Leestijd 12 — 15 minuten

Making sense of an ending

De realiteit als onvoorspelbaar decor

Sciencefictionschrijver J.G. Ballard wist het in de sixties al: de grenzen tussen het intieme en het globale, het binnen en het buiten, de realiteit en de waanzin, zijn in een rotvaart aan het verdwijnen. Vandaag is deze opheffing van tegenstellingen meer dan ooit aan de orde. Thomas Ryckewaert neemt je mee op een trip over de highways van het hedendaagse bewustzijn, langs Pepinster en de planeet Arrakis, McDonald’s en de Metaverse, van Wuhan naar Antibes en van chaos naar extinctie.

0.

The hegemony of what was real had been altered, or broken, forever. — Jeff Vandermeer, Annihilation.

1.

In juni 2019 krijgt mijn vader plots een hartaanval in Zuid­-Frankrijk. Hij is amper 63. Twee weken lang ligt hij in coma op de ic van Antibes, waarna hij er overlijdt in het bijzijn van zijn kinderen. Een laatste gesprek, een afscheid was niet mogelijk.

In maart 2020 legt een virus de wereld lam. Grenzen sluiten, vliegtuigen blijven aan de grond, de olieprijs zakt onder nul. De paus bidt om verlossing op een leeg Sint­-Pietersplein.

In juli 2021 wordt Europa geteisterd door extreme regenval en overstromingen. Huizen, wegen en bruggen spoelen weg. In België alleen komen 41 mensen om het leven.

Dat de realiteit voor je voeten kan worden weggemaaid, leerde de Britse scienceficti­onschrijver J.G. Ballard al op jonge leeftijd. Nadat zijn thuisstad Shanghai tijdens WO II werd gebombardeerd, dringt de dertienjarige Ballard een verwoest casino binnen dat hij weleens met zijn vader bezocht. Voorzichtig stapt hij door de verlaten speelruimtes, waar roulettetafels op hun zij liggen. Onder zijn voeten kraken jetons en scherven van vergulde kroonluchters. ‘Overal glom het goud in het half­-licht’, schrijft hij in zijn auto­biografie. ‘Dit verlaten casino leek wel een magische grot uit de vertellingen van Duizend­-en­-een-­nacht. Maar het had voor mij een diepere betekenis, het gevoel dat de realiteit zélf een decor was dat van de ene dag op de andere ontmanteld kon worden, en dat hoe grandioos iets ook leek, het weggevaagd kon worden naar het puin van het verleden. Ik had ook het gevoel dat het verwoeste casino reëler en betekenisvoller was dan toen het gevuld was met gokkers en dansers.’

Aan Ballard zijn meermaals visionaire krachten toegeschreven. In een van zijn eerste romans, The Drowned World uit 1962, is het grootste deel van onze planeet onbewoon­baar geworden door de gevolgen van klimaatopwarming: de poolkappen zijn gesmolten en Londen is een onderzeese ruïne. Maar meer nog dan te speculeren over de toekomst, was Ballard erop uit om de vervreemding van het heden vorm te geven. ‘Science fiction is out there: we are living in it’, beweerde hij al in 1968. De opkomst van popmuziek, Hollywood­films, publiciteit en psychedelica: met deze reële elementen ging hij in die tijd aan de slag. Zijn radicaalste werk is wellicht The Atrocity Exhibition. Deze niet samen te vatten, fragmentarische roman is een psychisch labyrint; een helletocht door het hoofd van een psychiater met een mentale inzinking. De man raakt geobsedeerd door onder meer de moord op John F. Kennedy, de geometrie van kapotte lichamen, de atoombom, dode astronauten en auto­-ongelukken. In interviews zou Ballard later beweren dat het boek voor hem een poging was betekenis te geven aan de hallucinante realiteiten die hem overvielen, persoonlijk en publiek. De plotse dood van zijn vrouw, die hem drie jonge kinderen naliet, de live op televisie uitgezonden moord op Kennedy, de napalmbommen op Vietnam, de race naar de maan.

