© Sara De Graeve

Leestijd 6 — 9 minuten

Loos – Dimitri Leue

Ontworteld of nooit gekiemd? 

Op vraag van muzikant Samuel Vekeman, die zelf werd geadopteerd, onderzoekt Dimitri Leue met Loos de complexe realiteiten van adoptie. De recente stop op interlandelijke adoptie toont een groeiend bewustzijn rond de nood aan meer informatie en genuanceerde verhalen over (transnationale) adoptie. Toch is het net in de poging om die veelheid aan informatie over te brengen dat Loos vormelijk lijkt te verdwalen. 

Een gedimd rood licht onthult vier silhouetten op het achtertoneel. De scène is sober, slechts bekleed met een rij stoeltjes in het midden van het speelvlak die aan een wachtruimte doen denken. De personages bewegen naar de voorgrond en declameren achtereenvolgens losse fragmenten uit gesprekken die pas later op scène zullen plaatsvinden: ‘ik neem het u niet kwalijk’, ‘zijn we dan niet op aarde om leven te scheppen?’, ‘ik ben enkel vader van mijn eigen onzekerheid’,… 

Twee personages nemen plaats in de stoeltjes. Een sporadisch passerende lichtstraal schept de illusie van voorbijgaand verkeer langs wat misschien een bushokje zou kunnen zijn. Weifelend gaan de onbekenden, die zich aan elkaar voorstellen als Hetty (Clara Cleymans) en Matthias (Samuel Vekeman), in gesprek en al snel stuiten ze op the obvious: hun kleur — nee, niet haar rode haren, maar dat hij zwart is en zij wit.

Tussen Hetty’s vermakelijk stuntelige pogingen door om aan haar gezelschap duidelijk te maken dat haar vrijmoedige opmerkingen ‘goed bedoeld’ zijn, vertelt Matthias hoe hij in zijn ontmoetingen wel vaker wordt gereduceerd tot zijn huidskleur: wanneer de politie zijn achternaam niet gelooft of hij te horen krijgt dat hij maar beter terug kan keren naar zijn ‘eigen land’. Dat het nooit zo eenduidig is, benadrukt Matthias, die vertelt hoe zijn vader hem in Congo kwam halen om hem vervolgens met een strik eromheen aan zijn moeder te overhandigen.

Cleymans en Vekeman trekken zich vervolgens terug op het achtertoneel en een ander duo neemt plaats op de stoeltjes. Ook zij zijn onbekenden. De vrouw, Valerie (Inge Paulussen), vertelt dat ze zojuist haar vader is verloren waarop de man, Bart (Dimitri Leue), met enige aarzeling deelt dat hij geen kinderen kan krijgen. De dood relativeert alles, zegt zij. Nieuw leven, oppert hij, doet hetzelfde: kinderen zouden hem misschien zijn eigen problemen doen vergeten. 

Beide ontmoetingen worden beurtelings onderbroken door een telefoongesprek waarin de relatie tussen de duo’s wordt scherpgesteld: Valerie probeert haar broer Matthias te overtuigen de aankomende begrafenis van hun vader bij te wonen, terwijl Hetty en Bart, geliefden met een kinderwens, met de gedachte spelen adoptie een kans te geven. 

Wanneer zowel Bart als Hetty de inhoud van hun telefoongesprek met hun gezelschap delen, opent een gesprek over adoptie: ‘transnationale adoptie is zoals een boom verplanten’, waarschuwt Valerie, die het van dichtbij meemaakte met haar broer: ‘het is ongelooflijk moeilijk, zelfs wanneer er een stevige kluit grond mee is — en dat heeft een adoptiekind niet, maar toch wordt verwacht dat die zal aarden.’ Ook Hetty’s rooskleurige beeld van adoptie, ‘een leven redden én een gezin stichten’, wordt genuanceerd: ‘waarom neem je dan niet iemand van je eigen kleur?’ kaatst Matthias terug. ‘Adoptie is spelen met iemands leven’, besluit Valerie, daar ga je maar best niet licht over. 

Vanuit beide duo’s groeit zo het plan om met z’n vieren af te spreken, om Hetty en Bart de nodige nuance te bieden om een overwogen keuze te maken. De begrafenis lijkt hiervoor de perfecte gelegenheid.
We ontmoeten de personages opnieuw na de begrafenis, deze keer alle vier op scène. In een wervelende monoloog, die hij op de begrafenis zelf niet kreeg gezegd, brengt Matthias nog een laatste groet aan zijn vader, die zowel de andere personages als het publiek zichtbaar beroert: ‘de liefde voor mij maakte u tot vader en mij tot kind,’ besluit hij. 

