‘Terra Nova’ © Stefaan Dewickere

Leestijd 8 — 11 minuten

Terra Nova

Eric Joris/ CREW

De podiumkunsten zijn al lang geen exclusieve ‘theaterkunst’ meer. Vanaf de jaren tachtig raakte het Vlaamse theater duchtig besmet door disciplines als performance, plastische kunsten, dans en muziek. In de jaren negentig betraden ook niet-artistieke partners de bühne: ingenieurs, wetenschappers en softwareontwikkelaars. Vandaag zoekt kunst niet enkel omgang meer met kunst, maar ook met wetenschap, filosofie en technologie.

CREW, het gezelschap rond beeldend kunstenaar-regisseur Eric Joris (1955), maakt al een goede tien jaar voorstellingen op de grens tussen theater en technologie. In die jaren zijn de technologische verfijning en de kwantitatieve inzetbaarheid van de technologie er met rasse schreden op vooruitgegaan: gaandeweg kan een steeds groter publiek op een steeds comfortabelere manier ‘immersant’ worden in CREWS voorstellingen. Met Terra Nova, een productie die de expertise van de voorbije jaren synthetiseert, lijkt de baan nu écht vrijgemaakt voor de essentie: theater.

CREW-voor-beginners. Immersief theater is een theatervorm waarbij de toeschouwer via een videobril, een koptelefoon met surround en een tracker op het hoofd wordt ondergedompeld in een gefilmde wereld die zich 360 graden rondom hem ontrolt. Vergelijk het met binnenstappen in een videobeeld. De toeschouwer beweegt zich niet in het hier-en-nu, maar in een ‘daar of ooit’, of in een combinatie van beide. De ruimte die de immersant waarneemt kan refereren aan de reële ruimte: dan maakt de plek waar de voorstelling plaatsvindt deel uit van de productie. Dat was het geval in ondermeer U_Raging Standstill (2006), waarin de immersant een individueel parcours aflegde door een theatergebouw dat hij kende. In W (Double U) (2008) droeg hij zelf de omnidirectionele camera op het hoofd en werd zijn ‘werkelijkheid’ omgeruild met die van zijn medespeler – de ene immersant zag ‘uit de ogen’ van de andere, en omgekeerd. Door dat proces kreeg hij het gevoel in een ander lichaam te huizen. Een paradoxale ervaring: de combinatie van video, audio en tactiele impulsen (door aanrakingen van de performers) vergroot het bewustzijn van het eigen lichaam, en tegelijkertijd veroorzaakt de immersie een vervreemding, alsof hoofd en lichaam van elkaar losgekoppeld zijn. Dat klinkt als science fiction, maar het is gewoon een verderzetting van wat we dagelijks ervaren, aldus Eric Joris: ‘Je loopt over straat te bellen: mentaal ben je bij degene met wie je aan het bellen bent, in realiteit loopt je lichaam over de straat. We leven al in verschillende werkelijkheden tegelijk.’ Het theater van CREW is daarmee een volbloed kind van de versplinterde, schizofrene en postmoderne tijd waarin het ontstaan is. In Terra Nova eist de narrativiteit evenwel opnieuw zijn verloren positie op.

De technologie, ontwikkeld in nauwe samenwerking met Philippe Bekaert van de Universiteit Hasselt, moest in het verleden soms op haar plaats gezet worden. Enerzijds liep de verhouding tussen de goesting om het hoogtechnologische speelgoed uit te proberen en de noodzaak om een theatrale mededeling te doen soms wat scheef: de theatrale insteek leek veelal de snufjes te dienen, in plaats van omgekeerd. In tweede instantie zaten de technologische kinderschoenen vaak de beleving in de weg, doordat cameraatjes het niet deden, de zware installatie op de rug de aandacht afleidde of de beelden in de virtuele realiteit al te stroef het lichaam volgden. Als Eric Joris technologie benoemt als een prothese van het menselijk lichaam, dan vormde ze in het verleden te dikwijls een slechtzittende prothese. In Terra Nova, CREWS jongste exploot, lijken die praktische besognes van de baan. Waardoor geest en lichaam eindelijk vrij zijn om zich te verliezen in de theatrale beleving, die bovendien gelaagder is dan ooit.