Vat krijgen op de chaos van de realiteit: het is ook wat auteur Olivia Laing beoogt wanneer haar in 2015 gevraagd wordt een maandelijkse column te schrijven voor een kunsttijdschrift. Ze kiest als titel voor haar reeks Funny Weather omdat ze aanvoelt dat niet alleen onze atmosfeer, maar ook het politieke klimaat almaar vreemder zal worden. Haar eerste column gaat over de vluchtelingencrisis, en in de vier jaar die volgen moet ze alle zeilen bijzetten om de snelle en alarmerende veranderingen in haar columns te verwerken. De brexit, Trump, Charlottesville, de Londense Grenfell Tower, de racistische moorden door de Amerikaanse politie, om er maar enkele te noemen. Ze sluit de reeks af nog voor de versmarkt van Wuhan wereldnieuws wordt.

“De apocalyps is een zinvol verdwijnen: God die komt oordelen over de levenden en de doden om ze dan op te nemen in een nieuwe dimensie. Het is zin geven aan het einde. Extinctie, daarentegen, is het einde van de zingeving.”

In 2020 worden Laings columns gepubliceerd in een bundel met als titel: Funny Weather. Art in an Emergency. In de inleiding schrijft ze: ‘Eerlijk gezegd: het nieuws maakte me gek. Het gebeurde aan zo’n rotvaart dat denken, de handeling van het zinvol maken, zich permanent gedwarsboomd voelde. Elke crisis, elke catastrofe, elke dreiging van een nucleaire oorlog werd onmiddellijk overschreven door een volgende. Er was geen moge­lijkheid om samenhangende stadia van emoties te doorlopen, laat staan na te denken over reacties of alternatieven.’

2.

Je was er net nog, maar nu niet meer. Ik krijg het niet voor elkaar. De gevoelens, beelden en herinneringen rollen aan een rotvaart over elkaar heen. Er is geen script, geen samenhan­gende stadia van emoties. Het woord ‘vader’ slaat niet langer op iets fysieks. Je wordt een abstract begrip. Een beeld, een kracht, een schim.

Het woord ‘solastalgia’ is een neologisme, een samentrekking van het Latijnse solacium (troost) en Griekse algia (pijn, rouw). Het beschrijft een vorm van emotionele of existen­tiële angst die gepaard gaat met klimaatverandering. Het wordt ook beschreven als een ‘heimwee naar huis terwijl je nog thuis bent’. Een rouwen om iets wat er nu nog is, maar straks niet meer.

3.

In 1960 ontdekte de meteoroloog en wiskundige Edward Lorenz als bij toeval iets vreemds op zijn computer, die door middel van eenvoudige atmosfeermodellen toekomstsimula­ties van het weer maakte. Toen Lorenz bij het herhalen van een berekening de invoer­ gegevens voor het gemak afrondde naar één cijfer na de komma in plaats van drie, zag hij tot zijn verbazing dat de resultaten enorm sterk afweken van de oorspronkelijke berekening. Vanuit quasi dezelfde beginpositie produceerde de computer weerpatronen die almaar verder uit elkaar groeiden, tot ze schijnbaar niets meer met elkaar te maken hadden. Er was geen enkel theoretisch kader voorhanden dat dit bizarre fenomeen kon verklaren. Hieruit ontsproot een geheel nieuwe tak van de wetenschap: de chaostheorie. Hele simpele, deterministische systemen bleken toch onvoorspelbaar. De oorzaak is hun sterke gevoeligheid voor beginvoorwaarden: het bekende ‘vlindereffect’, waar — boutade­gewijs —, de vleugels van een vlinder in Brazilië een tornado in Texas kunnen veroorzaken. Na Lorenz’ ontdekking bleek chaotisch gedrag alomtegenwoordig. Dergelijke onvoorspel­bare verschijnselen waren al langer gekend, in zowat alle wetenschappelijke disciplines, maar niemand had eraan gedacht ze aan elkaar te linken. Tot voor Lorenz’ ontdekking had men ze geklasseerd als vervelende ruis. Het was de schuld van onvolledige datasets, falende apparatuur of stom toeval. Maar plots weefde chaostheorie een rode draad door schijnbaar niet­-gerelateerde zaken als fluctuerende vogel­populaties, de evolutie van graanprijzen, de architectuur van sneeuwvlokken, terugkerende pandemieën, het onvoorspelbare klimaat en de complexe ritmes van het menselijke hart.

