Hier, ik als keizerin. Molenstraat 103/bus 5 – Veerle Baetens & Bo Spaenc
Radicale eenzaamheid
Klaas Tindemans
‘Nooit meer naar Walt Disney kunnen kijken zonder deze herinnering. Een losgeslagen meisje met baard verliest zich in het lopen door het bos.’ Dit viel te lezen over Johnson & Johnson van Manah Depauw in de door Het Theaterfestival gepubliceerde notities van de jury ’09. Evelyne Coussens zag de voorstelling met ideeën van Rainer Maria Rilke in het achterhoofd.
Liefhebben is in eerste aanleg niets wat opgaan in, zich overgeven aan en zich met een ander verenigen wordt genoemd […] Iedereen verliest zichzelf ter wille van de ander […] En verliest de verten en mogelijkheden, ruilt het naderkomen en heenvlieden van stille, verwachtingsvolle dingen voor een onvruchtbare radeloosheid, waaruit niets meer kan voortkomen, niets dan enige walging, teleurstelling en armoede […]1
[…] er bestaat maar één eenzaamheid – die is groot en geen gemakkelijke opgave – en vrijwel iedereen kent ogenblikken waarop hij haar graag zou inruilen tegen een of andere nog zo banale en goedkope gemeenschappelijkheid […]2
Tweemaal aan het woord is Rainer Maria Rilke, die in Brieven aan een jonge dichter zijn jonge pupil Franz Kappus waarschuwt voor een ‘utilitaire’ invulling van liefde: liefde in de vorm van een snelle en oppervlakkige verbintenis, er uitsluitend op gericht de schreeuwende existentiële eenzaamheid het zwijgen op te leggen. Liefde als een pil: snel ingenomen, maar eenmaal uitgewerkt raast de ziekte van de dood nog erger dan voorheen. Bovendien werpt een overhaaste liaison al gauw een wrange schaduw van ontgoocheling en afkeer over de eens zo beminde. Rilke spoort aan tot voorzichtigheid: een mens moet te allen tijde eenzaam kunnen leven, voor hij zich op een diepgaande manier met een ander kan verbinden.
Weinig mensen zullen de Waalse theatermaker Manah Depauw spontaan associëren met de Duitse romanticus: haar voorstellingen zijn telkens primitief-seksuele sprookjes waarin een bloedstollende mix van kinderlijke onschuld en meedogenloze wreedheid de boventoon voert. In een setting die vaak lieflijk bucolisch aandoet spelen zich waanzinnige verhalen af van moord, verkrachting, kannibalisme en castratie. Niet anders is dat in Johnson & Johnson, de Engelstalige voorstelling die Depauw presenteerde op het festival buda fresh #6 en die nadien geselecteerd werd voor Het Theaterfestival 2009. Toch ontwaren wij onder de groteske vormlaag rilkiaans aandoende ideeën over de liefde – zij het in hun gruwelijk doorgedreven consequenties. Zo onromantisch is Manah Depauw nog wel.
Er was eens…
…het zoete, vertederende kwetteren van ochtendlijke vogeltjes, waarmee zowat elke voorstelling van Depauw aanvangt. Het is een steeds terugkerende captatio benevolentiae: Depauw maakt ons gemoed week, zodat het des te ontvankelijker wordt voor de gruwel die volgt. Net zoals in Het lichaamshof (2006) of How do you like my landscape (2007) is de setting een rustiek landschap: een schattig poppenhuis tussen rudimentaire boompjes, een houten wachttoren met daarboven een zwangere maan. Maar het bos en haar bewoners verbergen verschrikkelijke geheimen, zo kondigt het gehuil van wolven aan – het belooft een akelige nacht te worden.
Een meisje in geruite rok (Soetkin Demey) verschijnt. Ze ziet er maagdelijk onschuldig uit in haar plooirokje, als je tenminste haar enorme snor en baard wegdenkt. Ze leeft in het bos en wordt daar gestoken door een wel heel vreemdsoortig insect, dat haar opzadelt met een onverdraaglijke buikpijn. Zo verschrikkelijk is de pijn dat ze zich de kleren van het lijf rukt. Enter ‘hunter Johnson’ (Manah Depauw): een bom testosteron in camouflagepak, gesierd door identiek dezelfde snor en baard als het meisje. Zonder boe of ba neemt Johnson haar langs achteren, als bij wonder verdwijnt de pijn. Al gauw raakt het meisje zo verslaafd aan Johnsons painkilling dick, dat zij instemt met een huwelijk. Johnson stelt evenwel een voorwaarde: nooit ofte nimmer mag zij hem in het gezicht kijken – iets wat tot dusver, gezien het favoriete standje, ook nooit was voorgevallen. Zoals dat gaat in sprookjes, is er slechts een verbod opdat het overtreden zou worden. Op een dag vangt het meisje in het badwater een glimp op van het aangezicht van Johnson, en wat zij ziet is schokkend: het gezicht van haar echtgenoot bestaat eigenlijk uit twéé gezichten. Johnson grijpt naar een scheermes.