Het opent een gesprek tussen de vier over de eindeloos complexe verhouding tussen ouders en kinderen: ‘ouderschap is niet voor iedereen maar iedereen is wel kind’, klinkt het. ‘Van wie ben ik dan?’ vraagt Matthias zich af. Omgekeerd zijn ook de wensouders op zoek naar zichzelf in hun kind: ‘ik wil een kind van mijn zaad, van mij’, klinkt het. Wat maakt je dan tot ouder en wat maakt je tot kind? Dat het dus niet enkel om bloed gaat, concludeert Valerie, die opmerkt hoe Matthias op eenzelfde manier als hun vader een klikkend geluidje maakt alvorens zijn zinnen te starten en ook nooit zijn veters los maakt bij het uitdoen van zijn schoenen. 

“In het onderstrepen dat adoptie onvermijdelijk is geworteld in een gemis, toont Loos rouw in haar meest fundamentele betekenis: als een voortdurend proces van betekenisgeving aan een verlies.”

Waar het aanvankelijk absurd lijkt om af te spreken op een begrafenis, blijkt het uiteindelijk het ideale kader te vormen voor wat Leue lijkt te willen blootleggen: dat de personages, die op het eerste zicht weinig met elkaar lijken te delen, zijn verbonden in hun rouwen — om het verlies van een ouder, een kind dat er nooit zal komen of, in het geval van Matthias, om het verlies van (de toegang tot) een deel van zichzelf. Zo biedt het stuk tegelijk tegengewicht tegen het heersende idee dat je als adoptiekind vooral dankbaar zou moeten zijn ‘gered’ te worden van een vreselijk lot: ‘als een kind voor adoptie wordt opgegeven, dan is dat kind toch steeds beter af met adoptie?’ In het onderstrepen dat adoptie onvermijdelijk is geworteld in een gemis, toont Loos rouw in haar meest fundamentele betekenis: als een voortdurend proces van betekenisgeving aan een verlies. 

De zoektocht naar een ontnomen zelf en de expressie ervan worden mooi verbeeld wanneer Vekeman met een percussiesolo een banaal groepje stoelen weet om te toveren tot een instrument om vorm te geven aan een identiteit die binnen de strakke tekstkaders geen ruimte krijgt — zonder daarbij in een gratuit exotisme te vervallen. De onmogelijkheid van de andere (witte) personages om deze zoektocht te begrijpen wordt fijntjes samengevat in Barts onbehouwen vraag ‘speel je al lang stoel?’

Hoewel de stevige dialogen regelmatig worden onderbroken door korte choreografische en muzikale intermezzo’s (jazzmuziek on tape door Antoon Offeciers), voelt enkel de slagwerksolo als een meerwaarde. Waar in Vekemans stoelenstuk vorm en inhoud samenvallen, voelen de dansante intermezzo’s gekunsteld: wat hierin lijkt te worden verbeeld (toenadering, twijfel, zorg), komt reeds in de tekst aan bod en biedt dus niet de extra laag die beoogt lijkt te worden. De bewegingen blijven hol. Loos lijkt zodoende te worstelen met het vinden van een vorm voor de veelheid aan informatie die ook voorbij het puur informatieve durft te bewegen. Hoewel het tempo van de dialogen en de talige knipoogjes ervoor zorgen dat de duidelijk geïnformeerde tekst niet als een les aanvoelt, blijft het stuk dus weinig meerlagig. Het lijkt alsof vorm en inhoud krampachtig zijn uiteen getrokken, uit angst dat met een te vrije vorm te veel aan de verbeelding zou worden overgelaten en zo de delicate inhoud zou worden verdoezeld. 

Bijgevolg lijkt Loos te lijden aan waar het zelf voor waarschuwt: dat vorm en inhoud niet van elkaar te scheiden vallen. Hoewel Matthias verwijst naar het gekende beeld voor adoptiekinderen van de ‘Bounty’ (‘zwart van buiten, wit van binnen’), leren we uit de dialogen vooral dat, wanneer het over identiteit gaat, die dingen onlosmakelijk zijn verbonden: er blijft altijd aarde kleven aan de wortels van de boom die wordt verplant. Waar Loos er wel in slaagt om een genuanceerd verhaal over adoptie te vertellen en daarin verschillende vragen aan te stippen zonder ook alle antwoorden te willen bieden, verdwaalt de voorstelling tussen vorm en inhoud waardoor deze vooral informeert maar weinig inspireert.

Klik hier om te zien waar Loos nog speelt.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#174

15.12.2023

14.03.2024

Margot De Grave Loyson

Margot De Grave Loyson heeft een achtergrond in de beeldende kunsten (KASK, Gent), culturele studies (KU Leuven) en gender studies (Universiteit Utrecht). Via taal en beeld onderzoekt ze het potentieel van (feministische) artistieke praktijken en alternatieve vormen van kennisproductie in het verbeelden van verdrukte verhalen en het uitdagen van een dominant cultureel geheugen.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!