4.

November 2021. Terwijl op de mislukte klimaattop in Glasgow duizenden jongeren op straat komen, laat Mark Zuckerberg een keynote-­lezing op de wereld los. Het YouTube­-filmpje duurt 80 minuten en kondigt de toekomst aan: de Metaverse. Binnen tien jaar heeft iedereen een VR­-bril op en kan men vanuit zijn huiskamer gamen, werken, communiceren met gelijk wie ter wereld in een zelfgecreëerd universum. Er kan veel geld verdiend worden in deze parallelle wereld, beklemtoont Meta’s boegbeeld meerdere keren: Things can be monetized. Met zijn ogen op de camera gericht wandelt Zuckerberg ietwat onwennig rond in zijn door augmented reality opgeleukte privéwoning en bedrijf. Door het ene raam zien we digitale paradijsvogels in een ongerept regenwoud vliegen, door het andere hebben we uitzicht op de gepixelde Niagara­-watervallen. Het ziet er fantastisch uit. Maar Zuckerberg is eerlijk: de technologie staat nog niet op punt. De batterijen van de bril moeten sterker en kleiner, en de software dient verder ontwik­keld. Maar geen nood: hier spreekt niet een of andere aan lager wal geraakte sciencefictionschrijver aan de lsd. Dit is de CEO van een van de machtigste bedrijven ter wereld, dat meerdere tientallen miljarden dollars per jaar besteedt aan de ontwikkeling van de Metaverse — dollars die zijn verdiend door onze persoonlijke gegevens te verkopen aan adverteerders. Zuckerberg heeft dus overschot van gelijk wanneer hij zijn keynote afsluit met de woorden: ‘We’ll build the Metaverse together.

In 1979 geeft Ballard een interview aan Playboy. Hij heeft het over de Space Age die afge­lopen is. Na een periode van naar buiten keren — het tijdperk van Outer Space — breekt nu het tijdperk van Inner Space aan, aldus Ballard.

Playboy: ‘How do you see the future developing?
Ballard: ‘I see the future developing in just one way: towards home. In fact I would say that if one had to categorize the future in one word, it would be that word ‘home’. Just as the 20th century has been the age of mobility, the next era will be one in which instead of seeking one’s adventures through travel, one creates them, in whatever form one chooses, in one’s home. The average individual will have all the resources of a modern TV studio at his fingertips, coupled with data processing devices of incredible sophistication and power. He will be able to generate whatever he pleases to suit his whims. People will live their lives in new realms of social, sexual and personal relationships, all to be experienced in terms of these electronic systems, and all this exploration will take place in their living rooms.

Aldus Ballard, in 1979, vijf jaar voordat de eerste Macintosh op de markt komt. Zuckerberg moet nog geboren worden.

5.

