Confessie – Raven Ruëll & Bruno Vanden Broucke
De kunstmarkt maakt de kunstenaar
Klaas Tindemans
© Kurt Van der Elst
Wat begint als een fenomenaal verhaal over een gewiekste stadsontwikkelaar in de Antwerpse Gouden eeuw, mondt uit in een wat ouderwetse ballade op springerige klanken. Een parel van een vertelling zinkt daarmee weg in een overbodig plaatje bij een praatje. Een gemiste kans voor een rake aanklacht tegen vastgoedspeculatie van 1540… tot vandaag.
Vlak voor de lokale verkiezingen pakt co-artistiek leider Koen van Kaam van theaterhuis Zuidpool uit met de onfrisse praktijken van de zestiende-eeuwse bouwpromotor, Gilbert van Schoonbeke. Zuidpool werkt graag rond sterke nieuwe of klassieke teksten in een hedendaagse dramaturgie. De regie heeft deze keer veel weg van een gezellige info-avond, afgerond met een stemmig streepje muziek. Maar het gegeven is onthutsend herkenbaar, en een gewaarschuwde stad is er twee waard, zullen ze gedacht hebben.
De bastaardzoon van de Antwerpse waagmeester had een uitzonderlijk talent voor zaken én een vooruitziende blik voor de stad in volle expansie. Maar ook in omkopen zag hij geen graten. Op zijn negenentwintigste stampte van Schoonbeke (de Beaurieu, in zijn oorspronkelijk Franse naam) een vastgoedmonopolie uit de grond, en in minder dan tien jaar tijd hertekende hij zowat de hele metropool: van waag over stadsmuur en schuttershof tot waterhuis voor de zestien bierbrouwerijen van de stad. Meteen pakte hij ook de lappen grond in de buurt ervan aan. Al wat met Antwerps vastgoed vandoen had, kwam in zijn portefeuille terecht.
“Het gegeven is onthutsend herkenbaar, en een gewaarschuwde stad is er twee waard, zullen ze gedacht hebben.”
Josse De Pauw vertelt. En dat kan hij heel goed. Het publiek zit in een bunkerachtige zaal, op stoelen rond piepkleine tafeltjes. Zeven grote geschilderde doeken en geweven tapijten hangen rondom het publiek aan de muren, een canvas is nog leeg, dat zal later op de avond ingetekend worden. In de verder nogal kale ruimte prijken ook twee verlichte bustes van mannen en branden er achter een raampje een paar kaarsen. We mogen onze drankjes meenemen want het is vanavond ‘salon’. De lichten aan het plafond blijven hel branden, en op een klein verhoog in de linkerhoek zit de acteur achter een lessenaar. Hij waarschuwt dat hij een half uur geschiedenisles zal geven, ‘en daarna wordt het echt leuk’. De leraar weet hoe dat moet: met regelmatig een kwinkslag en een link naar het hier en nu houdt hij zijn publiek bij de les. De Pauw schreef de tekst zelf, en zijn opmerkingsgave is er een van een verwonderde filosoof (in het interview dat hij laatst gaf voor De Standaard viel dat ook op: hoe hij vanaf zijn berg letterlijk uitkeek op de verre einder voor hem en onderwijl figuurlijk op het leven en de mens). We hangen aan zijn lippen.
Hij vertelt met zin voor humor en met saillante details (ze zouden hem bijvoorbeeld in die tijd Jozef le Paon, of John Peacock genoemd hebben – afhankelijk van in welk taalgebied hij rondhing). Zijn doordachte – en zo herkenbare – intonatie en de goed gemikte stiltes houden de aandacht scherp. Het verhaal ìs ook geweldig. En leerrijk. Aan de hand van de vijf grootste bouwwerken van Gilbert van Schoonbeke schetst onze Giovanni il Pavone hoe ingrijpend de kaart en het uitzicht van Antwerpen veranderden in de Gouden eeuw. Voor Antwerpenaren moet elke verwijzing specifieke beelden oproepen van straten, pleinen en gebouwen. Maar ook voor deze Brusselse is het verwonderlijk hoe dat zo drastisch kon … en nog altijd gebeurt. Belgisch premier en Brussels ondernemer Paul Vanden Boeynants – een dubieuze en megalomane stadsontwikkelaar uit de jaren ‘70/’80 – komt meteen op in mijn herinnering.
