Sara Vertongen in Naast © Freek Verdonckt

Leestijd 7 — 10 minuten

Naast. De verhalen die we zijn – Braakland/Zhebilding

Het Leuvense BRAAKLAND/ZHEBILDING heeft zich onder leiding van stichtende leden Stijn Devillé, Adriaan Van Aken en Els Theunis tijdens het voorbije decennium langzaam maar zeker in de kijker gewerkt als een van de markantste muziektheatergezelschappen in Vlaanderen.

BRAAKLAND/ZHEBILDING profileert zich zelf als ‘een gezelschap van makers’ (niet louter uitvoerders) met de ambitie om zelf repertoire te creëren. Dat repertoire wil het gezelschap puren uit de ‘onvoltooid tegenwoordige tijd’ van actueel maar ook historisch documentair materiaal en uit beklijvende literaire teksten die het ‘graag zelf had geschreven’ (genre Camus, Paul Auster). Theatermakers, acteurs, muzikanten en schrijvers werken samen aan intrigerende voorstellingen die de tussenruimte exploreren tussen spreken, zingen en acteren. Het palet is breed genoeg: het docudrama Hitler is dood over de processen van Neurenberg, de originele theaterbewerkingen van Camus’ De Vreemdeling of (tijdens de voorbije zomer) Dwaallicht van Elsschot zijn zeer verschillende variaties van een zoektocht naar de theatrale kracht van het vertellen, het verhaal als performance. De ritmische zinnelijkheid van het gesproken woord krijgt een verrassende echo in muzikale scores die als crossovers tussen rock, jazz, folk, punk, minimal music en electro klinken. Uit haast alle voorstellingen spreekt ook een grote maatschappelijke betrokkenheid, al mag die ruimer en anders worden opgevat dan een focus op sociaal-politieke issues: als een fascinatie voor de morele dilemma’s waarmee mensen – grote en kleine, machtige en kwetsbare – in de global village worden geconfronteerd. Zeer sterk is BRAAKLAND/ZHEBILDING in het creëren van een theatraal canvas dat bepaalde maatschappelijke ruimtes en milieus – en in het bijzonder de hedendaagse stadscultuur – oproept waartegen dan individuele verhalen met verschillende stemmen verteld en verklankt worden en exemplarisch worden zonder in gemakkelijk gedramatiseerde identificatiesjablonen te vervallen.

Een van de opmerkelijkste voorstellingen van het voorbije seizoen was het stadsproject Naast. De verhalen die wij zijn, een concept van theatermaker Sara Vertongen en muzikant Gerrit Valckenaers. Voor dit project, waarmee beide makers ingingen op een uitnodiging van het Lemmensinstituut Leuven om te participeren in een lopend artistiek onderzoek naar het theatrale potentieel van oral history bronnen, trokken Vertongen en Valckenaers gedurende enkele maanden als nomaden door de stad Leuven om verhalen en klanken te verzamelen. Taal werd klank en muziek, uit bepaalde klanken ontstonden verhalen. Via interviews, interventies in de openbare ruimte en allerlei -technisch vaak ‘primitieve’ of alleszins alternatieve – vormen van opname en communicatie werd materiaal gesprokkeld: niet enkel hartverscheurende flarden uit ‘kleine’ biografieën (de hoofdmoot) maar ook huwelijksfoto’s (hoe komen die op de rommelmarkt?), kattenbelletjes, boodschappenlijstjes, knopen of een hele doos ‘verweesde’ zwarte handschoenen (wie heeft het andere exemplaar?). Vertongen ging ook actief op zoek naar verhalen: ze nam in de Leuvense winkelwandelstraat plaats aan een tafeltje met een bord ‘Wie wil met mij praten?’; stak briefjes met boodschappen en een gsm-nummer in boeken in de stadsbibliotheek; etc. Inspiratie voor deze strategieën vond ze onder andere in het werk van de Franse performance-kunstenares Sophie Calle.

Wat een revue aan human interest-scènes met een hoog Man bijt hond-gehalte of een theatrale remake van het Amélie Poulain-sprookje had kunnen worden, leverde daarentegen bijzonder sterk en ontroerend, en zelfs lichtelijk verontrustend existentieel theater op over de vraag wat ons eigenlijk bindt; of‘gemeenschap’ wel een bodem heeft dan wel leegte en afgrond verbergt; of die naaste alleen maar in het appartement naast ons woont, naast ons op de bus zit, werkt of op straat loopt, dan wel ‘onze naaste’ is. Maar wat betekent dat dan: ‘onze naaste’? En zijn we eigenlijk wel vragende partij voor meer ‘contact’ met ‘de ander’, om dé stoplap van het maatschappelijke en artistieke discours van pakweg de laatste kwarteeuw in te roepen? Met die vragen in het achterhoofd richtte Sara Vertongen op de dertiende (!) verdieping van het grotendeels verlaten Sint-Pietershospitaal in de Brusselsestraat in Leuven een soort depot en archief in met haar ‘buit’. Voor een beperkt publiek vond daar als finale van het project een voorstelling plaats waarin het verzamelde materiaal ook weer ritueel ‘teruggegeven’ werd aan de stad. Het leven van de stad is immers wat in haar en van haar als verhaal overleeft, wat blijft hangen of terugkeert, wat echter ook dreigt verloren te gaan en vergeten te worden en dus moet verzameld, bewaard en teruggegeven worden in de vorm van een nieuw verhaal. Het ene eindige spoor met het andere verbinden en zo een broze gemeenschap van levenden en doden, aan- en afwezigen, van dingen en mensen stichten: daar leek de voorstelling om te draaien. Het is die geste van het teruggeven die zich in al haar ambiguïteit ontplooit in de voorstelling, het samenzitten voor dat rituele geven en krijgen en door-geven van ‘levensdraden’ die voor de duur van de voorstelling verweven en daarna ook weer onherroepelijk verbroken worden – of blijft er iets hangen, is er toch iets veranderd?

