I LOVE ME(N) – Dorelia Schraven
Ik haat mannen… niet
Flora Bonneure Vanclooster
© Inge Baes
Wij, serieuze volwassenen, kennen de staat der dingen. Met een plank timmer je, met een visnet vist men, een trechter compenseert onze gebrekkige hand-oogcoördinatie. Een ding is een middel tot een bepaald doel. In Op Dreef doen Arend en Eland Peeters hier gelukkig niet aan mee. Ze herinneren ons, serieuze volwassenen, aan de grenzeloze mogelijkheden van een beetje fantasie.
Een simpel wit podium voorin een stal in Raversijde werd even een ijsschots midden in de oceaan. De broers Peeters zijn er gestrand. Ze hebben er geen gezelschap, geen eten, geen voorwerpen. Wanhopig en vergeefs schreeuwen ze om hulp.
Zoals dat gaat met de zee, spoelt er nu en dan iets aan, van vuilzakken over een houten plank tot een radio. In de handen van Eland en Arend wordt elk object een deur naar een nieuwe scène. Een opwindradio dient niet alleen als radio of als spoel van een vislijn, maar haar antenne wordt ook een baton voor dirigent Peeters en zijn imaginair orkest. De plank blijkt zowel een restaurantbar waarop de broers, begeleid door loungemuziek, samen proberen een aangespoelde appel te verorberen, als een deur waarachter een minimum aan privacy ligt.
In een absolute rotvaart passeerden nieuwe objecten en dus nieuwe scènes de revue. Het geeft de voorstelling een voorspelbaar, maar bevredigend ritme. Op Dreef voelt zo als een dancehit: je weet hoe het deuntje gaat, maar toch tik je de beat mee.
Niet alleen de scènes, maar ook de emoties in het spel van Arend en Eland worden gedicteerd door wat aanspoelt op hun schots. Veel objecten bieden een sprankel hoop op redding, maar blijken na een fantasierijke omzwerving ontoereikend. Een onderbroek wordt achtereenvolgens een vlag, een onderlegger, een handdoek en een zeil. De vlag brengt hoop op redding, maar slaagt er niet in de aandacht van een voorbijvarend schip te trekken: wanneer ze tijdens de storm overboord kiepert, verliest ze haar nut als handdoek en als zeil brengt ze de schots niet in beweging. Een tocht in duikpak (twee melkkartons, een condoom, een plastic deksel en stuk tuinslang) levert enkel een door zeewater aangetast belegd broodje op. Elk idee voor een project wordt door de broers op gejuich onthaald, om het telkens met teleurstelling weer af te serveren.
“In een absolute rotvaart passeerden nieuwe objecten en dus nieuwe scènes de revue. Het geeft de voorstelling een voorspelbaar, maar bevredigend ritme.”
Zo stuiteren de Peetersen heen en weer tussen paniekerige wanhoop en verwonderde hoop. Gedreven door het constante schipperen tussen hoop en wanhoop duikelen de broers aan een hoog tempo van conflict in verzoening, en weer in conflict. Wanneer Eland per ongeluk de aangespoelde appel het publiek (de zee) in lanceert ontstaat een breed uitgesmeerde vechtpartij, die eindigt wanneer de gebroeders Peeters samen schuilen voor een storm, maar weer opflakkert wanneer Eland een trechter en een tuinslang gebruikt als misthoorn en Arend zo het idee geeft dat een schip nadert.
“Arend en Eland benaderen elk nieuw object met dezelfde intensiteit, alsof hun vorige knutselpogingen geen debacle waren.”
De Peetersen leggen die carrousel van paniekerige wanhoop en verwonderde hoop clownesk onder het vergrootglas. Nooit voelt dat geforceerd. Met een nieuwsgierige, domme (in de beste zin van het woord) flair houden ze hun acteerwerk oprecht. Een goede clown vergeet zichzelf en vergeet het verleden. Arend en Eland benaderen elk nieuw object met dezelfde intensiteit, alsof hun vorige knutselpogingen geen debacle waren. Die naïviteit geeft Op Dreef kracht.
Narratief valt er minder te beleven. Een ‘raad het geluid’ quiz die af en toe door het boxje van de radio komt, weeft een flinterdunne rode draad bovenop het gestrand-op-een-eiland-cliché. De broers zitten gevangen in een eeuwige cyclus van wanhoop en hoop, maar die uitzichtloosheid lijkt hen te weinig te deren om consequenties te hebben. De vergeefse pogingen om te ontsnappen van de ijsschots worden niet dringender of driester; na elke mislukte reddingspoging volgt de berusting. Misschien ontbreekt het aan context: ik heb geen idee hoe de broers op de schots beland zijn, en ontsnappen willen ze ook niet. De gevangenschap van Eland en Arend voelt eerder als een setting, dan als een verhaallijn. Zo is Op Dreef ondanks de snelle opeenvolging van scènes een relatief statische voorstelling. Ze stelt weinig vragen en roept weinig conflict op.
“Op Dreef ondanks de snelle opeenvolging van scènes een relatief statische voorstelling. Ze stelt weinig vragen en roept weinig conflict op.”
De stase waarin de voorstelling zich bevindt, maakt haar in zekere zin ook triviaal. Ik hoefde niet na te denken, werd niet uitgedaagd om te voelen of te reflecteren, werd nooit oncomfortabel. Arend en Eland nodigden me enkel uit om onder de indruk te zijn van hun naïeve spitsvondigheid. Het blijft de hele tijd plezant, maar dat blijft niet plakken.
Misschien ligt de betekenis van Op Dreef wel net in dat haar complexloze plezier. In een wereld waarin creatief spelen steeds meer wordt geautomatiseerd en ons enkel machinale saaiheid rest, kan ongeremde en speelse verwondering een daad van verzet worden, zeker voor serieuze volwassenen.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.