© Martine Dewil

Leestijd 3 — 6 minuten

Madama Chrysanthemum – Satoko Ichihara / KFDA

Lak/kak aan traditie

Een acteur/gids met een klein herten gewei op zijn voorhoofd geschilderd, wacht het publiek ongeduldig op. In de context van de ‘musea van het verre Oosten’ waar de voorstelling van Satoko Ichihara speelt, doet hij denken aan de vele hertjes die vrij rondlopen in de parken rond verschillende tempelcomplexen in Japan. Alleen is dit hertje niet lieflijk en tam zoals je ze in pakweg in de voormalige keizerlijke stad Nara tegenkomt, integendeel. Licht geagiteerd vraagt de gids ons te zwijgen tijdens de voorstelling om vervolgens te beginnen aan zijn rondleiding rond de Chinees-Japanse paviljoenen nabij het Koninklijk paleis in Laken.De Japanse toren blijkt een middeleeuwse Japanse sociale woning te zijn, en rood vooral de goedkoopste verfkleur. Een pleintje met wat kiezels is volgens de gids een zen-tuin, waarin de vroegere monniken niet zozeer de typische concentrische cirkels of andere lijnpatronen trokken, maar vooral hun boodschappenlijstjes (sushi, uiteraard) neerschreven. Een sculptuur van een gezicht langs de ‘speciale Japanse trap’ wordt omschreven als op Shinzo Abe geïnspireerd boeddhabeeld en het Chinese paviljoen als een discotheek. Deze korte tour die voorafgaat aan de eigenlijk voorstelling zet meteen de toon. Zowel de onwetende en oriëntalistische blik van het westerse publiek als de Japanse tradities zelf worden te kakken gezet.

Kop van jut in het stuk is de Japanse keizerlijke familie, en dan vooral, de keizerin. Wanneer we het Chinees paviljoen binnengaan, worden we gevraagd om de witte chrysanten die we bij aankomst kregen, neer te leggen in een kist met daarin een vrouw: de Madama Chrysanthemum uit de titel. Wat volgt, is een hilarisch spel tussen haar en de acteur die dit keer een hond speelt. Nadat ze hem betrapt op het eten van menselijke uitwerpselen, eigent Madama Chrysanthemum (alias Kikuko) zich hem toe en noemt hem ‘Emperor’. Kikuko vertelt hoe blij ze was met de komst van covid (en haar veel te dure ´Abe-mondmasker’) waardoor ze strenge regels moest volgen. Ze is lui en wil niets liever dan dat voor haar beslist wordt wat ze doen en laten kan. Ze vindt zichzelf daarom ook de perfecte kandidaat om keizerin van Japan te worden en lijkt ons daarvan te willen overtuigen. Door middel van de figuur van Kikuko, formuleert Satoko Ichihara een speelse kritiek op hoe de keizerin aan het hof gereduceerd wordt tot een uitgedoste baarmoeder ter verzekering van het mannelijk keizerlijk nageslacht. Tegelijk is ze niet mals voor de keuze van de huidige Japanse keizerin Masako om haar beloftevolle carrière als diplomate op te geven om zich terug te trekken in de gewaden en geplogenheden van het keizerlijke huis.

© Martine Dewil

De voorstelling maakt vele toespelingen op de keizerlijke cultuur, zoals de make-up van Kikuko – twee rode bolletjes op de wangen en boogjes boven de ogen – die verwijst naar een Middeleeuwse keizerlijke ‘mode’. De hond Emperor voert een parodie op een keizerlijk ritueel uit dat doet denken aan het traditionele no-theater, en Kikuko speelt harakiri op straat en sterft per ongeluk wanneer haar nepmes vervangen wordt door een echt. Een monoloog over hoe de bastaardhond Emperor niet mag paren met het maltezer-teefje waar hij verliefd op is (ook al vormen hun bijnamen samen ‘curry met rijst, het lievelingsgerecht van de Japanner’), is een weinig subtiele verwijzing naar hoe de keizerlijke bloedlijn zo zuiver mogelijk gehouden dient te worden.

Het publiek wordt aangemoedigd om drie keer ‘banzai’ te roepen en reproduceert zo misschien onbewust een gebruik dat symbool staat voor het blindelings volgen van de keizer, zoals ook de kamikaze piloten dat deden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De rauwe kritische houding die zich behalve naar het eigen land ook naar de westerse fantasie ervan richt, was al te verwachten door de titel: Madama Chrysanthemum. Die verwijst naar Madama Butterfly, de opera van Puccini waarin het cliché van de Japanse geisha opgevoerd wordt en die Ichihara onlangs bewerkte. De chrysant zelf is natuurlijk de meest directe referentie. Deze bloem is het symbool van het Japanse hof, maar meteen wordt daar het westerse gebruik van de chrysant als rouwbloem naast geplaatst: keizer(in) worden, is een beetje sterven. Wanneer het beeld van de bloem dat het achterdoek siert ook vergeleken wordt met een anus, zouden ook de harde verstaanders moeten doorhebben dat deze voorstelling het niet hoog op heeft met de keizerlijke tradities.

De humor in deze voorstelling zit hem in de over the top speelstijl en de komische situaties, maar ook in de manier waarop de Japanse artistieke ploeg zich tot de Japanse keizerlijke cultuur verhouden, terwijl ze ook niet uit het oog verliezen dat ze deze zelfkritiek opvoeren voor een publiek dat over het algemeen niet echt weet waarover het gaat. Ook op die pijnpunten van onwetendheid en de westerse fetisjering van Japan wordt continu geduwd door ze te negeren of uit te vergroten met stereotypen – of het nu de Muji-gerieflijkheid, het Kondo-minimalisme, de zen-esthetiek of het keizerlijke mysterie is – zonder moraliserend te zijn. In al haar verlangen naar conformisme, is de karikaturale keizerin Kikuko paradoxaal genoeg een soort sterke vrouw, die net haar eigen onderwerping nastreeft, en in zijn drollen-etende volgzaamheid is de bastaardhond Emperor een heerlijk overdreven parodie op de afgod die de Japanse keizer is of was. Beide figuren zijn weinig benijdenswaardig, net zomin als de eigenlijke keizer en keizerin. Niemand komt hier eigenlijk zonder kleerscheuren uit, en dat is net zo sterk.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#167

15.03.2022

14.05.2022

Kristof van Baarle

Kristof van Baarle schreef recent een doctoraat aan de Universiteit Gent over het posthumanisme in de podiumkunsten. Momenteel is hij verbonden aan de Universiteit Antwerpen en werkzaam als dramaturg voor Kris Verdonck (A Two Dogs Company).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!