Gesteund door de discrete muzikale backing van Gerrit Valckenaers ontpopt Sara Vertongen zich in Naast tot een moderne, wat sjofele en manische Mnemosyne, Griekse muze van de herinnering en dus van de epische dichters. In het kloppende hart van de hedendaagse stad registreert ze ook de zwakkere signalen van bijna uitdovende of al haast vergeten existenties, wordt ze een medium voor het spectrale leven van anonieme stemmen en foto’s, collectioneert ze zorgzaam krabbels of schijnbaar onbenullige voorwerpen: menselijk zwerfvuil dat ze wil redden van de tweede dood van het absolute vergeten en wil kruisen en verbinden, het melancholische besef van de vergeefsheid van deze onderneming als een verdrongen basso continuo op de achtergrond.

Naast zoekt systematisch de donkere achter- of onderkant van die gemeenschap op, daar waar ze allesbehalve gezellig is, omdat er – onvermijdelijk – minder successtories dan wel verhalen over eenzaamheid, mislukte relaties, onverschilligheid, ziekte en dood te rapen vallen. Toch is rauw realisme of miserabilisme in Naast even ver weg als moralistische boodschapperigheid over ‘de ander’. Sara Vertongen speelt uitdrukkelijk met het concept van het experiment dat beperkt is in tijd en in principe ook niet toelaat dat de persoonlijke betrokkenheid het experiment overleeft. Maar haar spel zet ook dat concept weer ‘op het spel’: de grens tussen het experimentele kader en de realiteit wordt in de voorstelling zeer onduidelijk, net als het verschil tussen de actrice Sara Vertongen en het complexe personage dat ze in de voorstelling incarneert. Bovendien blijkt dat ze actief op zoek is gegaan naar verhalen achter de verhalen, naar het niet-vertelde, dat ze de grens van het openbare en private heeft overschreden, binnengedrongen is in de intimiteit van levens en tijdens de afwezigheid van de bewoners huizen heeft bezocht. Elke avond was er wel iemand in het publiek wiens spoor ze was gevolgd en met wie plots en onverwacht heel even de draad werd opgepikt: ambivalente ogenblikken van openbaarheid die haaks staan op het hedendaagse hysterische sms-, Twitter en Facebook-exhibitionisme. Tussen de authenticiteit van de reëel verzamelde verhalen en de fictie van een kaderverhaal waarin Sara Vertongen een zeer ambigue figuur is – half-mens, half-dier (nachtuil, sfinx?), half-mythisch wezen, gevallen beschermengel of wicca – ontstaat een niet-vrijblijvend ‘gezelschapsspel’ dat de grenzen van het ethisch aanvaardbare voorzichtig aftast en vaak ook een ritueel treur-spel wordt met resten van sterfelijk en kwetsbaar leven, ook met dat van de maker zelf. De ambiguïteit van de figuur die Sara Vertongen speelt, wordt finaal ‘overruled’ door het vertrouwen dat ze blijft inboezemen en dat ontspringt aan haar profane en speelse, maar niet minder piëteitsvolle en liefdevolle aandacht voor het verzamelde (over-)leven. ‘Aandacht’, daaraan herinnerde de Duits-joodse cultuurfilosoof Walter Benjamin in een opstel over Kafka, ‘is het natuurlijke gebed van de ziel’.

BRAAKLAND/ZHEBILDING heeft besloten om het concept van Naast in een volstrekt andere, uitdagende context opnieuw uit te werken. Op dit ogenblik hebben ze hun tenten opgeslagen in de wijk Luchtbal ten noorden van Antwerpen, een wijk met vooral hoge appartementsblokken: ‘Een intrigerende wijk met zo’n 5000 inwoners van een 42-tal verschillende nationaliteiten, die trachten gemeenschappelijke grond te vinden. Een wijk gemarkeerd door oorlog en heimwee. Lang geleden waren hier soldaten gekazerneerd. Nu zijn veel van de nieuwe inwoners vluchtelingen of asielzoekers.’

 

Naast is nog van 18 tot en met 29 januari te zien in CC Luchtbal Antwerpen. www.braakland.be

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#123

01.12.2010

—

28.02.2011

Bart Philipsen

Bart Philipsen (1961) is hoogleraar Duitse literatuur en theater & cultuur aan de KULeuven. Zijn publicaties en onderzoek hebben o.a. betrekking op de moderne en hedendaagse erfenis van romantiek en idealisme.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!