De Materie – Phia Ménard/Opera Ballet Vlaanderen/Bas Wiegers
Een schurend vooruitgangsdenken
Sébastien Hendrickx
© Bieke Depoorter
Delphine Hesters brengt een reeks portretten van gulzige toeschouwers zonder professionele band met de podiumkunsten. Via een gesprek over hun traject speurt ze naar wat hen telkens weer naar het theater voert, welke plaats theater of dans innemen in een mensenleven en welke geschiedenis zich ontplooit in de persoonlijke terugblikken en reflecties. Fotografe Bieke Depoorter levert het beeld.
Voor ik bij mijn gesprekspartners langsga vraag ik hun ter voorbereiding ‘in het archief te duiden’ en enkele memorabele voorstellingen op te duikelen waarover we kunnen spreken. Ik bedoel dat bij wijze van spreken. Maar Luc Vints kan dat letterlijk nemen. Al van toen hij jong was, hield hij fiches met aantekeningen bij van elke film die hij gezien had, als eerste The Aristocats op de leeftijd van tien jaar. Sinds het einde van de jaren zeventig bestaat de verzameling uit tickets, programmaboekjes en recensies van geziene podiumvoorstellingen. Eens per jaar wordt de grote stapel papier geklasseerd, dan gaat Rosas in de Rosasdoos, Fabre bij Fabre, theater bij theater, dans bij dans. En zo is er ook een doos voor fotografie en een doos voor tentoonstellingen. ‘Het hele huis is zo goed als onderkederd,’ voegt Luc Vints eraan toe, vergoelijkend, maar ook met een vleugje zelfrelativering. De man heeft zijn roeping niet gemist. Als geschiedkundige met een stevige interesse in film kwam hij na zijn studies bij het documentatie- en onderzoekscentrum KADOC in Leuven terecht, eerst als verantwoordelijke voor de audiovisuele collectie, vandaag als hoofd Publicaties en Tentoonstellingen. Op tafel liggen een vijftal A4-tjes met lijstjes die vertrekken van de voorstellingen die een grote indruk op hem achterlieten en van de huizen STUK en deSingel, waar hij al decennialang een trouwe bezoeker is. Tussen de namen en enkele kernwoorden staan verbindingslijnen die markeren hoe het één hem tot het ander bracht.
In mijn eerste jaren als student in Leuven heb ik vooral een massa films gezien. Die filmliefde gaat terug tot het college. Daar hadden we een leerkracht Engels die meer over film sprak dan hij les gaf. ’s Avonds ging ik regelmatig naar de cinema in Heusden-Zolder. Die leerkracht richtte ook filmfestivals in op het college, met de goeie westerns, Fellini, Pasolini, Truffaut, nouvelle vague,… Ik maakte filmbesprekingen en hing die op in de school. Mijn ouders hadden een abonnement op de kns, ze gingen jarenlang vanuit Koersel naar de Bourla in Antwerpen, maar theater is er bij mij maar aan te pas gekomen toen het Stuc (nu STUK, dh) goed en wel opgestart was, in 1981 of 1982. Ik herinner mij dat er thuis ook heel wat publicaties binnenkwamen waarin theater besproken werd: Kultuurleven, Streven, Ons Erfdeel. Mijn vader zat in de Limburgse politiek en kreeg die tijdschriften toegestuurd. Zo kwamen ze na enige tijd thuis op zolder terecht en daar heb ik vaak gezeten.
Mijn thesis ging over de koloniale propagandafilm. Ik wilde iets doen rond film en Congo en zo was de combinatie snel gevonden. In die thesis behandel ik ook dans, theater en muziek – hoe propaganda werd gevoerd via theater, hoe hier in België in de jaren twintig en dertig stukken werden opgevoerd, ‘exotische stukken’, die een gekleurd beeld van Afrika ophingen. De negatieve beeldvorming rond Afrikanen had onder meer te maken met dans. Waar zijn Afrikanen goed in? In dans en muziek, zo wilde het cliché, en alleen daarin. Begin de jaren tachtig was ik daar sterk mee bezig. Is dat een trigger geweest om naar het Stuc te stappen? Dat weet ik niet. Afrika is nog altijd een van de constanten in mijn kijktraject.
Als ik alles uitteken, kom ik altijd weer bij Rosas danst Rosas terecht. Als ik het spinnenweb maak van alle associaties, dan liggen daar in 1982 de eerste elementen. De eerste van Anne Teresa De Keersmaeker, Asch, heb ik gemist, maar sindsdien heb ik alles van Rosas gezien. Het is heel moeilijk om te zeggen waarom. Het gaat om de puurheid van dans, beweging, lichamelijkheid, kracht. Die specifieke bewegingen met de arm die je later in heel veel voorstellingen ziet terugkomen. Wat me bij Rosas ook altijd treft, is het spelplezier. Hoe ze naar elkaar lachen. Als je hen ziet genieten op scène, word je zelf helemaal meegenomen. Bij Rosas danst Rosas had je toen effectief het gevoel: ‘Dit is iets nieuws.’ Ik ben voorzichtig met die uitspraken, maar bij Fabre voelde je dat ook, die nieuwsgierigheid naar wat zou volgen. Voor een stuk was het ook het niet begrijpen, het niet kunnen volgen. Maar toch geboeid blijven kijken.
