Foreshadow, Alexander Vantournhout (not standing) © Bart Grietens

Leestijd 13 — 16 minuten

‘Het elitaire imago van theater is de grootste drempel’

De vakjury van het TheaterFestival krijgt vanaf dit jaar het gezelschap van drie nieuwe WijkJury’s, waarin stadsbewoners zonder theaterachtergrond collectief een voorstelling kiezen voor het festival. Met vier voorstellingen achter de kiezen praten enkelen van hen met Lauren Borremans, coördinator van de Belgische WijkJury’s, over hun ervaring als jurylid, de drempels die ze ervaren, en hun visie op theater. ‘Of we iets goed vinden of niet, mag niet de doorslaggevende factor zijn voor onze uiteindelijke selectie.’

In 2009 organiseerde de Nederlandse organisatie Female Economy de eerste editie van de WijkJury in het kader van het Nederlandse TheaterFestival. Veertien jaar later vindt het project weerklank op het Vlaamse TheaterFestival. Antwerpen, Brussel en Gent — de steden waar het TheaterFestival afwisselend plaatsvindt — krijgen elk een eigen jury.

De WijkJury bestaat uit een tiental stadsbewoners met uiteenlopende achtergronden, die voorheen nauwelijks theater zagen, en een WijkBuddy die hen wegwijs maakt door het podiumlandschap van hun stad. Samen bezoeken ze door het jaar tien voorstellingen en kiezen ze aan het einde van het theaterseizoen hun favoriet: de Keuze van de WijkJury.

We spreken met de Gentse WijkJury­-leden Ielde Vermeir en Dario Rens, de Gentse WijkBuddy Rojda Gülizar Karakuş en de Antwerpse WijkBuddy Noémie Ntoto.

Jullie hebben net een najaar als WijkJury achter de rug. Hoe was jullie ervaring tot nog toe?

Ielde Vermeir Het is enorm fijn om deel uit te maken van de WijkJury, omdat ik mensen ontmoet die ik anders niet zou tegenkomen, van verschillende achter­ gronden en leeftijden. Zeker aangezien ik nog maar anderhalf jaar in Gent woon. De WijkJury biedt ons de kans om samen met de andere juryleden te eten en met makers in gesprek te gaan over hun werkproces. Wanneer je met vrienden naar het theater gaat, praat je meestal maar kort na over het stuk en heb je het daarna over andere dingen. Met de WijkJury gaan we veel meer in de diepte. Je verbreedt je blik door te luisteren naar wat de andere jury­leden over de voorstelling denken.

Dario Rens Inderdaad, tot nog toe leken degenen met wie ik over theater sprak qua profiel heel erg op mij: hoogopgeleid, middenklasse en queer. We deelden vaak dezelfde mening en ‘onderhandelden’ weinig over de kwaliteit van de stukken die we zagen. Met de WijkJury ga ik samen met mensen van een andere generatio­nele, culturele en financiële achtergrond naar theater kijken. In aanraking komen met perspectieven buiten mijn eigen bubbel is nu al een leerrijke ervaring.

Leer je elkaar tijdens het traject ook effectief beter kennen?

Vermeir Daarvoor zijn we nog niet vaak genoeg samengekomen. Ik had wel gedacht dat ik als 57­-jarige meer connectie zou voelen met de oudere mensen van de groep dan met de jongere, maar dat is niet per se het geval. Soms kan ik kletsen met iemand van 25 en klikt het heel goed. Leeftijd wordt te vaak gezien als bepalende factor om te beslissen of je met iemand omgaat of niet. In het dagelijkse leven maken we die opsplitsing vaak onbewust, maar in de WijkJury valt die weg.

Noémie Ntoto Die openheid merk ik ook in de WijkJury van Antwerpen. Het oudste lid van de jury is een zestiger en het jongste lid is amper twintig, maar er is genegenheid voor elkaar. Elke maand eten we samen, bezoeken we een voorstelling en praten we erover na, en zo ontstaat een connectie.

Mémé, Sarah Vanhee © Bea Borgers

Rojda en Noémie, als WijkBuddy’s waren jullie verantwoordelijk voor het samenstellen van de WijkJury’s — Rojda in Gent en Noémie in Antwerpen. Hoe gingen jullie te werk?

