‘Medea’ – Foto Luk Monsaert

Hildegard De Vuyst

Leestijd 3 — 6 minuten

Medea

NTG, Gent

“Wat is een rol spelen?” “Een papieren persoon levend maken”, zegt een meisje uit de zaal schuchter. “Heel mooi”, vindt Lutz. “Heb ik nog nooit gehoord. Bravo! (…) Toneelspelen is doen alsof, maar er wèl in geloven. Dan wordt het waar.” Ton Lutz tijdens een master-class met pupillen van de Rotterdamse Jeugdtheaterschool. Uit Shakespeare voor kinderen door Anita Löwenhardt in Trouw, maandag 30 mei 1988 (het Nederlandse dagblad was verkeerdelijk 31 mei 1988 gedateerd).

Dirk Tanghe moet je ten minste twee dingen nageven. Hij verstaat als geen ander de kunst om de theatermachinerie van een grote schouwburg te hanteren. Sinds Romeo en Julia weet men in de KVS bij wijze van spreken hoeveel spots er hangen. Soms laat hij zich verleiden tot excessen zoals de rijkelijk gevulde tafel die tijdens De Vrek uit de NTG-toren neerdaalt, een 19de-eeuwse-Guck-kastentruc die het nog altijd doet. De tafel kreeg een open doekje.

Daarnaast verkrijgt Tanghe van zijn acteurs meestal aanstekelijke prestaties, wat spelplezierige voorstellingen oplevert, volle zalen en obligate staande ovaties.

Deze revival van het theaterbezoek zou ons zeer gelukkig maken, ware het niet dat De Vrek, en meer nog Romeo en Julia tot zeer consumeerbare voorstellingen gereduceerd waren. Schrappen wat niet past, lijkt het leidmotief, en wat niet past in de jonge, hippe en goddeloze wereld van Dirk Tanghe, is in eerste instantie het tragische. Julia sterft, maar hoe of waarom? Van het nutteloze, wrede misverstand, van het niet te ontlopen lot, het gevaar, de pijn blijft alleen een Hollywoodiaans plaatje over.

Bovendien leek Tanghe al snel vast te lopen in eigen clichés. In de NTG-wandelgangen deed het grapje de ronde dat die en die acteur zeker zouden gecast worden voor een volgende Tanghe-produktie omdat ze al een Versace-kostuum hadden.

Met Medea, zoveel was duidelijk, zou er geen ontlopen aan zijn. Deze tragedie der tragedies zou zich niet laten vermangelen tot een vrolijk spektakel en menig criticus lag op de loer om bij nog meer herhaling van gebruikte procédés een vermanende vinger op te steken. Tanghe heeft dit zeer goed beseft. Hij heeft de tekst, helder vertaald door Johan Boonen, zo goed als heel gelaten. Alleen de deus ex machina op het einde van het stuk, waardoor Medea ontsnapt aan een razende Jasoon, is geschrapt. Hij heeft afgezien van een designerig decor en dito kostuums. De scène is zwart en leeg. Op de voorgrond staan alleen twee stoelen waarop Bob Van der Veken en Chris Boniplaats nemen: voedster, dienaar en koor. Uit een scheur in de monumentale achterwant begeleidt spaarzaam licht de opkomende personages. Tanghe heeft ook het mij bijzonder storende gebruik van muziek achterwege gelaten. De zware muziek die in De Vrek over de dramatische momenten uitgestreken werd, of in Romeo en Julia nodig was om de emotionele onmacht van de acteurs op te vangen, moest plaats maken voor het bescheiden gebruik van Griekse stemmen, wat de sacrale sfeer in Medea nog versterkt.

Alhoewel ik mij moeilijk kan ontdoen van een gevoel van handigheid en behaagzucht, lijkt het er inderdaad op alsof we met een andere Tanghe te maken hebben. Edoch, edoch. Het lijkt mij eerder een typisch geval van omkering van de tekens. Want of de verpakking nu kleurrijk is of zwart, het blijft verpakking.

Medea is voor Tanghe een verstarde vrouw, met gebalde vuisten en een versteven mond die woorden uitspuugt. Dit beeld gaat zijn tijd mee, maar gaandeweg verkrampt Magda Cnudde binnen dit keurslijf en blijft alleen een lege vorm over, een module, geen levend wezen. De kinderen zijn de weerloze en onschuldige slachtoffers van hun moeders wraak. Zo eenduidig is dat voor Tanghe. Binnen deze optiek moest uiteraard de vrijspraak van de goden aan het einde van Euripides’ tekst wegvallen. Van wat Medea doormaakt en doorgemaakt heeft, voor ze haar kinderen doodt, blijft maar één gevoel over: haat. Dit reduceren tot één lijn, één gevoel, wat dan louter vormelijk ge-amplifieerd wordt, lijkt mij een typisch Tanghe-procédé. Helaas kan het vormelijk uitsmeren van Julia’s “Ik wil. Ik wil. Ik wil” nauwelijks verhullen hoe dunnetjes het onderliggende gevoel is.

Medea is wat opstelling en beweging betreft even strak georkestreerd als De Vrek of Romeo en Julia. Alleen resulteert dat nu in bijzonder statische prentjes en geometrisch uitgetekende looplijnen, maar het principe is hetzelfde: esthetisering. Ik word van de bron van het drama afgehouden en nooit ontroerd of geraakt.

Een andere Tanghe dus? Nee. Hij is en blijft een fantastisch vormgever en ik wil hem wel eens losgelaten zien op die genres die het in eerste instantie van een meeslepende en verblindende vormgeving moeten hebben: musical of operette. Dan zal ook ik mij graag laten verleiden door kleur, kostuums, ingenieus georkestreerde bewegingen en dies meer. Nu heb ik het daar wat moeilijk mee.

Medea

Auteur; Euripides;

vertaling; Johan Boonen;

regie; Dirk Tanghe;

decor: Leo Verlinde;

met Magda Cnudde, Ronny Commisaris, Raf Reymen, Nolle Versyp, Bert Struys, Chris Boni, Bob Van der Veken.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#23

15.09.1988

14.12.1988

Hildegard De Vuyst

Hildegard De Vuyst was tot 2016 dramaturg bij KVS, en werkt mee bij Les Ballets C de la B.

recensie