Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
‘Klad’ © Fran van der Hoeven
Wat hebben we gezien? Acteurs die lang achter een voorhang blijven morrelen, opkomen met allerlei spullen en struikelend op hun gezicht vallen. Acteurs die onderling klussen verdelen en dat niet bijster luid doen; ze zijn tegen elkaar bezig. Lichtstanden die weinig uitgebalanceerd zijn en op de gekste momenten een zijstrook uitlichten of in het donker laten. Muziek die te vroeg inzet. Of te laat. Gezeul met decorstukken. Een toneelhuisje dat vorm krijgt. Een plankenvloer die in elkaar gepuzzeld wordt. En dan onverwachts toch nog een spelscène die vaart krijgt.
Wat hebben we nog meer gezien? Een plat speelvlak en langs twee zijden daaromheen, in L-vorm, het publiek op lage tribunes. Veel intiemer kan het niet. En toch blijft Klad autistisch en stug, het voelt alsof deze mededeling niet voor het publiek bestemd is. Het voelt zelfs niet als een mededeling. De toeschouwer bedenkt dat hij wel, maar de makers niet klaar zijn voor deze afspraak. En net wanneer hij zich wat verongelijkt begint te voelen, dragen de acteurs op lange balken borrelglaasjes aan. Proost. Zo werd het dan toch nog gezellig.
Wat hadden we dan wel gedacht te zullen zien? Sober geënsceneerde teksten met carrure, overdenkingen die helder zijn gemaakt, dramaturgisch slim verknoopte scènes. Zo kennen we ’t Barre Land? Goethe, Cannetti, Wilde. Spelen met repertoire. De Vere-gewijs grabbelen in die onmetelijke ton theaterschrifturen. Dat had de groep trouwens min of meer beloofd. Ze zouden putten uit de Sudelbücher van Georg Christoph Lichtenberg, er citaten tussenbreien van Herman Heijermans, Jan Hanlo en Ernst Toller. Dat alles hadden we gedacht te zullen zien. Maar we hebben het niet gezien.
Gedachten die in het theater van ’t Barre Land doorgaans een hoge vlucht nemen, blijven deze keer aan de grond. Een beetje onwillig. Vanavond niet, schat. Klad biedt aanzet na aanzet na aanzet. De motor pruttelt, maar slaat niet aan. Alle pogingen en voorbereidingen ten spijt wil er maar geen voorstelling ontstaan. ’t Barre Land kiest voluit voor de nederige opstelling en brengt het krasselend proberen op toneel. Vol toewijding voeren de acteurs theaterhandelingen uit met spots, vloermatten en touwtjes die achter spijkers haken. De vakliefde die een stuk als Der Theatermacher met veel woorden belijdt, laat Klad met weinig groot vertoon zien. ’t Barre Land doet het met stuntelige gebaren die naar slapstick neigen. Maar de inzet is dezelfde.
In Klad zijn de banden doorgeknipt tussen het ensceneren en wat te ensceneren was. De codes die dit collectief zo vaak toepaste bij het ensceneren worden in deze voorstelling onverminderd toegepast. Zo trekken de acteurs bijvoorbeeld andere kleren aan of veranderen ze van schoeisel. In hoeveel producties hebben we hen dat niet zien doen om een rolverandering aan te geven? Nog zo eentje. De acteurs rollen een grondzeil uit, om het even later weer op te vouwen. In menige voorstelling was dit hun code om de overgang naar een nieuw bedrijf aan te geven, naar een andere locatie, of om een tijdssprong te maken. Handelingen die in het verleden zo vaak inzicht bijbrachten, blijven nu steken in hun naakte vormelijkheid. Het lijkt wel alsof men zit te kijken naar een spookproductie.
Deze voorstelling thematiseert een verweesdheid, een onthand zijn. Van hun grootste werkmateriaal, het repertoire, zijn deze makers afgesneden. Ze spelen geen stuk. Ze monteren geen citaten aan elkaar. De bezieling van de acteurs is nog aanwezig, maar er valt niets te bezielen. Hun gebaren, korte dialoogjes en codetjes zijn nergens op gericht. Ze zijn leeg en loos. Wat helpt het om met stil spel een situatie te mimeren als die helemaal niet naar ‘een werkelijkheid’ verwijst? In die zin is Klad een voorstelling over een artistieke verbeelding en de werkelijkheid. En hoe die twee er maar niet in slagen elkaar in de loop van de avond te vinden.
En toch. Bij momenten ontstaat er iets van vastheid. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer de vijf acteurs zich eendrachtig naar een stel decorpanelen begeven. Al knutselend passen ze de stukken in elkaar tot een theaterhuisje ontstaat, waarin het prettig ronddarren is en met deuren gooien. Als kinderen verkennen ze de ruimte, maar ze vinden geen overeenstemming rond de vraag of ze nu in de huiskamer of in de tuin zitten. Afbreken dan maar weer, raster per raster, tot alles weer netjes tegen de wand gestouwd staat. Soms gaat deze voorstelling van nergens naar ergens en weer naar nergens. Bouwen om weer af te breken. Rien ne va plus. Het is van een grote vergeefsheid. Klad is een milde vorm van absurd theater.
Bij al dat gezeul met houten staketsels en stoffige matten houdt Anouk Driessen zich steeds meer afzijdig. Ze heeft een droge kuch. Stofallergie? Despelflarden die volgen klitten samen tot zich een zeker verloop aftekent. Er wordt veel gedronken, geklaagd over hoge rente en beperkte grondopbrengst, huwelijksadvies gegeven. Plots een bekend citaat over een madeliefje in de wei en een bok die het in één keer opslokt. Dit is vertrouwd terrein. De naam van de Lebedevs valt. Onopgemerkt heeft ’t Barre Land zich in Ivanov van Anton Tsjechov binnengemanoeuvreerd. De kuch van Driessen is niets minder dan de tbc-hoest van Anna Petrovna. In al zijn ontdaanheid laat het collectief hier toch weer zien hoe het op een slimme manier verbanden kan leggen en spelsituaties kan opbouwen.
Al schiet Klad alle kanten op en schijnt het elke richting te missen, toch ontstaan er hier en daar kleine echootjes naar eerdere passages in de voorstelling. Zo laat deze voorstelling, zichzelf ondanks, zien hoe een kunstwerk ontstaat uit het in elkaar weven van motieven. Scheppen is van een vanzelfsprekendheid die weerstand te boven kan komen.
Dit is wat ik denk dat we gezien hebben. ’t Barre Land heeft een reflectie gemaakt over theatermaken in een tijdperk waarin dat niet evident is. In Nederland is het een van de groepen die voor een subsidiestop staat. Zonder veel zelfbeklag hebben deze makers een intelligente oefening gemaakt over wat het betekent om van die middelen afgesneden te worden. Vincent van den Berg, Margijn Bosch, Martijn Nieuwerf, Czeslaw de Wijs en Anouk Driessen hebben het met hun gebruikelijke intelligentie aangepakt. Met een lichte toets en toch de duidelijke sleep van de ontgoocheling laten ze zien wat theatermaken voor hen betekent. De verwarring is zichtbaar, maar de liefde is intact. Dat is wat ik denk dat we gezien hebben.
Maar ik kan me vergissen, natuurlijk.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.