Rojda Gülizar Karakuş Ik ging eerst langs bij de partners van de Gentse WijkJury: VIERNULVIER, CAMPO, NTGent, Kopergietery en De Koer. Maar ik ging ook aankloppen bij andere sociaal­-cul­turele organisaties, zoals Blond en Victoria Deluxe. Via de Stad Gent kwam ik in contact met de Gentse wijkregis­seurs — dat zijn Gentenaars die zich structureel inzetten voor hun wijk. Via het netwerk van die verschillende instanties kwam ik tot een intersectionele groep.

Tijdens mijn zoektocht ondervond ik dat persoonlijk contact een belangrijk aspect was om mensen te werven. Een van de leden heb ik warm kunnen maken voor de jury toen ik haar in een Oxfam­-winkel tegen het lijf liep. Uit ons eerste gesprek bleek dat zij net als ik half Bulgaars en half Turks is, wat meteen voor een gevoel van verwantschap zorgde.

Ntoto Persoonlijk contact was ook in mijn proces heel cruciaal. Ik stelde iedereen die ik ontmoette de vraag: hoe zou je jezelf omschrijven? Aan de hand van hun antwoorden stelde ik een complementaire jury samen. Voorts is het een intuïtief proces: je voelt aan of je als WijkBuddy een persoonlijke klik met iemand hebt, en of het potentiële jurylid voldoende enthousiast is.

Had iedereen die lid van de WijkJury werd eerder al interesse in theater?

Ntoto Over het algemeen wel, maar de ingang tot theater was voor iedereen anders. Zo is er iemand die wel inte­resse had in Arabisch theater, maar nog geen voorstellingen bijwoonde. Een ander jurylid had al ervaring met amateurtheater. Nog iemand anders ging in Nederland naar het theater, maar de WijkJury vormde haar eerste echte intro­ductie tot het Vlaamse theaterlandschap. Bovendien hebben niet alle juryleden de middelen om zo vaak naar theater te gaan als ze zouden willen. Dat ze nu op jaarbasis minstens één keer per maand een voorstelling kunnen bijwonen, is een waardevol gegeven.

Merken jullie dat het financiële aspect een grote drempel vormt in jullie omgeving?

Rens Niet zozeer in mijn middenklassen­vriendenkring, maar ik merk wel dat de kostprijs een hoge drempel is voor mensen die sowieso al weinig theater zien. Het is een vicieuze cirkel, want als je niet naar het theater gaat, zie je niet waar het inkomgeld heen gaat, en dat wekt de indruk: het kost zoveel, dat is gewoon niet voor ons. Terwijl je misschien makkelijker een kaartje zult kopen als je wel eens voor wie en wat je betaalt.

Vermeir Dat herken ik. Ik heb een aantal vrienden die tot de middenklasse behoren en voor wie het financiële aspect minder speelt. Maar een aantal van mijn vrienden moeten rondkomen met een uitkering omdat ze een psychische kwetsbaarheid hebben. Bij hen spelen de ticketprijzen wel een belangrijke rol in de toegang tot kunst en cultuur.

“Ik denk dat pay what you can de problematiek in beperkte mate verhelpt, maar het is een liberale oplossing voor een sociaal probleem.” — Dario Rens

Steeds meer theaters werken met een pay what you can-systeem, waarbij je als toeschouwer kunt kiezen uit een aantal verschillende ticketprijzen. Maar als ik jullie hoor, lijkt dit niet afdoende als oplossing?

Vermeir Wie dankzij pay what you can wel een voorstelling bijwoont, ervaart vaak alleen een financiële drempel. De ‘elitaire drempel’ of het gevoel ‘theater is niet voor mij’ dat bij velen heerst, zal dat betaal­systeem niet verhelpen.

Rens Ik denk dat pay what you can de problematiek in beperkte mate verhelpt, maar het is een liberale oplossing voor een sociaal probleem. Ik denk dat je die elitaire drempel pas kunt weghalen door meer makers op het podium te zetten die zelf een connectie hebben met de wijken van de stad. Makers in wie verschillende wijkbewoners zich kunnen herkennen.

Is de elitaire reputatie van theater een grotere drempel dan het financiële aspect?

Vermeir Volgens mij werken beide aspecten elkaar in de hand. Ik ken mensen die weinig middelen hebben, maar toch sparen om naar een concert te gaan. Muziek is blijk­baar voor veel mensen laagdrempeliger dan andere vormen van podiumkunst.

In theater zie je vaak witte mensen op scène die complexe inhouden brengen, in woorden die je soms niet begrijpt, omringd door een decor dat voor een heel aantal mensen moeilijk te contextualiseren valt. Ik heb lang in het Rabot gewerkt, daar herkennen de bewoners zich zelden in wat ze op scène zien. Terwijl iedereen theater als kunstvorm potentieel zou kunnen waarderen. Representatie kan helpen om het elitaire imago van de podiumkunsten te counteren.