Tot nu toe hadden Johnson & Johnson simultaan gesproken, maar nu hun geheim ontdekt is, keren de gezichten zich tegen elkaar: het ene gezicht eist de executie van het meisje, het andere betoont mededogen. Johnson & Johnson ontpoppen zich tot een soort Jekyll & Hyde, met dat verschil dat goed en kwaad niet elk één herkenbaar gezicht tonen: de identieke gezichten wisselen gewoon onderling van rol. Wat erger is: sinds de overtreding van het verbod weigeren ze het meisje categoriek de painkiller. Langzaam voelt ze zich kouder en ouder worden. Een droom toont haar dat ze een van beide gezichten moet doden. Maar welk? Om juist te beslissen moet ze Johnson & Johnson eerst van elkaar scheiden. Ze haalt haar hart eruit, dat intussen zo versteend is dat het als wapen kan dienen. Op bloedige wijze – het poppenhuisje lijkt plots een abattoir – voert ze de operatie uit. De gezichten van Johnson & Johnson worden onderworpen aan een ondervraging, waarbij het meisje tevergeefs goed van kwaad tracht te onderscheiden. Ten langen leste bevindt ze beide schuldig: ‘My heart belonged to both of you, but you have both broken it.’ Johnson & Johnson worden geëxecuteerd. De helende painkiller snijdt ze af en plant ze in haar hart, dat spontaan weer gaat kloppen. All’s well that ends well.
Liefde vult de leegte
Rewind. We krabben de sprookjesachtige laag van Johnson & Johnson af, en stuiten op een universeel verhaal: ‘a woman who already died a thousand times is born again’ – ons bosmeisje zou eender welke vrouw kunnen zijn, en misschien ook wel eender welke man, getuige haar weelderige gezichtsbeharing. Iets vreet haar op vanbinnen: een fundamentele eenzaamheid, een emotioneel gat, het smartelijke verlangen om samen te zijn? Deze horror vacui is een bekend verschijnsel: mensen gaan ten onder aan hun angst voor leegte. Het leven moet vol zijn, zowel ruimtelijk als mentaal: gevuld met designmeubels, met hobby’s, met ideeën, met een kind of een partner – of desnoods maar met een deel van die partner.
Dat laatste is het geval in het perverse universum van Manah Depauw, waar een traditionele inkleuring van het liefdesverlangen zou zijn als vloeken in de kerk. Het verlangen van het meisje wordt immers vervuld, maar niet door een volwaardige liefdespartner, wel door zijn painkilling dick. Deze hunter Johnson is een en al geslacht, een en al medicijn – de referentie van Johnson & Johnson aan een bekend farmaceutisch bedrijf is geen toeval. De reductie van een man tot zijn pik is als pars pro toto niet eens zo vergezocht: dat seks de eenzaamheid verdooft kunnen alle hoeren van de wereld bevestigen. Dat het verdoven van die eenzaamheid van levensbelang is, bewijzen de offers die het meisje brengt. Johnson is een bruut die haar slaat, bedreigt met de dood en steevast van achteren neemt, maar dat geeft niet. Het maakt niet uit hoe slecht hij haar behandelt. Als hij haar maar vult.
Liefde is eenduidig
Plots is ze getrouwd, met een man die ze zelfs nog nooit in de ogen heeft gekeken, die haar fundamenteel vreemd is. Zoals bij veel huwelijken begint de echte kennismaking pas na de ceremonie. De vaststelling dat haar echtgenoot twee gezichten heeft maakt haar overstuur: ‘Johnson, you son of a bitch, why do you have two fucking different monster faces? Why don’t you have one face just like everybody else?’ In een ideale wereld is de liefde ondubbelzinnig, draagt ze maar één gezicht. Toch is de ontdubbeling van Johnson an sich geen reden genoeg om hem te doden – zolang hij haar maar voorziet van de painkiller. De miserie begint pas wanneer hij haar die ‘liefde’ onthoudt, met als motivering: ‘You have to deserve the good things in life. And she doesn’t deserve it anymore.’ Johnsons rechtlijnigheid maakt van hem plots een moralistisch personage: wie de liefde niet aanvaardt in haar meest grillige tweespalt, verdient het niet haar te bezitten. Maar zijn koppige principes zullen hem de kop(pen) kosten.
Fanatiek narcisme
De ziekte overmeestert haar. Als een wegkwijnende junk gaat ze op zoek naar stuff, behoeftigheid drijft haar tot radicale daden. Eens haar bloedige plan ten uitvoer gebracht, tracht ze te weten te komen wie haar de painkiller onthoudt: Johnson of Johnson? De steeds wisselende gezichten maken het echter onmogelijk om goed van kwaad te onderscheiden. Ten slotte oordeelt ze beide schuldig aan fanatic narcissism, en volgt de executie. Hier schudt ze de idee van haar schouders waartegen ook Rilke zich zo hevig verzet. Mensen moeten elkaars leegte niet opvullen, en dat kunnen ze ook niet: iedereen, man of vrouw (zie de uniformiserende snorren en baarden), goed of slecht, is au fond enkel bezig met zichzelf. In een dubbel beeld verklaart het meisje zichzelf onafhankelijk: door het castreren van Johnson neemt ze seksueel wraak – een slimme meid koopt haar dildo op tijd – maar met de inplanting van het geslacht in haar eigen hart kondigt ze ook de emotionele bevrijding van haar angsten af. Voor Rilke is die onafhankelijkheid een noodzakelijke voorwaarde, een startpunt om een diepgaande, waardevolle liefdesrelatie op te bouwen. Zo ver gaat Depauw niet: Johnson & Johnson blijft een geschifte en gedurfde fantasie zónder happy end.
Deze tekst werd geschreven in het kader van het Corpus Kunstkritiek van het Vlaams Theater Instituut.
www.margaritaproduction.be
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.