Dat de realiteit een decor is dat van de ene dag op de andere ontmanteld kan worden, is anno 2022 in het collectieve bewustzijn aan het doordringen. Via onze schermen stromen, tussen eindeloze Zoom-­sessies door, apocalyptische beelden met een duizelingwekkende snelheid onze huiskamer binnen: bosbranden, overstromingen, verdronken migranten, volgelopen ic’s, een geblokkeerd Suez-­kanaal, een bizonman op de troon van het Capitool. De documentaires die de Brit Adam Curtis met deze nieuwsbeelden bij elkaar monteert, lijken wel een hedendaagse verfilming van The Atrocity Exhibition — een helletocht door het mentale labyrint van een psychoot. Curtis’ voice-­over bij zijn laatste docu Can’t Get You Out Of My Head (BBC, 2021) klinkt samenzweerderig: ‘We live in a runaway world, where things are so complex and interconnected, and modern technologies so potentially dangerous, that it becomes impossible to predict the outcomes of anything we do.’ En hoewel we al van in de jaren 1960 weten dat chaos en onvoorspel­baarheid in de natuur zitten ingebakken, doemt er aan de horizon toch een heel concreet beeld op: het beeld van extinctie.

Die idee is vreemd genoeg relatief nieuw, schrijft Thomas Moynihan in X-Risk—How Humanity Discovered Its Own Extinction (2020). De mogelijkheid van ons collectief verdwijnen is pas mondjesmaat vanaf de 19de eeuw binnengesijpeld. Fossielen bleken versteende getuigen van soorten die voorgoed zijn verdwenen, en astronomen ontdekten dat zelfs sterren sterven. Tot dan toe heerste het idee van plenitude: het heelal zit vol planeten die door wezens zoals wijzelf zijn bevolkt. Waarom zou God immers dat immense universum met ontelbare hemellichamen geschapen hebben zonder er iets mee te doen? Het idee van de apocalyps was er natuurlijk al veel langer, maar dat is een fundamenteel verschillend concept. De apocalyps is een zinvol verdwijnen: God die komt oordelen over de levenden en de doden om ze dan op te nemen in een nieuwe dimensie. Het was ‘the sense of an ending’, aldus Moynihan: zin geven aan het einde. Extinctie, daarentegen, is ‘the ending of sense’. Samen met ons verdwijnt elke zingeving. De moraal en de rede, goed en kwaad, liefde en haat: we sleuren ze mee in ons graf.

Je verliet deze wereld terwijl ik je hand vasthield. Na uren die wel jaren leken gaven de monitoren eindelijk een rechte lijn aan: de kortste afstand tussen twee punten. Je hele lijf was nat van het zweet, nat van het vechten voor het leven dat jouw kinderen besloten hadden van je af te nemen. De woorden die ik de dagen ervoor had uitgesproken kwamen te laat om nog door te dringen tot je beschadigde hersenen. Ze hangen nog steeds onbe­antwoord boven een ic­-bed in Antibes.

6.

26 oktober 2021. Ik heb er lang naar uitgekeken en eindelijk is het zover: vanmiddag ga ik naar de nieuwe sf­-thriller Dune kijken. Voor een optimale bioscoopervaring zet ik koers naar de enige IMAX-­zaal die Antwerpen rijk is: de Kinepolis op de Noorderlaan.

Een koude regenvlaag valt in mijn nek wanneer ik uit de tram stap. Over alles hangt een dikke, grijze mist waar alleen een paar enorme reclamelichtbakken doorheen priemen. De Kinepolis ligt tussen een Decathlon en een McDonald’s in: commerciële bakens middenin een industriële zone omzoomd door betonnen viervaksbanen. Ik vlucht de bioscoopzaal in en verdwijn in een visueel verbluffend ruimte-­epos.

Dune is Shakespeare in space, met the spice als inzet. Deze meest waardevolle stof in het universum is een unieke drug met levensverlengende, geestverruimende en soms dodelijke krachten. Ze stelt sommige gebruikers in staat in de toekomst te kijken en maakt zo interstellaire reizen mogelijk: de veilige paden door ruimtetijd worden voor de ziener ontsloten. Maar de drug is hoogst verslavend en afkicken haast onmogelijk. Ook het oogsten is geen lachertje: de enige bekende bron is de woestijnplaneet Arrakis, waar gigantische en agressieve zandwormen je elk moment kunnen verslinden.

“Tijdens een pandemie raken tranen niet verder dan de kaaklijn, waar het mondmasker het vocht absorbeert. De Vesder verdwijnt achter mijn aangedampte brillenglazen.”