Terra Nova werkt op drie niveaus: een immersief niveau, waar je proefkonijn bent voor een groep enge neurowetenschappers die de grenzen van de menselijke geest beproeven; een theatraal niveau, waar een tekst van Peter Verhelst het verhaal vertelt van de laatste uren van poolreiziger Robert F. Scott; en tenslotte een transitief niveau, waar de trukendoos wordt geopend en je aan de buitenkant ziet wat de andere immersanten ondergaan.

De toeschouwers, 55 in totaal, worden verdeeld in kleine groepjes van elf die allemaal een hoofdtelefoon krijgen. Een uitgekiend doorschuif-systeem loodst de groepen in verschillende volgordes van niveau naar niveau. Ik bevind me om te beginnen op het transitieniveau: ik mag plaats nemen in een stoeltje voor een enorm beeldscherm, terwijl achter me een aantal ‘operatietafels’ klaarstaan. Een groep immersanten krijgt, elk begeleid door een persoonlijke assistent, een jas aan met een computer op de rug en een videobril op, en wordt vervolgens op de tafels vastgesjord. Op het grote scherm verschijnt de immersieve wereld waar zij instappen. Het blijkt een rouwkamer te zijn waar een ceremonie plaatsvindt voor de ‘lijken’ op de operatierafels.

In een tweede sequens bevinden de immersanten zich in een klinische omgeving, waar mannen in witte jassen rondwaren. In deze sequens mogen we ons omdraaien om te kijken wat er ‘live’ met de immersanten gebeurt, die in de ruimte worden rondgereden. De begeleiders in hun bruine stofjassen werken gedisciplineerd als een ballet synchroonzwemmers. Eén autoritaire figuur stuurt de groep aan, de ritualistische handelingen worden strikt getimed. Een van de immersanten wordt misselijk en moet eruit stappen, maar haar persoonlijke begeleider blijft de vereiste manipulaties uitvoeren, met een lege tafel voor zich – op de een of andere manier is dat erg ontroerend. Een enge laborant met een bril vertelt ons intussen op het beeldscherm dat het tijd is om ‘dieper te gaan’. Griezelig. Alsof je in de wachtkamer van de tandarts zit, en alvast het geschreeuw van de patiënt voor je hoort.

Het transitieniveau, waarin Joris in zijn kaarten laat kijken, is essentieel. We zitten niet in het spookhuis op de kermis. Een totaal illusionistische wereld zou de ene realiteit gewoon door de andere vervangen – de reële door de virtuele, en daar is niets spannends aan. Pas door het illusoire van de immersieve wereld ook te tonen, spit Joris de filosofische vragen boven die vastkleven aan de technologie: wat is de realiteit, zijn de impulsen die onze zintuigen binnenbrengen wel betrouwbaar, hoe gevaarlijk is het om aan die impulsen te morrelen? Hoe makkelijk raakt een mens vervreemd van zichzelf en waar bevindt zich dat ‘zelf’?

Het is een vraag die ook beide andere niveaus beheerst. Mijn groepje verhuist naar een tweede ruimte. In een theatrale blackbox, enkel verlicht door koud wit vloerlicht, evoceren acteur Robby Cleiren en coregisseur Stef de Paepe de laatste uren uit het leven van ontdekkingsreiziger Robert F. Scott, die in de race naar de Zuidpool van honger en kou stierf. In zijn dagboeken, die bewaard zijn gebleven, verwoordt hij zijn hoop, zijn wanhoop, de uitputting en twijfels gedurende de helse tocht. Peter Verhelst verdichtte die geschriften tot een tactiele theater tekst, sporend met de zintuiglijke aanpak van Eric Joris’ immersief theater. Cleiren spreekt koortsachtig, soms getemperd door De Paepe – is deze laatste, zoals wel vaker in de teksten van Verhelst, een analist die het vertwijfelde spreken aanhoort? Bepaalde beelden die Cleiren oproept – een verblindend wit licht, een zwarte vlag, de man met de bijl – zijn tekstuele echo’s van wat we in de immersieve wereld gezien hebben. Auditief vermengen de woorden van Cleiren zich op het juiste moment met de geluiden uit de naastgelegen ‘immersantenruimte’ -beide niveaus zijn één, is de suggestie. Dat is dramaturgisch gezien ook zo.