Rens De communicatie tussen cultuur­huizen en hun publiek is bovendien nog te vaak eenrichtingsverkeer. Je moet als bezoeker zelf je weg zien te vinden naar de theaterzalen en hun programmatie.

Je kunt je inschrijven op de nieuwsbrief of voor een brochure, maar daar moet je zelf naar op zoek gaan. Ook als we kijken naar de fysieke ligging van theaterzalen in Gent, dan zie je dat de meeste grote huizen zich in het centrum bevinden. Er wordt altijd maar geijverd om mensen uit de wijken naar het centrum te lokken, terwijl men ook naar de wijken toe zou kunnen bewegen. Lokaal werken, zoals de buurtwerking van Bij’ De Vieze Gasten in de Brugse Poort, is ook een manier om de drempel te verlagen.

Gülizar Karakuş Ik heb een paar jaar geleden bijgedragen aan een project van Bij’ De Vieze Gasten. Zij werken inderdaad buurtgericht en maken theater met de inwoners van de wijk. Alleen zijn zij een kleine speler en is hun aanpak behoorlijk arbeidsintensief. Hun impact blijft daar­door vooralsnog beperkt tot de Brugse Poort. Met meer middelen en werknemers zouden ze hun missie om participatief theater te maken in meer buurten kunnen realiseren. Volgens mij zou ondersteuning van grotere theaterhuizen hen al een stap vooruit kunnen helpen.

Rens Algemene kunsteducatie zou ook een concrete en mentale toegang tot theater en andere vormen van kunst kunnen bieden. In mijn ervaring ga je in schoolverband vooral naar narratieve stukken met een morele boodschap, op maat van een jongere doelgroep. In de klas wordt nadien alleen ingegaan op het inhoudelijke, het verhaal. Maar als ik geen tools heb meegekregen om op vormelijk vlak te kijken, dan kan ik bijvoorbeeld bij een dansvoorstelling in eerste instantie niet veel verder denken dan: amai, goed gedanst.

We Gaan Deur!, Trappelend Talent © Koen Broos

Met de WijkJury’s gaan jullie wel naar een breed gamma van genres kijken, van soloperformances en kindervoorstellingen tot dans en deurenkomedies. Schemert dat gemis aan tools om te kijken ook door in het waardeoordeel over de voorstelling?

Ntoto Vorige maand gingen we in Monty naar Mud Mother van Maisie Woodford kijken. De voorstelling liet ruimte voor interpretatie en de jury vroeg zich nadien af: waar hebben we nu eigenlijk naar gekeken? In dat gesprek overheerste de gedachte: als ik niet weet waar ik naar kijk, kan ik er ook geen mening over geven. Hoe geef je betekenis aan iets, zonder
dat er op voorhand of op het podium een kader werd geschept? Hoe kun je iets interpreteren zonder dat je er de woordenschat voor hebt? Uiteindelijk kwam bij sommigen het besef dat de voorstelling niets voor hen was, maar dat ze wel blij waren om ze te ontdekken. Misschien is dat an sich ook een waardeoordeel.

Vermeir Bij mij ligt dat anders. Of ik een voorstelling al dan niet waardeer, hangt af van de mate waarin ze bij mij binnenkomt, niet van hoezeer ik ze begrijp. Als ik merk dat mijn aandacht afdwaalt naar het licht, het decor of de muziek, dan is dat een teken dat het stuk mij niet raakt, want dan ben ik alleen met de vorm bezig.

Rens Ik denk niet dat je een voorstelling hoeft te begrijpen om erdoor geraakt te worden, maar om er daarna over
te kunnen praten, moet er wel een basisbegrip zijn. Misschien komt dat neer op de vraag of een stuk je geraakt heeft, of niet.

Vermeir Na elke voorstelling hebben we bovendien een nagesprek met de maker, waarin die onder andere vertelt wat hun intentie is. Dan bespreken we in welke elementen we hun boodschap gezien of gevoeld hebben. Of we iets goed vinden of niet, is niet de doorslaggevende factor voor onze uiteindelijke selectie. We richten ons meer op de bedoeling van de maker en of die waarneembaar was in de voorstelling.