Het is stiekem erg genieten van mijn drie uur durend verblijf op deze onherbergzame planeet. Zelfs de kitsch van componist Hans Zimmer kan het feest niet bederven. Veel te snel rollen de eindcredits over het scherm en moet ik Arrakis weer inruilen voor een veel grimmiger oord: de Noorderlaan.

Twee weken later zit ik in de trein naar Eupen. Daar wordt een sciencefictionserie opgenomen waarin ik acteer. Het verhaal speelt zich af in een post-­apocalyptische wereld waarin slechts één stad met overlevenden overblijft; de wereld daarbuiten is door een ecologische ramp onbewoonbaar geworden. Ik speel een soldaat die het orwelliaanse regime dient maar last krijgt van zijn geweten. Van achter mijn mondmasker neem ik het script nog eens door in de coupé, maar ik word afgeleid. De treinsporen lopen parallel aan de Vesder, de rivier die buiten haar oevers trad tijdens de overstromingen van de voorbije zomer.

Door het raam glijdt een rampgebied voorbij. De rivierbedding ligt bezaaid met afval. Speelgoed en koelkasten drijven in het water. De omringende vegetatie hangt vol kleren. Op een dorpsplein schuilen dakloze Belgen in Rode Kruis­tenten — en plots ben ik terug op de ic van Antibes, ik weet niet waarom. Anderhalf uur nadat ze in dit achterlijke Frankrijk zonder euthanasiewetgeving de machines hebben stilgelegd, komt jouw hart eindelijk tot stilstand. Het is alsof ik zelf na een minutenlange apneu boven water kom—jouw dood is mijn opluchting. Dan onmiddellijk een nieuwe shock: in een paar seconden tijd trekt alle kleur uit je weg. Asgrijs word je. Het einde van het leven is radicaal, snel, onverbidde­lijk. Door de kleine spleetjes zie ik hoe jouw ogen liggen weggedraaid achter je oogleden. Ik geef je nog een laatste kus op je voorhoofd. Ik schrik van de zweetdruppels.

Tijdens een pandemie raken tranen niet verder dan de kaaklijn, waar het mondmasker het vocht absorbeert. De Vesder verdwijnt achter mijn aangedampte brillenglazen. Ik hoop, ik hoop dat je niets gevoeld hebt, pa.

Liege garde dieu © Wikimedia Commons

De filmset zelf bevindt zich die dag in een toren die een verbluffend uitzicht biedt op de Vesderstuwdam, een gigantische muur van beton die het grootste waterreservoir van België op post houdt. Het is het begin van de draaiperiode en er hangt een gevoel van opluchting op de set: na een lange periode van lockdowns en avondklokken mogen we eindelijk weer aan het werk. Terwijl de camera draait, bespreek ik met mijn tegenspeler een zaak van fictief staatsbelang terwijl we beiden bedrukt over het stuwmeer turen.

Midden in een pandemie, midden in een ecologische catastrofe, midden in een massa­-ex­tinctie sta ik op een goedgeluimde post­-apocalyptische sciencefictionfilmset te doen alsof ik last heb van mijn geweten. Met als decor de realiteit zélf, die net niet werd ontmanteld tijdens de zondvloed van vorige zomer. ‘Science-fiction is out there: we are living in it.

7.

De pandemie heeft Ballards akelig accurate toekomstvoorspelling van Inner Space nog dikker in de verf gezet. De toekomst waarin we zijn terechtgekomen speelt zich inderdaad niet af op een interstellair ruimteschip, maar domweg bij ons thuis. Onze huiskamers lijken effectief op een hightech tv-­studio, waar via tal van schermen de doembeelden binnen­stromen. De entertainmentindustrie speelt handig in op deze dystopische tijdsgeest. De hoeveelheid series, films en games die het einde van de wereld en het lot van een groepje overlevenden verbeelden, is schier eindeloos. Het post­-apocalyptisme blijkt een goudmijn.

