Dat is heel weinig. Dat is niets. Wat is je favoriete muziek? Wat is mijn favoriete muziek? Dat weten we niet. Wat lust je graag? Wat lust ik graag? Dat weten we niet. Waar ga je op reis? Dat heb je mij eens verteld, maar ik ben de helft al weer vergeten. Waar ga ik op reis? Marokko. Maar iedereen met wat logica zou dat kunnen raden. Wat zouden we nog gemeen hebben? Het kan toch niet dat het alleen theater is. Nee, alleen theater. Ik heb het gevonden. We zijn allebei geen blanke mannen. Een blanke man is altijd handig. Je wordt serieus genomen, je kunt over alles meepraten en hebt overal een mening over. Stigmatiserend hè.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

interview
Leestijd 11 — 14 minuten

#145

15.06.2016

14.09.2016

Charlotte De Somviele, Sébastien Hendrickx

Charlotte De Somviele schrijft freelance over dans en theater voor o.a. De Standaard en is kernredactielid van Etcetera.

Sébastien Hendrickx is lid van de kleine redactie van Etcetera, schrijft over podiumkunsten en beeldende kunst, doceert in het KASK en en werkt als dramaturg en podiumkunstenaar.

 

interview

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!