Fabre volg ik trouw sinds die memorabele voorstelling waarin er eigenlijk niets opgevoerd werd: Theater zoals te verwachten en voorzien was in oktober 1983 in het Stuc. Wij zaten daar maar te zitten, maar er gebeurde niets. Er hing een doek en daarachter waren acteurs tekst aan het lezen. Dat was het eigenlijk. Wij bleven wachten omdat wij dachten dat dat bij het stuk hoorde, de reputatie van Fabre toen al kennende. Naïef als we waren dachten we: ‘Vernieuwend theater!’ Maar na een tijdje kreeg je toch in het snotje dat er iets niet pluis was. Dus de acht uur heb ik niet uitgezeten. Maar sindsdien heb ik ook Fabre altijd gevolgd. Bij hem zit het in de kracht van de uitputting; springen tot je er bij neervalt. Ook de eerste van Wim Vandekeybus, What the body does not remember, was daarin fenomenaal. Durf speelt zeker mee in mijn appreciatie: hoe ver kan je gaan op scène? En de link naar de beeldende kunst maakt het bij Fabre natuurlijk extra boeiend, met zijn ‘bic-kunst’ die hij ook in sommige voorstellingen verwerkt.
Die kruisbestuivingen richting muziek, literatuur, film maken het zo bijzonder. Het blijft niet beperkt tot dans of theater. Er komt zoveel meer bij kijken. Bij een goede voorstelling ben ik nadien nog bezig met de muziek of de tekst. Het gebeurt regelmatig dat ik na voorstellingen cd’s koop. Wat ik nog vaak opzet is Pulcinella van Stravinsky, uit een prachtige voorstelling van Michèle Anne De Mey. Anne Teresa De Keersmaeker en Steve Reich, Alain Platei en Bach, Jan Decorte en wat hij met Purcell gedaan heeft. Vaak ken je die muziek al op voorhand, maar door de voorstelling word je naar specifieke stukken geleid. En dan zie je als je luistert weer die beelden van de voorstelling. Hetzelfde geldt voor teksten. Onlangs ben ik nog Oblomov gaan kopen na een opvoering van Lazarus. Een goede voorstelling is niet gedaan om tien uur ’s avonds.
Formuleren waarom je iets mooi vindt is verduiveld moeilijk. Ik kom altijd terug bij beelden die blijven hangen. Esthetiek en schoonheid komen er altijd wel bij kijken. Wat spreekt me aan? Dat kan een beeld zijn, maar ook een tekst-beeld: een bepaalde zin die gezegd wordt of een fragment dat blijft hangen. Dat doet het hem dan, de rest van de voorstelling mag dan heel slecht zijn. Eigenlijk zie ik nooit ‘”slechte’ voorstellingen. Er zijn mindere voorstellingen, of voorstellingen waarin bepaalde zaken mij wel aanspreken, maar andere helemaal niet. Maar er zijn altijd wel bepaalde beelden, scènes of de muziek die het toch de moeite maken. Of gewoon een bepaalde zin die gezegd wordt. En dat is voldoende.
Een van de sterkste beelden in mijn hoofd is dat van een dansje van twee minuten van Trisha Brown, Spanish Dance, op een lied gezongen door Bob Dylan – nog een van mijn helden. Je kan het nog vinden op YouTube. Het is eigenlijk een heel simpel, onnozel dansje, maar het is dat! Er staan vijf dansers op een rij, verspreid over de scène-breedte. Wanneer het liedje start, begint een soort wandeling op de muziek. De eerste begint, stoot dan tegen de volgende en die neemt dat ritme over. En zo gaat dat verder tot ze alle vijf samen bewegen. Dat is schitterend, puur genieten! Dat ritme overnemen is een van de elementen die me bij dans sterk aanspreken. Hoe iets start met een solo en hoe anderen invallen. Wanneer je plots één, twee dansers gelijke bewegingen ziet maken, iemand anders invalt en ze daarna weer loslaten… Waarna er weer twee anderen verdergaan. Daar doe je het voor, bij manier van spreken.