De oorzaak van de ramp is variabel: een inslaande komeet, zombies, vulkanisme, klimaatver­andering, you name it. Maar na de ramp lopen de scenario’s opmerkelijk parallel. Laten we, om dicht bij huis te blijven, twee virusvarianten als voorbeeld nemen: de Playstation-­hit The Last of Us en de recente HBO-­reeks Station Eleven. In beide verhalen probeert een meisje met een aantal kompanen te overleven in een wereld waar een dodelijk virus in een paar weken tijd de menselijke soort haast volledig heeft uitgeroeid. Het handjevol overlevenden beweegt zich door een desolaat, bedreigend landschap. Er hangt iets episch in de lucht. Iets roman­tisch ook, een soort morbide Caspar David Friedrich-­feel. Een ijzige stilte hangt over rijen besneeuwde auto’s die al decennia lang op een geblokkeerde uitvalsweg staan te roesten. Het dak van een enorme schouwburg is jaren geleden ingestort, het zonlicht valt sfeervol op de met varens overwoekerde zitjes. Boven een oerwoud torent de vaalgele, voorgoed gedoofde M van McDonald’s uit. De avond valt over een betonnen viervaksbaan waarover hertjes rennen.

“Meer nog dan te speculeren over de toekomst, was Ballard erop uit om de vervreemding van het heden vorm te geven. ‘Science fiction is out there: we are living in it’, beweerde hij al in 1968.”

Het is een bevreemdende ervaring, deze post­-apocalyptische fictie bekijken parallel aan de ballardiaanse newsfeed. De manier waarop het einde van het menselijk spektakel zélf een spektakel wordt, is een wonderlijke möbiusring. Het cynisme van het systeem waarin we blijkbaar vastzitten is bodemloos. Hoe het kapitalisme zelfs de door zichzelf veroor­zaakte rampen recupereert en te gelde maakt: petje af. It is easier to imagine an end to the world than an end to capitalism. Maar los daarvan is er nog de vraag: van alle spektakels, waarom net deze? Wat is het dat ons zo aanspreekt in de wereld-­na-­de-­ramp?

Wat opvalt is dat de rampen die we ons verbeelden steevast esthetischer, spectaculairder en acuter zijn dan diegene die we doormaken. Het ene moment staat een uitzinnige menigte te dansen op een rooftop party in New York, het volgende slaat een komeet de stad aan flarden. Een virus roeit in een paar weken tijd 99 procent van de mensheid uit, en het avontuur kan beginnen. Maar de realiteit is tergend trage slow cinema. De ene dag een lokale overstroming in Luik, de volgende een bosbrand in Brisbane. Ondertussen proberen een paar multimiljardairs toch de ruimte in te raken en blijft Deliveroo gewoon aan huis leveren. Glasgow was de veertiende opeenvolgende mislukte klimaatconferentie, en nog steeds staat mijn kelder droog. Het virus is hier al jaren, maar er rennen nog steeds geen hertjes over de Noorderlaan.

Misschien duidt het succes van post­-apocalyptische fictie wel op een pervers verlangen: het verlangen om door te spoelen. Om, als we dan toch niet meer terug kunnen, fast forward te gaan. Om de tergend trage ramp over te slaan en in het spookachtige en romantische landschap van The Last of Us rond te dolen. Je bent een van de weinige overlevenden, met je vader of je kind aan je zij. Je waart rond op deze onherbergzame planeet waar de natuur opnieuw wortel heeft geschoten. Waar de newsfeed eindelijk is stilgevallen. Waar je helemaal opnieuw kunt beginnen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 12 — 15 minuten

#167

15.03.2022

14.05.2022

Thomas Ryckewaert

Thomas Ryckewaert is acteur en theatermaker. Deze tekst is een voorbereiding op zijn nieuwe creatie, die in première gaat op 3 februari 2023 in deSingel.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!