“Hoe geef je betekenis aan iets, zonder dat er op voorhand of op het podium een kader werd geschept? Hoe kun je iets interpreteren zonder dat je er de woordenschat voor hebt?” — Noémie Ntoto

Welke voorstellingen zijn jullie tot nog toe het meest bijgebleven?

Ntoto In de WijkJury in Antwerpen zijn de meningen heel verdeeld. We hebben de deurenkomedie We gaan deur! van Trappelend Talent, Nyira Hens & Bruno Vanden Broecke gezien in de Arenberg. Ik merkte dat de leden die vertrouwd waren met het referentiekader het stuk enorm grappig vonden, terwijl anderen niet zo overtuigd waren. The Waves van Khadija El Kharraz Alami vond ik zelf enorm boeiend, maar de andere leden konden zich daar minder in vinden. Het is als WijkBuddy leerrijk om te zien hoe de leden reageren op het programma dat je hebt samengesteld.

Gülizar Karakuş In Gent kiest de ene helft van de jury voorlopig voor Mémé van Sarah Vanhee, en de andere voor Foreshadow van Alexander Vantournhout. (lacht) Ze staan echt achter hun overtuiging, dat vind ik leuk.

Vermeir Mij heeft Foreshadow het meest geraakt: ik had het gevoel dat ik naar een levend abstract werk zat te kijken.

Rens Voorlopig gaat mijn stem ook uit naar de voorstelling van Alexander Vantournhout. Wat mij wel is bijgebleven over Mémé, was het meningsverschil tussen de WijkJury­leden onderling. Het stuk gaat over de twee grootmoeders van de maker, en dat had een andere impact op de oudere generatie in de jury dan op de jongere leden. Je merkt hoe een verschil in levenservaring ook impact kan hebben op de beoordeling van een stuk. Dat is de reden waarom ik in het project stapte, want mijn perspectief is maar één perspectief. Waar letten andere mensen op? Welke ervaringen hebben invloed op iemands mening? Wat raakt iemand?

In mei kiest elke WijkJury de beste voorstelling die ze in haar stad heeft gezien. In 2024 wordt de keuze van elke stad deel van het programma van het TheaterFestival. Is het voor jullie een meerwaarde dat jullie de beste voorstelling mogen kiezen?

Rens Die erkenning is zeker een meer­waarde voor de WijkJury. Niemand van ons heeft een professionele achtergrond in het theater, maar we leren er kritisch naar te kijken, en we ontdekken welke factoren we in acht moeten nemen als
we zo’n stuk beoordelen. Het is fijn dat de keuze van de ‘gewone’ mens ook eens een plaats krijgt op een theaterfestival.

Vermeir Ik vind het ook een voordeel dat wij bleu zijn. De leden van de vakjury zijn al jaren professioneel met podiumkunsten bezig, die kunnen onmogelijk nog onbevangen kijken zoals wij. Het feit dat wij er niet in geschoold zijn, maakt dat we een andere blik hebben. Een blik die — denk ik — meer overeen zal komen met die van het gros van de toeschouwers.

Nadat jullie keuze gemaakt is, is het tijd om het stokje door te geven aan een nieuwe jury. Wat is voor jullie de ideale uitkomst van het project op langere termijn?

Vermeir Ik hoop dat ik na de WijkJury de discipline heb opgebouwd om zelf maan­delijks een ticket voor een voorstelling
te kopen. Nu lees ik vaak over boeiende voorstellingen in de krant, maar tegen dat ik effectief wil gaan is het uitverkocht, komt er iets tussen of vind ik niemand om mee te gaan. Ik zou het fijn dus vinden als ik nog een aantal van de juryleden blijf zien. En ik hoop dat mijn blik door een jaar lang elke maand theater te bespreken wat ruimer is geworden.

Rens Ik vind het al een fantastisch experi­ment om met verschillende mensen een stuk uit te kiezen voor het TheaterFestival. Daarop aansluitend kunnen theaterhuizen via de WijkJury, of leden van de WijkJury, toegang vinden tot de wijken. Eigenlijk kunnen ze nu iemand vastgrijpen om te zeggen: ‘Hé, kom een keer met een bende naar dit stuk kijken.’ Het zou tof zijn als we die relatie kunnen opbouwen met elkaar.


Beluister hier dit artikel.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

gesprek
Leestijd 13 — 16 minuten

#175

15.03.2024

31.05.2024

Lauren Borremans

Lauren Borremans werkt als coördinator communicatie en WijkJury bij Het TheaterFestival. Bij cultureel platform Gouvernement doet ze communicatie en meer.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!