Dans is vaak de opstap geweest naar theater, via individuen of de integratie van dans en theater. Iemand als Charlotte Vanden Eynde bijvoorbeeld. Zij is met Jan Decorte op stap geweest en recent zag ik een voorstelling die ze gemaakt heeft met De Roovers, Het verdriet en de rede – die overigens heel slechte kritiek gekregen heeft, maar mij sterk heeft aangegrepen. Anderzijds staan beide toch ook vrij los. Ik heb veel gezien van de Blauwe Maandag Compagnie, Guy Cassiers, Jan Decorte, Tom Lanoye. Van STAN en De Roovers zowat alles. Het actuele volg ik dan weer minder. Waarschijnlijk heb ik de jongere generatie gewoon gemist, STAN en De Roovers draaien intussen ook al heel lang mee. Dat heeft misschien met trouw te maken: trouw aan het stuk, trouw aan deSingel, aan De Keersmaeker, Fabre. Bij mijn keuzes laat ik me blijkbaar toch leiden door wat ik de eerste jaren heb gezien.
Vroeger hadden we het grote dansabonnement van deSingel, nu het kleine omwille van het verkeer. Vroeger trokken we ook in de loop van de week met de auto naar Antwerpen, maar dat wordt moeilijker en moeilijker. Daarom nemen we nu dus enkel de zaterdagvoorstellingen. In het STUK is het initieel altijd een hele lijst. In Leuven kan ik immers makkelijk blijven hangen na het werk. Maar wanneer we de agenda erbij nemen, dan valt weer heel wat weg. Soms is de reden van een keuze banaal: toen mijn dochter nog in Leuven zat, bracht ik haar op vrijdag mee naar huis, dus dan zag ik op vrijdag geen voorstellingen. Nu, als er zaken zijn die ik echt wil meepikken, dan kijk ik wel wanneer het in de buurt komt. In CC Hasselt komt er ook vrij veel langs. Vorige week zijn we nog naar C-Mine in Genk geweest en gisteren naar Tessenderlo.
Het leven is meer dan het puur materiële. Theater maakt integraal deel uit van mijn leven. Ik heb daar nooit bij stilgestaan -voor de een is dat sport, voor mij is dat iets anders. Eigenlijk mag er geen discussie zijn over de vraag of dit gesubsidieerd moet worden of niet. Net zoals bij onderwijs en voetbal mag de overheid bijdragen om kunst en cultuur mogelijk te maken. De hele discussie die we nu in Antwerpen zien, waar men op een rij wil zetten wat het kost en wat het oplevert, waar leidt die toe? Wat het voor heel wat mensen betekent, dat kan je niet uitdrukken in cijfers. Het maakt deel uit van het leven van zovelen! Hoeveel mensen gaan er elke dag naar het theater? Dat zijn er toch heel wat. Het is simpelweg ook iets van alle tijden. Al sinds de Grieken is theater aanwezig geweest en gesponsord door de overheid.
Al die voorstellingen blijven op de een of andere manier hangen. De accumulatie van zoveel bagage. Dat maakt dat je bewegingen herkent, of via de muziek of de auteur hier en daar kunt terugkoppelen, en dat maakt het kijken alleen maar boeiender. Maar ik zoek dat niet bewust uit, eigenlijk ga ik toch altijd met een brede blik. Er zijn gewoon veel elementen die om het hoekje komen kijken. In zekere zin kijken al die voorstellingen mee naar de andere voorstellingen, alsof De Keersmaeker en Fabre naast mij zitten… Dat zou schitterend zijn!
Leeftijd: 53
Studies: Geschiedenis, aanvullende studie Communicatiewetenschappen
Job: hoofd Publicaties en Tentoonstellingen in KADOC
Gezin: getrouwd, twee kinderen, twintigers
Woonplaats: Beringen
Als je vandaag opnieuw voor een beroep kon kiezen…: ‘…dan zou ik hetzelfde doen. Daar ben ik mee geboren.’
Gaat naar: STUK, deSingel. Soms ook cc Hasselt, C-Mine Genk, CC Maasmechelen, CC Tessenderlo, CC Tongeren, CC Heusden-Zolder, De Munt, Kaaitheater, KVS, … ‘Dat zijn eigenlijk geen afstanden, enkel Gent en Brugge vallen er buiten.’
Komt met de auto naar de voorstelling
Favoriete gezelschap: Rosas
Favoriete voorstelling aller tijden: Rosas danst Rosas
Favoriete theaterhuis: ‘Het STUK. De oude liefde. Daar is het begonnen.’
Dé voorstelling van het voorbije jaar: ‘Wat betreft dans Ten Chi van Pina Bausch, in theater Faust met Koen De Sutter en Jan Decleir.’
Welke voorstelling zou je nog eens willen terugzien? Isabella’s room van Needcompany
Drinkt na de voorstelling graag…: ‘Als het echt goed geweest is, dan drink ik thuis nog een whisky, om het nog eens goed te laten bezinken.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.