Van Schoonbeke staat er vandaag nog om bekend (bij die Antwerpenaren alvast) dat hij een ‘verticale bouwtrust’ op poten zette, en dat allemaal met goedkeuring van de landvoogdes, de keizer of het stadsbestuur. Voor de bierbrouwerijen metselde hij een ondergrondse leiding die enerzijds aansloot op een rivier, en aan het andere uiteinde op het waterhuis. Op dat zuivere water bedong hij vervolgens een monopolie. De stad deelde mee in de bieraccijnzen, en liet hem dus graag begaan. Tot de opstand volgde. In de nacht van 11 op 12 juli 1554 moest hij op een boot de handelsmetropool ontvluchten.
De les duurt best lang. Maar het publiek blijft geduldig luisteren. Nog even. Dan dempt het licht en start zacht de muziek. Zangeres Lore Binon komt op in witte met goud beschilderde jurk. Ze vangt een lied aan in een soort oude volkstaal. De schilderijen en tapijten gaan nu baden in een blauw/paars licht. Intimiteit. De stem is loepzuiver. Op het lege canvas aan de muur krijgt nu een tekening vorm, via ipad, met kleurtjes erbij, ook zachtjesaan. Beeldend werk van Nick Andrews – van wie ook de tapijten zijn. Is dit de beloning aan het einde van de les?
De tekst brengt een herhaling van wat we gehoord hebben, vanuit het volks standpunt zou je kunnen bedenken. Maar het levert geen echt ander perspectief. Een liedje bij het praatje. Ook met de tekening gebeurt dat zo. Details worden ingevuld: de rivier die omgeleid wordt, de bouwwerken van de stad, de geliefde vrouw van Van Schoonbeke (grote liefde, zo aandoenlijk! De aannemer had charisma).
We schuifelen allemaal wat op ons zitje, zoeken telkens weer naar de zangeres die rondloopt tussen de tafels en stoelen. Tekenaar Nick Andrews zit nog wat verderop naar rechts. Al die tijd zaten ze te wachten tot ze aan de beurt kwamen. Een soort atonale muziek speelt Cassier, van het kabbelende soort eveneens, als begeleiding bij de zangtekst (ook geschreven door Josse De Pauw).
‘Maar zie nu wat een schone beek. Dat is nu echt een schone beek.’ Waar is de humor gebleven? Als Binon op een moment zingt dat het galmt in de kelder, galmt het doorheen haar micro. Even fluit ze zelfs. Wij toeschouwers draaien ondertussen onze blikken alle kanten op. Het blijft maar duren. Dan gaat iemand stilletjes meezingen, en nog iemand en nog, … Een koortje van toehoorders als slot: ‘Al dat proper water hier, dat is van ons.’
“Een nieuwe beeldenstorm: theater vermag dat. Zo’n krachttoer, of een andere tegendraadse inbreuk, had de les straffer afgesloten – van Schoonbeke en De Pauw waardig.”
Het opdelen van een voorstelling in inhoud en vorm lijkt me nooit nodig. De ene keer primeert het ene, de andere keer blijkt dat andere sterker. Allemaal goed. Maar hier heb ik toch moeite met de vorm. Waarom is er daar niet meer mee geëxperimenteerd? Of ze meer vermengd?
In het eerste deel pakte Josse De Pauw uit met een pittige anekdote: de kleurrijke foto’s die in de trappenzaal van het Arenbergtheater een paar jaar terug werden opgehangen, kwamen er in de plaats van (onder andere) een portret van Gilbert van Schoonbeke, naast andere prominente Antwerpenaren. Het stadsbestuur ordonneerde om die daar terug te hangen. Was nu net die eis niet een gedroomde kans om het hele verhaal weer naar vandaag te trekken? Een nieuwe beeldenstorm: theater vermag dat. Zo’n krachttoer, of een andere tegendraadse inbreuk, had de les straffer afgesloten – van Schoonbeke en De Pauw waardig.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.