Het historische verhaal van de tocht naar de Zuidpool loopt parallel met het fantasma. Het mentale verglijden van Scott, het inwisselen van de realiteit voor de ‘virtuele’ ruimte van de dood, spoort met het steeds ‘dieper gaan’ in het brein. Net als de toeschouwer vat Scott in die laatste uren een reis aan die naar binnen gekeerd is. Waar stopt de terra cognita van het bewustzijn en begint die onbewuste terra nova? Terwijl Eric Joris in vorige voorstellingen vaak de realiteit van de wereld rondom betwistte – bijvoorbeeld door in EUX een headswap uit te voeren, waarbij je lichaam in Brussel maar je hoofd in Avignon verwijlde – gaat hij hier een stap verder: je twijfelt niet meer zozeer aan de wereld rondom maar des te meer aan je zelf, aan je eigen persoonlijkheid. De grenzen tussen binnen en buiten, de innerlijke reis en de externe worden één. Binnen wordteen metafoor voorbuiten, en omgekeerd. Tot alleen de white out rest.

De set-up van Terra Nova is ambitieuzer dan ooit: vijf groepen toeschouwers, elf begeleiders, drie operators, drie technisch operators, zestien computers, vijfenzestig headsets, elf videobrillen met trackers en touchscreen, zesentwintig audiokanalen, twee video-beamers en een draadloos netwerk. Toch verloopt de hele operatie vlekkeloos. Het enige wat de beleving in lichte mate verstoort is de fysieke verhuis van de ene ruimte naar de andere, iets wat ook performance-makers als Kris Verdonck en Alexander Devriendt al ondervonden: van zodra je publiek zich moet verplaatsen, dwaalt de aandacht af. Maar dat het doorschuif-systeem noodzakelijk is – inhoudelijk, maar ook om een zo groot aantal toeschouwers tegelijk bij de voorstelling te kunnen betrekken – is evident.

Het derde en laatste deel is mijn eigen immersieverhaal. Ik word op mijn beurt vastgebonden, aangekleed, met zachte hand gemanipuleerd. Aanvankelijk kijk ik strak voor me, zoals naar een film – de macht der gewoonte, het duurt even voor ik besef dat ik in m’n hoofd perfect kan draaien en me vrij kan rondbewegen in de virtuele ruimte. Ik kom terecht in een macabere sauna – of is het een gekkenhuis? – waar zich deerniswekkende figuren bevinden. Mijn trip voert me vervolgens naar buiten, het ijs op, waar ik, verbonden met de poolreiziger voor mij, door de sneeuwstorm ploeter. De immersieve werelden zijn van een grote schoonheid, bevreemdend en griezelig als een droom waarin alles gespiegeld wordt, beelden uit het verleden opduiken en zichzelf herhalen. Deze ervaring overstijgt de gimmick, daarvoor is de theatrale rijkdom aan gelaagde interpretatieniveaus te groot. Wanneer ik na een bedwelmende trip van m’n bril en koptelefoon word ontdaan ben ik nog even van slag. Later op de avond blijkt er nog steeds een blauw sauna-schoentje aan m’n rechtervoet te hangen. Daar loop ik zo Brussel mee in. Of het ijs mee op.

Terra Nova is van 9 tot 12 augustus nog in Theater op de Markt (Hasselt) te zien.

www.crewonline.org

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 8 — 11 minuten

#129

01.06.2012

—

30.09.2012

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!