‘Cendrillon’, Lyon Opera Ballet

Leestijd 3 — 6 minuten

Maguy Marin en Ballet Opéra de Lyon: Assepoester zonder wreedheid

DE DANS ONTSPRONGEN

Cendrillon (Assepoester), op muziek van Sergeï Prokofiev, is de eerste choreografie die Maguy Marin creëerde “in opdracht van”; de eerste keer dus dat ze een werk opzette dat niet door haar eigen groep (Ballet Théâtre de l’Arche, later Compagnie Maguy Marin) werd uitgevoerd; opdrachtgeefster was Françoise Adret, de nieuwe leiding van het Ballet van de Opera van Lyon, die met de groep een modernere koers wil varen: naast Marin programmeerde ze ook werken van Jiri Kylian, Hans van Maanen e.a..

Maguy Marins opdracht hield in: werken binnen het strikte kader van een officiële compagnie; uitgaan van een opgelegde, klassiek gebouwde muzikale partituur; invulling geven aan een precieze anekdote; werken met dansers die een klassieke opleiding hebben genoten…

In tegenstelling tot Gerardjan Rijnders en zijn Bacchanten bij het Nationaal Ballet van Nederland is Maguy Marin er niet in geslaagd al deze kaders te doorbreken en uit de schok van zeer diverse ervaringen een nieuwe kracht te creëren. Een en ander heeft wellicht te maken met de zwakte van haar artistiek concept: haar interpretatie van deze Cendrillon bleek niet in staat op te tornen tegen de traditie en bleef halverwege hangen tussen een virtuoze klassieke aanpak en het “gemakkelijke modernisme” dat ook andere van haar werken kenmerkt.

Wie de muzikale partituur van Prokofiev (1891-1953) als uitgangspunt neemt, moet er zich van bewust zijn, dat die tot welbepaalde keuzen dwingt. Het weglaten van enkele sequenzen en de toevoeging van een paar geluidsfragmenten waarin kinderstemmen (op een speelplaats?) door elkaar gemonteerd zijn, kan de ware aard van deze muziek niet veranderen. Diaghilev, de organisator van Les Ballets Russes, van wie Prokofiev zijn eerste opdrachten voor balletcomposities kreeg, zei aan de toondichter: “En matière d’art vous devez apprendre à haïr, sinon votre musique prendra toute personnalité”. Haat of enig ander uitgesproken of scherp gevoel kunnen we in deze partituur (daterend uit 1940-44) niet bespeuren. Ze draagt alle kenmerken van de repressieve oubolligheid van de muziek in de USSR, waar Prokofiev in 1933 teruggekeerd was en waar Cendrillon in 1945 door het Moskouse Bolshoi-ballet gecreëerd werd.

Maar de muziek en het traditionele perspectief waarin de Lyonese dansers voorheen gewerkt hadden waren niet de enige hinderpalen voor Maguy Marin. Het grootste keurslijf voor haar creativiteit leverde ze zelf, toen ze besliste om alle personages van de eerste tot de laatste minuut van dit ballet met een masker – een poppenmasker – te laten dansen. De theatrale kracht van Marins bewegingspatroon, zo kenmerkend in haar andere werken (cfr May Bé) en waardoor haar dansers in de eerste plaats eigenlijk acteurs zijn, wordt door het gebruik van de maskers volkomen geamputeerd. Doordat ze alle dezelfde kinderachtig-dwaze uitdrukking hebben, wordt elke nuancering onmogelijk. Een goed acteur brengt zijn masker tot leven, vergroot zijn expressiemogelijkheden, definieert zijn personage scherper. Wie echter met een saai masker aan het dansen slaat op een traditioneel en klassiek gestileerde wijze, wordt tot een onbeholpen automaat zonder uitdrukkingskracht.

In een interview in Pour la Danse (november 1985), verklaarde Maguy Marin dat zij in deze Assepoester niet zozeer aangetrokken werd door de psychoanalytische basis van het sprookjesgegeven, maar wel door de relatie tussen kind en sprookje. Essentieel in deze relatie is nochtans de wreedheid (zou Diaghilev dat “la capacité de haïr” noemen?). In de oorspronkelijke Grimm-versie van Assepoester b.v. hakt één van de stiefzusters haar grote teen af om het schoentje te kunnen aantrekken; worden de booswichten aan het einde van het verhaal door vogels de ogen uitgepikt enz. Van deze wreedheid “voor de vijand”, van het bestaan van kwaad naast goed, vindt men in Maguy Marins Cendrillon niks terug: haar Assepoester sleept zich voort als een zeemzoet, voorspelbaar verhaal zonder tegenstellingen, wat nog geaccentueerd wordt door een klassiek balletvocabularium dat nergens fundamenteel doorbroken wordt. Zelfs de strikte ballethiërarchie wordt niet in vraag gesteld: vijf minuten voor het einde, niet meer wetend wat nog te doen met de muziek, begint Maguy Marin reeds de balletpiramide voor het groeten op te bouwen; zeer plat, maar het publiek (in de voorstelling die ik zag hoofdzakelijk bestaande uit Franstalige “balletkinderen” en hun ouders) vond het prachtig.

Deze Cendrillon lijkt ons noch voor Maguy Marin, noch voor de dansers van Lyon een essentiële ervaring.

 

CENDRILLON
Ballet van de Opera van Lyon; muziek: Sergeï Prokofiev; choreografie en regie: Maguy Marin; decor en kostuums: Monserrat Lasanova; maskers: Monique Luyton met o.a. Fraçoise Joullié, Stephanie Vessier e.a.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#13

15.04.1986

14.07.1986

Marianne Van Kerkhoven

Marianne Van Kerkhoven (1946-2013) was een Vlaamse dramaturge en theatercriticus. Ze was ondermeer actief als huisdramaturg bij het Kaaitheater en publiceerde tal van artikelen over podiumkunsten. Een aantal van haar teksten werd verzameld in Van het kijken en van het schrijven (2001).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!